Gevaren Van Het Internet En Cyberpesten Education Essay

Published:

This essay has been submitted by a student. This is not an example of the work written by our professional essay writers.

Ons afstudeerproject gaat over de gevaren van het internet en over cyberpesten. We hebben dit thema gekozen omdat jongeren meer en meer met digitale media bezig zijn. Digitale media is een onderdeel van hun leefwereld geworden en is daarom ook een onderdeel van het schoolgebeuren. Wij hebben tijdens stageperiodes gemerkt dat in de scholen nog niet actief gewerkt wordt rond de gevaren van het internet en rond cyberpesten. De meeste scholen hebben een anti-pestplan, maar dit heeft nog geen betrekking op cyberpesten. Vandaar dat wij de nood voelden om hier iets aan te doen. Wij zetten hiermee dus een stap in de richting van de middelbare scholen, meer specifiek de Stedelijke Handelsschool Turnhout. Wij willen, samen met hen, werken rond de gevaren van het internet en rond cyberpesten. Wij hopen de school zo een vertrekpunt te bieden dat zij in de toekomst nog kunnen verfijnen of verder kunnen uitbouwen. Dit is ook een goede voorbereiding voor ons naar volgend jaar toe, want dan komen wij namelijk zelf in dit werkveld terecht.


Het probleem van cyberpesten is ontstaan sinds de komst van digitale media (gsm, computer,…). Deze digitale media zijn niet meer weg te denken uit de maatschappij. We kunnen dus niet zomaar zeggen ‘zet je computer af of doe je gsm weg', nee we moeten jongeren leren omgaan met deze middelen!


Ons afstudeerproject zal dus gaan over de gevaren van het internet en over cyberpesten.


Ons vertrekpunt hiervoor is een reportage van ‘koppen' (dinsdag 22 september 2009) geweest. Deze reportage ging over cyberpesten. We vonden het zeer interessant en we beseften dat er echt wel nood is aan begeleiding, voor zowel kinderen / jongeren, ouders en leerkrachten.


We zijn dan gaan nadenken over mogelijke onderzoeksvragen en we zijn uitgekomen bij deze drie:

  • ‘Hoe kunnen we jongeren bewust maken van de gevaren van digitale media?'

  • ‘Hoe gaan jongeren om met digitale media?'

  • ‘Hoe kan ik als leerkracht, met concrete voorbeelden uit de praktijk, jongeren confronteren met ‘cyberpesten'?

Ons afstudeerproject zal dus algemeen gaan over de gevaren van het internet en over cyberpesten. We gaan ook kort vertellen wat cyberpesten nu precies is, wat kinderen / jongeren op het internet doen, wat internet nu juist zo boeiend maakt. We gaan het kort hebben over internetverslaving en GSM, internet op school en we bespreken de internetopvoeding om uiteindelijk af te ronden met een besluit.


In ons praktijkluik vindt u twee lessen uitgewerkt voor de tweede graad BSO. U vindt er ook enkele algemene richtlijnen om een klassengesprek te voeren, tips voor de leerlingen.


SAMENVATTEND VERSLAG


1 Sarah Van Gisbergen

Ik heb vrij lang nagedacht over een thema voor mijn afstudeerproject (1.5 jaar). Dit omdat ik veel verschillende dingen interessant vind en ik mijn kennis over al deze zaken wil uitbreiden. Helaas ontbreekt mij de tijd daarvoor en moest ik uiteindelijk wel één thema kiezen.


Deze keuze is ook niet over één dag ijs gegaan. Ik wou sowieso iets doen rond ‘zorg', omdat ik de competentie ‘de leraar als opvoeder' enorm belangrijk vind en ik hier ook altijd goed op scoor tijdens stages. Ik heb ook een jaar orthopedagogiek gedaan, dus de interesse is er zeker. Maar zorg is een ruim thema…


Ik ben dan gaan nadenken over het CLB, aangezien ik daar ook mijn keuzestage wou doen. Jammer genoeg ben ik niet binnengeraakt in het CLB (ik wou een afstudeerproject maken rond het leerzorgkader).


Ik heb ook even nagedacht over ‘filosoferen met jongeren' maar dit idee heb ik uiteindelijk ook laten varen, aangezien het mij toch niet zo interessant leek.


Op een dinsdagavond in september (22 september 2009) zag ik op Koppen een reportage over cyberpesten. Deze reportage heeft mij enorm hard aangegrepen (het ging over een Australische jongen die gepest werd via de computer, GSM en die daardoor uiteindelijk zelfmoord heeft gepleegd). In die week hadden we tijdens Brede Kijk op Leren ook al les gekregen rond digitale media (of het ging er in de les althans over). Mijn zintuigen werden geprikkeld en daar zag ik wel iets in! Ik was aan het vertellen over de reportage tegen een medestudente (Isabelle Van Gorp) en zij zei dat ze iets wou doen rond de gevaren van het internet. Ze stelde mij voor om samen te werken. Ik was euforisch want had ik hier nu eindelijk een onderwerp?


Ik heb er die dag lang over nagedacht want samenwerken is ook niet altijd evident. Ik heb mij ook meermaals de vraag gesteld of ik wel echt rond dit thema wilde werken. Ik kwam er steeds bij uit dat ik het zeker zag zitten om met Isabelle samen te werken en dat het thema mij ook zeker interesseerde.


Voila, ik had een thema en een partner!


Er zijn drie onderzoeksvragen heel belangrijk voor ons eindwerk:

  • Hoe kan ik leerlingen bewust maken van de gevaren van internet?

  • Hoe kan ik preventief gaan werken rond ‘cyberpesten'?

  • Hoe kan ik, met concrete voorbeelden uit de praktijk, leerlingen confronteren met ‘cyberpesten'?

Onze gezamenlijke onderzoeksvraag luidt als volgt: ‘Hoe kunnen we met de leerlingen werken rond cyberpesten?'.


De hypotheses die geformuleerd werden om tot het eindresultaat te komen zijn:


Als ik naar de infoavond van de Federale Politie ga over cyberpesten en de gevaren van het internet, dan krijg ik een beter beeld van de problematiek rond cyberpesten en hoe er eventueel mee omgegaan kan worden.


Als ik wetenschappelijke werken lees (boeken), dan krijg ik een beter beeld van wat cyberpesten is en hoe je leerlingen kan begeleiden bij hun ‘internetweg'.


Als ik contacten leg en onderhoud met de Stedelijke Handelsschool Turnhout, dan gaan de lessen vlot verlopen en verloopt de communicatie vlot.


Als ik regelmatig afspreek met mijn werkstukbegeleider, dan weet ik of ik goed bezig ben en krijg ik feedback.


Als ik enquêtes afneem bij de leerlingen van 2 BSO , dan krijg ik een beeld van de beginsituatie.


Als ik enquêtes afneem bij de leerlingen van de tweede graad ASO , dan krijg ik een beeld van de grijze zone.


Als ik de enquêtes afneem bij de ouders, dan krijg ik een beeld van hoe ouders omgaan met internet en hoe zij hun kinderen begeleiden.


Als ik naar de opvoedingswinkel ga, dan krijg ik informatie (boeken over de gevaren van het internet).


Als ik naar Digidak ga, dan krijg ik een beeld van het internetgebruik van jongeren.


Als ik de enquêtes verwerk, dan krijg ik een beeld van de algemene situatie.


Als ik mijn bronnen verwerk in het theoretisch deel, dan heb ik mijn theoretisch deel al en kan ik beginnen aan het praktijkluik.


Als ik onze documentatie doorneem, dan kan ik een selectie beginnen maken over wat we voor ons eindwerk willen gebruiken.


Als ik een selectie maak, dan kan ik aan onze lessen beginnen.


Als ik ons praktijkluik maak, dan krijgen onze lessen vorm.


Als ik communiceer met mevrouw Peeters en mevrouw Baeten, dan weet ik of onze lessen goed zijn.


Als ik alles overloop met Isabelle, dan zijn we klaar om ons project uit te voeren.


Als we ons project uitvoeren, dan ontdekken we hoe de leerlingen nu werkelijk omgaan met internet, waar hun grenzen liggen en of zij zich bewust zijn van de gevaren van het internet.


Als ik communiceer met Hilde Baeten, dan weet de SHT hoe de lessen verlopen en wat er eventueel aangepast moet worden.


Als ik mijn samenvattend verslag maak en een besluit formuleer, dan krijg ik een zicht op hoe ik het afstudeerproject ervaren heb en wat ik geleerd heb.


De competenties die ik heb ingezet zijn:


De leraar als opvoeder:

Door rond dit onderwerp te werken, ga je leerlingen voor een stuk mee vormen. Je gaat hen bepaalde waarden en normen rond internet bijbrengen. Je wilt hun welbevinden vergroten door preventief rond cyberpesten te werken.


De leraar als onderzoeker / innovator:

Ik heb allerlei dingen onderzocht om de leerlingen optimaal te kunnen begeleiden en de ouders goed te kunnen informeren.


De leraar als partner van externen:

Ik heb contact gelegd met de Federale Politie omdat zij over het onderwerp infoavonden organiseren en materiaal ter beschikking hebben. Ik heb contact gelegd met de Stedelijke Handelsschool Turnhout, om ons afstudeerproject daar uit te werken. Ik heb contact met het JAC (Jongerenadviescentrum) gelegd voor informatie.


De leraar als partner van ouders:

Ik heb de ouders betrokken bij het afstudeerproject door een enquête bij hen af te nemen. Ik wou ook een infoavond voor hen organiseren, maar aangezien er zo weinig reactie is gekomen op de enquête, heb ik besloten om de infoavond alleen op papier uit te werken.


De leraar als lid van een schoolteam:

Ik heb contact gelegd met de Stedelijke Handelsschool Turnhout en ik heb samengewerkt met de zorgcoördinator, de ICT - coördinator, de leerkrachten, de directie, het secretariaat.


Ik heb ook algemene competenties ingezet:


Denk - en redeneervaardigheid:

De brainstormprocessen zijn heel belangrijk geweest voor het eindresultaat!


Het vermogen tot verwerven en verwerken van informatie:

Ik heb heel veel informatie verzameld. Het heeft mij heel wat tijd en energie gekost om al die informatie door te nemen en om een selectie te maken. Het was belangrijk dat ik de informatie kritisch kon bekijken om zo een bruikbare selectie te kunnen maken.


Het vermogen tot kritische reflectie en projectmatig werken:

Ik heb regelmatig stilgestaan bij mijn proces, hier kritisch naar gekeken. Ik heb hierover gecommuniceerd met mijn promotor en mijn medestudent. Alles moest goed gepland worden binnen dit academiejaar en om te weten of ik mijn doelen bereikt heb, was een kritische reflectie aan het einde van enorm belang!


Het vermogen tot communiceren van informatie, ideeën, problemen en oplossingen, zowel aan specialisten als aan leken:


Ik heb enorm veel gecommuniceerd met verschillende mensen en instanties. De communicatie is over het algemeen steeds zeer vlot verlopen!


Een ingesteldheid tot levenslang leren:

Het onderwerp dat ik gekozen heb voor mijn afstudeerproject zal van mij eisen dat ik bereid ben om levenslang te leren. De moderne media evolueert namelijk elke dag.


Actie - onderzoek: van vertrekpunt, tot hypotheses tot eindresultaat.


Mijn vertrekpunt is de reportage van Koppen, die over cyberpesten gaat.


Na het zien van die reportage ben ik aan mijn actie-onderzoek begonnen.


Ik heb eerst overlegd met Isabelle Van Gorp, aangezien zij ook het idee had om iets rond cyberpesten te doen. We hebben dan besloten om samen te werken.


Daarna zijn we op zoek gegaan naar een promotor en zo zijn we bij mevrouw Peeters terecht gekomen.


Nu ik een onderwerp, promotor en partner had, konden we aan de slag!


Ik ben eerst samengekomen met Isabelle om het reeds verzamelde materiaal te bespreken en om eens te kijken welke richting we precies uit wilden gaan.


Ik heb dan ook het voorstel gedaan om met de Stedelijke Handelsschool Turnhout samen te werken, omdat ik dit een school vind met een heel sterk zorgbeleid. Ik heb dan een afspraak gemaakt met de zorgcoördinator van de SHT en zij was enthousiast over ons project. Ik heb haar onze ideeën uitgelegd en zij heeft de noden van de SHT op tafel gegooid.


We hadden nu een school waar we mee konden samenwerken, na enkele brainstormmomenten wisten we waar we naartoe wilden, nu was het belangrijk om veel materiaal te verzamelen en door te nemen. Daar hebben we ons dan ook mee bezig gehouden gedurende de maanden september - oktober - november - december - januari.


In die maanden hebben we ook verschillende organisaties bezocht (bv.: JAC, Digidak, ARKTOS, Federale Politie,…) om extra informatie te verkrijgen.


Tussendoor heb ik regelmatig met onze werkstukbegeleider en met Hilde Baeten afgesproken om hen op de hoogte te houden en om nieuwe inzichten te krijgen.


Een hoogtepunt in mijn actie - onderzoek was toch wel de infoavond bij de Federale Politie. Ik heb veel geleerd van die infoavond!


In december hebben we enquêtes afgenomen bij de leerlingen en hun ouders om de beginsituatie te kunnen inschatten en om een basis te hebben voor onze lessen.


Nadat ik al het verzamelde materiaal doorgenomen had, heb ik ons theoretisch deel geschreven. Ik heb dit laten nalezen door mijn werkstukbegeleider, een medestudent en door de vader van Isabelle. Ik heb het theoretisch deel dus meermaals herwerkt.


Na het theoretisch deel kon ik beginnen aan het praktijkluik.


Ik heb daarvoor eerst onze documentatiemap nog eens doorgenomen, om zo een selectie te kunnen maken voor onze lessen. Aan de hand van het geselecteerde materiaal heb ik dan het praktijkluik opgesteld en een lerarenhandleiding gemaakt.


Ik heb het eindresultaat dan doorgemaild naar mevrouw Peeters en mevrouw Baeten en het daarna nog eens aangepast, aan de hand van hun opmerkingen.


Eind april ben ik dan met Isabelle gaan samen zitten om onze lessen te overlopen en in de week van 3 mei hebben we ons praktijkluik getest in de Stedelijke Handelsschool Turnhout in de tweede graad BSO. De toetsing is vlot verlopen.


Na mijn samenvattend verslag en besluit kom ik tot de conclusie dat ik tevreden ben met het eindresultaat!


2 Isabelle Van Gorp

Op het einde van het tweede jaar van de opleiding ben ik serieus beginnen nadenken over het onderwerp van mijn afstudeerproject. Ik deed mijn best om op zoek te gaan naar een onderwerp dat mij zou liggen en waar ook nood aan is in het onderwijs.


Tijdens mijn zoektocht naar een thema stootte ik in de Stedelijke Openbare Bibliotheek van Turnhout op een foldertje dat jongeren waarschuwde voor de gevaren van het internet. Het thema leek mij erg actueel en interessant. Dat dit thema actueel was bleek al snel uit de berichten die tijdens de vakantiemaanden in de krant verschenen. Uit die berichtgeving bleek dat steeds meer mensen, en vooral jongeren, reeds negatieve ervaringen hadden gehad op het internet. Na navraag bij verschillende instanties waaronder het JAC bleek dat jongeren vaker gepest worden via het internet dan men aanvankelijk zou denken. De gevolgen van dit pestgedrag waren soms ook desastreus. Daarom voelde ik mij geroepen om hier verandering in te brengen en aan de hand van een project, cyberpesten een halt toe te roepen.


Aanvankelijk wilde ik mijn afstudeerproject uitwerken aan de hand van een boekenkoffer. Maar na een wekenlange zoektocht naar jeugdboeken die handelden rond het onderwerp cyberpesten of de gevaren van het internet bleek al snel dat ik mij hier misrekend had. Slechts een aantal boeken waren bruikbaar voor mijn boekenkoffer. Daarom werd mijn initiële idee afgeblazen. Maar tijd brengt raad!


In september, aan het begin van het nieuwe academiejaar, verscheen er op de televisie een reportage over cyberpesten tijdens het programma Koppen (Eén). Ik was helemaal enthousiast over deze reportage omdat ze mij nog meer inzicht gaf in het onderwerp dat ik wilde aankaartten. Het toeval wil dat mijn projectpartner Sarah Van Gisbergen die reportage ook had gezien. Zij vertelde mij hierover tijdens een les van Brede Kijk op Leren. Toen ik zag hoe bezield zij was over deze reportage, vertelde ik haar dat ik mijn afstudeerproject wilde uitwerken rond cyberpesten. Ik stelde haar voor om samen te werken. Na wat wikken en wegen ging Sarah overstag. Vanaf dan had het project twee bezielers! Sarah en ik hadden al een goede basis voor ons afstudeerproject. Omdat mijn initiële idee (de boekenkoffer) ook te maken had met cyberpesten was mijn opzoekwerk nog steeds bruikbaar. Ook vonden we mevrouw Peeters een ideale promotor omdat zij goed op de hoogte is over de nieuwe media en zij in haar lessen ook vaak de voor- en de nadelen bespreekt van deze nieuwe media.


Er zijn drie onderzoeksvragen heel belangrijk voor ons eindwerk:

  • Hoe kan ik leerlingen bewust maken van de gevaren van internet?

  • Hoe kan ik preventief gaan werken rond ‘cyberpesten'?

  • Hoe kan ik, met concrete voorbeelden uit de praktijk, leerlingen confronteren met ‘cyberpesten'?

Onze gezamenlijke onderzoeksvraag luidt als volgt: ‘Hoe kunnen we met de leerlingen werken rond cyberpesten?'.


De hypotheses die geformuleerd werden om tot het eindresultaat te komen zijn:


Als ik naar de Stedelijke Openbare Bibliotheek Turnhout ga voor opzoekwerk, dan kan ik gerichter zoeken naar een onderwerp voor mijn afstudeerproject.


Als ik de boeken die in aanmerking komen voor mijn boekenkoffer doorlees, dan kan ik achterhalen welke boeken geschikt zijn voor mijn koffer en welke niet.


Als Sarah en ik samenkomen om te brainstormen, dan komen we gezamenlijk tot betere oplossingen en ideeën.


Als ik naar de infoavond van de Federale Politie ga over cyberpesten en de gevaren van het internet, dan krijg ik een beter beeld van de problematiek rond cyberpesten en hoe er eventueel mee omgegaan kan worden.


Als ik regelmatig afspreek met mijn werkstukbegeleider, dan weet ik of ik goed bezig ben en krijg ik feedback.


Als ik enquêtes afneem bij de leerlingen van de tweede graad BSO en ASO , dan krijg ik een beeld van de beginsituatie en van de grijze zone tussen deze stromen.


Als ik de enquêtes afneem bij de ouders, dan krijg ik een beeld van hoe ouders omgaan met internet en hoe zij hun kinderen begeleiden.


Als ik naar verschillende instellingen ga (opvoedingswinkel, JAC, Digidak, …), dan krijg ik de nodige informatie over het internetgebruik van jongeren.


Als ik de enquêtes verwerk, dan krijg ik een beeld van de algemene situatie.


Als ik onze documentatie doorneem, dan kan ik een selectie beginnen maken over wat we voor ons eindwerk willen gebruiken en dan kan ik hierna beginnen met het opstellen van de lessen.


Als ik ons praktijkluik maak, dan krijgen onze lessen vorm.


Als we ons project uitvoeren, dan ontdekken we hoe de leerlingen nu werkelijk omgaan met internet, waar hun grenzen liggen en of zij zich bewust zijn van de gevaren van het internet.


Als ik communiceer met Hilde Baeten, dan weet de SHT hoe de lessen verlopen en wat er eventueel aangepast moet worden.


Als ik mijn samenvattend verslag maak en een besluit formuleer, dan krijg ik een zicht op hoe ik het afstudeerproject ervaren heb en wat ik geleerd heb.


De competenties die ik tijdens mijn afstudeerproject inzette zijn:


De leraar als opvoeder:

Ik wilde mijn afstudeerproject uitwerken rond cyberpesten omdat ik leerlingen kritisch wil leren omgaan met de nieuwe media.


De leraar als onderzoeker/innovator:

Ik heb verschillende instellingen en instanties bezocht om zo aan de nodige informatie te komen. Ook het thema is nog fris en nieuw.


De leraar als partner van externen:

Ik pleegde overleg met het JAC en de Federale Politie omdat zij over de nodige informatie beschikken, zij kunnen mij meer inzicht geven in de handelingen van jongeren op het internet. Ook nam ik contact op met de SHT omdat zij beschikken over een grote leerling-diversiteit.


De leraar als partner van ouders:

Ook de ouders werden betrokken bij het afstudeerproject doormiddel van een enquête. Aan de hand van deze enquête wilde ik nagaan hoe ouders hun kind begeleiden op het internet. Het was aanvankelijk de bedoeling dat er ook een infoavond georganiseerd zou worden waarbij we ook de ouders bewuster zouden maken voor de gevaren van het internet. Maar na het afnemen van de enquête bleek dat ouders niet veel interesse toonden.


De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen:

Door overleg te plegen met leerkrachten, zorgleerkrachten en instanties ben ik nagegaan wat de beginsituatie is van de leerlingen uit een tweede graad BSO. Wat weten zij al van het internet? Rekening houdend met de gegeven tijd (twee lesuren per klas), de beginsituatie van de leerlingen en het beschikbare materiaal heb ik leerinhouden geselecteerd voor ons project.


De leraar als lid van een schoolteam:

Het afstudeerproject werd gedurende één lesweek bij zeven verschillende BSO-klassen getest. Tijdens deze lesweek legde ik contact met verschillende leerkrachten en personeelsleden van de Stedelijke Handelsschool Turnhout. Zo werkte ik onder andere samen met mevrouw Baeten (zorgcoördinator), de ICT-afdeling, de leerkrachten, de directie en het secretariaat.


Ook werden er tijdens mijn afstudeerproject een aantal algemene basiscompetenties ingezet:


Denk- en redeneervaardigheid:

Gedurende het hele proces ben ik kritisch te werk gegaan in overleg met anderen.


Het vermogen tot verwerven en verwerken van informatie:


Tijdens het proces en zeker aan het begin van het proces ben ik op zoek gegaan naar zoveel mogelijk relevante gegevens en bronnen. Na deze bronnen kritisch doorgenomen te hebben en na overleg gepleegd te hebben met anderen heb ik deze informatie verwerkt tot een praktijkluik.


Het vermogen tot kritische reflectie en projectmatig werken:


Reflectie werd regelmatig ingebouwd, hierbij bekeek ik mijn eigen handelen steeds op een kritische manier. Ook vond er reflectie plaats samen met mijn eindwerkbegeleider en mijn projectpartner. Daarnaast maakte ik ook gebruik van andere hulpmiddelen zoals een ‘kritische vriend'.


Creativiteit:

Ik heb mijn creativiteit de vrije loop gelaten. Zo ontwierp ik de lessenkoffer, de posters, de folder, naamkaartjes, …


Het kunnen uitvoeren van eenvoudige taken:

Ik stond onder andere in voor het kopiëren van alle nodige documenten en taken voor de uitvoering van ons afstudeerproject.


Het vermogen tot communiceren van informatie, ideeën, problemen en oplossingen, zowel aan specialisten als aan leken:

De communicatie tussen mezelf en mijn projectpartner verliep steeds vlot. Ook de communicatie met externen zoals het JAC, de Federale Politie, de Stedelijke Handelsschool Turnhout, … verliep zonder problemen.


De ingesteldheid tot levenslang leren:

Ik wist aanvankelijk niet zoveel over het onderwerp van mijn afstudeerproject maar ik heb mij bereid getoond om hier meer over te leren en ben op zoek gegaan naar informatie. Deze ingesteldheid toont aan dat ik bereid ben om levenslang te leren, ik heb mij bereid getoond om een onderwerp te kiezen dat niet zo evident was gezien mijn beperkte voorkennis.


Actie - onderzoek: van vertrekpunt, tot hypotheses tot eindresultaat.

Mijn vertrekpunt voor dit afstudeerproject is een foldertje dat ik vond in de Stedelijke Openbare bibliotheek van Turnhout. Dit foldertje waarschuwde jongeren voor de gevaren van het internet en gaf hen informatie over wat te doen bij cyberpesten. Na het vinden van dit foldertje ben ik begonnen met mijn actieonderzoek.


Toen na de reportage van Koppen bleek dat Sarah Van Gisbergen ook erg geïnteresseerd was in het onderwerp cyberpesten heb ik voorgesteld om samen te werken. Samen hebben we besloten om mevrouw Peeters te vragen als promotor omdat ook zij goed op de hoogte is van dit thema. Na een promotor te hebben gekozen zijn Sarah en ik voor de eerste keer samengekomen. Omdat ik reeds eerder begonnen was met opzoekwerk te doen rond cyberpesten had ik al heel wat materiaal en documentatie verzameld. Tijdens onze eerste afspraak hebben we alle bronnen samen bekeken en hebben we samen besproken welke richting we uit wilden gaan. We vonden het beiden een goed idee om ons eindwerk toe te passen in de Stedelijke Handelsschool Turnhout omdat deze school beschikt over een grote leerling-diversiteit en over een sterk zorgbeleid. Nadat Sarah contact had opgenomen met de SHT bleek dat ook zij erg enthousiast waren over ons project en graag met ons wilden samenwerken. Nu konden we pas echt van start gaan.


Sarah en ikzelf zijn na deze eerste stappen begonnen met na te denken wat we met ons project wilden bereiken. Op basis van die brainstormsessies zijn we op zoek gegaan naar nog meer documentatiemateriaal en namen we opnieuw contact op met verscheidene instanties en organisaties. De belangrijkste informatie voor ons project vonden we bij de Federale Politie. Zij hielden een infoavond in Oud-Turnhout waarbij ouders en leraren op de hoogte werden gebracht van de gevaren van het internet. Tijdens deze avond heb ik enorm veel bijgeleerd, ook haalde de politie interessante anekdotes aan die ik later ook in onze projectlessen heb kunnen aanhalen en die echt indruk maakten op de leerlingen.


We namen ook regelmatig contact op met onze werkstukbegeleider mevrouw Peeters en met mevrouw Baeten (zorgcoördinator SHT) om met hen ons proces te bespreken.


Om de beginsituatie van de leerlingen beter in te kunnen schatten en om te kunnen bepalen waar hun interesses lagen stelde ik in december een leerling-enquête op. Ook voor de ouders stelde ik een enquête op om na te gaan hoeveel zij al wisten van het internet en in hoeverre zij hun kind begeleidden op het internet. Samen namen we de resultaten van deze enquêtes door en hebben zo onze strategie bepaald. Uit de enquêtes van de ouders bleek dat er weinig interesse voor het onderwerp was, meer dan de helft van de enquêtes kwam slechts gedeeltelijk of zelfs helemaal niet ingevuld terug bij ons aan. Op basis hiervan besloten Sarah en ik om de infoavond voor de ouders te laten vallen.


Voor het praktijkluik van ons afstudeerproject nam ik eerst mijn documentatiemap nog eens door, samen bespraken we welke opdrachten ons nuttig, leerrijk en leuk leken. Na een selectie gemaakt te hebben van het materiaal hebben we alle opdrachten in een praktijkluik gegoten. De eerste versie van dit praktijkluik mailden we door naar mevrouw Baeten en mevrouw Peeters. Op basis van hun opmerkingen pasten we het praktijkluik nog eens aan. Rond het einde van april zijn Sarah en ik uiteindelijk samen gaan zitten en hebben we samen de opgestelde lessen nog eens overlopen ter voorbereiding van onze ‘projectweek' in de Stedelijke Handelsschool Turnhout.


De toetsing van ons project is enorm vlot verlopen. Ik ben op een positieve manier verrast geweest door de inzet en de interesse van de leerlingen. De leerlingen haalden zelf aan dat zij het project als nuttig en leuk ervaren hadden. Voor sommigen hebben we echt zaken besproken waar zij nog nooit bij stil gestaan hadden en dat toont voor mij aan dat ik tevreden mag zijn over ons werk en over de gang van zaken.


BRONNENONDERZOEK MET LITERATUURLIJST

  • Enquête ouders

  • Enquête leerlingen Stedelijke Handelsschool Turnhout (BSO) 44 lln + Sint Victorinstituut Turnhout (ASO) 18 lln

  • Digid@k (Arktos)

  • ‘Veilig online' tips voor veilig ICT - gebruik op school, Vlaamse overheid

  • Veilig internet gezinspakket, Telenet

  • Knack, nr. 42 van 14 tot 20 oktober 2009 ‘Sexting, tieners maken kinderporno' auteur: Ingrid Van Daele, p. 16 - 20

  • Krantenartikels: zie documentatiemap

  • Internet:

http://www.cyberpesten.be/studentenproject/Inhoud%20CD%20Cyberpesten/Projectboek/Projectboek.pdf

http://www.saferinternet.be/safer_internet_faq_nl_17_2967.html

http://www.samenlevingentechnologie.be/ists/nl/pdf/rapporten/rapportcyberpesten.pdf

Internetsoa.nl

Facebooken voor dummies

Site fancy (forum fancy)

www.klasse.be/leraren: eerstelijn ‘cyberpesten'


  • Infoavond van de Federale Politie in de Djoelen op 24 november 2009 over de gevaren van het internet en cyberpesten + PowerPoint

  • ‘Kinderen en internet' EHBO-kit bij ‘hyperactief' internetgebruik van kinderen en jongeren. Leidraad voor ouders, leerkrachten en andere opvoeders van Martin Valcke en Brigitte De Craene. Uitgeverij Lannoo

  • ‘Mijn kind online' Hoe begeleid je je kind op internet? Van Justine Pardoen en Remco Pijpers

  • ‘Virtuele werelden' van Nicky Kivits

  • ‘Virtuele ontwikkeling van de jeugd' van Martine F. Delfos

  • Cursus ‘brede kijk op leren' digitale media

  • Reportage koppen (22 september 2009)

  • Reportage koppen JAC

  • Film ‘Ben X'

1 Enquêtes

De enquête die we afgenomen hebben via Smartschool (Stedelijke Handelsschool Turnhout) bij de tweede graad BSO hebben we verwerkt en de resultaten daarvan hebben we gebruikt om onze lessen op te bouwen. Zo hebben we geprobeerd om in te spelen op de noden van de leerlingen.


De enquête die in het Sint - Victorinstituut op Smartschool is verschenen voor ASO (om de grijze zone te bepalen: is er een groot verschil tussen ASO en BSO?), hebben we niet verwerkt, aangezien daar veel te weinig reactie op gekomen is. Aan de hand van de enquête die we afgenomen hebben bij de ouders van de leerlingen van de tweede graad BSO, wilden we een infoavond organiseren voor de ouders. Dit gaat ook niet door aangezien nog niet de helft van de ouders gereageerd heeft. Diegenen die wel gereageerd hebben, geven aan dat hun kind geen foute dingen doet op het internet en dat ze hun kind vertrouwen. Anderzijds geven veel ouders aan dat ze al negatieve dingen hebben meegemaakt op het net. We hebben dus besloten om naar aanleiding van deze resultaten geen infoavond te organiseren. Wel voegen we bij ons lesmateriaal een PowerPoint toe die de Federale Politie hanteert tijdens haar infoavonden, op die manier kan de school, wanneer ze dit wenst, toch een infoavond organiseren.


We hebben Digidak geraadpleegd maar deze bron heeft ons niet wijzer kunnen maken. Zij geven aan dat ze eigenlijk niet op de hoogte zijn van het internetgebruik van hun leden.


De bron ‘Veilig online' tips voor veilig ICT - gebruik op school' van de Vlaamse overheid hebben we vooral gebruikt om wat informatie uit te halen voor onszelf, zodat we zelf goed weten wat cyberpesten is, wat de gevolgen zijn en hoe je het eventueel kan aanpakken. Deze achtergrond hadden we sowieso nodig voor ons theoretisch deel en om onze lessen in elkaar te kunnen steken. Ook hebben we er enkele leuke ideeën uit gehaald om onze lessen vorm te geven.


Het gezinspakket van Telenet hebben we aangevraagd en bekeken maar uiteindelijk niet gebruikt omdat dit pakket werd opgesteld voor leerlingen van het lager onderwijs.


Het artikel ‘Sexting' uit de Knack hebben we gelezen, zodat we van bepaalde termen en activiteiten op de hoogte zijn. We hebben het niet verwerkt in onze lessen, aangezien het artikel te moeilijk is voor BSO en het ook afwijkt van ons onderwerp.


De krantenartikels die we in de loop van de maanden hebben gevonden, hebben we niet in onze lessen verwerkt, aangezien we de artikels te moeilijk vonden voor de leerlingen en we een selectie moesten maken in ons materiaal. Wel gebruiken we één artikel, namelijk het artikel over de twee studenten verpleegkunde die op Facebook hadden gepocht over hun spiekmethode.


De sites die we op het internet geraadpleegd hebben, waren vooral voor onszelf. We wilden een duidelijk en zo volledig mogelijk beeld krijgen van wat de gevaren van het internet kunnen inhouden en wat cyberpesten inhoudt. De site ‘internetsoa.nl' hebben we gebruikt als basis voor onze lessen, hier stonden heel wat interessante dingen op! Het forum van Fancy hebben we geraadpleegd om naar de ervaringen van jongeren te peilen zodat we ook een basisidee hebben vooraleer we aan onze lessen gaan beginnen.


De infoavond van de Federale Politie hebben we gebruikt als basis voor onze infoavond en voor onszelf: om ons een beeld te kunnen vormen van wat cyberpesten is, wat je ertegen kan doen, wat de gevaren van het internet zijn en hoe je hier als ouder, leerkracht mee om kan gaan.


De boeken ‘Kinderen en internet' EHBO-kit bij ‘hyperactief' internetgebruik van kinderen en jongeren. Leidraad voor ouders, leerkrachten en andere opvoeders van Martin Valcke en Brigitte De Craene. Uitgeverij Lannoo en ‘Mijn kind online' Hoe begeleid je je kind op internet? Van Justine Pardoen en Remco Pijpers hebben we gebruikt als leidraad voor ons theoretisch deel. We hebben sites bekeken en boeken gelezen en in deze twee boeken stond de essentie die wij nodig hadden of die voor ons belangrijk was. De boeken ‘Virtuele werelden' van Nicky Kivits en ‘Virtuele ontwikkeling van de jeugd' van Martine F. Delfos hebben we gelezen maar niet kunnen gebruiken aangezien het alleen over virtuele werelden gaat en het dus afwijkt van ons onderwerp.


De reportage van Koppen van 22 september is ons vertrekpunt geweest. De reportage was zo aangrijpend dat we de nood voelden om hier iets aan te doen, om de problematiek cyberpesten aan te brengen in de school. De reportage van het JAC (Koppen) hebben we bekeken voor onszelf (als extra informatie) maar hebben we nergens verwerkt.


We hebben vrij veel bronnen geraadpleegd waardoor we een selectie hebben moeten maken: welke bronnen gaan we gebruiken? Deze selectie is niet over één dag ijs gegaan, aangezien we alles interessant en bruikbaar vonden. Uiteindelijk hebben we, met pijn in het hart, toch bronnen weggelaten en hielden we, naar onze mening, de meest bruikbare bronnen over.


PRAKTIJKGEDEELTE


1 Eindtermen

  • De leerlingen kunnen in omgang met anderen respect en waardering opbrengen.

Leerlingen gaan tijdens de lessen persoonlijke ervaringen vertellen. Het is de bedoeling dat er naar elkaar geluisterd wordt en dat leerlingen respect tonen voor ieders mening.

  • De leerlingen kunnen kritisch zijn en een eigen mening formuleren.

De leerlingen staan kritisch tegenover het materiaal dat in de lessen gebruikt wordt en kunnen hierover hun mening formuleren.

  • De leerlingen kunnen zich discreet opstellen.

Wat in de klas verteld wordt, blijft ook in de klas. Het is niet de bedoeling dat de leerlingen persoonlijke ervaringen gaan rondbazuinen.


1.1 Gezondheidseducatie

De leerlingen kunnen omgaan met vriendschap, verliefdheid, seksuele identiteit, seksuele gevoelens.


In de lessen komen vriendschap, verliefdheid en seksuele gevoelens aan bod. Het is de bedoeling dat leerlingen hier mee kunnen / durven omgaan, dat ze hier over kunnen praten en hier kritisch tegenover kunnen / durven staan.


De leerlingen vormen een opinie over relaties en seksualiteit, en reflecteren over eigen gedrag.


Aan de hand van materiaal dat in de les gebruikt wordt, kunnen leerlingen de link leggen naar hun eigen gedrag.


De leerlingen bespreken vormen van machtsmisbruik binnen relaties en oefenen zich in fysieke en mentale weerbaarheid.


Dit aan de hand van materiaal dat in de lessen gebruikt wordt. Er wordt ook, tijdens het chatgesprek, besproken hoe men hier mee om kan gaan (weerbaarheid wordt geoefend).


De leerlingen uiten hun wensen en gevoelens binnen een intieme relatie op een constructieve en onbevangen manier, stellen en aanvaarden grenzen.


Aan de hand van het aangereikte materiaal, gaan de leerlingen grenzen leren stellen.


1.2 Sociale vaardigheden

De leerlingen uiten hun zelfwaardegevoel en opvattingen.


De leerlingen praten over eigen ervaringen en geven hun mening.


De leerlingen zijn bereid om de inbreng van de gesprekspartner ernstig te nemen.


Leerlingen gaan niet met elkaar lachen, ze respecteren de verhalen, meningen van de anderen.


De leerlingen accepteren verschillen en hechten belang aan respect en zorgzaamheid binnen een relatie.


Ieder heeft zijn mening. Respect hebben voor ieder zijn mening is de bedoeling!


1.3 Vakoverschrijdende eindtermen / ontwikkelingsdoelen globaal voor het secundair onderwijs

(empathie) De leerlingen houden rekening met de situatie, opvattingen en emoties van anderen.


(initiatief) De leerlingen engageren zich spontaan.


(kritisch denken) De leerlingen kunnen onderwerpen benaderen vanuit verschillende invalshoeken.


(open en constructieve houding) De leerlingen toetsen de eigen mening over maatschappelijke gebeurtenissen en trends aan verschillende standpunten.


(respect) De leerlingen gedragen zich respectvol.


(zelfredzaamheid) De leerlingen maken gebruik van de gepaste kanalen om hun vragen, problemen, ideeën, of meningen kenbaar te maken.


2 Afspraken

Bron = Sensoa vzw 2007


Vooraleer we aan onze ‘lessen' gaan beginnen, willen we met de leerlingen een aantal afspraken maken. We vinden dit belangrijk omdat we op korte tijd een band met hen moeten creëren, omdat we het over een levensbeschouwelijk onderwerp zullen hebben met hen. Het is belangrijk dat de leerlingen weten wat kan en niet kan en dat ze weten dat wat er verteld wordt in de klas, vertrouwelijk is en ook in de klas zal blijven. Leerlingen zullen pas open zijn over hun ervaringen als ze zich goed voelen in de klas en dat er een vertrouwelijke sfeer in de klas hangt.


We beseffen dat dit niet evident zal zijn, aangezien we hen nog maar één maal hebben gezien (om de enquête af te nemen). Wij hopen dat aan de hand van deze afspraken de eerste stap in het proces vlot zal verlopen.


PIKAL


Dit letterwoord staat voor een aantal afspraken die je met de groep maakt, vóór je aan


een vormingssessie begint. Deze worden op flap gezet en opgehangen.


P Privacy

Wat we hier vertellen is vertrouwelijk en blijft binnen de groep. We gebruiken


wat we hier horen niet in andere situaties, ook de begeleiders niet.


I Ik-vorm

We praten over onszelf, onze gevoelens en ervaringen, opvattingen,…


We zijn open en eerlijk in wat we vertellen.


K Kies

Kies wat je vertelt en wat niet. Niet alles is voor alle oren bedoeld, en je kan gerust je gevoelens en gedachten voor jezelf houden, als je je niet comfortabel voelt in de groep.


A Actief

Wees actief in het verloop van het groepsgebeuren. We geven je veel ruimte om zelf te bepalen waarover het moet gaan vandaag. Dus wacht niet passief af tot iemand anders iets inbrengt.


L Lachen, luisteren

Humor is belangrijk, het is soms goed geladen onderwerpen te ontmijnen.


Uitlachen kan niet. Ook luisteren is belangrijk, niet alleen praten.


Doelstellingen:

  • De leerlingen zijn bereid om respect te tonen voor elkaar.

  • De leerlingen zijn discreet.

  • De leerlingen zijn eerlijk in wat ze vertellen.

  • De leerlingen luisteren naar elkaar.

  • De leerlingen nemen actief deel aan het groepsgebeuren.

3 Aanknoping

Eyecatcher: poster


De leerkracht informeert naar de enquête die de leerlingen in december hebben ingevuld:

  • Wij hebben enkele maanden geleden een enquête afgenomen via Smartschool. Weten jullie nog waarover die enquête ging? Wat stond er zoal in die enquête? Wat is je bijgebleven uit die enquête?

Een deel van de resultaten van de enquête in PDF bestand wordt via de beamer getoond aan de leerlingen en wordt klassikaal overlopen.


De titel komt op het bord ‘cyberbitch@hotmail.com aan knuffeltje@hotmail.com: I'm your worst nightmare!'


Doelstelling:

  • De leerlingen maken kennis met het onderwerp.

4 Inleiding

‘Waar of niet waar?' Bron: internetsoa p. 30 - 33


Het doel van deze inleiding is een gesprek op gang brengen over de eigen ervaringen van de leerlingen.


Werkwijze

Er worden drie verhalen verteld / voorgelezen. Nadat de leerkracht een verhaal verteld heeft, wordt er aan de leerlingen gevraagd of zij denken dat dit verhaal waar of niet waar is. Diegenen die denken dat het verhaal waar is, steken een groen kaartje in de lucht. Diegenen die denken dat het verhaal niet waar is, steken een rood kaartje in de lucht. Er wordt aan sommige leerlingen met een groen kaartje gevraagd waarom zij denken dat het verhaal waar is. Er wordt ook aan sommige leerlingen met een rood kaartje gevraagd waarom zij denken dat het verhaal niet waar is. Daarna worden er enkele discussievragen gesteld die klassikaal besproken worden.


Alle verhalen zijn waar gebeurd. Ze zijn afkomstig uit de krant of ze zijn persoonlijk verteld door medewerkers van het Korps landelijke politiediensten (KLPD) aan de stichting Mijn Kind Online. De namen zijn wel veranderd.


Verhaal 1

Hij noemde zich ‘De Prins van Plezier', haar nickname was ‘Lieve Juliette'. En het klikte meteen op het internet. Ze chatten zich suf, de jongen had fantasieën, de dame had dan weer romantische verwachtingen. Na een cyber - relatie van zes maanden zouden ze elkaar ontmoeten op het strand. Vol verwachting klopte hun hart. En toen kwam de schok…


Daniël, de Prins van Plezier, vertelt: “Ik liep over het strand, in het donker, en ik dacht dat ik had afgesproken met het meisje van mijn dromen. Daar was ze. Ze droeg een korte broek en een roze topje, precies zoals ze beloofd had. Toen kwam ik dichterbij. Ze draaide zich om. En allebei schrokken we ons te pletter. Ik wist niet wat ik moest zeggen.”


En het werd nog erger. Omdat ze zich op een verboden stuk van het strand bevonden, werden Daniël en zijn moeder aangehouden door de politie.


Discussievragen:

  • Denk je dat dit verhaal echt gebeurd is? Steek dan een groene kaart in de lucht. Als je denkt dat het verhaal niet echt gebeurd is, steek je een rode kaart in de lucht.

  • Groene kaartjes, waarom denken jullie dat dit echt gebeurd is?

  • Rode kaartjes, waarom denken jullie dat dit niet echt gebeurd is?

  • Ken je zelf nog meer van dit soort verhalen? Zo ja, vertel!

Er kan ook verwezen worden naar de reclame waarbij een jongen en een meisje op de webcam zitten en later blijkt ook dat het broer en zus is (sensoa.nl).


Verhaal 2

Studente Annelien moet examens overdoen door ‘gepoch' over spiekmethode op internet.


Facebook kan je je lief, je job en zelfs je diploma kosten. Twee studentes verpleegkunde aan de Katholieke Hogeschool van Brugge kregen een nul nadat een Facebook - conversatie uitlekte waarin ze pochten over hun spiekmethode. ‘We zijn verklikt', vindt Annelien. Ze hebben het alleen maar gezet op facebook om stoer te zijn, ze hebben niet gespiekt, zo zeggen ze zelf. Stoer doen of niet, ze moeten hun examens overdoen.


Discussievragen:

  • Denk je dat dit verhaal echt gebeurd is? Steek dan een groene kaart in de lucht. Als je denkt dat het verhaal niet echt gebeurd is, steek je een rode kaart in de lucht.

  • Groene kaartjes, waarom denken jullie dat dit echt gebeurd is?

  • Rode kaartjes, waarom denken jullie dat dit niet echt gebeurd is?

  • Was het slim van de meisjes om op facebook te pochen over hun spiekmethode?

  • Wat zet jij wel en niet op internet?

  • Heb je wel eens gemerkt dat mensen checken wat er over jou op internet staat? Wat vind je daarvan?

Het krantenartikel wordt aan de leerlingen getoond.


Verhaal 3

Lisa werd op internet bedreigd door een jongen. Eerst moest ze hem foto's van zichzelf sturen, en daarna moest ze strippen voor de webcam. Een jaar lang heeft ze dat gedaan, zonder er met iemand over te praten. Op een dag kwam ze thuis van school en zag ze de politie in de gang staan. Toen heeft ze het allemaal verteld.


De politie kwam langs omdat die jongen met nog heel veel andere meisjes chatte en ook hen bedreigde. Een van hen had aangifte gedaan en op de computer van die jongen had de politie gezien dat ook Lisa een van de slachtoffers was. Zo is de politie dan bij Lisa terecht gekomen.


Lisa vertelt waarom ze zo bang was geweest en waarom ze bezweken was voor de dreigementen: “Hij zei dat hij mijn IP - nummer had en dat hij daarom wist waar ik woonde.”


Discussievragen:

  • Denk je dat dit verhaal echt gebeurd is? Steek dan een groene kaart in de lucht. Als je denkt dat het verhaal niet echt gebeurd is, steek je een rode kaart in de lucht.

  • Groene kaartjes, waarom denken jullie dat dit echt gebeurd is?

  • Rode kaartjes, waarom denken jullie dat dit niet echt gebeurd is?

  • Weet je wat een IP - nummer is en wat je daarmee kunt doen?

  • Ken je mensen die wel eens bedreigd zijn via internet? Zo ja, wat gebeurde er?

Er wordt ook verwezen naar het jeugdboek ‘Vamp' van Carry Slee.


Achtergrondinformatie IP - adres

Elke computer die verbonden is met het internet, heeft een IP - adres of ook wel IP - nummer genoemd. Een IP - adres kan je vergelijken met een telefoonnummer. Met behulp van het IP - adres kunnen computers elkaar ‘vinden'. Een IP - adres kan er bijvoorbeeld zo uitzien: 213.92.247.156.Het zijn altijd vier groepjes cijfers die gescheiden worden door punten.


Er zijn twee soorten IP - adressen:

  • Computers met een vaste internetverbinding (zoals ADSL of ‘de kabel') hebben een vast IP - adres, dat je zelf, eenmalig, moet instellen (Welk nummer je moet instellen, krijg je te horen van je provider, zoals Xs4all of @ home).

  • Computers met een inbel - verbinding hebben een dynamisch (wisselend) IP - adres dat automatisch wordt toegekend door je provider wanneer je inbelt. Elke keer wanneer je inbelt, krijg je een ander nummer.

De enige die weet welke persoon bij welk IP - adres hoort, is je provider. Alleen in zeer bijzondere gevallen, met name bij verdenking van een misdrijf, mag de politie aan een provider vragen wie de persoon is die bij een bepaald IP - adres hoort.


Iemand kan gemakkelijk je IP - adres te weten komen (dat staat bijvoorbeeld in de kopgegevens van je e - mailberichten), maar daar heeft die persoon helemaal niets aan. Hij weet dan nog niet wie je bent of waar je woont. Het enige wat je eraan kunt aflezen, is bij welke provider je zit, maar die zal nooit jouw naam of adresgegevens prijsgeven.


Kortom: IP - adressen zijn heel gemakkelijk te achterhalen, maar ze zijn niet te herleiden tot een persoon of een huisadres. Dat soort dreigementen kun je dus naast je neerleggen.


Doelstellingen:

  • De leerlingen vertellen over hun eigen ervaringen.

  • De leerlingen leven zich in in de verhalen die verteld worden.

  • De leerlingen leggen, aan de hand van de verhalen, linken met eigen ervaringen.

5 Midden

Strips Bron: internetsoa p. 16 - 26


Het doel van deze les is om de leerlingen te laten nadenken over wat er mis kan gaan op het internet en ze gevoelig maken voor ‘grenzen', zowel voor hun eigen grenzen als de grenzen van iemand anders.


Wat heb je nodig?

Werkbladen met strips.


Werkwijze

Deze les omvat vijf strips die een aantal situaties op het internet verbeelden. Ze helpen om tot een gesprek te komen over romantiek en internet. De leerlingen worden in vijf groepjes verdeeld en elk groepje krijgt een strip met bijhorende vragen. De leerlingen bekijken de strip en discussiëren over de vragen. De leerkracht gaat bij elk groepje apart even horen hoe de discussie verloopt, wat de leerlingen ervan denken en of er vragen zijn.


Materiaal

Strip 1: wraak

Strip 2: grenzeloze liefde

Strip 3: een bekend gezicht

Strip 4: pottenkijkers

Strip 5: Vreemdgaan


Doelstellingen:

  • De leerlingen denken na over wat er kan misgaan op het internet en ze worden gevoelig gemaakt voor hun eigen grenzen en die van een ander.

  • De leerlingen zijn zich bewust van de gevaren van het internet.

  • De leerlingen discussiëren met elkaar over de situaties die voorkomen op het internet.

  • De leerlingen wisselen ervaringen uit over de moderne digitale media.

  • De leerlingen zien in dat privacy op het internet niet bestaat.

  • De leerlingen beseffen waar hun eigen grenzen liggen.

  • De leerlingen zien in dat grenzen verschillen voor iedereen.

‘Een chatgesprek' Bron: Sensoa vzw 2007


De doelstelling van deze les is dat de leerlingen beseffen hoever ze kunnen gaan in het geven van persoonlijke informatie tijdens een chatgesprek.


Werkwijze

De leerkracht leest een chatgesprek voor. Bij elke stop wordt het gesprek stilgelegd en moet elke leerling een vraag beantwoorden door een groene of een rode kaart op te steken. Groen wil zeggen: doen, rood wil zeggen: niet doen.


Na elke stop stelt de leerkracht nog enkele bijkomende vragen en geeft ze basisinformatie.


Na de discussievragen stelt de leerkracht samen met de leerlingen tips op voor elke situatie (na elke stop).


Twee mensen ontmoeten elkaar op een chatbox. Hun nicknames zijn ‘funnybunny' en ‘naughtyboy'. Funnybunny vraagt in de chatbox of iemand zin heeft in een babbel. Naughtyboy ziet dat wel zitten en hij begint privé tegen haar te praten.


<Naughtyboy> hey funnybunny, alles cavatjes?

<Funnybunny> ja zenne, ‘k verveel mij alleen een beetje.

<Naughtyboy> Oei, hoe komt het? ‘t Is toch vakantie

<Funnybunny> jamaja, ‘t is zo slecht weer en, mijn beste vriendin is op reis.

<Naughtyboy> zeg geen goesting om op msn verder te babbelen? Da's wat gemakkelijker.

Ge zult u niet meer vervelen, beloofd! ;-) mag ik uw emailadres?


Funnybunny geeft haar e-mailadres door want ze vindt het zelf ook wel leuker om via MSN te babbelen. Ze moet wel weg dus ze zegt dat tegen Naughtyboy en ze belooft dat ze de volgende dag zeker op MSN zal komen.


Stop 1

  • Het is niet gevaarlijk om je e - mailadres door te geven.

  • Een e - mailadres is toch iets persoonlijk, ik zou dat niet zomaar aan iedereen geven.

Bijkomende informatie

In principe is het niet echt gevaarlijk om je email-adres aan iemand te geven. Ook niet als die persoon hiermee op je MSN lijst wil staan. Het is wel iets persoonlijk maar de persoon weet hier mee nog niets meer van jou, op voorwaarde dat je je naam niet gebruikt.


Bijkomende vragen

  • Geef jij zomaar aan iedereen die het vraagt je e - mailadres? Waarom wel / waarom niet?

Mogelijke tip: Neem een mailadres zonder je naam erin.


De volgende dag komt Naughtyboy online. Funnybunny is er nog niet maar Naughtyboy is heel nieuwsgierig en dus gaat hij naar haar profiel op MSN kijken. Daar komt hij heel veel te weten over funnybunny. Hij komt bijvoorbeeld te weten dat haar naam Kelly De Smet is en dat zij 13 jaar oud is, ze woont in Aalst. Ze houdt van lezen en shoppen, ze luistert naar R&B en ze speelt volleybal. Naughtyboy vindt het wel heel leuk om zoveel van haar te weten te komen. Maar zelf zou hij nooit zoveel informatie van zichzelf op internet zetten.


Stop 2

  • Er is niks mis mee om veel over jezelf op MSN te zetten.

  • Het is toch wel een beetje riskant om je achternaam op internet te zetten.

Bijkomende informatie

Hou er rekening mee dat alles wat je op Internet zet door iedereen kan bekeken worden en dat iedereen daar alles mee kan doen wat hij/zij wil. Er is natuurlijk niets mis mee om wat over jezelf te vertellen, over je hobby's. Maar met persoonlijke gegevens zoals je naam en je woonplaats moet je wel opletten. Uiteindelijk kan je dat ook aan mensen doorgeven waar je al lang mee chat en die je al een beetje kent. Maar als je dat op je profiel zet, dan weet iedereen waar je woont en wat je achternaam is.


Bijkomende vragen

  • Zet jij veel op je openbaar profiel?

  • Ga je veel naar profielen kijken?

  • Wat doe je met de informatie die je op profielen vindt?

Mogelijke tips: geef nooit je echte naam of familienaam.

Naughtyboy komt online…


<Naughtyboy> Hey Kelly

<Funnybunny> hallo, Hebde da nummer al gehoord van Rit Cli? Megawijs man.

<Naughtyboy> Nee, ik ken die nie. Pas nieuw? Ik wist nie dadde interesse had in Jazz.

<Funnybunny> Ha, gij hebt zeker al op mijn profiel zitten kijken. En was het een beetje interessant?

<Naughtyboy> Ja, ik weet al heel veel over u.

<Funnybunny> Ja maar ik weet van u nu nog altijd niets he. Op uw profiel staat er niet zoveel. Vertel eens wat over jezelf.

<Naughtyboy> Mijn naam is Dieter, ‘k ben van Dendermonde. ‘k Ben redelijk sportief en ‘k luister graag naar hip hop.

<Funnybunny> aaah Dendermonde, ik kom daar veel, waar woon je ergens?

<Naughtyboy> in de Vlamingstraat

<Funnybunny> aaah ja ik weet dat zijn, allez ‘k zal eens langskomen als ik passeer.


Stop 3

  • Ik zou ook de straat doorgeven waar ik woon, dat is geen geheim.

  • Ik zou nooit zomaar mijn adres geven aan iemand die ik niet echt ken.

Bijkomende informatie

Hierboven hebben we het ook al gehad over persoonlijke informatie. Maar hierbij ging het meer over je echte naam, je hobby's, je interesses. Als je dit doorgeeft aan iemand hoeft dit nog niet zo erg te zijn. je adres doorgeven is natuurlijk wel een beetje riskant. Als iemand je lastig valt en je blokkeert hem op je MSN, heeft die persoon nog altijd je adres.


Bijkomende vragen

  • Zou jij je adres doorgeven aan iemand die je nog niet zo goed kent? Waarom wel / waarom niet?

Mogelijke tips: zeg nooit waar je woont.


Funnybunny en naughtyboy chatten nu bijna elke avond met elkaar. Soms zitten ze drie uur na elkaar te chatten zonder dat ze het in de gaten hebben. Ze kijken alletwee steeds meer en meer uit naar hun gesprekken. Maar dan krijgt funnybunny haar rapport en dat is niet echt schitterend. Haar ouders zijn enorm kwaad. Ze denken dat ze zo slechte punten heeft omdat ze zoveel op internet zit.


Dus mag ze een week niet op internet. Funnybunny vindt dit verschrikkelijk, nu kan ze niet meer babbelen met Naughtyboy. En ze kan het hem niet eens laten weten. Dus op een woensdagnamiddag als ze alleen thuis is, besluit ze snel op internet te gaan en hem uit te leggen waarom ze niet op internet kan. Ze geeft hem haar gsm nr, dan kan hij haar bellen als ze wil.


Naughtyboy was echt ongerust, hij heeft al 4 dagen niets meer van Funnybunny gehoord. Dan krijgt hij haar mailtje en belt haar direct op.


Stop 4

  • Ik vind het niet gevaarlijk om mijn gsm - nummer door te geven.

  • Ik geef nooit zomaar mijn nummer aan iemand die ik niet ken.

Bijkomende informatie

Het is niet ongevaarlijk om je gsm-nummer door te geven. Dit is heel persoonlijke informatie waar je enorm veel mee kan doen. Het is een beetje hetzelfde als je adres doorgeven. Je kan dit wel doorgeven als je al lange tijd met iemand chat. Maar als je die persoon nog niet echt kent, is het wel riskant om je nummer te geven. Als deze persoon je lastig valt, is het veel moeilijker om het contact volledig te verbreken.


Bijkomende vragen

  • Geef jij je nummer zomaar aan iedereen?

  • Heb je al eens problemen ondervonden door het feit dat je je nummer gegeven hebt aan iemand die je niet zo goed kende?

Mogelijke tip: geef nooit je gsm - nummer zomaar aan iedereen.


De week straf is afgelopen. Ondertussen heeft Naughtyboy al een aantal keer naar Funnybunny gebeld. Ook aan de telefoon klikt het heel snel. Funnybunny vertrouwt hem steeds meer en vertelt dus ook steeds meer over zichzelf. Ze ziet in Naughtyboy haar soulmate. Enkele dagen later…


<Naughtyboy> Zeg Funnybunny, we kennen elkaar toch al redelijk lang he?

<Funnybunny> eeeuhm ja da's waar

<Naughtyboy> wel ja, niet benieuwd hoe da'k er uit zie

<Funnybunny> k heb daar niet echt bij stilgestaan eigenlijk, ‘k vind dat je een tof karakter hebt en je uiterlijk doet er niet echt toe

<Naughtyboy> ik vind u ook een hele toffe maar soms wil ik wel eens weten wie er aan de andere kant van de lijn zit.

<Funnybunny> mmmm

<Naughtyboy> heb je geen foto voor mij? Pleeaaase

<Funnybunny> nee ‘k geef je dat liever niet, ik doe dat nooit

<Naughtyboy> hier heb je mijn foto. Hopelijk bedenk je je nog.

En weg is hij…


Funnybunny voelt zich nu wel een beetje slecht. Had ze toch beter haar foto gegeven of niet? Hij was precies een beetje boos.


Had funnybunny toch beter haar foto gegeven?


Stop 5

  • Ja er is toch niks mis mee om aan iemand je foto door te geven.

  • Ik vind dat te gevaarlijk. Je weet nooit wat ze met je foto gaan aanvangen.

Bijkomende informatie

Het doorsturen van foto's naar iemand is wel een beetje riskant. Je weet nooit echt 100 procent zeker wie er aan de andere kant van de verbinding is. Als je toch een foto wil, probeer dan eerst zo zeker mogelijk te zijn van de persoon waar je mee chat. Je kan natuurlijk nooit helemaal zeker zijn van iemand die je op de chat leert kennen. Veel mensen gaan zich anders voordoen dan ze in het echt zijn. Uit onderzoek blijkt dat mensen steeds eerlijker worden naarmate je langer chat. Dus als je echt al lang chat met iemand en je hebt er een goed gevoel bij, dan kan je eventueel een foto doorsturen.


Het is veel gevaarlijker om bv zomaar foto's op je msn profiel of je msn space te zetten.


Waarom is dit veel gevaarlijker? Iedereen kan hier aan. Zelfs iemand die je niet toegevoegd hebt, kan aan je foto's. Dus denk goed na vooraleer je zomaar foto's van jezelf op internet zet.


Bijkomende vragen:

  • Staan er op jouw MSN - profiel, netlog foto's van jezelf? Waarom zet je er foto's op?

  • Heb je al eens slechte ervaringen gehad met foto's doorsturen?

Mogelijke tips:

  • Krijg je vervelende vragen of berichten? Stop dan direct met chatten of mailen.

  • Mail of plaats geen foto's van jezelf, ook beelden van een webcam kunnen worden opgenomen.

  • Doe nooit iets wat je zelf niet wil of waar je jezelf niet goed bij voelt!

Funnybunny heeft al een paar dagen niets van Naughtyboy gehoord. Ze begint nu echt wel ongerust te worden. Misschien had ze toch beter een foto opgestuurd. Haar beste vriendin is nu terug thuis en zegt tegen haar: koop je dan een webcam, dat kan toch geen kwaad.


Is een webcam echt niet gevaarlijk?


Stop 6

  • Met een webcam kan je niets fout doen.

  • Ik vind het toch een beetje riskant.

Bijkomende informatie

Een webcam is inderdaad gevaarlijk. Een webcam is een camera. Je kan niet alleen elkaar er mee zien maar je kan ook beelden opnemen en opslaan en dus ook bewerken Pas dus hier mee op. Doe dit ook weer maar alleen als je iemand echt vertrouwt.


Zelfs als je al lang met iemand chat, weet je nog steeds niet of die persoon wel 100 % betrouwbaar is. Zeker als je die persoon nog niet hebt ontmoet. Wees steeds alert!


Bijkomende vragen

  • Gebruiken jullie een webcam?

  • Waarvoor gebruik je zoal een webcam?

  • Heb je al eens slechte ervaringen gehad met een webcam?

Mogelijke tip: Zet niet zomaar bij iedereen je webcam op, ook beelden van een webcam kunnen worden opgenomen.


Funnybunny heeft zich een webcam gekocht. Naughtyboy had er al een. Dus nu kunnen ze niet alleen tegen elkaar praten maar elkaar ook zien. Zo chatten ze nog enkele weken verder. De vriendschap tussen de twee wordt steeds groter en dan…


<Funnybunny> zeg, we zitten hier nu al 2 maanden te chatten met elkaar. Denk je dat het niet tijd wordt om eens af te spreken?

<Naughtyboy> ja, ‘k heb dat ook al gedacht. En we wonen niet ver van elkaar he

<Funnybunny> a da's waar. Dus heb je zaterdag iets te doen?

<Naughtyboy> nee, niet echt! Wat denk je, om 2 uur aan de ingang van het stadpark in Aalst?

<Funnybunny> it's a date.

Zou jij afspreken met iemand die je op de chat leren kennen hebt?

Stop 7

  • Ja zeker, spannend!

  • Neen, ik vind dat te gevaarlijk.

Bijkomende informatie

Er is er niets mis mee om met iemand af te spreken. Op deze manier kan je iemand pas echt leren kennen. Maar er zijn een aantal dingen waar je zeker moet op letten:

  • Spreek pas af nadat je een tijdje met die persoon chat. Hoe langer je met iemand chat, hoe eerlijker en oprechter de gesprekken worden. Spreek niet af met iemand die veel jonger of veel ouder is dan jij.

  • Spreek af op een plaats waar veel mensen zijn. Afspreken in het park is dus niet zo'n goed idee.

  • Doe dit liever in een winkelstraat. Als er dan iets gebeurt, is er altijd iemand in de buurt die je kan helpen.

  • Laat iemand weten dat je een afspraak hebt met iemand die je via internet leren kennen hebt. Je kan het bijvoorbeeld aan je ouders vertellen. Een vriend of een vriendin is ook een mogelijkheid.

  • Doe niets waar je niet helemaal zeker van bent. Als je nog maar een klein beetje

Writing Services

Essay Writing
Service

Find out how the very best essay writing service can help you accomplish more and achieve higher marks today.

Assignment Writing Service

From complicated assignments to tricky tasks, our experts can tackle virtually any question thrown at them.

Dissertation Writing Service

A dissertation (also known as a thesis or research project) is probably the most important piece of work for any student! From full dissertations to individual chapters, we’re on hand to support you.

Coursework Writing Service

Our expert qualified writers can help you get your coursework right first time, every time.

Dissertation Proposal Service

The first step to completing a dissertation is to create a proposal that talks about what you wish to do. Our experts can design suitable methodologies - perfect to help you get started with a dissertation.

Report Writing
Service

Reports for any audience. Perfectly structured, professionally written, and tailored to suit your exact requirements.

Essay Skeleton Answer Service

If you’re just looking for some help to get started on an essay, our outline service provides you with a perfect essay plan.

Marking & Proofreading Service

Not sure if your work is hitting the mark? Struggling to get feedback from your lecturer? Our premium marking service was created just for you - get the feedback you deserve now.

Exam Revision
Service

Exams can be one of the most stressful experiences you’ll ever have! Revision is key, and we’re here to help. With custom created revision notes and exam answers, you’ll never feel underprepared again.