Handelingsvaardigheden

Published:

This essay has been submitted by a student. This is not an example of the work written by our professional essay writers.

Sensomotorische handelingsvaardigheden

  • Er is een achterstand op grove motoriek (de algemene dynamische coördinatie) > vragen aan kiné, hoeveel achterstand, welke motorische leeftijd heeft hij
  • Zwakke fijne motoriek
  • Handvaardigheden als kleuren, prikken en knippen zijn beperkt aanwezig
  • Potloodgreep lukt tamelijk goed
  • Het kleuren zelf beperkt zich tot het plaatsen van enkele krabbels
  • Beweegt zeer graag op muziek

Psychosociale handelingsvaardigheden

  • Speelt het liefst alleen
  • Maakt weinig of geen contact met andere kinderen
  • Stelt vaak ongepast, onaanvaardbaar gedrag
  • Is vaak storend in de klas
  • Vaak protest wanneer er iets van hem gevraagd wordt
  • Maakt veel stuk

Cognitieve handelingsvaardigheden

  • Brabbelt soms
  • Geen taalgebruik, er is te weinig taal om een articulatie- en taalonderzoek af te nemen
  • Weinig interactie
  • Kan zich niet uitdrukken

Wiskunde & functioneel rekenen

  • Maakt puzzels van 9 stukken
  • Maakt stokpuzzel van 5 stukken
  • Heel eenvoudige sorteeroefeningen lukken
  • Geen wiskundige begrippenkennis aanwezig
  • Kan cijfers van 1 tot 5 in de juiste volgorde leggen, maar heeft geen besef van de betekenis ervan
  • Kan nog niet tellen

Wereldoriëntatie

  • Geen besef van tijd
  • Kijkt naar de daglijn maar begrijpt er niet veel van

Opdrachtbegrip

  • Weinig tot geen opdrachtbegrip
  • Oefeningen moeten voorgetoond worden

Concentratie

  • Heeft een korte concentratie

Werkhouding

  • Geen goede werkhouding
  • Is vlug afgeleid
  • Korte taakspanning
  • Traag tempo
  • Begrijpt straffen en belonen niet
  • Heeft vaak geen zin

Handelingsgebieden

Productiviteit

  • Komt minder graag naar school
  • Kan niet lang met hetzelfde bezig zijn

Zelfredzaamheid

  • Kan niet zelfstandig werken
  • Draagt luier
  • Middagmaal wordt ingelepeld
  • Aankleden en uitkleden gebeurd niet zelfstandig
  • Kan zich moeilijk handhaven in de opvang, weet niet wat te doen en speelt zelden met nieuw speelgoed, bekijkt meestal wat speelgoed, maar 'speelt' er niet mee

Ontspanning

  • Speelt in de snoezel graag met verschillende instrumenten, in de opvang 's morgens echter, bekijkt hij wel het speelgoed, maar raakt het niet aan.
  • Werkt graag met klei
  • Geniet van doe-versjes
  • Speelt spelletjes op de computer
  • Gaat graag turnen
  • Klimt en klautert graag

Omgeving > navragen juf

  • Ouders: papa brengt M. 's morgens naar de opvang
  • Broers/zussen:?
  • Juf:
  • Vriendjes: maakt weinig contact met andere kinderen

Sensomotorisch

  • Zwakke handvaardigheid (kleuren, knippen, prikken)
  • Foute potloodgreep

Cognitie

  • Kan zich zeer moeilijk concentreren
  • Concentratie is van korte duur
  • Visuele gerichtheid is soms beperkt, kijkt niet altijd aandachtig naar wat hij doet
  • Kan nog niet tellen
  • Nog geen besef van getallen
  • Moeite met classificeren en categoriseren
  • Kent nog niet alle hoofdkleuren
  • Nog geen kennis van rekenvoorwaardelijke begrippen

Intrapersoonlijk

  • Heeft sterke eigen wil
  • Werkt niet graag
  • Onderneemt weinig

Interpersoonlijk

  • Weinig sociale vaardigheden
  • Zoekt geen contact met anderen

Zelfredzaamheid

  • Kan niet zelfstandig eten
  • Kan zich niet zelfstandig aan- en uitkleden
  • Kan moeilijk tot niet zelfstandig werken
  • Moeite met spelen
  • Kan zich moeilijk bezighouden met iets

Aanpak per discipline

Het therapeutisch behandelplan zal in eerste instantie eruit bestaan duidelijke afspraken te maken met de kinesist en de logopedist om niet in elkaars vaarwater terecht te komen. In het MPI Sterrebos is er een overeenkomst gesloten dat de kinesist bijvoorbeeld de taak van het optimaliseren van de functies op vlak van psychomotoriek op zich neemt. Dit kan verschillen van andere diensten waar deze taak misschien wel door de ergotherapeut wordt vervuld.

Onder deze titel wil ik per discipline de doelstellingen en de soort behandeling voorstellen. Hierbij mag echter niet vergeten worden dat deze disciplines vaak met elkaar in interactie gaan en overleggen om een zo goed mogelijke multidisciplinaire en samenwerkende aanpak te bieden.

Doelstellingen

Doelstellingen op korte termijn

  • Verbeteren handvaardigheidstechnieken
  • Stimuleren tot sociaal contact

Doelstellingen op lange termijn

  • Vergroten zelfstandigheid
  • Leren spelen
  • Vergroten zelfvertrouwen
  • Verbeteren rekenvoorwaardelijke vaardigheden

Ergotherapeutisch behandelplan

Sensomotorisch

  • Aanleren en verbeteren handvaardigheidstechnieken (kleuren, knippen, prikken)
  • Oefenen juiste potloodgreep

Cognitie

  • Verbeteren concentratie
  • Stimuleren visuele discriminatie
  • Leren tellen
  • Oefenen sorteren (vorm, kleur) en categoriseren (soort)
  • Oefenen receptieve kennis hoofdkleuren
  • Oefenen sorteren volgens hoeveelheid
  • Aanleren eerste rekenvoorwaardelijke begrippen

Intrapersoonlijk

  • Verbeteren werkhouding
  • Verhogen zelfvertrouwen: zoveel mogelijk succeservaringen laten opdoen zodat het kind zich goed voelt

Interpersoonlijk

  • Uitlokken sociale vaardigheden

Zelfredzaamheid

  • Leren zelfstandig eten en zelfstandig aan- en uitkleden
  • Verbeteren zelfstandig werken
  • Leren spelen

Winkelspel: woensdag 10 maart 2010

Therapiemiddel: winkelspel

  • 7 schoendozen op klein tafeltje zetten (moet winkel voorstellen)
  • Kaartjes van fruit en groenten in de basiskleuren (citroen, tomaat, rode paprika, sla, druiven, banaan, peer) (groen, geel, rood , blauw). Deze kunnen dan in de juiste schoendozen verdeeld worden.

Doelstellingen

  • Kennismaken met verschillende soorten groenten en fruit
  • Oefenen receptieve kleurenkennis
  • Al spelend leren, gericht op het leren (voorbereidend rekenen)
  • Oefenen sorteren volgens soort
  • Oefenen opdrachtbegrip
  • Leren tellen tot 5

Verloop

Ik leg M. uit dat de dozen op tafel de winkel zijn en dat de groenten en fruit gesorteerd moeten worden in de juiste bakjes. Dit lukt goed.

Daarna geef ik M. een mandje om fruit te gaan kopen in de winkel. Ik vraag hem om vb. een tomaat te geven, maar moet steeds aanwijzen waar alles ligt. Hij kent enkel het begrip 'banaan', de rest is niet gekend. Pas naar het einde toe gaf hij ook het juiste kaartje wanneer ik om een 'tomaat' vroeg. Wel kan hij de kleuren aanduiden (enkel receptieve kennis, nog niks expressief) wanneer deze vergeleken worden zoals vb. geel van de zon, groen van gras, blauw van de zee, rood van de tomaat. Dit lukt redelijk, maar is nog niet genoeg gekend.

Als laatste wou ik proberen het juiste aantal onder het juiste cijfer te leggen, maar dit was veel te moeilijk. Opvallend is dat hij de cijfers van 1 tot 5 in de juiste volgorde kan leggen, maar toch niet in staat is om te tellen. Dit is dus louter vanbuiten geleerd, er is nog geen begrip van cijfers. Dit kan overschatting van het kind tot gevolg hebben.

Besluit

Het spel heeft veel mogelijkheden, maar is toch te moeilijk voor dit kind. Er moest heel wat vereenvoudigd worden en ik moest aftasten tot waar er echt begrip was en wat er slechts schijnbaar gekend was. Naar volgende keer toe zal ik er meer rekening mee moeten houden om niet teveel in een keer te willen aanleren en mij moeten beperken tot slechts enkele dingen.

Dieren van de boerderij: woensdag 17 maart 2010

Therapiemiddel: dieren van de boerderij

  • Verschillende soorten dieren (honden, paarden, koeien, varkens, schapen, katten, ...) in rijtjes geplaatst op de grond, op het tafeltje, ... (niet meer dan 5 per rijtje)
  • 2 schoendozen om diertjes in te sorteren

Doelstellingen

  • Kennismaken met verschillende diertjes van op de boerderij
  • Leren sorteren volgens soort
  • Leren tellen tot 2

Verloop

Als M. binnenkomt vertel ik hem dat er overal rijtjes diertjes staan en dat hij 1 rijtje mag zoeken en nemen. Ik vraag hem om ze op tafel te leggen. Een eerste 'probleem' of toch minstens 'storing' is dat hij de lange dierenrijtjes van 5 moeilijk allemaal in 1 keer kan dragen. Dit zorgt bij hem voor wat verwarring. Hij weet niet goed of hij de rest van het rijtje dan nog moet halen of niet. Een volgend feit is dat er heel wat heen en weer geloop is van en naar de tafel. Dit kan beter vermeden worden.

M. kan de diertjes zelf niet benoemen, hij spreekt nog niet, maar ik probeer de receptieve kennis toch te stimuleren. Dit doe ik door hem te vragen om vb. de koe aan te duiden of de hond.

Daarna sorteren we de diertjes in 2 schoendozen. Dit lukt niet altijd. De verschillen tussen de koe en de hond zijn vb. niet zo groot omdat ze beiden vlekken hebben. Wanneer M. merkt dat er vb. 2 identieke diertjes tussen zitten, lukt het sorteren veel vlotter, maar beperkter. Dan sorteert hij enkel die diertjes die identiek zijn. Wanneer hij de opdracht niet meer begrijpt, wil hij de diertjes terug uit de doos halen en ik kan hem moeilijk terug laten concentreren.

Besluit

Het is beter om ervoor te zorgen dat de verschillende soorten dieren sterker van elkaar verschillen of dat de gelijke soorten nog meer op elkaar lijken. Vb geen paarden met vlekken én verschillende kleuren of vb. allemaal dezelfde hondenrassen sorteren onder categorie 'hond'. Een ander werkpunt is het lokaal en de organisatie van de activiteit. Het is voor M. veel (en ook voor andere kinderen) gemakkelijker wanneer ik ervoor zorg dat de activiteit op slechts 1 plaats afspeelt en dat er niet steeds gewisseld wordt ofwel dat het eerste deel vb. op de grond gebeurt en het 2e deel van de activiteit aan tafel.

De laatste en belangrijkste opmerking bij deze activiteit is dat ik teveel gericht was op het 'leren' en te weinig op spelen. Ik wou vooral het kind iets bijbrengen, maar heb het zelf iets te weinig laten spelen met de dieren.

Spelen met de boerderij: woensdag 24 maart 2010

Therapiemiddel: spelen met de boerderij

Dit is ongeveer dezelfde activiteit als vorige week, maar toch zijn er enkele belangrijke verschillen. Nu maakte ik gebruik van de 'omgeving' van een boerderij, zoals stallen, een hok, een tractor met kar, een poppetje die de boer moet voorstellen, hekken om weiden te maken, ...

Verder gebruikte ik ook speelgoeddieren die thuishoren op de boerderij: paarden, schapen, varkens, koeien, honden, kippen, ezels, poezen, ...

De indeling van de therapieruimte was als volgt: al het speelgoed werd op de grond geplaatst om overal gemakkelijk bij te komen. De stallen werden geplaatst zoals een echte boerderij, alles kreeg een vaste plaats zoals tractor, weide van de paarden, ... Het spelen gebeurde al zittend.

Doelstellingen

  • Leren spelen met dieren, de boerderij in zijn geheel
  • Kennismaken met speelgoed
  • Leren spelen met een tractor
  • Leren sorteren per soort
  • Oefenen classificeren
  • Stimuleren visuele discriminatie door diertjes te zoeken in een hoop
  • Oefenen kleurenbegrip (receptieve kennis)

Verloop

M. komt voorzichtig binnen maar begint wel spontaan het spelmateriaal te bekijken en vast te nemen. Het is dan ook de 2e keer dat hij kan kennismaken met deze diertjes. Toch speelt hij er niet mee.

De diertjes staan in de boerderij allemaal door elkaar. Ik stel ze opnieuw voor en laat hem ze zelf vastnemen. Daarna toon ik hem voor wat je er allemaal mee kan doen. Met een paard kan je vb. stappen om het te verplaatsen. Je kan de kar aan de tractor hangen, ermee rijden, de diertjes erin plaatsen en ze vervoeren, ...

Om niet teveel te verwarren, laat ik hem bij het sorteren eerst alle honden zoeken die dezelfde zijn. Dit verloopt zeer vlot. Daarna vraag ik M. om alle honden te zoeken, dus ook de hondjes die er net iets anders uit zien (ze wijken af in vorm, afmetingen of kleur). Dit lukt ook, maar is al wat moeilijker. Doet wel zijn best om de opdracht zo goed mogelijk uit te voeren. De andere dieren zijn amper gekend of worden door elkaar gehaald (vb. ezel - paard - geit). M. plaatst deze allemaal samen in de stal, op eigen initiatief, hij beschouwt al deze dieren als paarden.

Speelt niet echt, of toch zeker niet alleen. Hij stapt wel met de dieren als je het voortoont. Lijkt weinig plezier te beleven aan het spel.

M. zet de hekken en de dieren recht wanneer deze omvallen. Op het moment dat er wat veel dieren omver vallen, beslist hij om ze allemaal neer te leggen. Heeft het er moeilijk mee dat ze hierin van elkaar verschillen (ofwel alles recht zetten ofwel alles neer leggen).

M. verwart koeien soms nog met de honden (beiden hebben vlekken), maar dit betert naarmate de tijd verstrijkt en er meer geoefend wordt.

Ten slotte laat ik hem rijden met de tractor. Ik laat de tractor naar M. rijden en M. doet deze spontaan terugrijden naar mij. Dit lukt goed, zelfs van op een afstand. M. gaat zichzelf zo ver mogelijk zetten zodat de afstand vergroot. Dit lijkt hij wel leuker te vinden, hij glimlacht vaak. M. heeft al snel door (door imitatieleren) hoe je de tractor het best en het snelst laat rijden.

Besluit

M. heeft er deze keer duidelijk veel meer aan gehad. Deze spelactiviteit was veel beter omdat ze meer gericht was op het spelen en dat het leren erin betrokken werd.

M. leert snel iets bij dat hij kan nadoen. Spelen blijft wel moeilijk, je moet blijven voortonen en sturen. Hij wist op het einde wel wat te doen met het materiaal.

Een aanrader naar volgende activiteiten toe: afsluiten met een bladoefening om de therapie ook nog steeds als 'werkactiviteit' te laten overkomen voor het kind. Voor hen is het niet logisch om te spelen in het ergo-lokaal. Ze verwachten dat er gewerkt wordt in het ergo-lokaal. 'Leren spelen' zien zij niet als 'werken' en dus is het belangrijk om hen toch een voldaan gevoel te geven op dit vlak.

Spelen met de autootjes: woensdag 31 maart 2010

Therapiemiddel: spelen met de autootjes

Voor deze manier van spelen maakte ik gebruik van kleine autootjes met verschillende kleuren. Van elk basiskleur was er een aantal autootjes zodat sorteren mogelijk is. Er lag ook een zeer groot vel papier op de grond en stiften om erop te tekenen.

Doelstellingen

  • Leren spelen
  • Oefenen sorteren op kleur

Verloop

M. vond het de vorige keer blijkbaar zeer leuk om met de tractor te rijden, dus dacht ik er aan dat hij het wel zou weten te appreciëren om nu met de autootjes te spelen.

In het begin had M. wel wat moeite met het spelmateriaal. Hij verkent niet rap en wat aanmoediging is noodzakelijk. Hij neemt de autootjes vast als je ze in zijn handen geeft en wordt daarna wel iets spontaner (toch minder dan vorige week). Hij zet zich vrijwillig neer bij de autootjes en kijkt naar wat ik ermee doe. Ik teken een weggetje op het groot blad papier en vertel erbij wat het voorstelt. Vrijwel direct volgt hij de weg met de auto die hij vast heeft. Ik moet het niet voortonen. Dit doet hij redelijk nauwkeurig. Samen rijden we met autootjes op het weggetje en ik laat hem af en toe een ander kleur nemen om de receptieve kleurenkennis te oefenen. Dit lukt zeer goed, ook het sorteren van de autootjes verloopt vlot. Toch lijkt het voor hem meer een opdracht dan een spel. Hij wijkt niet af van het weggetje en veranderd het spel slechts éénmalig door met 2 autootjes over de straat te rijden. Hij reageert amper op het 'botsen' van auto's of op geluiden zoals het claxonneren. Soms lijkt er wel een verlegen lach te ontsnappen maar het is niet duidelijk of dit gelinkt is aan het gebeuren zelf of 'zomaar', zonder doel. Het naar elkaar rijden met de autootjes gaat hem veel beter af. Hij glimlacht veel meer en stuurt er verschillende na elkaar. Hij wacht ook geduldig tot wanneer ik een autootje terug stuur wanneer ik dat ook aankondig.

Als afsluiter was er een blaadje voorzien met een prent van een auto op om in te kleuren. De potloodgreep heeft M. duidelijk nog niet onder de knie. Vermoedelijk is hij rechtshandig gelateraliseerd, want hij kleurt steeds met rechts, houdt de autootjes rechts vast. Bijsturen voor de potloodhouding lukt, hij voert dit correct uit en houdt een tijdje vol, maar wanneer hij stopt met kleuren gaat de greep terug verloren. Hij kan zelfstandig niet terug de juiste greep aannemen, ook niet met verbale sturing. Het potlood moet juist terug in zijn handen gestopt worden, dan kleurt hij op die manier verder.

Besluit

M. heeft veel sturing nodig in zowat alles wat hij doet. Het is moeilijk om met M. te communiceren omdat er zo goed als geen reactie is. Er moet nog gelet worden op de potloodgreep. M. lijkt meer plezier te beleven aan motorische oefeningen, hoe meer bewegen, hoe leuker hij iets vindt.

Writing Services

Essay Writing
Service

Find out how the very best essay writing service can help you accomplish more and achieve higher marks today.

Assignment Writing Service

From complicated assignments to tricky tasks, our experts can tackle virtually any question thrown at them.

Dissertation Writing Service

A dissertation (also known as a thesis or research project) is probably the most important piece of work for any student! From full dissertations to individual chapters, we’re on hand to support you.

Coursework Writing Service

Our expert qualified writers can help you get your coursework right first time, every time.

Dissertation Proposal Service

The first step to completing a dissertation is to create a proposal that talks about what you wish to do. Our experts can design suitable methodologies - perfect to help you get started with a dissertation.

Report Writing
Service

Reports for any audience. Perfectly structured, professionally written, and tailored to suit your exact requirements.

Essay Skeleton Answer Service

If you’re just looking for some help to get started on an essay, our outline service provides you with a perfect essay plan.

Marking & Proofreading Service

Not sure if your work is hitting the mark? Struggling to get feedback from your lecturer? Our premium marking service was created just for you - get the feedback you deserve now.

Exam Revision
Service

Exams can be one of the most stressful experiences you’ll ever have! Revision is key, and we’re here to help. With custom created revision notes and exam answers, you’ll never feel underprepared again.