Kort en bondig formuleren

Published:

Let op: Kort en bondig formuleren.

1a)

Er dient eerst nagegaan te worden of er sprake is van bestuursdwang. Er is i.c. sprake van het houden van toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften door bevoegde toezichthouders, namelijk door ambtenaren van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid (art. 5:11 Awb jo. 41 Drank- en Horecawet), i.c. de Voedsel en Warenautoriteit. De toezichthouders dienen bij of krachtens de wettelijk voorschrift belast te zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift (art. 5:11 Awb). Het verbod van het verkopen van alcoholhoudende dranken, zonder een vergunning is verboden (Art. 3 Drank- en Horecawet). Bovendien staat er in art. 20, lid 1 Drank- en Horecawet dat het verboden is om alcohol te verkopen aan personen jonger dan zestien. Dit is het wettelijk voorschrift dat vereist is in art. 5:11 Awb.

De controleurs van de Voedsel en Warenautoriteit zijn bevoegd te controleren of bier wordt verstrekt aan personen jonger dan zestien jaar.

1b)

Lady using a tablet
Lady using a tablet

Professional

Essay Writers

Lady Using Tablet

Get your grade
or your money back

using our Essay Writing Service!

Essay Writing Service

Een controleur mag elke plaatst betreden, uitgezonderd van een woning. Hiervoor dient toestemming te worden verkregen van de bewoner (art. 5:15 Awb). Hierbij mag de controleur vragen stellen en inlichtingen vorderen (art. 5:16 Awb).

1c)

De ondervraagde personen zijn verplicht om alle medewerking te verlenen aan de controleurs (art. 5:20, lid 1 Awb), tenzij er sprake is van verhoor. Dan kan de ondervraagde zich namelijk beroepen op zijn zwijgrecht (art. 5:10a, lid 1 Awb).

1d)

De controleur mag vragen naar de identiteitsbewijs om te controleren of de persoon de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt (art. 20 Drank- en Horecawet).

1e)

De controleur is niet verplicht om een rapport te maken, maar mag dit wel doen (art. 5:48, lid 1 Awb).

1f)

In art. 5:48, lid 4 Awb staat dat het proces-verbaal gelijk is aan een rapport. De controleur is du ook niet verplicht om een proces-verbaal op te maken, maar mag dit wel doen (art. 5:48, lid 1 Awb).

2a)

Het rapport of proces-verbaal zal worden toegezonden aan de overtreder (art. 5:48, lid 3 Awb).

2b)

De overtreder heeft recht op een afschrift van het rapport of proces-verbaal (art. 5:49, lid 1 Awb).

2c)

De overtreder heeft het recht om de gegevens die ten grondslag liggen in te zien en om daar een afschrift van te maken (art. 5:49, lid 1 Awb). Het bestuursorgaan moet wel voornemens zijn om een bestuurlijke boete op te leggen of dit al hebben opgelegd.

3a)

De bestuurlijke boete is opgenomen in art. 5:40 Awb. In art. 44a Drank- en Horecawet staat dat de minister een bestuurlijke boete kan opleggen wanneer een overtreding wordt gemaakt. I.c. Is er sprake van overtreding van art. 20, lid 1 Drank- en Horecawet, waardoor er een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.

3b)

Handelen zonder een vergunning of in afwijking daarvan is strafbaar feit. I.c. is er sprake van handelen in afwijking van een vergunningvoorschrift, waardoor kan worden gesproken van een strafbaar feit.

3c)

In art. 5:47 Awb staat dat de boete vervalt, wanneer de overtreder strafrechtelijk wordt vervolgd. Zodoende kan worden gesteld dat er niet zowel een strafvervolging kan plaatsvinden als een bestuurlijke boete wordt opgelegd.

4a)

De stichting kan wel een boete worden opgelegd. In art. 3, lid 1 en 2 Besluit boete Drank- en Horecawet staat dat een rechtspersoon kan worden beboet voor het overtreden van de Drank- en Horecawet.

4b)

In art. 5:49 en 5:50 Awb staat dat de overtreder zijn dossier mag inzien en hij mag worden gehoord. Pas bij hoge boetes moet hij worden gehoord (art. 5:53, lid 3 Awb). I.c. Kunnen we niet spreken van een hoge boete, waardoor de overtreder niet gehoord moet worden.

5)

In art. 1 Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet en kolom 1, catergorie C is de minister op het bedrag van 900 euro gekomen. De minister zit in principe vast hieraan, maar dit bedrag kan worden gewijzigd. Het bedrag kan hoger worden indien wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in art. 3, lid 3 en 4 Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet. Zo kan het bedrag worden verhoogd indien de overtreder al eerder een boete heeft ontvangen voor overtreding van hetzelfde artikel en nog geen twaalf maanden voorbij zijn gegaan (verhoging 50%). Wanneer minimaal twee maal een bestuurlijk boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde artikel en nog geen twaalf maanden voorbij zijn gegaan sinds de eerste boete en deze onherroepelijk is, kan er een verhoging plaatsvinden van 100%.

6a)

Lady using a tablet
Lady using a tablet

Comprehensive

Writing Services

Lady Using Tablet

Plagiarism-free
Always on Time

Marked to Standard

Order Now

Het argument van de stichting dat het de bewakers niet was opgevallen dat het meisje nog geen zestien was is geen sterk argument. In art. 20, lid 4 Drank- en Horecawet staat dat een vaststelling van de leeftijd achterwege kan blijven, indien onmiskenbaar (= het dient voor een ieder objectief waarneembaar te zijn) is dat de persoon zestien jaar is of ouder. Als men twijfels heeft dient de leeftijd altijd te worden vastgesteld door middel van een identificatiedocument, genoemd in art. 1 Wet op de Identificatieplicht. Dat het de bewakers kennelijk niet was opgevallen dat het meisje nog geen zestien was is niet aannemelijk, aangezien de controleurs hebben kunnen vaststellen dat het het meisje de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt. Zodoende kan worden gesteld dat het niet onmiskenbaar was dat het meisje de leeftijd van zestien jaren had bereikt.

6b)

Het argument van de stichting dat haar als zodanig geen verwijt kan worden gemaakt is geen sterk argument. De stichting heeft de vergunning aangevraagd en dient zorg te dragen voor de vergunningsvoorschriften.

7)

De boetebedrag dat is opgelegd komt toe aan de Voedsel en Waren Autoriteit (bestuursorgaan dat de sanctie opgelegd heeft), tenzij bij wettelijk voorschrift anders bepaald is (art. 5:10, lid 1 Awb). Er is niks anders bepaald bij wettelijk voorschrift, dus het bedrag komt de Voedsel en Waren Autoriteit toe.