Inleiding

Probleemstelling: het helpen opbouwen van een sociaal netwerk bij alleenstaande moeders

Aan de hand van dit eindwerk wil ik inzicht verwerven in de hulpverlening op vlak van het sociaal functioneren van de cliënt. Op mijn stage heb ik vastgesteld dat heel wat cliënten een beperkt sociaal netwerk rond zich hebben. Waardoor er een grotere afhankelijkheid naar de hulpverlening is. Op mijn stage werd aan deze problematiek gewerkt binnen de hulpverleningsmodule integrale begeleiding, waar samen met de cliënten aan verschillende levensgebieden wordt gewerkt. Hier kon ik vaststellen dat veel cliënten vooral langskwamen met financiële problemen. Maar bij de cliënten die ik langer begeleidde, merkte ik dat ze ook nood hadden aan sociale steun. Vanuit dit tekort dat ik bij de cliënt ervaar, vroeg ik mij af hoe wij als hulpverlener hieraan tegemoet kunnen komen. Hoe kunnen wij de cliënten helpen met het opbouwen van een sociaal netwerk?

Daarnaast heb ik ervoor gekozen om binnen dit eindwerk mij specifiek te richten op het sociaal netwerk van alleenstaande moeders. Tijdens mijn stage merkte ik op dat alleenstaande moeders vaak moeilijkheden hebben met het opbouwen van een netwerk of een sociaal netwerk te onderhouden. De meeste alleenstaande moeders waar ik mee in contact kwam, waren kansarmen of hadden een hoog armoederisico. Daarom zal het in mijn literatuurstudie ook duidelijk worden dat mijn aandacht vooral uitgaat naar alleenstaande moeders die zich in kansarmoede bevinden.

Met mijn eindwerk heb ik als doel een methodische begeleiding te ontwikkelen voor de hulpverlener en de cliënt om te werken aan de cliënt zijn sociaal netwerk. Door het meer werken aan een sociaal netwerk geloof ik dat dit ervoor zorgt dat de cliënt minder afhankelijk is van de hulpverlening. Op deze manier kan ook eventueel sociaal isolement voorkomen worden

Om tot een methodische begeleiding te komen, dient men als hulpverlener eerst kennis te hebben over wat een sociaal netwerk is. Ook moet er kennis verworven worden over de gezinssituatie van een alleenstaande moeder. Daarom zoek ik eerst binnen dit eindwerk naar antwoorden over wat een goed sociaal netwerk is. Wat is kenmerkend voor een goed sociaal netwerk, wie is er aanwezig in een sociaal netwerk, welke voordelen brengt een sociaal netwerk met zich mee op korte en op lange termijn? De antwoorden op deze vragen kunnen ons mogelijks een doel aanbieden om samen met de alleenstaande moeder naar toe te werken in deze methodische begeleiding.

Daarnaast toon ik in mijn eindwerk aan dat deze gezinssituatie een grote doelgroep is voor CAW De Papaver waar ik mijn stage liep. Daardoor is het noodzakelijk dat er hulpverlening op maat wordt aangeboden. Hun gezinssituatie brengt namelijk specifieke aandachtspunten met zich mee. Vervolgens beschrijf ik het sociaal netwerk van een alleenstaande moeder en zoek ik specifiek uit waarom hun sociaal netwerk mogelijk beperkter kan zijn?

Wanneer voorgaande vragen beantwoord zijn in mijn eindwerk stel ik een methodische begeleiding samen die beantwoord aan de maatschappelijke hulpverleningsprincipes. Deze methodische begeleiding werd in boekvorm bijgevoegd aan mijn eindwerk.

Werkwijze

Dit eindwerk werd opgedeeld in drie grote delen. Twee delen van dit eindwerk zijn literatuurstudies betreffende enerzijds sociale netwerken en anderzijds alleenstaande moeders. Een derde deel bevat dan eerder het praktisch gedeelte om met het sociaal netwerk van alleenstaande moeders aan de slag te gaan.

In het eerste deel van mijn literatuurstudie zoek ik naar een omschrijving en kenmerken van een sociaal netwerk. Deze helpen om een beeld te schetsen van een volledig sociaal netwerk om dan in het werkinstrument het sociaal netwerk van de cliënt te kunnen analyseren. Daarna volgt een beschrijving van welke sectoren dit sociaal netwerk inhoudt. We omschrijven hier mogelijke hulpbronnen of steunfiguren in een sociaal netwerk.

Vervolgens benadruk ik het belang van sociale netwerken om dan in het werkinstrument naar deze belangen toe te werken.

Met het tweede deel van mijn literatuurstudie sta ik stil bij het begrip alleenstaande moeders. Ik geef enkele concrete cijfers en een sociaal- economisch profiel van deze doelgroep. Daarna omschrijf ik de belemmeringen voor alleenstaande moeder om hun sociaal netwerk te onderhouden of op te bouwen . Tot slot bekijken we in dit deel van het eindwerk welke mogelijke verklaringen er zijn dat alleenstaande moeders een beperkter of geen sociaal netwerk hebben. Deze verklaringen bieden een meerwaarde aan de visie van de hulpverlener en geeft mogelijke inzichten om samen met de cliënt acties te ondernemen.

In het laatste en praktische deel van mijn eindwerk verwerk ik mijn literatuurstudie in een werkinstrument zodat hulpverlener en de cliënt samen kunnen werken aan het sociaal netwerk van de cliënt.

Mijn stageplaats

Tijdens mijn opleiding als Bachelor in het Sociaal Werk liep ik stage-ervaring in het CAW[1] De Papaver te Ieper, dit binnen het team Onthaal en Vraagverduidelijking en Algemeen Maatschappelijk Werk. Hieronder wil ik kort schetsen vanuit welke principes het CAW hulpverlening aanbiedt en daarnaast wil ik het hulpverleningsaanbod van het team beschrijven. Het nader verklaren van het hulpverleningsaanbod heeft als bedoeling te schetsen van waaruit mijn probleemstelling is ontstaan.

"CAW De Papaver bevordert het welzijn van iedereen en in het bijzonder van de meest kwetsbaren, ondersteunt hen om tot hun recht te komen in hun dagelijkse leefomgeving en in de ruimere samenleving."[2]

Mensen zijn kwetsbaar zijn op vlak van armoede, in hun persoonlijke levenssfeer, en op vlak van welzijnsproblemen. Op mijn stageplaats kwam ik vooral in aanraking met de meest kwetsbaren, mensen die kwetsbaar zijn op vlak van armoede en kwetsbaar in hun persoonlijke levenssfeer.

De hulpverlening binnen het CAW is laagdrempelig, vertrekt vanuit de empowermentgedachte en verloopt in absolute discretie. De begeleiding wordt afgestemd op de vraag van de cliënt, en heeft een vrijwillig karakter.

Tijdens de onthaal- en vraagverduidelijkingsfase helpen wij de hulpvrager in het ontleden van de aanmeldingsvraag en de probleemsituatie. Wij peilen tevens naar zijn verwachtingen ten aanzien van onze dienst.

Het aanbod AMW[3] bestaat uit verschillende begeleidingsmodules.

Een eerste module kadert het helpen van de cliënt bij het verwerven van zijn basisrechten op de verschillende levensgebieden. We reiken praktische informatie aan of helpen zoeken naar de juiste informatie. We verwijzen eventueel door naar gespecialiseerde voorzieningen.

Indien relevant, en mits toestemming van de cliënt, contacteren we die diensten die betrokken zijn bij de cliënt. Indien nodig bemiddelen we.

De hulpverleningsmodule financiële begeleiding omvat verschillende mogelijkheden.

Budgetbegeleiding heeft als doel het helpen van cliënten die het moeilijk hebben om hun budget te beheren. Dit betekent niet noodzakelijk dat er schulden zijn. Het doel is om samen met de cliënt een duidelijk financieel overzicht te verkrijgen, om vervolgens een concreet budgetplan op te maken. De cliënt beheert zelf zijn inkomen, en blijft zelf zijn financiële verrichtingen doen.

Bij schuldbemiddeling stellen we samen met de cliënt een overzicht op van alle schulden en schuldeisers. De correctheid van de schulden wordt nagegaan. De schuldeisers worden op de hoogte gebracht van het feit dat de cliënt beroep deed op onze dienst voor bemiddeling, en eventueel voor budgetbegeleiding. De vraag wordt gesteld naar betalingsuitstel tot een degelijk budgetplan kan opgemaakt worden en er een voorstel tot schuldaflossing kan worden voorgesteld.

Wij bieden ook begeleiding aan personen gevat door collectieve schuldenregeling, teneinde hun belangen te behartigen, en het verloop van de collectieve schuldenregeling te vergemakkelijken.

Een volgende hulpverleningsmodule kadert het begeleiden van mensen met psychische of persoonlijke problemen. De begeleiding is gericht op het brengen van structuur in de problemen en en in het samen zoeken naar een oplossing. We zoeken hoe de cliënt zijn dagdagelijks functioneren kan verbeteren. Daarnaast proberen we de cliënt weer positief te laten denken en toekomstperspectief te tonen.

De volgende hulpverleningsmodule die wij aanbieden is begeleid wonen. Deze hulpverleningsmodule is in samenwerking met Ons Onderdak[4]. Ons Onderdak stelt een tiental doorgangswoningen ter beschikking voor mensen die een geslaagd traject hebben doorlopen in de vrouwen- of mannenopvang, en bereid zijn om in een begeleiding van twee jaar te stappen. Deze is vergelijkbaar met de integrale begeleiding maar kadert nog meer in het opbouwen van de zelfredzaamheid en wil herval in dakloosheid vermijden.

Mijn eindwerk kadert in de hulpverleningsmodule integrale begeleiding. In deze module hebben wij geleerd hoe wij gezinnen en individuen kunnen helpen op verschillende levensgebieden. Tijdens mijn stage kwam ik vooral in aanraking met cliënten met een financiële hulpvraag. Deze financiële hulpvraag bleek in veel gevallen zijn oorzaak te hebben in een ander levensgebied. Veelal bevinden (kansarme) cliënten zich in een kluwen van problemen en weten ze niet tot wie ze hun hulpvraag moeten richten. Deze hulpverleningsmodule wil hieraan tegemoet komen. In de integrale begeleiding wordt dus begeleiding aangeboden op vlak van wonen, werken, welzijn, sociaal functioneren, dagbesteding, opvoeding, ... . Tijdens mijn stage heb ik gemerkt dat veel cliënten pas na verloop van tijd, wanneer zij zich op hun gemak voelen en het vertrouwen groeit, beginnen te praten over de problemen die zij op andere levensgebieden hebben. Zo krijg je als hulpverlener pas na een tijd zicht op de tekorten die zij ervaren in hun sociaal netwerk. Door een werkinstrument te ontwerpen waarmee de hulpverlener samen met de cliënt aan een sociaal netwerk kan bouwen, wil ik een theoretische onderbouw geven aan de integrale begeleiding op het vlak van het levensgebied 'sociaal functioneren'.

Verkennen van een sociaal netwerk

Inleiding

In eerste onderdeel van mijn eindwerk wil ik een antwoord bieden op wat een sociaal netwerk is en wat het inhoudt?De antwoorden hiermee zullen wij aan de slag gaan in de methodische begeleiding om een sociaal netwerk van een alleenstaande moeder te helpen opbouwen.

Eerst volgt hier een algemene omschrijving van een sociaal netwerk die we gaan ontleden en becommentariëren. Daarna bespreek ik de structurele en interactionele kenmerken van een sociaal netwerk. Deze kenmerken dienen als handvaten om het sociaal netwerk van een cliënt te bevragen en te beschrijven in onze methodische begeleiding.

Daarna beschrijf ik de sectoren van een sociaal netwerk. Deze geven ons een beeld van welke personen zich mogelijks in een sociaal netwerk bevinden. Elke sector heeft specifieke kenmerken en specifieke functies waarvan we ons van bewust moeten zijn om te werken aan een sociaal netwerk. Deze kennis helpt ons om tekorten in een sociaal netwerk te zien en biedt daarnaast oplossingen aan om het sociaal netwerk in of aan te vullen.

In het laatste hoofdstuk van dit onderdeel toon ik het belang van het werken aan sociale netwerken in de hulpverlening aan. Het is belangrijk dat zowel de cliënt als de hulpverlener gemotiveerd en overtuigd zijn van het nut van een sociaal netwerk op te bouwen.

Een sociaal netwerk

Via deze definities kunnen wij algemeen stellen dat een sociaal netwerk voor iedereen dient te voldoen aan de vervulling van een levensbehoefte en dat iedereen steun verwacht van de mensen uit zijn netwerk.

" Een groepering van mensen met wie één persoon min of meer duurzame banden onderhoudt voor de vulling van noodzakelijke levensbehoeften" [5]

"Een verzamelnaam voor een netwerk van betekenisvolle figuren (familie, vrienden en kennissen) dat functioneert als ondersteuningsbron voor het eigen welzijn en welbehagen en dat van de personen in het netwerk."[6]

De eerste definitie wijst op het feit dat relaties zowel positieve als negatieve invloed kunnen hebben op het leven van de persoon. Het zal belangrijk zijn om tijdens onze begeleiding in te gaan op de duurzaamheid van de relaties. Deze relaties dienen vooral te beantwoorden aan de behoeften van de cliënten.

Binnen de tweede begripsomschrijving van een sociaal netwerk zien we dat een sociaal netwerk functioneert als een ondersteuningsbron. Dit toont aan dat het sociaal netwerk een grote invloed heeft op het leven van een persoon en daardoor onmisbaar is.

Het kiezen van een sociaal netwerk is een persoonlijke keuze. Het kan niet de bedoeling zijn om als hulpverlener personen of verenigingen naar voor te schuiven voor de cliënten. Het is vooral belangrijk om de cliënt inzicht te laten krijgen in zijn behoeften en in de mogelijkheden van zijn sociaal netwerk. Daarenboven moet de cliënt blijvend gemotiveerd zijn om blijvend te kunnen werken aan zijn sociaal netwerk. Door de cliënt voor te bereiden op mogelijke tegenslagen zorgen weervoor dat de cliënt niet onmiddellijk de moed verliest.

Veelal zien we bij cliënten dat er wel sociale contacten zijn, maar dat deze contacten slechts eenmalig zijn of dat de relaties niet wederkerig zijn. Zo gebeurt het dikwijls dat de cliënt veel tijd investeert in een relatie, maar dat dit van de tegenpartij niet kan gezegd worden. Het zal belangrijk zijn om, de cliënt te helpen met het versterken van de banden met die mensen in zijn sociaal netwerk waar hij maar zelden contact mee heeft.

Dikwijls wordt het hebben van een beperkt netwerk onterecht beschouwd als een vorm van sociaal isolement. We kunnen echter pas spreken van sociaal isolement wanneer mensen op verschillende levensgebieden worden uitgesloten en dus niet meer mee participeren aan de samenleving.

Beide omschrijvingen van een sociaal netwerk geven ook aan dat een sociaal netwerk gecreëerd wordt om tegemoet te komen aan de behoeften van een persoon. De manier waarop dit gebeurt, omschrijven we als het geven van sociale steun. Later in dit eindwerk zullen we de verschillende vormen van sociale steun omschrijven.

Het zal belangrijk zijn om in een sociaal netwerk, alle vormen van sociale steun terug te vinden, anders is dit een tekort daar het dan niet alle behoeften van een persoon kan vervullen.

Via deze sociale steun verwerven wij sociaal kapitaal. Dit zijn "hulpmiddelen die in een gemeenschap aanwezig zijn om de gezins - en sociale organisatie vorm te geven'.[7] Afhankelijk van de sociale steun, verwerft men verschillend sociaal kapitaal.

Kenmerken van een sociaal netwerk

Binnen dit hoofdstuk omschrijf ik vier kenmerken van een sociaal netwerk. Twee van deze kenmerken zijn verder te omschrijven in andere kenmerken, die het sociaal netwerk visueel beter schetsen. Zo zijn de structurele kenmerken concrete zaken die we kunnen analyseren in een cliënt zijn netwerk. De interactionele kenmerken zijn ook te analyseren bij de cliënt, maar hier dienen wij ons te baseren op de subjectieve interpretatie van de cliënt. De interactionele eigenschappen wijzen immers op de interacties van de cliënt met zijn netwerkleden.

Wederkerigheid

Veelal zullen we binnen sociale netwerken zien dat er een voortdurende uitwisseling is van sociaal kapitaal onderling. Men zal dus aan sociale ruil doen. Het is een verwachting binnen een netwerk. Wanneer geen sociaal kapitaal wordt teruggeven zal de relatie tussen de netwerkleden minder verbindend zijn. Een uitzondering hierop zijn de loyaliteiten die binnen een netwerk spelen. Binnen familieverband verwacht men niet echt iets terug. Vooral van vader of moeder of van kinderen verwacht men niets terug daar dit existentiële loyaliteiten zijn. Afhankelijk van de band tussen broer en zus is er al dan niet een verwachting van wederkerigheid.

Structurele eigenschappen

Omvang

Met omvang wordt het aantal personen in een netwerk bedoeld. Dit is een element dat we bij het analyseren van een netwerk van een cliënt goed in de gaten kunnen houden en kunnen gebruiken als een werkpunt. Daar naast is het zo dat hoe meer mensen zich in een netwerk van een cliënt bevinden, hoe meer potentiële hulpbronnen voor sociale steun er zijn.

Uit een vorming die ik volgde in verband met sociale netwerken, blijkt dat cliënten soms vooraf pessimistisch staan tegenover de omvang van hun sociaal netwerk. Ze denken dat zij slechts enkele mensen hebben binnen hun netwerk. Daarom is het belangrijk om samen met de cliënt te zoeken en aan de hand van ons eigen uitgeschreven netwerk alle levensgebieden te overlopen waar sociale contacten plaatsvinden. De cliënt kan dit geschreven netwerk eventueel meenemen naar huis en thuis nog verder nadenken over mogelijke personen die zij kennen.

Diversiteit

Binnen een sociaal netwerk kan een grote diversiteit (sekse, sociale klasse, opleiding, religie, cultuur, ...) aan mensen ervoor zorgen dat wij meer verschillend sociaal kapitaal hebben binnen ons netwerk. Diversiteit zorgt voor verschillende sociale posities binnen een sociaal netwerk. Een netwerk met mensen die verschillende sociale posities invullen, hebben verschillende sociale goederen ter beschikking. Een netwerk met eerder heterogene sociale posities, beschikt over een groot aantal dezelfde sociale goederen.

Binnen ons werkinstrument zal het belangrijk zijn dat wij van iedereen die tot een sociaal netwerk van de cliënt behoort, een inschatting van zijn sociale positie kunnen maken. Als wij dan het netwerk analyseren als een eerder homogeen netwerk, dan kunnen we hieraan tegemoet komen door de cliënt in contact te brengen met mensen met een verschillende sociale positie. Persoonlijk denk ik dat het handig is om hen hiervoor aan te zetten tot: het deelnemen aan een cursus in avondonderwijs, een ontmoeting in tegoare en specifiek meedoen in tandemwerking[8], het deelnemen aan vakbondmanifestaties, het lid worden van de okra vereniging, ...

Dichtheid

De dichtheid van een sociaal netwerk wijst op hoe verbonden de leden in een netwerk met elkaar zijn. Deze eigenschap is wat moeilijker om te analyseren. Om de eigenschap 'dichtheid' duidelijker te schetsen zullen we e zullen daarom gebruik maken van een andere eigenschap. De omvang van een netwerk bepaalt namelijk ook de dichtheid van een netwerk. Bij een kleiner netwerk zal de dichtheid groter zijn en daarom zal het ook meer afgesloten zijn van andere netwerken. Nieuwe netwerkleden zullen dan ook moeilijker toetreden.

Bereikbaarheid

Het is belangrijk om van elk lid in het sociaal netwerk te weten of zij bereikbaar zijn voor de cliënt. Met bereikbaarheid bedoelt men zowel de geografische als de ruimtelijke afstand. Deze bereikbaarheid verkleint of vergroot immers in grote mate de inzetbaarheid van een lid in het netwerk. Voor emotionele steun is het bijvoorbeeld belangrijk dat iemand dicht in de buurt woont, zodat die persoon altijd kan langskomen of bereikbaar is.

Stabiliteit

Kenmerkend voor een sociaal netwerk is ook dat deze duurzaam of labiel kan genoemd worden. Hiermee wijzen wij vooral op hoe stabiel relaties zijn. Het spreekt vanzelf dat deze eigenschap vooral bepaald wordt door hoe een persoon het ervaart. Daarom zal het belangrijk zijn om de mening van de hulpverlener en die van de cliënt naast elkaar te noteren in het hulpverleningsgesprek. Dit heeft als meerwaarde dat we een objectieve en subjectieve mening hebben over een relatie. De hulpverlener dient zich dan vooral te baseren op de verhalen van de cliënt of bevraagt de relatie van de cliënt met een netwerklid.

Interactionele eigenschappen

Sterkte

De manier waarop anderen aanwezig zijn in het leven van de cliënt, geven we als verzamelnaam 'sterkte'. De eigenschap 'sterkte' wijst dus zowel op de frequentie als opde emotionele draagwijdte van de aanwezigheid. Ook het aantal levensdomeinen waarop deze leden aanwezig zijn, bepaalt de sterkte van een netwerk.

De sterkte kan ook naar voor komen in dat wat wij zouden omschrijven als zwakke verbondenheid. In de literatuur wordt dit omschreven als 'strenght of weak ties', dit betekent dat ook losse kennissen een grote meerwaarde bieden aan je netwerk. Niet al het sociaal kapitaal komt van sterke relatiebanden. Daarnaast kan je via zwakke banden ook de mogelijkheid krijgen om mensen uit een ander netwerk te leren kennen. De mensen die je daardoor leert kennen, kunnen diversiteit met zich meebrengen.

Verwantschap

Zoals eerder vermeld in dit werk, zal de sociale steun het grootst zijn tussen verwanten. De interacties waar het meeste sociaal kapitaal wordt doorgegeven, zijn de interacties tussen verwanten.

Tijdens mijn stage stelde ik vast dat de alleenstaande moeders die ik begeleide voornamelijk sociale contacten hadden met hun kinderen of met hun moeder of hun vader. De verworven loyaliteit tussen een alleenstaande moeder en haar kinderen was in vele gevallen groter wanneer de vaderfiguur ontbrak. Een andere mogelijkheid is natuurlijk dat in deze gezinnen parentificatie optreedt.

Samenstelling van een netwerk

Het is belangrijk om binnen ons netwerk mensen te hebben met verschillende positionele kenmerken. Het is niet alleen de hoeveelheid aan verschillende posities die telt, maar ook de aanwezigheid van sociale posities die zich hoog op de maatschappelijke ladder bevinden.

Deze hoger geplaatste posities brengen namelijk toegang met zich mee tot veel andere, meestal lagere posities. De samenstelling van het netwerk kunnen we bekijken aan de hand van hun beroep en hun sekse. De sociale steun die zij meebrengen is vooral informatief en instrumenteel.

Sectoren in een sociaal netwerk

Binnen dit hoofdstuk bespreek ik de 3 verschillende sectoren die we in een sociaal netwerk kunnen terugvinden. Deze sectoren onderscheiden het netwerklid in zijn sociale rol maar ook in zijn afstand tot de cliënt. Daarnaast probeer ik in dit hoofdstuk elke sector nader te bekijken voor alleenstaande moeders aan de hand van verhalen van cliënten en literatuurstudie.

De sector familie

Binnen deze sector onderscheiden wij twee soorten relaties. Enerzijds zijn er de intieme relaties met je partner en anderzijds zijn er de gezinsrelaties waar kinderen en partners, kleinkinderen, ouders, broers, zussen, ... onder gecategoriseerd worden.

De gezinsrelaties zijn dus anders vanwege het feit dat er hier geen bewuste keuze aan vooraf gaat. Er is een blijvende biologische band dat zelfs na een eventuele breuk blijft bestaan. We spreken hier van existentiële loyaliteiten. Deze relaties worden gezien als de traditionele bron van sociale contacten. Ze bevinden zich dus vooral in de informele sfeer.

Binnen sociale netwerken zien we dat de intergenerationele of verticale banden, de sterkste relaties van sociale steun zijn. Moeders en kinderen zijn voor velen de belangrijkste personen in hun sociaal netwerk. Bij mijn cliënten vond ik dit ook terug. Vooral bij alleenstaande moeders waren dit bijna de enige mensen van wie ze sociale steun kregen.

Cliënte Ria ( 24 jaar en onlangs feitelijk gescheiden wanneer zij bij ons langskomt op intake. Ze is moeder van een zoontje van 4 jaar en een dochtertje van 15 maanden). "Ik heb heel veel steun aan mijn moeder. Ik kan alles zeggen tegen haar. Zij vindt dat ik mijn man uit mijn hoofd moet zetten maar dat lukt me niet. Dat begrijpt ze ergens wel."

Cliënte Charlotte( 50 jaar, alleenstaande moeder van een zoon van 20 jaar en een dochter van 17 jaar): Ik kan goed overweg met collega's op mijn werk. Ik heb al geprobeerd om samen met collega's eens weg te gaan en ik amuseerde mij wel. Maar toen ik thuiskwam was dit zwaarder en voel ik me nog meer eenzaam dan voorheen. Ik heb ook nog contact met mijn ouders maar ik kan niet zo goed met hen praten en daarnaast heb ik nog oppervlakkig contact met een oudere zus. Nu mijn kinderen liefjes krijgen, begin ik te beseffen dat ik alleen zal komen te staan.

Binnen deze gezinnen zien we dat de moeder zich meestal heeft ingezet voor kinderen. De moeder is de centrale figuur en houdt het gezin bijeen. De moeders zullen vaak ook nog later sociale steun bieden aan hun kinderen als de kinderen bijvoorbeeld financieel niet rondkomen. Later zullen ze ook vaak op hun kleinkinderen passen. Alles staat altijd in het teken van hun gezin. Wanneer zoon of dochter het huis verlaten, beseffen zij dat zij waarschijnlijk alleen komen te staan.

De sociale steun van ouders of kinderen is voor de meesten de meest toegankelijke en betrouwbare sociale steun, vooral omdat er hier een evidentie is door de loyaliteit. Door deze loyaliteitsband is het ook minder beschamend om sociale steun te vragen aan hun moeder of vader. Het is altijd goed om een basis te hebben waarop je kan terugvallen maar soms moeten problemen ook besproken worden met mensen buiten de familie. Soms worden zaken door trots binnen de familie gehouden. Bijvoorbeeld zaken als abortus, familiaal geweld, ... . Uit een artikel dat ik las, naar aanleiding van de dag tegen huiselijk geweld, blijkt wel dat de laatste jaren meer vrouwen hier mee naar boven komen. Het taboe wordt langzaam doorbroken.

De sociale steun en de sociale contacten tussen broers en zussen worden bepaald door de ruimtelijke en sociaal-economische nabijheid. De sociale steun bestaat hier voornamelijk uit het aanbieden van materiële steun.

Binnen deze sector familie wil ik ook graag even stilstaan bij de huisdieren. Zowel uit de literatuur als uit mijn eigen ervaring, heb ik gemerkt dat veel mensen, ook alleenstaande moeders zich hechten aan een huisdier. De cliënte die ik hieronder vermeld is een vrouw die zich hechte aan haar hondje. Volgens mij compenseerde zij hiermee het gemis van haar dochter die onlangs het huis had verlaten.

Cliënte Caroline( alleenstaande moeder met drie kinderen die alle drie het huis uit zijn)

Caroline had tijdens onze eerste gesprekken telkens haar hondje bij zich. Plots heeft zij haar hondje niet meer mee. Ik vraag haar hoe het komt dat het hondje niet meer mee is. Caroline zegt: " Mijn hondje is ziek en ik moet er dringend mee naar de dierenarts maar ik heb geen geld. Ik zou er niet mogen aan denken dat ik dat hondje niet meer zou hebben. Ik zeg er zoveel tegen en het is zo een goed gezelschap voor mij.

Ondanks alle positieve kanten die een familiaal netwerk met zich meebrengt, bemerken we toch dat wanneer er een breuk is, deze breuk het moeilijkst te herstellen is. Een breuk ontstaat soms uit het voortdurend aantrekken en afstoten van kinderen en ouders. Ze hebben elkaar nodig maar willen toch ergens hun autonomie opbouwen. Sommige vrouwelijke cliënten beschreven hun moederschap als de meest ondankbare job. Ze moesten klaar staan voor hun volwassen kinderen op elk moment maar omgekeerd ervaarden zij dit niet. We kunnen hier dus spreken van een verstoorde balans van geven en nemen. Moeders ervaren dat zij te veel moeten geven maar blijven dit doen uit liefde en loyaliteit naar hun kinderen toe.

" Bij alle sociale lagen is het financiële aspect soms een breukelement in families. In arme gezinnen komen deze centenkwesties nog scherper naar voor, waarschijnlijk omdat het financiële zoveel bepaalt in hun leven. Onderlinge steunverlening blijkt een belangrijke overlevingsstrategie, een eigen sociaal verzekeringssysteem gebouwd op familiale loyaliteit, dat echter al te vaak misloopt omdat men niet meer kan voldoen aan de wederzijdse vragen of vereisten. "[9] Men gaat dan soms ook breken met familie omdat men ervaart dat zij zelf financieel niet hogerop geraken. Omdat zij zelf willen investeren in hun leven, in hun dromen.

Caroline (alleenstaande moeder van 3 kinderen , geen thuiswonende kinderen meer)

Ik kan niet echt meer rekenen op mijn ma. Ze heeft nochtans geld genoeg maar sinds zij bij haar nieuwe vriend is, mag ze niets meer geven aan mij. Doorheen de jaren rekende ik op wat financiële hulp van mijn ma, daar het moeilijk rond komen is met een invaliditeitsuitkering.

Een andere breuk die kan optreden in de familiale sector, doet zich voor wanneer cliënten leden van hun familie, of nog specifieker, leden van het gezin zoals een zoon of een dochter, tijdelijk onderdak geven. Vanuit de loyaliteit en hun moederrol zullen zij onderdak verlenen. Meestal treedt een conflict op als dat familielid weer uit het huis gaat omdat men het als een verlating ervaart. Maar als zoon of dochterlief weer sociale steun nodig hebben, merken we dat de loyaliteiten hier overwinnen op de vorige teleurstellingen.

Rita (alleenstaande moeder van 3 kinderen, nog 2 thuiswonend)

"Een paar jaar geleden is mijn zoon, zijn vader gaan opzoeken. Hij heeft toen één jaar bij zijn vader gewoond. Zijn vader had hem veel beloofd en mijn zoon is hier toen ook in een ruzie weggegaan. Een half jaar geleden stond hij weer aan mijn deur. Hij zei me dat hij geen geld meer had en al een paar dagen niet meer had gegeten. Ik heb hem dan in huis genomen, want een moeder zet toch haar zoon niet op straat."

De relaties binnen een familiale sector onderhouden blijkt toch niet altijd gemakkelijk. Vooral gezinnen die met kansarmoede worden geconfronteerd zijn hier kwetsbaarder. Familiale bindingen werden soms verstoord door oa. geldproblemen, het soms te maken krijgen met plaatsingen van kinderen, psychologische problemen, ... . Dit neemt niet weg dat ook andere gezinnen met verstoorde familiale bindingen te maken krijgen. Het is wel zo dat kansarme gezinnen hier kwetsbaarder voor zijn omdat er vaak problemen zijn op verschillende levensgebieden. Om deze kwetsbare verbindingen te compenseren probeert men een goede band aan te gaan met een vriend of een buur die zij dan als familie willen beschouwen. Meestal compenseert dit niet omdat er wederkerigheid wordt verwacht van de andere persoon. Deze wederkerigheid wordt niet verwacht in familiale relaties.

Marscha ( 35jaar, moeder van 1 kind, samenwonend met vriend, maar zou graag alleen willen gaan wonen)"Ik heb het nog altijd moeilijk met het overlijden van mijn moeder twee jaar geleden. Het gebeurde vaak dat ik met mijn mama praatte over de situatie thuis. Terwijl dit wel niet mocht van mijn vriend maar dan deed ik het toch in de pauze op mijn werk. Ik kon alles kwijt aan haar. Nu heb ik wel een vriendin die heel goed luistert maar toch is dit niet hetzelfde."

De sector vriendschappelijke betrekkingen

Het spreekt voor zich dat we binnen deze sector de vriendschappen terugvinden die gebaseerd zijn op een vrije keuze. Daarnaast is vriendschap ook subjectief. Want wat voor mij een vriend is, is misschien voor iemand anders een omschrijving van een kennis. We kunnen echter een aantal kenmerken onderscheiden waaraan iedereen toch belang hecht om iemand als een vriend te kunnen beschouwen. , namelijk de wederkerigheid, het respect voor elkaar en het unieke dat je met elkaar deelt. Het is mogelijk dat men met vrienden intieme relaties kan opbouwen, vooral omdat deze vriendschap door de actor zelf wordt gekozen.

Vertrouwensrelaties met vrienden opbouwen en hen ter hulp roepen is minder evident, daar de loyaliteit minder groot is dan bij de familiale sector.

Als we kijken naar het buurtgebonden gemeenschapsleven dan zien we dat arme mensen vaak alleen maar buren en vrienden in hun netwerk hebben die dezelfde problemen hebben als zij of het ook niet zo breed hebben. Bij alleenstaande moeders blijkt dit net hetzelfde te zijn. Tijdens mijn stage nam ik regelmatig intakes af van alleenstaande moeders. Zij vertelden vaak dat zij door iemand uit de buurt, vaak ook een alleenstaande moeder, kennis hadden genomen van het feit dat wij hen konden helpen met budgetbegeleiding en schuldbemiddeling. Met andere woorden " het behoren tot eenzelfde klasse blijkt nog steeds een belangrijk verbondenheidgevoel te creëren."[10]

Vooral door het feit dat hun middelen om een sociaal netwerk uit te bouwen bij alleenstaande moeders beperkt zijn vanwege geld, tijd, mobiliteit, ... is een buurt daarom heel belangrijk om sociale contacten te leggen en zo een sociaal netwerk op te bouwen. Een buurt is namelijk fysisch nabij en meestal zijn alleenstaande moeders beperkter mobiel. " De hulp van buren is vrijblijvender en de verwachting van wederkerigheid in de relatie sterker." [11] Men leert mensen in de buurt kennen via de kinderen of het buurthuis. Aan de schoolpoort is het wel mogelijk om andere ouders te leren kennen of hun kinderen zijn schoolkameraadjes.

De alleenstaande moeders die ik in begeleiding had, hadden niet zoveel contact met hun woonomgeving. Dit zal dus zeker een werkpunt zijn om aan hun sociale netwerken te bouwen. Ik heb het gevoel dat binnen de sociale wijken waar mijn cliënten woonden, men toch nog gesteld is op zijn privacy. Maar dat men wel af en toe bij elkaar ging aankloppen voor materiële steun, bijvoorbeeld om iets te lenen en dat men dan op die manier contacten legt.

Meestal zal men op buren vooral rekenen voor praktisch-instrumentele hulp, zoals het helpen opknappen van het huis of het helpen schilderen van een kinderkamer. Als alleenstaande moeder zal men vooral bij typische mannenklusjes hulp vragen, zoals het helpen installeren van een televisie, een zwaar voorwerp helpen verhuizen, ... . Vaak zullen ook mama's elkaar helpen door om de beurt eens de kinderen mee te nemen naar het buurtschooltje.

Voor kinderopvang heb ik nog niet echt vaak gehoord dat cliënten hiervoor hulp vroegen aan buren maar meestal wel aan familieleden. Het is wel zo dat wanneer buren ook kinderen hebben, men wel eens voor elkaars kinderen zorgde.

Voor emotionele hulp zal men vooral rekenen op vrienden of familie of een buur die heel nauw aan het hart ligt en men al jaren kent en dus eigenlijk als vriend kan worden beschouwd.

Binnen deze vriendschappelijke sector zien we dat er drie verschillende bronnen zijn waar vriendschappen kunnen ontstaan. Hierboven beschreven wij al een eerste bron namelijk de woonomgeving. Een volgende bron waar men mensen kan ontmoeten en zo vriendschappen kunnen ontstaan zijn ontmoetingen met collega's op het werk. Zoals we in tabel 1 in bijlage kunnen zien, is het vaak zo dat alleenstaande moeders niet werken. Deze vaststelling wordt besproken in 3.4.3.1.

Een laatste bron voor mogelijke vriendschappen zijn hulpverleners. Bij het bevragen van een sociaal netwerk kan het zijn dat de cliënt sommige hulpverleners heel dicht plaatst.

Vaak merken we dat als het sociaal netwerk wordt bevraagd, men ook de hulpverlener ziet als iemand die tot hun sociaal netwerk hoort. De hulpverlener wordt vaak als een vertrouwenspersoon gezien en zijn veelal regelmatige contacten.

Soms zien we in deze vriendschapsrelaties dat er een grote loyaliteit is tegenover elkaar en dat sommige vrienden meer als familie worden aanzien. Bij mijn cliënten kan ik hier niet echt specifieke voorbeelden geven. Maar door de manier waarop zij soms over een persoon praten, kan je soms wel die loyaliteit voelen. Daarnaast is het heel belangrijk op te merken dat deze vriendschappelijke relaties meestal tijdelijk zijn bij kansarmen volgens Kristel Driessens. Daar er een grote invloed is van woonafstand.

De sector van de kennissen

Dit zijn mogelijke potentiële vrienden maar die nog niet tot de vrienden behoren. Men gaat die persoon niet aanzien als een vriend maar die persoon heeft wel een potentieel om een vriend te worden.

"Mary Hunt geeft aan dat er vier toegangspoorten zijn, vier mogelijke wegen waarlangs mensen andere mensen leren kennen, en van waaruit vriendschaprelaties kunnen ontstaan."[12] Het zal belangrijk zijn dat we deze toegangspoorten leren kennen om te kijken welke barrières er hier voorkomen bij onze cliënten die ervoor zorgen dat kennissen bijvoorbeeld geen vrienden worden.

Een mogelijke weg waar vriendschap kan ontstaan, is omschreven als aantrekkingskracht. Men bedoelt hiermee dat mensen worden aangetrokken naar elkaar ofwel vanwege gelijkenissen of verschillen. Een mogelijke barrière is hier het uiterlijk, de vaardigheden, de taal van iemand. Soms is er ook gewoon geen aantrekkingskracht tussen twee mensen of kan een persoon daar niet voor openstaan.

Een andere weg naar vriendschap is via het ondernemen van activiteiten. Samen met iemand een activiteit ondernemen zorgt voor een band tussen de personen. De activiteit wordt natuurlijk bepaald door de interesses van beide partijen. Het is dus een fysieke manier om aan je vriendschap te werken. Mogelijke barrières op deze weg zijn het ontbreken van geld om aan een activiteit te doen, de mobiliteit om ergens te geraken voor een activiteit, een oppas nodig voor de kinderen, ... .

De derde weg waarlangs vriendschap kan ontstaan is macht. In elke relatie is er macht. In de relaties die wij kennen in ons sociaal netwerk balanceert de macht tussen onszelf en de andere persoon. Wanneer we ook macht hebben in een relatie kunnen we ook zelf onze interesses inbrengen en kiezen we ook waar de vriendschap naar toe gaat. Sommige mensen stellen zich vooral in een afhankelijke, ondergeschikte positie. Dit vormt een barrière voor het verder verloop van een vriendschap. Men zal zich namelijk snel slecht voelen in een relatie en dan eventueel breken met de persoon. Terwijl een eigen inbreng ervoor kan zorgen dat je je goed voelt in die relatie.

De laatste mogelijke weg voor een vriendschap is via de gemeenschap, buurt,... kortom 'Community'. Het deel uitmaken van een buurtcomité, een vereniging, kansengroep, een oudercomité, leesmoeders, ... geeft mogelijkheden tot het ontstaan van individuele vriendschapsrelaties. Een mogelijke barrière die we hier ondervinden is de drempel die er is om een stap te nemen naar een dergelijk initiatief. Na een interview met de voorzitster van tegoare, een vereniging waar armen het woord nemen te Ieper, heb ik ondervonden dat zij proberen die drempel te verlagen door naar de mensen thuis te gaan. Meestal hebben zij dan via via gehoord dat er iemand sociaal geïsoleerd is of problemen heeft.

Wanneer wij de cliënt willen helpen met het opbouwen van vriendschappen via bovenstaande wegen, dan is het belangrijk om te kijken welke wegen geblokkeerd zijn en welke barrière er in de weg ligt. De problemen van weinig of geen vriendschap te hebben, ligt dus niet in de persoonlijkheid van de cliënt. We dienen vooral de omstandigheden beter te omschrijven en daar naar toe werken.

Belang van sociale netwerken

Met dit hoofdstuk wil ik het belang van het werken aan sociale netwerken in de hulpverlening aantonen. Deze belangen dienen zowel de hulpverlener als de cliënt ervan te overtuigen dat een sociaal netwerk zijn nut heeft bewezen. In het hoofdstuk maak ik een onderscheid tussen wat men als cliënt direct ervaart, namelijk de functionele eigenschappen van een sociaal netwerk. Deze functionele eigenschappen dienen ook aanwezig te zijn in een sociaal netwerk, indien het netwerk van betekenis wil zijn. Een netwerk is pas volledig als alle vier de soorten sociale steun die in 1.5.1 besproken worden, aanwezig zijn

De andere belangen die in dit hoofdstuk aanbod komen, zijn eerder belangen die op lange termijn worden ervaren als men over een sociaal netwerk beschikt. Er dient dus niet voortdurend actieve sociale steun te zijn. Het feit dat men weet dat als men in moeilijkheden komt, kan rekenen op iemand, heeft al een grote invloed op iemand zijn welzijn. "Deze veronderstelde steun blijkt samen te hangen met het gevoel dat men geaccepteerd wordt door zijn sociale context. Voorwaarde is natuurlijk dat er een sociaal netwerk bestaat."[13] Voor alleenstaanden kan de hulpverlener vaak een sociale context zijn.

Wel dienen wij bij dit hoofdstuk een kritische noot te plaatsen. Elke cliënt is namelijk anders in het ervaren van sociale steun. Daarom dienen wij als hulpverlener de cliënt te bevragen in hoe hij sociale steun ervaart. Wat is materiële steun voor de cliënt? Wat is emotionele steun? Elke cliënt zal een verschillend antwoord geven.

Functionele eigenschappen van steun (gebaseerd op Parry)

Affectieve functie

Mensen hebben nood aan anderen die hen erkennen in hun problemen, waarderen wat ze doen en waarop ze kunnen vertrouwen. We herkennen dus enerzijds emotionele steun in de persoon zijn autonomie, nl. het gevoel van respect, liefde, waardering. Anderzijds een gevoel van verbondenheid door het ervaren van het behoren tot een sociaal netwerk van wederzijdse banden, rechten en verplichtingen.

Als alleenstaande moeder is het belangrijk om veel emotionele steun te krijgen van familie en vrienden om hun kinderen op te voeden, daar een partner ontbreekt.

Uit literatuur van De Vries blijkt dat cliënten met een lage sociale economische status het vaak moeilijk hebben om vanuit hun omgeving emotionele steun te krijgen. Hun netwerken zijn daarin eerder gesloten en dit is een verklaring waarom zij in de hulpverlening terecht komen. Later in mijn eindwerk zien we dat veel alleenstaande moeder een lage sociale economische status hebben. Met andere woorden veel alleenstaande moeders vinden deze emotionele steun dus niet terug in hun dicht netwerk. Praktische, concrete steun zullen ze meestal wel terugvinden binnen deze netwerken.

Veelal treden somatische klachten op als zij niet met hun gevoelens terecht kunnen in hun netwerk of bij een hulpverlener. Als hulpverlener dienen wij op te letten dat wij niet samen met hen zoeken naar een oorzaak van deze klachten. Wanneer zij kunnen praten over hun problemen lucht dit al heel wat op en zullen deze somatische klachten meestal verdwijnen. Zij zijn namelijk niet gewoon om te praten over hun gevoelens en zoeken vooral naar een schuldige. Daarom is het belangrijk empowerent te werken: hen te leren praten over hun gevoelens en dit te leren delen met anderen. Samen met het netwerk zoeken naar oplossingen of verwerkingsmogelijkheden is ook een mogelijkheid.

Bij alleenstaande moeders met een middel of hoge sociaal economische status zien we dat zij makkelijker binnen hun netwerk emotionele steun zoeken en krijgen. Dit verschil is vooral te verklaren vanuit het feit dat mensen in hun vriendschap wederkerigheid verwachten. Hulpbehoevenden hebben namelijk meestal geen sociale steun die anderen interesseren om over te gaan tot sociale ruil. De sociale ruil die kan plaatsvinden, duidt dus op de wederkerigheid die men verwacht. Als je bijvoorbeeld geld leent aan je buur dan verwacht jij ook dat als jij geld nodig hebt, je buur je dit geld zal lenen.

Materiële functie

Dit is vanzelfsprekend praktische, instrumentele steun. Zaken die we hier kunnen onder categoriseren en belangrijk zijn voor alleenstaande moeder om hierop eventueel terug te kunnen vallen, is het lenen van geld, kinderopvang, bepaalde klusjes uitvoeren.

Aansluitingsfunctie

Binnen een sociaal netwerk hebben mensen nood aan personen voor gezelschap. Iedereen wil ergens bijhoren en zich verbonden voelen met een persoon of groep.

Informatieve functie

Om als individu mee te kunnen draaien in een samenleving moeten we op de hoogte zijn van de wetten, plichten, waarden en normen van een samenleving. Deze informatie wordt ons onder andere door een sociaal netwerk ter beschikking gesteld.

Andere belangen van een sociaal netwerk

Zoals eerder vermeld in de inleiding van dit hoofdstuk, zijn dit belangen die men bij het hebben van een sociaal netwerk op lange termijn zal ervaren. Deze belangen treden niet op als men binnen dit sociaal netwerk slechts minimaal sociale steun krijgt.

Minder kans om in de hulpverlening terecht te komen?!

In het boek Basismethodiek Psychosociale hulpverlening refereert men naar een onderzoek waar men cliënten bevraagd heeft naar hun sociaal netwerk. Daaruit zou blijken dat mensen die over weinig sociale hulpbronnen beschikken, sneller hulp zoeken bij professionals.

Zelfvertrouwen

De waardering en erkenning die je van andere mensen krijgt, zorgt ervoor dat je een zelfvertrouwen opbouwt. De mate van zelfvertrouwen bepaalt of je gemakkelijk sociale contacten legt. Dit blijkt dus duidelijk een vicieuze cirkel te zijn. Zoals gekend is de waardering en erkenning van familieleden, het meest effectief volgens het contextueel denken. Het is dan ook belangrijk om vooral eerst te zoeken naar een mogelijkheid om familiale banden te herstellen.

Draagkracht

De sociale steun die cliënten uit hun eigen sociaal netwerk halen, helpt opeenvolgende stressvolle gebeurtenissen te kunnen dragen. Tenminste, als deze sociale steun wordt aangeboden door de omgeving die zich in de juiste relatie bevindt voor die specifieke sociale steun. Zo zal bijvoorbeeld een moeder meer emotionele steun kunnen geven aan haar dochter als de dochter niet weet hoe haar kinderen op te voeden.

Gezondheid

In enkele bronnen wordt er vermeld dat een sociaal netwerk een grote invloed zou hebben op hoe mensen zich fysisch voelen of de kans tot een bepaalde aandoening verlagen. Wel moet er hierbij gezegd worden dat niet elk sociaal netwerk voor een betere gezondheidstoestand zorgt. Want het sociaal netwerk dient sociale steun op verschillende vlakken emotioneel, materieel aan te bieden omdat de persoon gezondheid er baat zou bij hebben.

Sociale steun heeft een direct effect, dit wil zeggen dat als sociale steun ontbreekt er een risicofactor is voor gezondheid en welzijn. "Alleenstaanden blijken in vergelijking met gehuwden minder gelukkig, zij hebben een slechtere gezondheid en meer psychologische stoornissen."[14]

Men gaat ook uit van de denkpiste, dat het sociaal netwerk en het sociaal kapitaal dat eruit voortvloeit een buffer vormt ten opzicht van negatieve gezondheidseffecten die het gevolg zijn van werkloosheid of het gemis aan emotionele ondersteuning. Sociale steun vermindert dus hier de gevolgen van negatieve stress.

Copingmogelijkheden

We kunnen coping omschrijven als "de manier waarop iemand omgaat met problemen en gebeurtenissen, evenals omgaat met hevige gedachten of gevoelens"[15]Hiervoor gebruikt men hulpbronnen als status, geld, zelfbeeld, ... . Het kunnen rekenen op hulpbronnen en het kunnen hanteren van hulpbronnen, kan stress tegengaan. Wanneer we dit niet meer kunnen, ervaren we stress. Sociale steun is ook een hulpbron, meer specifiek een hulpbron die wij kunnen gebruiken om andere hulpbronnen die verminderd zijn, aan te vullen of te vervangen. Sociale steun helpt andere hulpbronnen te leren gebruiken of nieuwe hulpbronnen te vinden. Maar belangrijk is te zeggen dat sociale steun altijd wel een onderdeel is van de copingstrategie.

Als we dit toepassen op de situatie van alleenstaande moeders dan zien we bijvoorbeeld dat velen niet echt er toe komen om een balans te vinden tussen werk en gezin. Werk is een conditie die een sociale rol met zich meebrengt en dus belangrijk is voor de persoon. Sociale steun die hier nodig is, zijn vrienden of familie waar kinderen eventueel mogen gaan als mama aan het werken is.

Sociale steun van de schoonfamilie, na overlijden van de echtgenoot, zorgt ervoor dat de moeder haar verlies kan verwerken en dat familie op kinderen kan passen.

Sociale steun helpt ook om sociale vaardigheden te onderhouden. Vrienden of familie kunnen alleenstaande moeders meenemen buitenshuis, zodat men niet vervreemd van de samenleving want dit zorgt alleen maar voor drempels om een sociaal netwerk uit te breiden.

Besluit

Uit dit deel van mijn eindwerk kunnen we concluderen dat als we willen streven in onze begeleiding naar een goed, volledig sociaal netwerk voor de cliënt, dan is dit vooral afhankelijk welke betekenis een sociaal netwerk heeft voor de cliënt. Iedereen hecht een ander belang en betekenis aan een sociaal netwerk. Een sociaal netwerk is dan ook samengesteld door persoonlijke keuze. Het is belangrijk dat we dit meenemen in onze begeleiding en empowerend te werk gaan.

De hulpverlener dient dus vooral te ondersteunen en slechts soms bij te sturen. Zijn verwachtingen van een sociaal netwerk mogen niet naar voor komen ineen begeleiding. Wel kunnen we stellen dat iedereen verwacht dat het sociaal netwerk ondersteunend is en een levensbehoefte vervult. Daarnaast verwacht men ook wederkerigheid in zijn relaties, behalve als het gaat om familiale relaties. Naast de familiale relaties is er in een sociaal netwerk ook sprake van vriendschappen en kennissen. Deze sectoren hebben elk hun specifieke sociale steun en bieden dus elk een eigen meerwaarde aan het sociaal netwerk. Zo zien we dat de sector van de vriendschappen minder informationele steun aanreikt dan de sector van de kennissen maar dat zij wel vooral emotionele steun aanreiken. Binnen dit hoofdstuk heb ik opgemerkt dat buren een belangrijke rol spelen binnen een sociaal netwerk. Zij worden niet als aparte sector beschouwd daar men soms een buur zal zien als een vriend of als een kennis. Toch spelen zij een belangrijke rol en hebben zij als voordeel dichtbij een persoon te wonen. Het structurele kenmerk dichtheid is hier dus sterk aanwezig. Daarom kunnen we ook stellen dat in een goede buurt wonen, een grote meerwaarde kan zijn voor je sociaal netwerk en het ontvangen van sociale steun.

Structurele kenmerken zoals hierboven vernoemd dichtheid maar ook omvang, stabiliteit, bereikbaarheid zijn eigenlijk voor interpretatie vatbaar. Het zijn geen richtlijnen die een antwoord kunnen geven op wat nu een goed sociaal netwerk is. Wel zijn zij bruikbaar als we van de cliënt horen dat zij niet tevreden is met haar sociaal netwerk. Dan kunnen we kijken of er aan een bepaald kenmerk kan gewerkt worden. Ze bieden een structuur van een sociaal netwerk waardoor het analyseren van een netwerk makkelijker is en daarnaast helpt het gerichte doelstellingen op te stellen. Om ergens toch een maatstaf te gebruiken van een sociaal netwerk, kunnen we als hulpverlener ons eigen sociaal netwerk ernaast leggen ter vergelijking.

Wanneer we kijken welke voordelen een sociaal netwerk met zich meebrengt. Dan kunnen we uit dit deel van het eindwerk vaststellen dat de sociale steun die wij krijgen vanuit een sociaal netwerk enerzijds helpt ons dagelijks leven. Ze vervullen namelijk dagelijks levensbehoeften zoals sociale steun in de vorm van emotionele steun. Want iedereen heeft nood om elke dag met iemand te praten over hoe je jou voelt, ook al is dit maar langs de telefoon, chat, fora. Mensen die dit niet kunnen doen ervaren gevolgen op psychisch of fysisch vlak.

Anderzijds levert een sociaal netwerk ook belangen op die heel ons leven kan bepalen. Het wel of niet hebben van zelfvertrouwen bepaalt welke keuzes je maakt in je leven. Het bepaalt ook hoe je omgaat met problemen en hoe zwaar deze problemen op jou gaan doorwegen. Kortom een sociaal netwerk is noodzakelijk in het leven van een persoon.

Alleenstaande moeders

Inleiding

In dit deel van mijn eindwerk wil ik een blik werpen op de doelgroep alleenstaande moeders. Eerst geef ik een omschrijving van wat ik juist bedoel met alleenstaande moeders. Daarna volgen enkele concrete cijfergegevens over de doelgroep. Zowel de gegevens over het aantal alleenstaande moeders in Ieper maar ook het aantal alleenstaande moeders die bij ons langskomen op intake. Hiermee wil ik duiden dat alleenstaande moeders een groot deel is van de bevolking waardoor wij als hulpverlener dienen kennis te hebben over de situatie waar zij zich in bevinden. Ik zal dan ook hun sociaal-economisch profiel beschrijven om dus meer zicht te krijgen op hun leefsituatie.

Alleenstaande moeders

Een alleenstaande moeder is "een vrouw die aan het hoofd staat van een huishouden en die niet samenwoont met een partner, maar wel samenwoont met één of meer (eigen of stief-) kinderen".[16]

Binnen mijn eindwerk heb ik er voor gekozen om deze definitie nog wat beperkter te zien en daarom Bewust Ongehuwd Moeders en alleenstaande tienermoeders hier niet in te verwerken. Daar deze twee groepen apart zijn met andere specifieke kenmerken.

Aantal alleenstaande moeders in Ieper

Uit het lokaal sociaal beleidsplan van Ieper blijkt dat uit cijfers van 2006, 12, 8% van de gezinnen in Groot- Ieper, eenoudergezinnen zijn.[17] Naast deze gegevens leek het mij ook interessant om de evolutie van het aantal alleenstaande moeders in de streek te verkennen. Uit cijfers van de westhoek blijkt er evolutie te zijn in het aantal alleenstaande moeders en dit meer dan de evolutie van het West-Vlaams en Vlaams gewest gemiddelde. Hieronder wordt dit mooi geïllustreerd in een grafiek[18].

Aantal alleenstaande moeder die beroep deden op het CAW De Papaver in 2009

Uit de gegevens van de registratie van 2009 blijkt dat wij heel wat eenoudergezinnen hebben die bij ons langskomen met allerhande vragen. De meeste van deze eenoudergezinnen zijn alleenstaande moeders. Volgende grafieken[19] geven een concreet overzicht van het CAW-cliënteel.

Sociaal-economisch profiel van alleenstaande moeders

Als ouder alleen is het niet gemakkelijk. Vandaag bevinden we ons in een tweeverdienermodel, daarom is het als alleenstaande moeder heel moeilijk om rond te komen. We zien dat er een groot armoederisico is bij alleenstaande moeders. Dit gegeven wordt bevestigd door een onderzoek door de CSB van de Universiteit Antwerpen. Uit hun resultaten blijkt dat eenoudergezinnen zich onderaan bevinden in de inkomensverdeling en bij 22% van hen, bevindt hun inkomen zich ook onder de armoedenorm. Uit gegeven van Kind en Gezin blijken 28,8% van de kansarme gezinnen te bestaan uit slechts één ouder.

Als wij de arbeidsmarktpositie van de alleenstaande moeders bekijken dan zien wij dat zij in vergelijking met moeders die in een ouderpaar zich bevinden, minder uit werken gaan. Maar dit verschilt slechts een 5%. Binnen de werkloosheidsgraad is er wel een groot verschil. Zo zijn 21,2% van de alleenstaande moeders werkloos en dit tegenover 5,6% van de moeders die een vader aan hun zij hebben. Daarnaast heb je nog een derde groep en dit zijn diegene die zich niet aanbieden op de arbeidsmarkt en dus de niet-beroepsactieven noemen. Hier zien we dat slechts 16,8% niet beroepsactief is en dit ten opzichte van 25,3% van moeders die een vader aan hun zij hebben.

Eén van de redenen dat alleenstaande moeders minder sociaal contact hebben, is door hun zwakke arbeidsmarktpositie. Meer en meer dienen werknemers zich flexibeler op te stellen in tijd en competenties. Voor alleenstaande moeders betekent dat dat zij ofwel niet deelnemen aan de arbeidsmarkt ofwel dat zij zich flexibel opstellen er dus een deel van de gezinstijd wordt opgegeven.

Daarnaast heeft de leeftijd van de kinderen ook een invloed op de werkzaamheidsgraad van alleenstaande moeders. Wanneer de kinderen jong zijn, zal de moeder de arbeidsmarkt minder betreden. Dit zorgt ervoor dat zij geen mensen kunnen ontmoeten op hun werk en dus geen sociale steun kunnen ontvangen van allerhande aard.

Daarnaast zorgt hun werkloosheid voor dat zij soms financieel krap zitten. Waardoor zij minder mogelijkheden hebben om met vriendinnen op café of naar een concert te gaan. En als men nood heeft aan een babysit, kunnen zij dit niet betalen. Natuurlijk kan een sociaal netwerk hier wel bij helpen, buren of familie kunnen eventueel oppassen en op die manier is hun zwakke arbeidsmarktpositie minder een probleem.

Als we het onderwijsniveau bekijken van alleenstaande moeders dan zien we uit cijfers van

Eurostat Labour Force Survey dat de meesten van hen laag- en middelgeschoold zijn. Ongeveer 25% is hooggeschoold. Het feit dat veel alleenstaande vrouwen eerder middelgeschoold en laaggeschoold zijn, duidt dat zij een zwakkere arbeidsmarktpositie innemen.

Het eenouderschap heeft verschillende oorzaken: bewust ongehuwd, weduwschap, maar vooral echtscheiding met ongeveer 75% is belangrijkste oorzaak. Vele van deze eenoudergezinnen zijn dus ook afhankelijk van alimentatie. Wanneer deze alimentatie wegvalt hebben vele gezinnen minder bestaanszekerheid. Deze bestaanszekerheid wordt ook enigszins gewaarborgd door het verkrijgen van kinderbijslag. Kinderbijslag bepaalt voor de helft meer dan bij andere gezinnen hun bestaanszekerheid. De belastingsvermindering is minder bepalend daar zij meer voordeel oplevert hoe groter de gezinnen zijn en de meeste van de eenoudergezinnen hebben slechts 1 kind.

Aan de hand van deze gegevens kunnen we dus vaststellen dat alleenstaande moeder een lage sociaal economische status hebben. Mensen met een laag sociaal economische status hebben het meest te maken met sociale uitsluiting. Sociale uitsluiting bevindt zich op drie dimensies; er is te weinig sociale participatie en te weinig sociale steun. Men heeft tekorten op financieel en materieel gebied. En tot slot heeft men "onvoldoende toegang tot aspecten van sociaal burgerschap zoals onderwijs, wonen, zorg, veiligheid". [20]

Besluit

Binnen dit onderdeel kan ik concluderen dat een groot deel van onze cliënten behoren tot een eenoudergezin. Van deze eenoudergezinnen waren de meeste alleenstaande moeders. Het aantal eenoudergezinnen in Ieper bereikt ook een hoog percentage. Er is zelfs een stijgende evolutie in het aantal alleenstaande moeders in de westhoek merkbaar. Het is dus een doelgroep waar specifieke aandacht naar toe dient te gaan. Vooral hun zwakkere sociaal economisch profiel maakt hun kwetsbaarder in verschillende levensgebieden zoals hierboven beschreven. In het volgend onderdeel kijk ik of deze kwetsbaarheid ook te merken is op vlak van hun sociaal functioneren.

Alleenstaande moeders en hun sociaal netwerk

Inleiding

Aan de hand van dit hoofdstuk wil ik een omschrijving bieden van het sociaal netwerk dat alleenstaande moeders mogelijks hebben. Onderstaande beschrijvingen zijn slechts hypotheses. Niet elke alleenstaande moeder in of niet in kansarmoede heeft een dergelijk sociaal netwerk zoals hieronder beschreven. Een sociaal netwerk is een dynamisch gegeven en mag niet opgevat worden zoals het hieronder statisch wordt neergeschreven. Ik wil deze beschrijvingen enkel geven als herkenning voor hulpverleners, want de beschreven gezinnen, zijn gezinnen waar mogelijks nood is aan het werken rond een sociaal netwerk. Hieronder schets ik eerst een algemeen beeld van de noden van een alleenstaande moeder aan een sociaal netwerk. Opnieuw dient hier opgemerkt worden dat dit hypotheses zijn die niet voor alle alleenstaande moeders gelden.

Hebben alleenstaande moeders nood aan een sociaal netwerk?

Volgens De Vries in zijn boek 'Psychosociale begeleiding' zien we dat vrouwen meer nood hebben aan psychosociale begeleiding. Zij hebben namelijk meer behoefte aan verbondenheid met anderen. Problemen die zich in relaties en opvoeding bevinden zijn gevoeliger voor vrouwen. Vrouwen hebben vooral nood aan vrienden waar men in vriendschap wederzijds met elkaar is begaan. Daarnaast blijken vrouwen gevoeliger te zijn voor de behoeften voor anderen. Waardoor zij dus enerzijds de vaardigheid bezitten om sociale steun aan te bieden maar daarnaast ook afhankelijk zijn van relaties en sociale steun voor zichzelf goed te voelen. Het is mogelijk dat men soms als moeder te vaak in de verzorgende rol zal stappen. Vooral bij moeders die als jonge moeder hun kind hebben moeten afstaan treden zij vooral verzorgend op om die tijd in te halen. De verzorgende rol zien zij soms als de enige rol die ze kunnen waarmaken waardoor ze moeilijk de rol afbakenen of afbouwen. Daarnaast is het mogelijk dat wanneer de kinderen groot worden, zij moeilijker loslaten.

Uit een onderzoek van het Vlaamse Gewest in verband met de sociale gezondheid in 2004 blijkt dat alleenstaande ouders minst tevreden zijn over hun sociale contacten en ervaren het minst sociale steun in vergelijking met andere huishoudtypes.

Zoals in mijn probleemstelling vermeld, had ik vooral contact met alleenstaande moeders die eerder een laag sociaaleconomische status hebben. In het boek van De Vries vermeldt men dat cliënten met een laag sociaal economische status hun hulpvraag meer richten op het sociaal welbevinden. Terwijl dit bij cliënten met een hoog sociaaleconomische status, meer hulpvragen zijn gericht op emotionele en persoonlijk niveau. Daarnaast zoeken mensen vooral hulp omdat sociale steun ontbrak.

Sociaal netwerk van een alleenstaande moeder

Geïsoleerde arme gezinnen

Deze gezinnen hebben als kenmerk dat hun sociaal netwerk heterogeen is samengesteld. De redenen van het isolement is om verschillende redenen. Langdurige werkloosheid, alleenstaande ouder, bedlegerig, ... . De intergenerationele relaties zijn hier het meest van toepassing. Ze hebben slechts zelden contact met iemand buiten de familie. Zoals vermeld is de moeder vooral het gezinslid waarop men steunt en dus deel uitmaakt van het sociaal netwerk. Er zijn dus heel wat loyaliteitsgevoelen. Buren en vrienden zijn zelden aanwezig in het netwerk. Een hulpverlener zal meestal wel nog een vertrouwen krijgen.

Bij gezinnen die leven in armoede is een sociaal netwerk qua structurele kenmerken gelijkaardig aan een gezin die niet in armoede leeft. Wel wordt gesteld dat mensen in armoede minder functionele ondersteuning hebben, vooral emotionele ondersteuning. Deze ondersteuning helpt vooral met copen van stress en moeilijkheden. Daarnaast zijn zij ook meer aangewezen op formele, vaak betaalde, hulp voor instrumentele ondersteuning.

Gezinnen met een beperkt netwerk van gelijkgezinden

Sommige cliënten hebben wel een persoonlijk netwerk en waar regelmatig contacten onderling plaatsvinden. Deze contacten bestaan vooral uit ruilrelaties van zorg en ondersteuning. Dit sociaal netwerk beperkt zich tot contacten met familie en buren. De contacten bevinden zich dus vooral in de primaire groep. De familieleden waarmee de cliënt contact heeft, wonen ook niet ver van de cliënt.

Ook dienen we hier op te merken dat er dus vooral ook sprake is van een netwerk van gelijkgezinden. Dit steunt dus op het principe van Blau: homophily.

Alleenstaande moeders hebben vaak vriendinnen die zelf ook alleenstaande moeders zijn. Wat op zich niet negatief is daar zij bij elkaar aansluiting vinden. Maar het is gekend dat als er sprake is van een netwerk met mensen met verschillende maatschappelijke rollen dat dit een meerwaarde is voor een sociaal netwerk.

De titel van dit hoofdstuk kunnen wij deels bevestigen door het feit dat uit het onderzoek van comeva blijkt dat vrouwen die het moeilijk hebben, hiervan is er 38% een alleenstaande ouder, vaker ook mensen kennen die het moeilijk hebben. 76% van hun sociaal netwerk bestaat dus uit mensen die het niet goed hebben in vergelijking met vrouwen die wel financieel rondkomen slechts 47% mensen kent die het moeilijk hebben. Van de vrouwen die wel financieel rondkomen is 11% alleenstaande moeder.

Verklaringen beperkt sociaal netwerk

In het verleden werd er nog maar weinig onderzoek gedaan naar de verklaringen hoe het komt dat alleenstaande moeders een beperkt sociaal netwerk hebben. Wel zijn er teksten geschreven over verklaringen waarom kansarmen een beperkter sociaal netwerk hebben. Volgende verklaringen zijn dan ook gebaseerd op het sociaal netwerk van kansarmen, maar zij gaan zeker ook op voor alleenstaande moeders. De verklaringen die volgen in dit hoofdstuk zijn verklaringen op het macro-, meso- en microniveau. De verklaringen waarom iemand een beperkt sociaal netwerk heeft is een samenhang van deze verschillende niveaus. Daarnaast probeer ik hier ook aan te duiden hoe het komt dat alleenstaande moeders een beperkter sociaal netwerk hebben. Tot slot dienen we ook rekening te houden met het feit dat mensen een geschiedenis met zich meebrengen. De verklaringen hier beschreven zijn niet vast in tijd. Vaak kunnen zaken uit het verleden vandaag nog altijd invloed hebben op het sociaal netwerk van de cliënt.

Verklaringen op macroniveau

Individualisering

Het verwerven van sociale steun is een individuele verantwoordelijkheid geworden. Cliënten dienen zelf aan de slag voor het creëren van (tijdelijke) eigen sociale netwerken. Terwijl men vroeger dit kon ontlenen aan traditionele leef- en werkverbanden. "Veel mantelzorg wordt dus formeler en geïnstitutionaliseerder."[21] De wijk en werkplaats, gezin en familie hebben decennialang het individu aan vaste scenario's gebonden. Dat was soms een bron van ergernis. Maar opgelegde routes bieden ook een zeker comfort. Zij hebben zoals grenzen twee gezichten: zij leggen beperkingen op en bieden tegelijk bescherming. Wijk en werkplaats, gezin en familie waren ook broedplaatsen van solidariteit en bijstand. " [22]Lossere banden met de voorgenoemden leiden dus tot een nieuwe kwetsbaarheid. Deze individualisering van de maatschappij vraagt van de mensen andere competenties en materiële voorwaarden . Met competenties wijzen we op het feit dat mensen als burger assertief dienen te zijn en hun eigen ruimte moeten hebben voor zelfontplooiing. Vanuit deze invalshoek is het dan ook mogelijk te verklaren waarom er veel echtscheidingen zijn met als gevolg dus veel alleenstaande moeders zijn. Men gaat namelijk meer dan vroeger meer verwachtingen stellen in hun partner en in de relatie. De samenleving gaat dus vooral nadruk leggen op autonomie en minder op verbondenheid. Dit heeft als gevolg dat sociale netwerken dunner worden. Maar dat er wel meer losse kennissen zijn die we als buitenstaander beschouwen.

Digitalisering

In onze samenleving is er heel wat sociale interactie via mail, chat en de nieuwste hype; sociale netwerksites zoals facebook, twitter, netlog. Velen waren lovend over de sociale netwerksites, zagen het als een mogelijkheid om ons netwerk uit te breiden. Maar dit blijkt niet zo te zijn. We voegen namelijk mensen toe die we kennen. Veelal zetten we die losse kennissen om in vriendschap. Sociale netwerken gebruiken we wel voor ons professioneel netwerk. Met professioneel netwerk bedoelen we mensen die ergens instrumentele of informationele steun kunnen geven voor je beroep. Bijvoorbeeld een ex-mentor, ex-baas, collega's, ex-collega's, politiekers, ... .

Daarnaast bevinden zich meer hooggeschoolden op een sociale netwerksite. De cliënten die bij mij op stage langskwamen waren meestal mensen uit kansarmoede en meestal ook laaggeschoold. De alleenstaande moeders waar ik ook naar refereer in mijn eindwerk zijn ook meestal laaggeschoold en zijn ook kwetsbaar op vlak van kansarmoede. Het geld voor een internetverbinding was er soms niet of men kon niet overweg met zaken zoals mailing en sociale netwerksites. Deze sociale netwerksites bieden dus geen oplossing naar uitbreiding van een netwerk. Wel kan het relaties helpen onderhouden.

Interculturalisatie

Binnen onze samenleving zien we dat er een autochtone en allochtone bevolking ontstaat waardoor buurten er anders uitzien. Elke bevolking heeft zijn eigen waarden en normen waardoor sociaal contact tussen beide soms wat stroever loopt. Terwijl vroeger buren een grote sociale steun waren. Dit neemt niet weg dat er wel sociale contacten zijn tussen autochtone en allochtone bevolking, alleen is de drempel hoger dor taal, andere waarden, vooroordelen, ... .

Verklaringen op mesoniveau

'Sociale dumping' [23]

Vaak zullen cliënten vertellen over een zus of een broer of een ander familielid met veel geld die geen contact meer heeft met de familie. Cliënten omschrijven ze als de 'dikke nekken' van de familie. Men voelt zich bedrogen door deze mensen daar zij niet meer loyaal zijn aan de familie. Men verlaat dus het familiaal netwerk daar zij opgeklommen zijn op de sociale ladder.

Niet-aanvaarde gezinssituaties

Hier gaat het over zaken als de partnerkeuze van zoon of dochterlief. Het kan zijn dat iemand wordt nagekeken in de familie vanwege de partnerkeuze. Bijvoorbeeld het kiezen voor iemand van allochtone afkomst of iemand van hetzelfde geslacht. Deze zaken kunnen blijvend van invloed zijn op de familiebanden. Ook het feit dat een moeder alleen gaat wonen met haar kind en het kind alleen opvoedt, zal in sommige iets conservatievere gezinnen niet aanvaard worden. Dergelijke zaken zorgen dus voor uitsluiting uit het familiaal netwerk.

"Reproductie van een gedeklasseerde gezinssituatie"[24]

Er bestaat een mogelijkheid dat deze alleenstaande moeders opgevoed werden in een ander gezin of geplaatst werden in een instelling. Dit zorgt ervoor dat zij hun gezin, hun familie slechts oppervlakkig kennen en nooit echt een band met elkaar hebben kunnen opbouwen. Er bestaat dus enerzijds wel een existentiële loyaliteit maar er is toch nog een gebrek aan verworven loyaliteit. Veelal zal men bij deze gezinnen zien dat na het overlijden van de moeder, de kinderen elk hun eigen weg gaan. De relaties in het familiaal netwerk zijn hier dus broos en bieden geen sociale steun.

Verklaringen op microniveau

Werkloosheid

Zoals in 2.2. vermeldt werken weinig alleenstaande moeders. Vooral als de kinderen nog onder de vier jaar zijn blijken zij minder deel te nemen aan de arbeidsmarkt dan moeders die een partner hebben. Terwijl als de kinderen in de middelbare school zitten, dit juist omgekeerd blijkt te zijn. Het is wel zo als alleenstaande moeders werken dat zij dan meestal voltijds werken. Wat ervoor zorgt dat als ze dus voltijds werken, zij na hun werk, eerst nog hun huishouden doen en er dus weinig tijd overblijft voor vrije tijd en een sociaal netwerk.

Er dient hier wel opgemerkt te worden dat een groot aantal van de alleenstaande moeder een laag opleidingsniveau heeft, namelijk 35, 3 % waardoor hun arbeidskansen op de arbeidsmarkt dus ook wel minder zijn.

Arbeid staat gekend als bron om status, sociale erkenning en identiteit te verwerven maar daarnaast zorgt het voor meer sociale contacten zijn en behoedt de sociale isolatie.

Het huishouden en gezinsleven zijn ook een bron maar deze kunnen slechts ten dele het verlies van arbeid compenseren.

Verslechtering van de financiële situaties

Het hebben van geld bepaald veelal of je kunt deelnemen aan vrijetijdsactiviteiten of een vrijtijdsbesteding kan doen waar je mensen ontmoet. Ook als het financieel wat minder gaat zal dit één van de zaken zijn waar mensen het eerst op besparen.

Wanneer we sites van verenigingen bekijken, die zich openstellen voor alleenstaande moeder of alleenstaanden in het algemeen dan deed men heel wat activiteiten die nogal duur zijn. Waardoor zij er dus voor zorgen dat zij de kansarme alleenstaande moeders niet bereiken. Daarnaast is het noodzakelijk te zeggen dat dergelijke vzw's specifiek voor alleenstaande moeders ook nooit echt kansarmen uit de regio Ieper bereiken daar regio Ieper eigenlijk uit de boot valt bij activiteiten en dat hun uitstappen meestal worden geregeld via mail of forum en zij dus geen rekening houden met de digitale kloof.

In een recent onderzoek van Comeva en Koning Boudewijnstichting, hebben ze de financiële situatie van vrouwen doorgelicht. Ook de invloed van hun financiële situatie op hun sociaal netwerk werd bevraagd. Deze enquête werd ingevuld door 280 alleenstaande moeders, in totaal werden 1644 mensen ondervraagd.38% van deze alleenstaande moeders geven aan niet rond te komen met hun budget. Daarnaast blijkt ook uit dit onderzoek dan 26% van de ondervraagde vrouwen die financieel niet rondkomen, niet tevreden zijn met hun sociaal netwerk en dit tegenover 8% van de ondervraagde vrouwen die wel financieel rondkomen. Aan alle vrouwen, die zowel financieel rondkomen als niet rondkomen, werd gevraagd hoe belangrijk zij dit vinden hun sociaal leven en 89% van de vrouwen hecht hier toch wel belang aan. Di t blijkt dus een belangrijk thema te zijn in hun leven. Ook werd hen in dit onderzoek gevraagd of zij financiële hulp zouden vragen aan familie of vrienden. Daarvan bleek 59% geen financiële hulp te durven vragen, en wist ook 47% van de vrouwen hun omgeving niet dat zij het financieel moeilijk hebben. Onderstaand voorbeeld van een cliënt op mijn stage illustreert hetgeen hierboven vermeld:

Cliënt Els (Alleenstaande moeder van 2 kinderen)

"Ik heb enkele mensen leren kennen in de opleiding die ik nu volg. Maar het blijft moeilijk om nog eens af te spreken met hen na de opleiding want ze stellen dan voor om iets te gaan drinken. Maar een koffie in een taverne kost al snel 2 EUR en dan eet je meestal nog een pannenkoek en hoeveel kost dat dan al niet weer. Ik heb daar gewoon geen budget voor."

Besluit

Uit dit hoofdstuk concluderen we dat alleenstaande moeders mogelijks meer nood ervaren aan een sociaal netwerk dan een moeder in een klassiek gezin. Ze zijn uit ondervraging het minst tevreden met hun sociale steun. Daarnaast hebben zij vaak netwerkleden die zich ook in zelfde positie bevinden als de alleenstaande moeder. Deze personen kunnen mogelijks even kwetsbaar zijn en hebben mogelijks dezelfde sociale steun nodig als de alleenstaande moeder. Waardoor zij dus niet aan sociale ruil kunnen doen.

We merken ook op dat sommige alleenstaande moeders geïsoleerd leven vanwege het minder kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven door bijvoorbeeld; werkloosheid, financiële situatie, ...De knelpunten voor een sociaal netwerk bevindt zich dus op drie verschillende niveaus. Op macroniveau is het niet mogelijk om daar met onze hulpverlening een oplossing aan te bieden. Knelpunten op meso- en microniveau is wel aan te werken samen met de cliënt. De knelpunten maken het wel duidelijk dat om het werken aan een sociaal netwerk vooral de cliënt gemotiveerd moet zijn om aan het sociaal netwerk te werken.

Het is wel zo dat deze knelpunten allemaal hypotheses zijn en niet elke alleenstaande moeder ervaart gevolgen van de bovenvermelde verklaringen. Elke cliënt is verschillend. Dit dienen wij ook goed indachtig te zijn wanneer we een sociaal netwerk willen analyseren van een cliënt.

Het helpen opbouwen van een sociaal netwerk bij alleenstaande moeders

Bijgevoegd aan dit eindwerk vindt u een instrument om samen met uw cliënt aan de slag te gaan rond hun sociaal netwerk. Dit instrument biedt u een stappenplan aan om samen met uw cliënt te doorlopen. Het heeft enerzijds als bedoeling meer inzicht te verwerven in de sociale netwerkproblematiek van uw cliënt. Anderzijds zet het de cliënt en u op weg naar het formuleren van doelstellingen en het ondernemen van acties om de cliënt zijn sociaal netwerk te helpen opbouwen of versterken. Het hulpverleningsinstrument werd opgesteld volgens maatschappelijke hulpverleningsprincipes zoals empowerment en maatzorg die noodzakelijk zijn om te werken aan een sociaal netwerk. Het verhoogt de kansen op slagen van de acties die de cliënt zal ondernemen om zijn sociaal netwerk op te bouwen of te versterken.

Dit hulpverleningsinstrument is mijn voorstel hoe wij alleenstaande moeders kunnen helpen om hun sociaal netwerk op te bouwen. De verschillende elementen van de vorige hoofdstukken werden zoveel mogelijk verwerkt in dit instrument.

Bibliografie

Boeken

  • HENDRIX H. Bouwen aan netwerken; Leer- en werkboek voor het bevorderen van sociale steun in de hulpverlening, H. Nelissen, Baarn, 1997.
  • VANDEWEYER J. Sociaal gebabbel. Het verband tussen sociale interactie, de diversiteit van interactiepartners en democratische waardepatronen nader bekeken. In: ELCHARDUS M. & GLORIEUX I. De symbolische samenleving; een exploratie van nieuwe sociale en culturele ruimte, Lannoo Uitgeverij, Tielt, 2002.
  • DRIESSENS K. Bindkracht in Armoede,Tielt, Lannoo Uitgeverij, 2006.
  • DRIESSENS, K. Armoede en hulpverlening. Omgaan met isolement en afhankelijkheid. Gent, Academia Press, 2003.
  • VRANKEN J. & HENDERICKX E. Het speelveld en de spelregels; Een inleiding tot de sociologie, Leuven, Acco, 2004.
  • DE VRIES S. Basismethodiek psychosociale hulpverlening, Houten, Bohn Stafleu van Loghum, 2008.
  • VRANKEN J, CAMPAERT G. , DE BOYSER K. & DIERCKX D. Armoede en sociale uitsluiting; jaarboek 2007, Acco, Leuven, 2007.
  • Artikels

  • BOURGEOIS S. Centrum voor actieve netwerkontwikkeling en omgevingsondersteuning, in: Agora, nr. 1, jrg. 2006, blz. 46-47.
  • FOKKEMA T. & DYKSTRA P. Feiten en misverstanden over eenzaamheid en de aanpak ervan; verkenning van een ambitieus perspectief, in: Tijdschrift voor Welzijnswerk, nr. 298, jrg. 33, maart 2009, blz 37-41.
  • Internetsites

  • FOV Begrippenlijst Sociaal Cultureel Volwassenwerk, internet, (http://www.fov.be/IMG/doc/begrippenlijst).
  • Lodewijckx E. Alleenstaande ouders. In detail bekeken. http://www.cbgs.be, Bijdragen onderzoek -Huishoudens, 8 juni 2004.
  • ONBEKEND Aanbevelingen voor éénoudergezinnen, Nederlandstalige vrouwenraad vzw, internet, ongepubliceerd verslag, 2004,(http://www.develop-it.be/vrouwenraad/oudesite/pdf/standpunten_2004/platform_eenoudergezinnen_aanbevelingen.pdf).
  • O'BRIEN J & O'BRIEN C.L. Unlikely alliances; friendship & people with Developmental Disabilities, internet, Responsive Systems Associates, 1993, (http://www.eric.ed.gov/ERICDocs/data/ericdocs2sql/content_storage_01/0000019b/80/13/b1/48.pdf).
  • ONBEKEND Caw De Papaver; Versterkt Welzijn, internet, (www.cawdepapaver.be).
  • VALGAEREN E. Alleenstaande ouders en hun arbeidsloopbaan, internet, UHasselt SEIN - Steunpunt Gelijkekansenbeleid, 2010, (https://doclib.uhasselt.be/dspace/bitstream/1942/10469/1/Levensloopperspectief%20in%20het%20onderzoek%20naar%20alleenstaande%20ouders_elkevalgaeren.pdf ).
  • Onbekend, Een situatie in kaart gebracht: het ecogram, internet, 2009, (http://homepages.hvu.nl/fsao/k.vhaaster/client/studenten/2005/Chadidja/Ecogram.doc).
  • VANHEE L. Weerbaar en broos : mensen in armoede over ouderschap : een verkennende kwalitatieve studie in psychologisch perspectief, internet, KuLeuven, 2007, (https://lirias.kuleuven.be/handle/1979/1032).
  • HORTULANUS R. & MACHIELSE A. & MEEUWESEN Eenzame naasten, SVWO / Arcon, internet, 2008, (http://site185.primosite.com/docs/Eenzame%20naasten_SociaalDebat.pdf).
  • VAN DEN BROUCKE S. Sociaal kapitaal: Investeren in gemeenschappen, internet, (http://www.vig.be/content/pdf/LG_sociaal_kapitaal.pdf).
  • MOERMAN T. Van lotgenoten onder gelijken, naar kennismaking met vreemden; over het belang van informele contacten tussen mensen in armoede en mensen die niet in armoede leven, internet, UGent, ongepubliceerd eindwerk, Gent, 2008, (http://www.scriptieprijs.be/nl/index.php?page=44&jaar=2008&id=913).
  • LEMAIRE P. Alleenstaande moeders de klok rond, Arteveldehogeschool Gent, internet, ongepubliceerd eindwerk, 2007, (http://www.scriptiebank.be/index.php?page=44&terug=1&cat=88&id=663).
  • DRIEDONKS G. & VAN DER MEER J. Sociale netwerkanalyse, internet, ongepubliceerde powerpointpresentatie, 2008, (http://pdf.swphost.com/logacom/Rehabcongres/2008%20ppt/21._Sociaal_netwerkanalyse_-_G._Driedonks___J._van_der_Meer_I.pdf).
  • Fé RESEARCH Onderzoeksnota resultaten luisterforum, " Berekende toekomst" , internet, Comeva & Koning Boudewijnstichting, 2010, (http://www.comeva.be/nl/wp-content/uploads/2009/05/berekende-toekomst_persdossier_nl.pdf).
  • GEURTS K. De arbeidsmarktpositie van alleenstaande ouders; Nieuwe bevindingen uit het Datawarehouse Arbeidsmarkt en Sociale Bescherming, internet, Leuven, Steunpunt WAV, 2006, (http://www.baso.be/nieuws_actualiteit/afb_actualiteit/De%20arbeidsmarktpositie%20van%20alleenstaande%20ouders.pdf).
  • ONBEKEND, Lokaal Sociaal Beleidsplan Ieper; Hoofdstuk 2:Omgevingsanalyse LSB Ieper , Ieper, 2008, (http://193.191.150.30/ieper/burgers/files/Plan%2008-13%20Hoofdstuk%202%20(p%2018-96).pdf)

Andere

  • ONBEKEND De thuisloze niet meer langer op zijn eiland, ongepubliceerd verslag, CAW De Papaver, 2010.
  • ONBEKEND Integrale begeleiding, ongepubliceerd document, CAW De Papaver, 2010.
  • ONBEKEND Toeleiden naar basisrechten, ongepubliceerd document, CAW De Papaver, 2010.
  • CORIJN M. Gezondheid en gezondheidsgedrag in het Vlaamse Gewest: verschillen naargelang het huishoudtype, Brussel, Josée Lemaître, 2008.
  • BUYSE V., FORRET F. , DEBRUYNE E., CASTELEIN A., VANHECKE J., LOUAGIE L. & VERSTRAETE L. Eindwerk zesde jaar; wat verwachten we van het eindwerk humane wetenschappen?, ongepubliceerd document, Roeselare, VMS, 2006.
  • VANHELLEPUTTE L. 3BASW Eindwerk en Bachelorproef; Academiejaar 2009-2010, Kortrijk , KATHO-IPSOC, 2009.
  • SANTOS G. & VERGEYNST T. SVR Profielschets 2008; Resoc Westhoek, Studiedienst van de Vlaamse Regering, 2009.
    1. Centrum Algemeen Welzijnswerk
    2. http://www.cawdepapaver.be/
    3. Algemeen Maatschappelijk Werk
    4. Sociale Huisvestingsmaatschappij te Ieper
    5. HENDRIX H. Bouwen aan netwerken; Leer-en werkboek voor het bevorderen van sociael steun in de hulpverlening, H. Nelissen, Baarn, 1997.
    6. FOV, Begrippenlijst Sociaal Cultureel Volwassenwerk, internet, (http://www.fov.be/IMG/doc/begrippenlijst).
    7. Van den Broucke S. Sociaal kapitaal: Investeren in gemeenschappen, internet, (http://www.vig.be/content/pdf/LG_sociaal_kapitaal.pdf).
    8. Tandemwerking: Het is een partnerschap dat opgebouwd wordt tussen vrijwilligers die in armoede leven en vrijwilligers die niet in armoede leven, omdat beiden het leven in armoede een onaanvaardbaar onrecht vinden. (DEPREZ J. Tandemwerking , 't Hope, 2008, http://users.telenet.be/thope/pdf/de%20tandemwerking.pdf.)
    9. Driessens K. pg 387-388
    10. Driessens K. , pg 391
    11. Driessens K., pg 394
    12. ONBEKEND Netwerkontwikkeling gebaseerd op cursus Netwerken van P.L.A.N. vzw, Gentbrugge, 2010.
    13. DE VRIES S. Basismethodiek psychosociale hulpverlening, Houten, Bohn Stafleu van Loghum, 2008.
    14. DE VRIES S. Basismethodiek psychosociale hulpverlening, Houten, Bohn Stafleu van Loghum, 2008.
    15. http://www.encyclo.nl/begrip/coping
    16. E. Lodewijckx, Alleenstaande ouders. In detail bekeken. http://www.cbgs.be, Bijdragen onderzoek -Huishoudens, 8 juni 2004
    17. ONBEKEND, Lokaal Sociaal Beleidsplan Ieper; Hoofdstuk 2:Omgevingsanalyse LSB Ieper , Ieper, 2008, (http://193.191.150.30/ieper/burgers/files/Plan%2008-13%20Hoofdstuk%202%20(p%2018-96).pdf)
    18. SANTOS G. & VERGEYNST T. SVR Profielschets 2008; Resoc Westhoek, Studiedienst van de Vlaamse Regering, 2009.
    19. VANDROMME G. CAW 2009 Gezinssituatie, ongepubliceerde gegevens, CAW De Papaver, 2010.
    20. DE VRIES S. Basismethodiek psychosociale hulpverlening, Houten, Bohn Stafleu van Loghum, 2008.
    21. DE VRIES S. Basismethodiek psychosociale hulpverlening, Houten, Bohn Stafleu van Loghum, 2008.
    22. LAMMERTYN F. Le nouveau social. Maatschappij op zoek naar nieuwe vormen van sociale bescherming. In: De gids op maatschappelijk gebied, 1998, nr 11.
    23. DRIESSENS K. Bindkracht in Armoede, Lannoo Uitgeverij, pg 67
    24. DRIESSENS, K. Armoede en hulpverlening. Omgaan met isolement en afhankelijkheid. Gent, Academia Press, 2003.