Principes Wagners villa's

Published:

This essay has been submitted by a student. This is not an example of the work written by our professional essay writers.

Inleiding

Een eerste benadering van het aspect publiek-privaat zou men kunnen definiëren door de mate van toegang tot een bepaald gebouw van een welbepaalde groep mensen. Allereerst zijn er de publieke gebouwen die voor iedereen toegankelijk zijn. Stations zijn hier een goed voorbeeld voor. Dan zijn er de private gebouwen zoals de gezinswoningen, hier is maar een selecte groep toegelaten. Er bestaat ook een tussencategorie. Hier is de ruimte niet echt privaat maar toch wel toegankelijk voor een grote groep van mensen zoals een kantoorgebouw of een school.

Eigenlijk is deze benadering te oppervlakkig aangezien er in publieke gebouwen ook private of semi-private zones zijn. zo kunnen stations ook kantoren bevatten. We kunnen daaruit concluderen dat het begrip publiek-privaat nader onderzocht dient te worden.

Eerst ga ik de blijkbare private plekken onder de loep nemen. De private woning wordt in principe omringd door een publieke omgeving. De gevel van een huis verhuld dikwijls heel veel over het privé leven van de bewoners. De gevel kan een beeld geven van een rijkelijke woning of anderzijds de indruk van bewoners met een meer bescheiden inkomen. Hier merken we dus een duidelijk spanningsveld tussen enerzijds de private aspect van de woning en de toch publieke uitstraling die de woning al dan niet gewild uitdrukkelijk uitstraalt naar het publiek domein. Ook andere elementen verduidelijken het spanningsveld publiek-privaat. Bij sommige woningen kan gewoon naar binnen gegluurd of zelfs gekeken worden. Bij andere woningen zit alles netjes verstopt achter rolluiken of gordijnen. In beide gevallen is er sterke wisselwerking tussen het privé gebeuren in de woningen en het publiek domein. Deze wisselwerking kan in de twee richtingen gebeuren. Ook de toegang van de woning speelt een belangrijke rol in de wisselwerking publiek-privaat. Op het platteland waar iedereen iedereen kent gebeurt het dat de deur gewoon open is en dat er een fysische zeer laagdrempelig wisselwerking is. In onze verstedelijkte gebieden zullen de deuropeningen doorgaans gesloten zijn wat duidelijk betekent dat de fysische wisselwerking publiek-privaat niet gewenst is.

Een nog subtieler spanningsveld publiek-privaat is het spanningsveld publiek-privaat dat zich binnen in de woning kan afspelen. De manier waarop een woning ontworpen is kan een grote invloed hebben op de manier de bewoners er zich leven. Tussen de bewoners is er nood aan communicatie. Deze hangt af van de 'hiërarchie' van de verschillende bewoners van de woning. Namelijk binnen de private woning is er dikwijls ook controle op andere bewoners sterk of subtiel aanwezig. Zo zal de krant lezende huisvader toch een oogje in het zijl willen houden op de spelende kinderen. Of is het gewoon zo dat de huisvrouw vanuit haar geliefkoosd plekje graag een kijk heeft op de rest van het gebeuren in het huis. De manier waarop een woning ontworpen wordt heeft een grote invloed op deze publieke-private wisselwerking. Zo zal het spanningsveld publiek-privaat helemaal anders zijn in een herenwoning dan in een landelijke villa. De wijze waarop de kamers gebruikt worden, de manier waarop ze aan elkaar geschakeld zijn en de manier waarom er misschien met niveau verschillen gewerkt wordt kan een impact hebben op het spanningsveld publiek-privaat. Zo zien we afhankelijk van de tijdsgeest dat woningen op dit gebied heel anders ontworpen werden

De relatie publiek privaat is ook sterk gendergericht. Zo zijn de publieke ruimtes vaak het terrein van de man en de private ruimtes horen dan weer bij de vrouw. Dit zien we ook bij vele architecten. Een voorbeeld hiervan is Le Corbusier. Bij zijn architectuurfoto's zal de man zich buiten bevinden kijkend naar de omgeving terwijl de vrouw telkens binnen wordt gepositioneerd en van het raam gekeerd zal zijn. Ook Adolf Loos heeft sterk rond dit gender principe gewerkt. Kleine intiemere ruimtes (vrouw) zullen steeds uitkijken over grotere meer publieke ruimtes (man). Dit principe gaat terug van de antieke tijden. De man die als kostwinner en beschermer werd getoond. De vrouw moest voor de huiselijkheid zorgen en een goede huisvrouw zijn.

Het onderzoek dat ik graag wil voorstellen is hoe de architecten 'Adolf loos' en 'Otto Wagner', tijdsgenoten van elkaar, omgingen met de spanning 'publiek-privaat' in hun architectuur. Van elk van beide architecten zal ik een bepaalde realisatie kiezen om deze dan met elkaar te vergelijken. Om de ideeën van Otto Wagner te staven kies ik voor 'Wagner Villa II'. 'Villa Müller' moet Adolf Loos' theorieën dan verduidelijken. Deze twee architecten die vooral actief waren begin 20ste eeuw en het stadslandschap in Wenen sterk hebben veranderd, hebben beiden sterk gewerkt rond de thematiek publiek-privaat. Gezien beide architecten uiteenlopende standpunten hebben over deze thematiek denk ik dat het zeer interessant is om dieper in te gaan op hun architectuur en hun ideeën hierachter. De architecten

Otto Wagner, geboren op 13 juli 1841, was een Oostenrijkse architect. Hij studeerde tussen eerst aan de Königliche Bauakademie in Berlijn en vervolgens in Wenen aan het Polytechnische instituut en de Academie voor beeldende kunst. Hij was een belangrijk figuur in de Wiener Secession, een vereniging van beeldende kunstaars. Wagner had deze vereniging opgericht samen met onder andere Josef Hoffmann en Gustav Klimt. Secession betekent letterlijk afscheiding en maakt hun doelstelling dan ook duidelijk, ze wilden zich afzetten tegen de gevestigde stijl van die periode. Otto Wagner is dan ook bekend geworden door zijn Secessionistische ornamentiek. Zijn eerste bouwwerken, vooral villa's, waren in de stijl van het historisme. Later zal hij zich net afzetten tegen die stijl en zullen zijn werken vooral uit klassieke moderne stijl bestaan. We kunnen dus stellen dat Otto Wagner tot twee tijdperken behoorde. In zijn tweede tijdperk staan materiaal, functie en structuur centraal in de architectuur. Volgens hem was het zijn taak de overeenstemming te zoeken tussen schoonheid en nieuwe technieken. Wagner schreef gedurende zijn carrière een aantal architectuurtheoretische werken. Maar architectuur was niet zijn enige terrein. Hij heeft ook veel invloed gehad in interieurs, meubelen en stedenbouw. Otto Wagner gaf les in 1884 aan de Academie voor Schone Kunsten. hij overleed op 11 april 1918.

Adolf Loos, geboren op 10 december 1870, was een Oostenrijkse architect en fervent tegenstander van de 'Art-Nouveau' beweging. Als reactie hiertegen schreef hij in 1908 'Ornament en misdaad'. Dit principe is duidelijk terug te vinden in zijn architectuur, waar alle vorm een gevolg is van de functie. Zijn architectuur wordt gekenmerkt door witte strakke bepleisterde gevels met platte daken. Later introduceerde hij het 'raumplan' in zijn architectuur. De vorm wordt niet meer bepaald door de gevel maar door de functie en belangrijkheid van de ruimtes. Deze ruimtes worden dan aan elkaar gekoppeld door trappen. Eigenlijk kunnen we stellen dat bij Adolf Loos verschillende kubussen aan elkaar worden gekoppeld en zo de architectuur wordt bepaald. Door het 'raumplan' zullen kleine (hoger gelegen) ruimtes zullen steeds over grote ruimtes (lager gelegen) kijken waardoor er controle ontstaat. Loos overleed op 23 augustus 1933, aan een ernstige zenuwziekte.

Principes Wagners villa's

Wagner leefde in een periode dat gekenmerkt werd door maatschappelijke veranderingen. Zo heeft Wagner twee belangrijke periodes gekend waar zijn principes rond wonen en bouwen veranderd zijn. De architectuur die hij in zijn beginperiode heeft verwezenlijkt zijn in de stijl van het historisme net zoals de meeste architectuur toen was. Klassieke elementen domineren deze stijl vooral, de ionische zuilen zijn hiervan een typisch voorbeeld.

Waar in zijn eerste periode de bouwwerken eerder symmetrisch zijn zullen de werken in zijn tweede periode eerder asymmetrische kenmerken vertonen. In zijn klassiek modernistische periode zullen decoratische elementen zeer subtiel aangebracht worden. Zijn architectuur zal een veel strakkere uitstraling hebben door het gebruik van gewapend beton. Otto Wagner zijn glaswerk is ook zeer populair. Glas in lood heeft hij vaak toegepast in zijn raamwerk zowel in de eerste als in de tweede periode.

Ook al kent het historisme en het modernisme van Otto Wagner veel uiterlijke verschillen toch bestaan er ook enkele gelijkenissen. Beide stromingen zijn historistisch, de architectuur plooit terug naar een verleden of wordt vervormd naar een toekomst. Ook zullen beide stromingen telkens met een bepaald thema werken. Principes Loos' woningen

De ornamentloosheid in Loos zijn individuele woonhuizen. De huizen zijn zo goed als allemaal gladde witte dozen waaruit dan net ramen zijn gesneden. De ramen bezitten op hun beurt geen enkele decoratie of omlijsting. Zijn vormen zijn gebaseerd op klassieke architecturale principes. Dit belangrijk principe in de architectuur van Loos heeft er meermaals voor gezorgd dat hij geen bouwvergunning kreeg. Deze gebouwen waren in sterk contrast met de traditionele gebouwen in Wenen en Praag.

De woningen zijn steeds klantgericht. Loos hield veel rekening met de psychologie van de toekomstige bewoners en zorgde er altijd voor dat de noden en de manier van leven zich vertaalde in de ruimtelijke complexiteit.

Een ander belangrijk principe was de integratie van de site met de omgeving. Zo zullen de woningen in een bepaalde omgeving helemaal niet het juiste effect hebben, mochten deze in een andere omgeving ingeplant zijn.

De interieurs van Loos zijn net als de gevels ook sober maar hebben toch een andere sfeer. Hij gebruikte vaak donker eikenhout. Deze donkere interieurs zorgen voor een intieme, huiselijke sfeer. Vaak ontwierp hij zelf de meubels voor de woningen. De taak van de architect is immers om de huiselijkheid te bereiken. Het materiaalgebruik van de interieurs van Loos staat zeer centraal. Het bekledingsprincipe van Loos is een bekend begrip. We kunnen stellen dat de ruimten van Loos de gebruikers bekleden net zoals kleren ons lichaam bekleden. Het belangrijkste principe is het 'raumplan'. Loos ontwerpt niet in plan maar in de ruimte. Zo zal hij verschillende ruimtes schakelen om zo tot een ruimtelijk concept te komen.

Een laatst belangrijk kenmerk van de architectuur van Loos zijn de zichten naar buiten toe. Zo zullen ramen vaak opaak zijn of minstens voorzien van gordijnen. De schikking en de organisatie van het interieur zijn altijd zo ontworpen dat de toegankelijkheid van de ramen en bijhorende zichten naar buiten zo klein mogelijk blijven. De bewoner is altijd met zijn rug naar de ramen gekeerd."Een beschaafd man kijkt niet uit het raam; een raam bestaat uit mat glas; het is enkel om licht binnen te laten; niet om er de blik door te laten gaan."

Villa Wagner II/ publiek-privaat

Villa Wagner II is één van zijn latere werken die duidelijk in een klassieke modernistische stijl zijn gecreëerd. Deze tweede villa van Wagner, een simpele familiewoning voor vakantiegebruik is gebouwd geweest in 1912. Oorspronkelijk was het de bedoeling om er een weduwehuis van te maken voor zijn 18 jaar jongere vrouw. Uiteindelijk is zij veel vroeger gestorven als Otto Wagner. De woning is verkocht geweest door Wagner in 1916. Hij wou niet langer wonen in het huis waar zijn vrouw gestorven was. Wagner bouwde deze villa aan de rand van het bos. De woning is amper twee huizen verder gelegen als 'Villa Wagner I', gebouwd in 1886. De tijdspanne tussen de twee villa's is duidelijk te zien aan de verschillende stijlen van de villa's. Er is een duidelijke evolutie van Florentijnse renaissance (historisme) naar moderne architectuur. Terwijl in de eerste villa de symmetrie centraal staat wordt in de tweede villa zeer veel gebruik gemaakt van asymmetrie. De ingang is niet meer centraal van de woning gelegen maar in opzij in functie van de andere ruimtes van de villa. Rond de toegangsdeur zijn blauwen glasmozaïeken versieringen en aluminium 'kantwerk' voorzien. Dit is het ontwerp van Leopold Forstner. Boven de toegangsdeur is er een glasraam ontworpen door Koloman Moser. Het toont een beeld van Perseus met het hoofd van Medusa in de hand. In de deur zelf bevinden zich ook nog twee glasraampjes zij aan zij gelegen. Ze tonen een bloemenmotief. De deur zelf is een houten deur met aluminium inlegstukken.

De gevel Villa Wagner II is zeer sober en het gebouw is rechthoekig van vorm. Over de hele omtrek van de woning is er op de gevel een lijstversiering aangebracht die bestaat uit blauwen glasmozaïeken versieringen ontworpen door Leopold Forstner. De voorkant van de woning is naar de straatkant gericht. Voor het interieur heeft Wagner gekozen voor in serie geproduceerde meubels. Zo waren de meubels van Thonet sterk aanwezig in de villa. De voor die tijd meest moderne materialen werden gebruikt: gewapend beton, aluminium en tegelwerk in glas.

Terwijl de eerste villa zeer historistisch was is de tweede villa meer futuristiser van stijl en steeds zoekend naar de esthetische waarden. Het intieme en kleine dimensie is nu vervangen door grote rechte lijnen, gladde oppervlakten en grotere massa's. waar decoratieve elementen niet nodig zijn zullen ze ook niet aangebracht worden. Ornamenten zullen alleen maar aangebracht worden waar het naar zijn mening bijdraagt tot de esthetiek.

Het exterieur benadrukt het publieke, het interieur benadrukt eerder het intieme. exterieur benadrukt het publieke, het interieur benadrukt eerder het intieme. Er bevindt zich tussen het binnen en het buiten een belangrijk spanningsveld. Villa Müller/ publiek-privaat

De woning is gebouwd geweest in 1928-1930 in opdracht van de heer Frantisek Müller, een ingenieur en zijn vrouw. Het laat dan ook geen twijfel dat alle aanbestedingen door zijn bedrijf uitgevoerd zijn.

Bij het binnenkomen komt men in een vestibule. Om de leefruimte te bereiken moet je een 'truc' trap nemen. Eerst stijgt de trap met twee treden om daarna terug te dalen met twee treden. Om naar de eetruimte te gaan moet je eerst 6 treden op om daarna nog eens twee treden te dalen. Nog eens acht andere treden vanuit de leefruimte leiden naar de boudoir van de dame des huizes. Van hieruit is de bibliotheek van de heer des huizes te bereiken door vier treden te dalen via nog een andere trap. We kunnen dus wel stellen dat alle ruimtes rond trappen zijn gegroepeerd. De boudoir bestaat uit twee delen. Enerzijds een intiemer plekje aan de langwerpige opening naar de leefruimte toe. Anderzijds is er ook een ruimere kant die dienst doet als schrijfhoek hiervoor moeten drie treden gedaald worden. Hier is er ook directe toegang tot de leefruimte. De bibliotheek is de enige ruimte die zich op het zelfde niveau bevindt als de dagruimtes. Toch was de ruimte beschermd en geïsoleerd van deze ruimtes. De slaapkamers bevinden zich op het niveau boven de dagruimtes. Deze kamers kunnen bereikt worden door een rechtstreekse trap of via de lift.

De sterke wisselwerking tussen publiek en privaat ontstaat bij de architectuur van Loos vooral door het gebruik van het 'raumplan'. Het meest gesofisticeerde voorbeeld van het 'raumplan' vind men terug in villa Müller. Er is een streng onderscheid gemaakt tussen publiek en privaat. Het plan van villa Müller laat voyeurisme toe tot in het extreme. Kijken en bekeken worden is een belangrijk thema in zijn villa. De wisselwerking publiek-privaat is op twee niveaus aanwezig in villa Müller. Enerzijds in het interieur zelf en anderzijds tussen interieur en exterieur.

Het interieur is zo ontworpen dat er intiemere ruimtes kijken over meer publieke ruimtes. Ruimtes die over andere ruimtes kijken wordt mogelijk gemaakt door met verschillende levels te werken en insparingen te maken in tussenmuren. Deze spanning is ook op het genderniveau aanwezig. De meer kleinere intieme ruimtes behoren toe tot het vrouwelijk geslacht. Deze ruimtes kijken dan over ruimere grote ruimtes heen. Deze ruimtes zijn de mannelijke ruimtes. De vrouw des huizes kan op deze manier altijd in het oog houden wat de man aan het doen is. Bij het betreden van een ruimte is de blik eerder gericht op de plaats van waar men komt dan van waar men naartoe gaat. Adolf Loos noemt dit de blik die zich terugplooit op zichzelf. Elke terugblik laat het lichaam even standhouden en een statische positie innemen.

Loos maakt ook altijd een onderscheid tussen de dienende ruimtes en de bedienende ruimtes. Zo zullen deze ruimtes visueel zeer sterk van elkaar gescheiden zijn. Op die manier heeft Loos de bedienende ruimtes in de kelder en op zolder geplaatst. De meer private ruimtes zoals de slaap- en badkamer zullen zich op hogere niveaus bevinden tegenover de meer publieke ruimtes zoals de leefkamer.

De zichtlijnen worden niet beperkt in het interieur maar worden doorgetrokken naar het exterieur. De indringer wordt meteen opgemerkt. De poort waar iedereen doorheen moet om het eigendom te betreden is door alle ramen aan de voor- en zijkant zichtbaar. Elk raam is zo op een specifieke locatie en hoogte geplaatst. Ook is er een uitstekend raam dat een zeer belangrijk deel is van het 'raumplan'. De site centraliseert de woning. Hoe dichter men de woning nadert hoe privater de omgeving wordt. De woning staat op een heuvel ingeplant. Dit zorgt ervoor dat drie gevels meer publiek zijn en de derde achtergevel meer privaat is. Spiegels bij Loos impliceren ook een wisselwerking tussen binnen en buiten.

De woning kan niet door één bepaalde sfeer gedefinieerd worden. Naargelang de positie waarin je je bevindt zal je een andere ervaring opdoen. De Franse salon, de Romeinse eetkamer, het Chinese kabinet van mevrouw Müller, de Engelse bibliotheek van meneer Müller, en bovenin een Japanse kamer. Deze zijn allemaal voorbeelden van hoe Loos omgaat met zijn ruimtes. Ze hebben elk hun unieke lengte, breedte, hoogte verhouding. Ook het materiaalgebruik verschilt telkens waardoor er steeds een specifieke sfeer ontstaat. De materialen zijn zo gekozen dat ze de elegantie en de simpliciteit van de woning benadrukken. Marmer in de woonkamer, 18e eeuwse Delftblauwe tegels in de studeerkamer, vele tapijten op vloeren en wanden, gelakt glas in de hal, Oosters papierbehang in de Japanse kamer. Het materiaalgebruik is rijk en fascinerend. Al deze ruimtes zijn gesitueerd op verschillende hoogtes rond een open ruimte die dienst doet als leefkamer. Hierdoor ontstaan er meerdere zichtlijnen. In verschillende wanden zijn er uitsparingen gemaakt waardoor er soort van controleposten ontstaan. De opeenvolging van de ruimten zijn geordend rond de trap. Ze geven ook een toenemende privacy tegenover ontvangstruimte. Zo zal van uit de hoger gelegen zithoek de indringer worden opgemerkt. Deze zithoek vormt eigenlijk het centrum van de woning. De zitbanken zijn tegen het raam geplaatst. Hierdoor zullen de bewoners bij het zitten geen zicht hebben naar buiten. Ze zijn met hun rug naar het raam gekeerd. De zithoek is een zeer private ruimte die door de vrouw des huizes wordt ingepalmd vanwaar ze haar man en haar gezin in het oog kan houden door de verschillende zichten die vanuit de ruimte ontstaan. Van hieruit wordt de indringer zeer snel opgemerkt. Loos creëerde de woning volgens de noden en het leven van de bewoners: de familie Müller. De gevel is strak en wit bepleisterd. De ramen bevatten gele omlijstingen die sterk contrasteren met de witte gevel.

De gevel is 'ongetatoeëerd bij Loos, hiermee wil ik zeggen dat de buitenkant van de woning iedereen moet bevallen, het is niet zo iets als kunst wat zeer subjectief mag zijn. Ironisch genoeg zal Loos altijd veel tegenkanting krijgen als het over zijn façades gaat.

Vandaag wordt de villa gebruikt als een museum dat enkele dagen in de week enkel met een gids te bezoeken is.

Conclusie

Wagner en Loos kunnen op vele vlakken vergeleken worden. Toch zijn er omtrent het spanningsveld publiek-privaat heel wat verschillen tussen de twee architecten op te noemen. Ze gaan elk op hun manier om met dit spanningsveld.

Bronnenlijst

Literatuur

  • SARNITZ, A., Wagner, Taschen, 2005, 96 pagina's.
  • SARNITZ, A., Loos, Taschen, 2008, 96 pagina's.
  • Geretsegger, h. en Peintner, m., Otto Wagner. La grande ville à croissance illimitée: une origine de l'architecture moderne, Mardaga, 1995, 384 pagina's.
  • BORSI, F. en GODOLI, E., Vienne : architecture 1900, Flammarion, 1985, 344 pagina's.
  • KLICZKOWSKI, S., Otto Wagner, teNeus, 2002, 78 pagina's.
  • Collectif, Adolf Loos, Mardaga, 1982, 159 pagina's.
  • TOURNIKIOTIS, P., Adolf Loos, Princeton Architectural Press, 1994, 196 pagina's.
  • KELINMAN, K. en VAN DUSER, L., Villa Muller: A Work of Adolf Loos, Princeton Architectural Press, 1994, 103 paginas.

Internet

  • http://www.ottowagner.com/ow-werk/en-baugeschichte.html
  • www.artnouveau-net.eu/data/...2003/2003_Newspaper%20Dutch.pdf
  • nl.wikipedia.org/wiki/Adolf_Loos

Writing Services

Essay Writing
Service

Find out how the very best essay writing service can help you accomplish more and achieve higher marks today.

Assignment Writing Service

From complicated assignments to tricky tasks, our experts can tackle virtually any question thrown at them.

Dissertation Writing Service

A dissertation (also known as a thesis or research project) is probably the most important piece of work for any student! From full dissertations to individual chapters, we’re on hand to support you.

Coursework Writing Service

Our expert qualified writers can help you get your coursework right first time, every time.

Dissertation Proposal Service

The first step to completing a dissertation is to create a proposal that talks about what you wish to do. Our experts can design suitable methodologies - perfect to help you get started with a dissertation.

Report Writing
Service

Reports for any audience. Perfectly structured, professionally written, and tailored to suit your exact requirements.

Essay Skeleton Answer Service

If you’re just looking for some help to get started on an essay, our outline service provides you with a perfect essay plan.

Marking & Proofreading Service

Not sure if your work is hitting the mark? Struggling to get feedback from your lecturer? Our premium marking service was created just for you - get the feedback you deserve now.

Exam Revision
Service

Exams can be one of the most stressful experiences you’ll ever have! Revision is key, and we’re here to help. With custom created revision notes and exam answers, you’ll never feel underprepared again.