3. inleiding

Het onderwerp is: “de elektronische leeromgeving”

Ik heb voor dit onderwerp gekozen, omdat ik er vrij veel gebruik van maak. Een andere reden is dat het nog niet zo lang is ingevoerd op deze school. Aangezien elke leerling op een andere manier omgaat met de elektronische leeromgeving, ben ik benieuwd of dat ook verband heeft met de leerstijlen van de leerling. De opzet van dit verslag is volgens de wetenschappelijke methode.

4. Onderzoeksvraag:

Is er een verband tussen de waardering van de elektronische leeromgeving (Teletop) door leerlingen en de leerstijl?

5. Hypothese

Aan de hand van de literatuur verwacht ik dat:

- Denkers:

Deze leerlingen kijken vaak op Teletop, als de docent hier veel gebruik van maakt. Denkers mailen de docent via Teletop om vragen te stellen. Ze zien het nut van Teletop in. Het cijfer dat ik daarom verwacht is: 7

- Doeners:

Zij kijken regelmatig op Teletop. Waarschijnlijk alleen om te kijken of er nog iets nieuws op staat. Ze kijken vooral of er wat moet gebeuren voor de volgende les. Zij vinden Teletop handig. Cijfer dat ik verwacht is: 8

- Dromers:

Leerlingen met deze leerstijl weten dat ze op Teletop kunnen kijken en denken er ook wel over na, maar vergeten vervolgens om daadwerkelijk op Teletop te gaan kijken. En als ze erop zijn, kunnen ze vaak niks vinden. Cijfer dat ik verwacht is: 7

- Beslissers:

Zij vragen zich af of het nodig is om op Teletop te kijken. Het hangt af van de noodzaak, of zij op Teletop zullen gaan kijken. Zij hebben niet zoveel met Teletop omdat ze denken het niet nodig te hebben. Cijfer dat ik verwacht is: 6

6. Onderzoeksinstrument:

Onderzoeksinstrument: “het opzetten van functionele kwantitatieve en kwalitatieve enquêtes en het trekken van duidelijke conclusies”.
Ik heb dit instrument gekozen, omdat dit het beste past bij het onderzoek dat doe.

7. Onderzoeksplan:

De volgende dingen ben ik van plan:

- Literatuur onderzoek: de leerstijlen opfrissen en een hypothese opstellen.

- Leerlingen een leerstijlen test laten maken om de leerstijl te bepalen.

- Een enquête maken voor leerlingen, waarin ik vragen stel over teletop

- D.m.v. gekregen informatie en literatuur conclusies trekken om mijn hoofdvraag te kunnen beantwoorden.

ik neem de enquête af in de klassen waarin ik les geef.
Ik wil de gegevens per klas verwerken en hier conclusies uit trekken.

8. Literatuur onderzoek

In 1984 heeft Kolb een boek gepubliceerd met de titel “Experiential learning: experience as the source of learning and development”. In dit boek beschrijft hij 17 jaar onderzoek naar ervaringsgericht leren. Volgens Kolb: “Leren is het proces waarbij kennis wordt gecreëerd door de transformatie van ervaring”. Het vermeerderen van kennis volgt dus uit ervaringen en dit noemen wij leren. Dit leren is een proces dat ingedeeld kan worden in verschillende fasen (zie 1).

Wanneer je iets meemaakt (ervaring) is het belangrijk daarna je ervaringen te overdenken (reflectie) en te veralgemeniseren (verkennen van theorie). Je kunt vervolgens een aanpak bedenken waarmee je een overeenkomstige gebeurtenis tegemoet kan treden (experimenteren). Vervolgens doorloop je de cirkel opnieuw. Deze cirkel kan beschreven worden in een assenstelsel waarvan de verticale as verloopt van abstract naar concreet en de horizontale as verloopt van actief naar passief.

De vier fasen herhalen zich volgens Kolb voortdurend in deze volgorde. Het is echter niet nodig altijd met een concrete ervaring (bovenaan de cirkel) te beginnen. Het kwadrant waar een individu het liefst begint voor een effectieve leerervaring, noemen we zijn leerstijl. Kolb legt uit dat de meeste mensen als gevolg van erfelijkheid, vroegere ervaringen en de eisen van huidige omstandigheden, sommige leervaardigheden beter ontwikkelen dan andere. Dit leidt tot een verschil in hoe mensen leren; ze ontwikkelen verschillende leerstijlen. Kolb omschrijft vier soorten leerstijlen: de accommoderende, divergerende, assimilerende en convergerende leerstijl. Populairder gezegd: de doener, de dromer, de denker en de beslisser (zie tabel ).

Leerstijl

Concreet / Abstract

Reflectief / Actief

Kernwoorden

Leert het beste van...

Doener
Accommoderen

Concreet

Actief

Wat is er nieuw? Ik ben in voor alles.

§ directe ervaring, dingen doen

§ nieuwe ervaringen, het oplossen van problemen

§ in het diepe gegooid worden met een uitdagende taak

Dromer
Divergeren

Concreet

Reflectief

Ik wil hier graag even over nadenken

§ activiteiten waar ze de tijd krijgen/gestimuleerd worden (achteraf) na te denken over acties

§ als de mogelijkheid wordt geboden eerst na te denken en dan pas te doen

§ beslissingen nemen zonder limieten en tijdsduur

Denker
Assimileren

Abstract

Reflectief

Hoe is dat met elkaar gerelateerd?

§ gestructureerde situaties met duidelijke doelstellingen (congressen, colleges, boeken)

§ als ze de tijd krijgen om relaties te kunnen leggen met kennis die ze al hebben

§ situaties waar ze intellectueel uitgedaagd worden

§ de kans krijgen vragen te stellen en de basismethodologie, logica etc. te achterhalen

§ theoretische concepten, modellen en systemen

Beslisser
Convergeren

Abstract

Actief

Hoe kan ik dit toepassen in de praktijk?

activiteiten waar:
- een duidelijk verband is tussen leren en werken
- ze zich kunnen richten op praktische zaken
- ze technieken worden getoond met duidelijke praktische voorbeelden.
- ze de kans krijgen dingen uit te proberen en te oefenen onder begeleiding van een expert

(Bron: http://igitur-archive.library.uu.nl/student-theses/2008-0625-200526/PGO%20verslag.doc)

9. Resultaten

Aan de hand van de leerstijlentest die bij de enquête in zit (zie bijlage) heb ik de leerstijlen bepaald. Leerlingen die in 2 of meer kwadranten vielen heb ik het grootste kwadrant gepakt van de schietschijf.

Leerstijlen 1MH1

Leerstijl

Denkers

Doeners

Dromers

beslissers

Wie

Manon,Emiel, Jolijn, naamloos, Max, Ilse, Sanne, Marjolein

Justin, Sam, Roan, Tom

Li, naamloos, Dionne,Jeske, Kevin, Cas, Wouter

Aantal

8

4

7

0

Leerstijlen 1A1

Leerstijl

Denkers

Doeners

Dromers

beslissers

Wie

Maartje

Julia, Sophie, Hilde, Roos,(britt), Demi, Anne, Max, Koen, Borit, Floris

Basira, Emel, Anouk N,(roos), Britt, Anouk G, Rowan, Dion

Bart

Aantal

1

10

7

1

Totaal over 2 klassen

9 (23,7%)

14 (36,8%)

14 (36,8%)

1 (2,7%)

Helaas is er maar 1 beslisser. Dit is geen representatief getal. Dus de uitslag van de enquête voor de beslissers kan niet als betrouwbaar worden gerekend.

Uitslagen Enquête

Denkers, 23,7%

1MH1: 8 denkers

1A1: 1 denker

Belangrijkste reden om op teletop te kijken:

- Kijken wat er geleerd moet worden voor een SO of CP

- kkl stencils

- kijken wat voor huiswerk er is.

- kijken wat je moet leren voor toetsen

Grootste drempel om op teletop te kijken:

- kan teletop niet goed lezen omdat het klein op het beeldscherm is.

- Opstaan en naar de computer lopen

- Geen tijd

- Niet duidelijk, sommige dingen worden geblokkeerd.

- geen zin

Kijkt hoe vaak op teletop*:

Nooit

Nooit

Weinig

1

Weinig

1

Regelmatig

3

Regelmatig

Vaak

4

Vaak

altijd

altijd

* (Gemiddelde over de vakken waarbij teletop regelmatig, vaak of altijd gebruikt word. )

A. Ik gebruik Teletop als studiewijzer.

1MH1 (8)

1A1 (1)

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

1

1

1

1

Kijk liever in de agenda

2

1

Alleen kkl stencil

2

3

4

Soms handig, ter herinnering

3

4

2

Handig als je iets vergeet op te schrijven

4

5

5

B. Ik gebruik Teletop om mijn docent te mailen als ik iets niet snap.

1MH1 (8)

1A1 (1)

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

1

5

Doe ik nooit, vragen stel ik in de les, gebruik allen Hotmail, geen tijd

1

2

1

Stuur nooit e-mail

2

1

Heb bijna nooit een vraag

3

1

3

4

4

5

1

Als ik iets niet snap mail ik altijd

5

C. Ik gebruik Teletop als ik een les gemist heb, zodat ik kan zien of ik huiswerk heb, of wat voor stof er behandeld is.

1MH1 (8)

1A1 (1)

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

1

2

Vraagt aan klasgenoten, nooit een les gemist

1

2

2

Belt/Sms't klasgenoten

2

3

2

Belt/Sms't klasgenoten

3

4

2

Handig om bij te blijven

4

1

Ja is wel handig, maar ben nog nooit ziek geweest

5

5

D. Ik vind teletop handig

1MH1 (8)

1A1 (1)

Hoe vaak
1 = niet handig, 5= heel handig.

Aantal

Reden

Hoe vaak
1 = niet handig, 5= heel handig.

Aantal

Reden

1

1

1

2

2

Kan veel niet vinden

2

3

2

Teletop is traag, niet handig als internet het niet doet

3

1

Beetje, ik kan bij sommige vakken mijn resultaten of huiswerk zien

4

1

KKl stencil erg handig

4

5

2

Handig als je ziek bent geweest, dan kan ik zo kijken wat we gedaan hebben

5

Als jij Teletop een cijfer zou mogen geven(1-10). Wat voor cijfer zou dat dan zijn?

1MH1 (8)

1A1 (1)

7 - 7,5 - 8 - 8 - 8 - 3- 7- 5

6

gemiddelde = 6,7

gemiddelde = 6

Totale gemiddelde over alle denkers is een 6,6

Doeners 36,8%

1MH1: 4 doeners

1A1: 10 doeners

Belangrijkste reden om op teletop te kijken:

- weet je wat je moet doen

- kijken wat ik moet leren

- Toets stof bekijken voor SO/CP, staat duidelijk wat je moet leren

- Om extra oefeningen te maken

Grootste drempel om op teletop te kijken:

- computer loopt soms vast

- geen

- geen tijd / geen zin

- trage PC

- het inloggen duurt lang

Kijkt hoe vaak op teletop*:

Nooit

Nooit

1

Weinig

Weinig

4

Regelmatig

2

Regelmatig

3

Vaak

2

Vaak

2

altijd

altijd

* (Gemiddelde over de vakken waarbij teletop regelmatig, vaak of altijd gebruikt word. )

A. Ik gebruik Teletop als studiewijzer.

1MH1

1A1

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

1

2

Wist ik niet dat dit kon

1

2

2

6

Meeste leraren werken er niet mee, planner op papier, leerstof voor toetsen

3

2

Veel staat in mijn agenda, weet ik wat ik moet doen

3

3

Kijkt er wel op voor toetsen maar niet voor huiswerk

4

4

1

Anders staat mijn agenda te vol

5

5

B. Ik gebruik Teletop om mijn docent te mailen als ik iets niet snap.

1MH1

1A1

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

1

3

Vraagt klasgenoot, tot nu toe niet gedaan

1

5

Niet nodig, nooit gemailt, vraagt klasgenoot

2

1

Maar het is wel een goed idee om te doen in vervolg

2

2

Mail bijna nooit, soms als ik iets echt niet snap

3

3

4

4

1

Om cijfers te vragen

5

5

2

Makkelijker en sneller als ik iets niet snap, hier staan hun email adressen op

C. Ik gebruik Teletop als ik een les gemist heb, zodat ik kan zien of ik huiswerk heb, of wat voor stof er behandeld is.

1MH1

1A1

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

1

1

Doe ik nooit, maar is wel een goed idee om het te gaan doen.

1

5

Vraag het aan klasgenoot, geen zin in, nooit een les gemist

2

2

Alleen als ik ziek ben geweest, n.v.t.

2

3

Soms voor toetsen, geen tijd, vraagt klasgenoot

3

1

Kkl stencil is belangrijk

3

1

Vraagt klasgenoot meestal

4

4

5

5

1

Vind het sneller

D. Ik vind teletop handig

1MH1

1A1

Hoe vaak
1 = niet handig, 5= heel handig.

Aantal

Reden

Hoe vaak
1 = niet handig, 5= heel handig.

Aantal

Reden

1

1

2

2

2

Alleen voor toetsen

3

2

soms kloppen links niet

3

3

Er staat huiswerk op, voor de rest niets

4

2

Het is makkelijker dan opschrijven, er staat veel info op

4

4

Voor de meeste dingen kijk ik erop, wel handig maar gebruik het niet vaak, handig voor huiswerk en leren SO/CP

5

5

1

Handig als alles erop staat

Als jij Teletop een cijfer zou mogen geven(1-10). Wat voor cijfer zou dat dan zijn?

1MH1

1A1

6 - 8 - 9 - 7

8 - 6 - 7 - 3* - 9 - 6 - 3* - 7 - 8 - 7

gemiddelde = 7,5

gemiddelde = 6,4

Gemiddelde over alle doeners = 6,7**

* = Max en Floris staan bekend om hun negativiteit. En kraken het liefst alles af wat er af te kraken valt. (Anders zou het een 7,3 zijn, zelfde gemiddelde als 1MH1)
**= zonder Max en floris een 7,3

Dromers 36,8%

1MH1: 7 dromers

1A1: 7 dromers

Belangrijkste reden om op teletop te kijken:

- SO/CP stof bekijken

- huiswerk

- makkelijk voor het leren

- KKl blad (engels)

- huiswerk kijken

- toetsstof bekijken en oefenen.

Grootste drempel om op teletop te kijken:

- Pc problemen

- teletop doet het niet op mijn computer

- het inloggen is een probleem

- langzame computer

- geen tijd/zin (x5)

Kijkt hoe vaak op teletop*:

Nooit

Nooit

Weinig

1

Weinig

5

Regelmatig

4

Regelmatig

1

Vaak

2

Vaak

1

altijd

altijd

* (Gemiddelde over alle vakken waarbij teletop regelmatig, vaak of altijd gebruikt word. )

A. Ik gebruik Teletop als studiewijzer.

1MH1

1A1

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

1

1

1

2

2

Soms, hier staat voor mij niks belangrijks in

2

5

Meeste vakken hebben we planner op papier

3

3

Soms papieren planner, soms digitaal

3

4

2

Erg handig

4

1

Voor leren van de toetsen

5

5

B. Ik gebruik Teletop om mijn docent te mailen als ik iets niet snap.

1MH1

1A1

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

1

7

Heb nooit gemailt, ik weet niet hoe het werkt

1

4

Vraag het in de les

2

2

1

Als je in de vakantie vragen hebt

3

3

4

4

5

5

2

Ik weet anders het mail adres niet van de docenten, doe ik vaak

C. Ik gebruik Teletop als ik een les gemist heb, zodat ik kan zien of ik huiswerk heb, of wat voor stof er behandeld is.

1MH1

1A1

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

1

2

Niet over nagedacht, nooit een les gemist

1

5

Belt klasgenoot

2

1

Sms klasgenoot meestal

2

1

Weinig lessen gemist en vraag dan eerder een klasgenoot

3

3

4

2

Ik kijk wel, maar ben nooit ziek geweest, handig als je niet weet wat je moet leren

4

5

2

ja zo mis je niks, zo blijf ik bij

5

1

Zodat ik geen achterstand heb

D. Ik vind teletop handig

1MH1

1A1

Hoe vaak
1 = niet handig, 5= heel handig.

Aantal

Reden

Hoe vaak
1 = niet handig, 5= heel handig.

Aantal

Reden

1

1

2

2

3

Handig voor leerstof

3

1

Je weet gelijk wat je moet doen

3

3

Handig voor leerstof, handige link voor schoolwise

4

5

Handig, wel ingewikkeld, er staat van alles op

4

5

1

Ja omdat ik daardoor beter kan leren dan uit het boek

5

1

Handig als je een les hebt gemist

Als jij Teletop een cijfer zou mogen geven(1-10). Wat voor cijfer zou dat dan zijn?

1MH1

1A1

7,5 - 7 - 8 -7,5 - 7 - 7 - 8

6 - 6 - 6 - 6 - 6 - 6 - 10

Gemiddelde = 7,4

Gemiddelde = 6,5

Gemiddelde cijfer van alle dromers is een 7

Beslissers, 2,7 %

1A1: 1 beslisser

Belangrijkste reden om op teletop te kijken:

- voor opdrachten en oefentoetsen

Grootste drempel om op teletop te kijken:

- geen

Kijkt hoe vaak op teletop*:

Nooit

Weinig

Regelmatig

1

Vaak

altijd

* (Gemiddelde over alle vakken waarbij teletop regelmatig, vaak of altijd gebruikt word. )

A. Ik gebruik Teletop als studiewijzer.

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

1

2

3

1

Om te kijken of er nog huiswerk is.

4

5

B. Ik gebruik Teletop om mijn docent te mailen als ik iets niet snap.

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

1

2

1

Als ik iets echt niet snap

3

4

5

C. Ik gebruik Teletop als ik een les gemist heb, zodat ik kan zien of ik huiswerk heb, of wat voor stof er behandeld is.

Hoe vaak
1 = nooit,

5= heel vaak.

Aantal

Reden

1

2

3

4

5

1

Kan ik altijd het huiswerk vinden

D. Ik vind teletop handig

Hoe vaak
1 = niet handig, 5= heel handig.

Aantal

Reden

1

2

3

4

1

Voor huiswerk

5 Als jij Teletop een cijfer zou mogen geven(1-10). Wat voor cijfer zou dat dan zijn?

8.8 Cijfers teletop per leerstijl.

Denkers 6,6 (N = 9 leerlingen)
Doeners 6,7 (N = 14 leerlingen)
Dromers 7 (N = 14 leerlingen)
Beslissers 8,8 (N = 1 leerling*)

N totaal = 38 leerlingen

* niet representatief als gemiddelde.

10. Discussie

Als eerste wil ik kijken naar mijn hypothese. Ik ga elke leerstijl bij langs in hoeverre ik dichtbij de uitkomsten zat of er helemaal naast zat.

- Denkers:

Deze leerlingen kijken vaak op Teletop, als de docent hier veel gebruik van maakt. Denkers mailen de docent via Teletop om vragen te stellen. Ze zien het nut van Teletop in. Het cijfer dat ik daarom verwacht is: 7

Het cijfer wat de leerlingen hebben gegeven is een 6,6. Ze zijn minder positief over teletop dan ik had verwacht. Ook mailen ze niet snel een docent als ze iets niet snappen. Ze vragen eerder een klasgenoot. Dit vind ik zeer begrijpelijk. Ze kijken gemiddeld wel het meest op teletop.

- Doeners:

Zij kijken regelmatig op Teletop. Waarschijnlijk alleen om te kijken of er nog iets nieuws op staat. Ze kijken vooral of er wat moet gebeuren voor de volgende les. Zij vinden Teletop handig. Cijfer dat ik verwacht is: 8

Het cijfer wat de leerlingen hebben gegeven is een 6,7. Het hangt duidelijk van de leraar af of er op teletop gekeken word. De vakken waarbij teletop veel gebruikt word door de docent, word meer op teletop gekeken. Ze kijken iets minder vaak op teletop dan de denkers

- Dromers:

Leerlingen met deze leerstijl weten dat ze op Teletop kunnen kijken en denken er ook wel over na, maar vergeten vervolgens om daadwerkelijk op Teletop te gaan kijken. En als ze erop zijn, kunnen ze vaak niks vinden. Cijfer dat ik verwacht is: 7

Het cijfer wat de leerlingen hebben gegeven is een 7. Ze kijken gemiddeld minder op teletop dan denkers en doeners, maar hun waardering is wel hoog. Ik dacht dat ze niks konden vinden, maar dat is niet het geval. Juist voor dromers is teletop een extra hulpmiddel om alles op een rijtje te hebben. Het bied ze extra structuur.

- Beslissers:

Zij vragen zich af of het nodig is om op Teletop te kijken. Het hangt af van de noodzaak, of zij op Teletop zullen gaan kijken. Zij hebben niet zoveel met Teletop omdat ze denken het niet nodig te hebben. Cijfer dat ik verwacht is: 6

Het cijfer wat 1 leerling heeft gegeven is een 8,8. Dit is wel hoger dan ik had verwacht, maar omdat het maar om 1 leerling gaat kan ik deze resultaten niet geldig verklaren, helaas.

11. Conclusie:

Uit het onderzoek blijkt dat de waardering voor de elektronische leeromgeving niet leerstijl afhankelijk is. Er zit wel verschil in waardering voor teletop tussen de verschillende leerstijlen. Maar het is niet iets wat je aan de leerstijl kunt toeschrijven. Daar voor lopen de waarderingen cijfermatig niet ver genoeg uit elkaar. Er is wel iets anders uit het onderzoek gekomen is dat niet in de onderzoeksvraag zat. Namelijk dat Mavo/Havo leerlingen teletop meer waarderen dan vwo leerlingen. Dit is te verklaren doordat VWO leerlingen de extra stof, die vaak op een elektronische leeromgeving te vinden is, niet nodig vinden.

12. Evaluatie en reflectie

De waardering voor teletop zou niveau afhankelijk kunnen zijn. Dit zou een vervolg onderzoek waard zijn.
Het lastigste was het sorteren van de leerlingen in hun leerstijlen. Hier heb ik naast de resultaten ook mijn eigen gedachten erop los gelaten. En dan vooral bij de leerlingen waar twee leerstijlen vrij gelijk naar voren kwamen. Zo heb ik de lastigere leerstijl uitslagen van de leerstijlentest toch onder weten te verdelen.

Ik kan het resultaat van Floris en Max niet verwijderen. Dit zou de eerlijkheid van het onderzoek niet ten goede komen. Maar als ik meer resultaten had gehad waren die twee drieën in het niet gevallen.
Het was mooier geweest voor het eindresultaat als ik een groter N getal had, maar dan was het geen klein onderzoek meer gebleven. Had ik de resultaten van Floris en Max wel verwijderd, dan was het cijfer dat MH leerlingen gemiddeld gaven alsnog hoger dan het cijfer dat de Atheneum leerlingen gaven. Voor de conclusie had dit geen nadelige invloed gehad.

Ook vond ik het verrassend dat dromers positiever zijn over teletop dan ik had verwacht. Natuurlijk omdat het ze extra structuur biedt. Hier had ik geen rekening mee gehouden bij het maken van mijn hypothese.

Verder vond ik het ook lastig om goede vragen te bedenken waaruit te halen was wat hun waardering is voor teletop. Achteraf gezien had ik de vragen over het gebruik van teletop wel weg kunnen laten en had ik beter gerichte waarderingsvragen moeten stellen. Waaruit hun waardering voor teletop beter naar voren kwam. De vragen over de beweegredenen om wel of niet om teletop te kijken geeft wel een goed beeld of leerlingen het een kwelling vinden om erop te kijken of dat ze teletop handig vinden.

13. Literatuurlijst

1. K. Moeskop, S. Hegger, s. Kronemijer. W. Koning. (2008) Praktijk gericht onderzoeksverslag over leerstijlen en werkvormen.
http://igitur-archive.library.uu.nl/student-theses/2008-0625-200526/PGO%20verslag.doc (3 nov. 2009)

2. Kolb DA (1984). Experiential learning: experience as the source of learning and development. Englewood Cliffs, New Jersey: Prentice Hall

3. Leerstijlentest Kolb-Akkerman, aangepast door Technicles - centrum voor innovatief leren (www.technicles.nl)
http://www.technicles.nl/data/bibliotheek/download.php?file=Leerstijlentest%20v1.3.pdf (3 nov 2009)

4. E. Hoogstraat. Didactische werkvormen belicht vanuit de leerstijlen van kolb.
http://www.jwc.nl/Media/download/2063/Kob%20en%20didactische%20werkvormen,%20leermatereralen%20en%20leeromgeving,.doc (3 nov. 2009)

14. Bijlagen Enquête Teletop

Vraag 1: Kruis in de volgende vakken aan in hoeverre Teletop gebruikt wordt per vak, door je leraar.

Vak

nooit

weinig

regelmatig

vaak

Altijd

Nederlands

Engels

Frans

Wiskunde

Biologie

LO

Beeldende vorming

aardrijkskunde

Geschiedenis

filosofie

muziek

Vraag 2:

Gebruik voor deze vraag alleen de vakken waarop je bij vraag 1 “regelmatig”, “vaak” of “altijd” hebt ingevuld Hoe vaak kijk jij op Teletop per vak?

Vak

nooit

weinig

regelmatig

vaak

Altijd

Nederlands

Engels

Frans

Wiskunde

Biologie

LO

Beeldende vorming

aardrijkskunde

Geschiedenis

filosofie

muziek

Vraag 3:

Wat is voor jou de belangrijkste reden om op Teletop te kijken?

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Vraag 4:
Wat is voor jou de grootste drempel om op Teletop te kijken? (bijv. computer of inlog problemen)

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Vraag 5:
Wat heb je liever, omcirkel:
A. Studiewijzer en huiswerk op papier of in de agenda .
B. Studiewijzer en huiswerk op Teletop.
C. Maakt mij niet uit.
D. Zowel op papier als op Teletop.

Vraag 6:
Er volgen een aantal stellingen. Omcirkel het cijfer dat op jou van toepassing is. Geef in de kolom ernaast aan waarom.

A. Ik gebruik Teletop als studiewijzer.

Hoe vaak
1 = nooit, 5= heel vaak.

Waarom wel? Of Waarom niet?

1

2

3

4

5

B. Ik gebruik Teletop om mijn docent te mailen als ik iets niet snap.

Hoe vaak
1 = nooit, 5= heel vaak.

Waarom wel? Of Waarom niet?

1

2

3

4

5

C. Ik gebruik Teletop als ik een les gemist heb, zodat ik kan zien of ik huiswerk heb, of wat voor stof er behandeld is.

Hoe vaak
1 = nooit, 5= heel vaak.

Waarom wel? Of Waarom niet?

1

2

3

4

5

D. Ik vind teletop handig

Hoe vaak
1 = niet handig, 5= heel handig.

Waarom wel? Of Waarom niet?

1

2

3

4

5

Vraag 7:

Als jij Teletop een cijfer zou mogen geven(1-10). Wat voor cijfer zou dat dan zijn?

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….

Leerstijlen test.

Met deze leerstijlentest wordt bekeken op welke manier jij meestal een probleem aanpakt. Voor een leraar is het erg nuttig om te weten op welke manieren zijn leerlingen leren, omdat hij hierop zijn lessen kan aanpassen. Bedenk je goed; jouw manier van leren is niet beter of slechter dan die van een ander. Beantwoord de vragen dus eerlijk. Je antwoorden blijven trouwens privé, je hoeft niet je naam boven het blaadje te zetten.

Hoe ga je te werk:
De test bestaat uit 9 vragen. Het antwoord dat het beste bij jou past geef je 4 punten. Het antwoord dat daarna het beste bij jou past geef je 3 punten. Het antwoord daarna 2 punten en het antwoord wat het minst bij je past geef je 1 punt.

Schrijf de punten (4, 3, 2 en 1) in het grijze hokje voor het antwoord. Zorg ervoor dat je altijd aan alle antwoorden punten geeft!

Kolom A

Kolom B

Kolom C

kolom D

1. Je wilt leren zeilen. Hoe pak je het aan?

Ik stap direct in de boot en probeer hoe je moet zeilen

Ik blijf eerst op de kant staan en kijk hoe een ander het doet

Ik kijk eerst in een boek hoe je moet zeilen

Ik vraag iemand om het mij voor te doen en doe het na

2 Je krijgt een nieuwe computer. Je wilt hem meteen gebruiken. Waar begin je dan mee?

Ik denk er eerst over na wat je er allemaal mee zou kunnen doen.

Je vraagt eerst precies na wat er allemaal op zit en wat je ermee kunt doen

Ik lees eerst de gebruiksaanwijzing goed door

Ik probeer direct alles uit

3 Je moet een werkstuk maken bij techniek. Wat doe je?

Ik denk er eerst over na wat de bedoeling is en hoe je het aan moet pakken

Ik lees eerst de opdracht helemaal door en bekijk de tekening eerst goed

Ik kijk eerst waar ik het werkstuk voor kan gebruiken

Ik begin meteen te werken

4 Je hoort bij Nederlands een spannend verhaal. Je wilt het straks navertellen. Wat doe je?

Ik doe net of het verhaal nu gebeurt en dat ik er bij ben

Ik vind wat ik hoor geweldig en wil het meteen zelf ook doen

Ik wil eerst weten of het verhaal wel klopt

Ik vertel het verhaal gewoon na

5 Je gaat op vakantie. Je mag kiezen uit twee landen. Wat doe je?

Ik probeer me voor te stellen wat je allemaal in die landen kunt doen. Ik vind het moeilijk om te kiezen

Ik denk er niet zo lang over na. Je moet er gewoon het beste van maken.

Ik probeer zoveel mogelijk over dien landen te weten te komen. Daarna kies ik een land.

Ik kijk waar ik het meeste aan heb. Ik kan snel kiezen.

6 Je gaat een nieuwe fiets uitzoeken. Hoe ga je te werk?

Ik denk na waar ik allemaal met die fiets naartoe zou kunnen gaan en hoeveel plezier ik er van zal hebben.

Ik wil precies weten wat er allemaal op die fiets zit, wat de beste is en hoe duur hij is.

Ik wil direct proberen hoe hij rijdt.

Ik kijk welke fiets het beste voor mij geschikt is.

7 Je krijgt een SO over een thema Biologie. Hoe bereid je je voor?

Ik leer alles wat ik voor die toets moet weten.

Ik probeer alles rond het thema te begrijpen

Ik schrijf de belangrijkste dingen even op.

Ik leer, omdat het nou eenmaal moet.

8 Je kan vakantiewerk krijgen. Wat doe je?

Ik probeer me voor te stellen hoe het voor me zal zijn om dat werk te doen.

Ik wil eerst precies weten hoe hard ik moet werken en hoeveel ik verdien.

Ik wil precies weten wat iemand in dat bedrijf moet doen en hoe het bedrijf werkt.

Ik ga werken en merk vanzelf wel of het mij bevalt

9Je mag kiezen hoe je les krijgt in biologie. Hoe wil je het?

Ik wil graag dat de leraar verhalen vertelt.

Ik wil graag werkstukken maken.

Ik wil graag duidelijke opdrachten hebben.

Ik wil graag weten waar de opdrachten voor nodig zijn.

Neem nu uit je test de punten in de A-kolom over in de tabel hieronder. Let op, sommige vragen doen niet mee, die hebben al 0 punten gekregen. De overige vakjes vul je dus in.

A

B

C

D

1

0

0

2

0

0

3

4

0

0

5

0

0

6

0

0

7

0

8

9

0

Totaal

score

Voelen

bekijken

denken

Onder-nemen

Na het invullen van kolom A vul je op dezelfde manier de kolommen voor B, C en D in.

Hierna zet je de scores uit op de assen van de “schietschijf” op de volgende pagina.

Teken de score voor Voelen af op de V-as.

Doe hetzelfde met de andere scores.

Trek een lijn van het V-punt naar het B-punt, van het B-punt naar het D-punt enz.

Je kunt nu zien hoeveel je eigenlijk gebruikt van elke leerstijl.

Leerstijlentest Kolb-Akkerman, aangepast door Technicles - centrum voor innovatief leren (www.technicles.nl) http://www.technicles.nl/data/bibliotheek/download.php?file=Leerstijlentest%20v1.3.pdf (3 nov 2009)

15. Beoordelingsschema onderzoeksopdracht 3e jaar

Dit formulier moet ondertekend zijn en in het dossier van de student bij het bedrijfsbureau gevoegd worden.

Naam student: Gerjan Petter Studentnummer: S290625

Naam LWBer: Huub Schoots

Naam vakcoach: Peter van Dam

Onderdeel

Richtlijnen

O

V

1. Onderzoeksinstrument

Motivering van de keuze van het instrument

Het onderwerp waarop het instrument is toegepast

2. Resultaten + uitwerking

Verslaglegging van de inhoudelijke resultaten in een verslag

Vondsten en bevindingen t.a.v. mogelijkheden van het onderzochte instrument

Heldere notatie van de gebruikte/aangehaalde literatuur

3. Reflectie

Mogelijkheden toepassing in de beroepspraktijk

Korte reflectie op sterke en zwakke punten van het onderzoek

4. Literatuuroverzicht

Bronvermelding zoals in het eigen vakgebied gebruikelijk is

5. Bijlagen

De bijlage bevat de gebruikte onderzoeksinstrumenten en eventuele ruwe data.

6. Opmaak en verslaglegging

Dit voldoet aan de in de checklist schriftelijke rapportage genoemde eisen.

Verslag gecontroleerd aan de hand van de checklist rapportage en de checklist is toegevoegd.

Beoordeling: onvoldoende / voldoende (Cesuur: alle onderdelen moeten voldoende zijn.)

Handtekeningen.