This dissertation has been submitted by a student. This is not an example of the work written by our professional dissertation writers.

Small and medium enterprise

DE OVERDRACHT VAN EEN FAMILIALE KMO

KMO-definitie

We beginnen met een verklaring te geven van de term KMO. Welke ondernemingen vallen onder deze noemer van familiale KMO. Volgens de definitie van de Vlaamse regering[1] kan een KMO zowel een kleine als een middelgrote onderneming zijn. Belangrijk om te weten is dat er geen éénduidige definitie bestaat van een KMO.

Een kleine onderneming dient te voldoen aan de volgende criteria:

  • Minder dan 50 werknemers tewerkgesteld.
  • Een jaarlijks balanstotaal dat kleiner of gelijk is aan vijf miljoen euro.
  • Een jaaromzet van zeven miljoen euro die niet wordt overschreden.

Een middelgrote onderneming dient te voldoen aan de volgende criteria:

  • Minder dan 250 werknemers tewerkgesteld.
  • Een jaarlijks balanstotaal dat kleiner of gelijk is aan zevenentwintig miljoen euro.
  • Een jaaromzet van veertig miljoen euro die niet wordt overschreden.
Opvolging in het familiebedrijf Struikelblok

De opvolging in het familiebedrijf is een probleem waar families wereldwijd mee geconfronteerd worden. Voor elke familie vormt deze overdracht een bijzondere uitdaging.

Vele ondernemers dromen er namelijk van dat het bedrijf in familiale handen blijft. Toch blijkt de overdracht aan de volgende generatie geen vanzelfsprekendheid te zijn.

In de jaren 90 werd er een onderzoek uitgevoerd met betrekking tot de opvolging binnen familiebedrijven. Uit dit onderzoek bleek dat minder dan twee derde van de familiebedrijven na de tweede generatie nog in familiale handen was. Bij de derde generatie van de familie bleek dit nog slechts 13% te zijn. Dit onderzoek had betrekking op Amerikaanse ondernemingen, maar alles wijst erop dat de Belgische realiteit niet erg afwijkt van dit buitenlands onderzoek.

(Botsende) belangen

Heel wat conflicten zijn mogelijk tussen de verschillende belangen die elke partij heeft.

Bij een familiebedrijf onderscheiden we drie grote groepen met elk hun eigen belangen.

De eerste groep is de familie, de tweede groep is het bedrijf en de derde groep bestaat uit de eigenaars van de onderneming. Indien er zich een mogelijke opvolging voordoet is de kans reëel dat deze drie groepen met elkaar in botsing komen.

Iedere groep streeft verschillende belangen na. Zo zullen harmonie, gelijkheid en eenheid belangen zijn die de familie gelukkig maken. Voor het bedrijf zullen winstgevendheid en een efficiënte productiviteit een prioriteit vormen. De eigenaars hun belangen zullen dan weer gericht zijn op een zo hoog mogelijke return en een waardevermeerdering van hun aandelen. Deze eigenaars dienen niet noodzakelijk in het bedrijf actief te zijn. Ze kunnen gewoon aandeelhouder van de onderneming zijn.

We nemen als voorbeeld de stichter van een familiebedrijf die absoluut wil dat zijn twee kinderen hem opvolgen, hoewel de ene hiervoor eigenlijk niet capabel is. De stichter probeert via deze beslissing te voldoen aan de belangen van de familie. De waarden harmonie en gelijkheid worden door deze beslissing namelijk gerespecteerd. Het hoeft geen betoog dat deze beslissing ingaat tegen de belangen van de andere twee groepen, die er niet mee gebaat zijn dat de onderneming bestuurd wordt door een minder bekwame leider.

De opvolging, een drieluik

De opvolging is een proces dat uit drie luiken bestaat.

Voorbereiding·-à 2. Beslissing -à· 3. Uitwerking

Alles begint bij de voorbereiding van de overdracht. Deze voorbereiding dient grondig te verlopen. Het is de bedoeling de drie groepen waarover we het reeds hadden op één lijn te krijgen, wanneer we de overdracht voorbereiden. In een tweede fase dienen beslissingen genomen te worden. Is de familiale opvolging de ideale keuze of kiezen we beter voor een alternatief, zoals de verkoop van de onderneming aan een extern persoon. In derde instantie volgt de uitwerking van de opvolging. Bij de uitwerking dient er onder andere rekening gehouden te worden met het juridische en fiscale aspect. Een scenario voor de machtsoverdracht aan de opvolger dient men ook te voorzien.

De voorbereiding

Bij het uitwerken van de voorbereiding van een overdracht zullen we ons niet enkel beperken tot het fiscaal-juridisch aspect. Jarenlang ging men er namelijk van uit dat dit fiscaal-juridisch aspect de cruciale succesfactor was voor een vlotte opvolging in een familiebedrijf. Nu blijkt dit echter niet waar te zijn. Uit onderzoek blijkt dat deze factor slechts op de derde plaats komt te staan. Goede familiale relaties en een degelijke voorbereiding en opleiding van de opvolger worden geacht van groter belang te zijn voor een succesvolle overdracht.

Succesfactoren bij de overdracht:

  1. Goede familiale relaties.
  2. Voorbereiding en opleiding van de opvolger.
  3. Degelijke juridische en fiscale planning.

Toch is niets doen zeer gevaarlijk. We kunnen hiervoor een belangrijke reden aanhalen. Men loopt namelijk het risico terecht te komen in een juridisch onoverzichtelijke situatie. Indien de opvolging niet of onvoldoende werd voorbereid komen de aandelen van het familiebedrijf in onverdeeldheid in het bezit van de erfgenamen terecht. In principe zullen alle erfgenamen een gelijk aantal aandelen verkrijgen vermits het Belgisch erfrecht gebaseerd is op de gelijkheid tussen de erfgenamen. Zulke situaties kunnen leiden tot catastrofale gevolgen wanneer onbekwame erfgenamen in het bezit komen van het familiebedrijf.

We nemen een ondernemer die twee kinderen heeft. De ondernemer zijn zoon draagt op regelmatige basis zijn steentje bij in de onderneming. Zijn ander kind, de dochter, heeft hier minder zin in. We noemen haar een niet-actieve erfgenaam. Tijdens zijn leven belooft de ondernemer dat het familiebedrijf naar zijn zoon zal gaan en dat hij dit in de toekomst wel zal regelen. Plots overlijdt de ondernemer en een opvolgingsregeling werd natuurlijk niet uitgewerkt. In deze situatie is de zoon de dupe, omdat hij in dit geval samen met zijn zus onverdeeld eigenaar wordt van de onderneming. Als de zoon volledig eigenaar van de onderneming wil worden zal hij hiervoor noodgedwongen een regeling met zijn zus moeten uitwerken. Deze regeling kan er bijvoorbeeld in bestaan haar aandelen over te nemen in ruil voor een bepaalde geldsom.

Waarom doet de ondernemer niets?

Er zijn een aantal belangrijke hinderpalen die de uitwerking van de opvolgingsregeling voor de ondernemer bemoeilijken. De eerste hinderpaal waarmee de ondernemer te maken heeft is de waardebepaling van de onderneming (1). De waardering van een onderneming zullen we in een volgend hoofdstuk nog uitvoerig behandelen. We hopen hierdoor aan de ondernemer een oplossing te bieden voor de eerste hinderpaal waarmee hij te maken kan hebben bij de uitwerking van zijn opvolgingsregeling. De wettelijke beschikkingen die een opvolging (2) met zich meebrengt kunnen beschouwd worden als een tweede obstakel in de hele voorbereiding. Een derde hinderpaal zijn de emotionele elementen (3) die gekoppeld zijn aan het opvolgingsproces. Een factor die niet te onderschatten is en waar we later nog uitvoerig op zullen terugkomen.

De voorbereiding - fiscaal / juridische planning

De keuze van de vennootschapsvorm

In dit deel geven we een overzicht van de voornaamste vennootschapsvormen met hun belangrijkste kenmerken. Met betrekking tot een latere overdracht van het familiebedrijf zal men als ondernemer de nodige aandacht moeten besteden aan de keuze van de rechtsvorm die het bedrijf zal aannemen. De voorbereidingsfase van de opvolging heeft mede als doel ervoor te zorgen dat er een fiscale optimalisatie plaatsvindt van de onderneming. Het werken met een vennootschap biedt hierbij verschillende voordelen. Het geeft de ondernemer de mogelijkheid om aan vermogensplanning te doen en de onderneming haar overdracht zo fiscaal vriendelijk mogelijk te laten verlopen. De ondernemer dient voor zijn vennootschap een rechtsvorm te kiezen die het beste aansluit bij de aard en omvang van de onderneming. Dit is een eerste stap richting een succesvolle overdracht. De naamloze vennootschap (NV)

  • De oprichting dient te gebeuren door middel van een authentieke oprichtingsakte.
  • Vennoten kunnen in principe slechts aansprakelijk worden gesteld ten belope van hun inbreng in de onderneming. Bij een NV zijn er minimum twee vennoten aangesteld.
  • Het minimumkapitaal bedraagt 61.500 EUR, volledig te volstorten.
  • Een financieel plan is verplicht bij oprichting.
  • Aandelen zijn op naam of aan toonder[2].
  • De aandelenoverdracht is in principe vrij.

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BVBA)

  • De oprichting dient te gebeuren door middel van een authentieke oprichtingsakte.
  • Vennoten kunnen in principe slechts aansprakelijk worden gesteld ten belope van hun inbreng in de onderneming. Bij een BVBA zijn er minimum twee vennoten aangesteld.
  • Het minimumkapitaal bedraagt 18.500 EUR, te volstorten voor minimum 6.200 EUR.
  • Een financieel plan is verplicht bij oprichting.
  • Aandelen zijn op naam.
  • De aandelenoverdracht is enkel mogelijk mits toestemming door de overige vennoten.

Deze toestemming wordt bijvoorbeeld niet vereist voor een overdracht aan een echtgenoot of een bloedverwant in de rechte lijn. (kinderen, ouders, grootouders)

CASUS

Op 10 juni 2002 werd de bvba frituur Yolanda opgericht[3].

Deze oprichting werd voltrokken door middel van een authentieke oprichtingsakte. Zoals we reeds besproken hebben is dit wettelijk verplicht bij de oprichting van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Het minimumkapitaal van 18.500 EUR werd volstort ten belope van 6.200 EUR. Dit gebeurde via een inbreng in speciën.

Het maatschappelijk kapitaal van 18.600 EUR werd verdeeld in 186 aandelen.

Deze aandelen behoren tot de eigendom van de twee vennoten van de onderneming.

De twee vennoten, volledig eigenaar zijnde van de onderneming, zijn Yolanda Peeters en haar echtgenoot Yves Van Steenwinkel. Zij beschikken elk over een gelijk aantal aandelen, namelijk 93.

Mevrouw Yolanda Peeters werd benoemd tot zaakvoerder van de nieuwe bvba. Deze benoeming gebeurde voor onbepaalde duur.

In het jaar 2002 werd dus gekozen voor de oprichting van een vennootschap. Voorheen was frituur Yolanda actief als een eenmanszaak. Het werken met een vennootschap brengt kosten met zich mee (vb. het minimumkapitaal dat voorzien moet worden, een dure opstartprocedure), maar er zijn ook heel wat voordelen aan verbonden. Voorheen kon Mevrouw Peeters onbeperkt aansprakelijk worden gesteld indien het fout ging met haar zaak. Door te werken met een vennootschap is de aansprakelijkheid in principe nu slechts beperkt tot haar inbreng. Een voordeliger fiscaal statuut is een volgend voordeel van het werken met een vennootschap. Indien zij nog steeds zou werken onder een eenmanszaak, zouden de winsten van de zaak volledig belast worden bij Mevrouw Peeters in haar personenbelasting. In de huidige situatie kan er genoten worden van een fiscale besparing doordat men nu belast wordt in de vennootschapsbelasting. Dit was de voornaamste reden waarom in 2002 gekozen werd om te werken met een vennootschap. Het familiebedrijf kende een enorme groei in haar verkopen en de inkomsten werden tegen een zeer hoog tarief belast in de personenbelasting. Op basis van extern advies werd aangeraden de omvorming naar een bvba door te voeren, waardoor Mevrouw Peeters haar inkomsten nu belast worden in de vennootschapsbelasting.

Het hoogste tarief in de vennootschapsbelasting (33.99%) is namelijk veel lager dan het hoogste tarief in de personenbelasting (50%). Voldoet men als vennootschap aan een aantal voorwaarden[4], dan kan men genieten van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting.

De vennootschapsstructuur biedt tegenover de eenmanszaak ook een vereenvoudiging bij een latere opvolging. Misschien werd hier in 2002 niet bij stilgestaan en heeft men onbewust gezorgd voor een efficiëntere successieplanning. In de huidige situatie werkt Mevrouw Peeters met een bvba en kan de overdracht herleidt worden tot de overdracht van aandelen. Bij een eenmanszaak was dit niet mogelijk geweest. Ook een geleidelijke overdracht van aandelen, gespreid in de tijd is mogelijk.

Voor mevrouw Peeters heeft de omvorming van haar eenmanszaak naar een bvba heel wat voordelen opgeleverd. Met betrekking tot fiscale optimalisatie en een meer efficiënte successieplanning betekende deze omvorming een hele stap voorwaarts.

De commanditaire vennootschap op aandelen (Comm. VA)

  • De oprichting dient te gebeuren door middel van een authentieke oprichtingsakte.
  • Er zijn minimum twee vennoten. Men maakt een onderscheid tussen stille vennoten, die beperkt aansprakelijk zijn en de beherende vennoten die hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk kunnen worden gesteld.
  • Het minimumkapitaal bedraagt 61.500 EUR, volledig te volstorten.
  • Een financieel plan is verplicht bij oprichting.
  • Aandelen zijn op naam of aan toonder.
  • De aandelenoverdracht is in principe vrij.
Optimalisatie van het onroerend goed

In dit deel zullen we het hebben over het onroerend goed binnen de onderneming.

Het is van groot belang dat er goed wordt nagedacht over de geplande constructie met betrekking tot het gebouw. De wijze van aankoop kan op lange termijn invloed hebben op een aantal zaken. De juridische en fiscale structuur van de aankoop verdienen de nodige aandacht.

Het is niet zelden dat bij een latere overdracht het onroerend goed een negatieve invloed heeft.

Privé-aankoop en verhuren aan de vennootschap

In dit geval koopt de zaakvoerder (al dan niet samen met de partner) het onroerend goed privé aan. Hij zal het dan verhuren aan zijn vennootschap. De zaakvoerder zal hiervoor een vergoeding krijgen uit de vennootschap. Deze vergoeding is echter niet onbeperkt en wordt fiscaal gelimiteerd[7]. Eventueel wordt een gedeelte van de ontvangen huurgelden als normale bezoldiging beschouwd. De 'normale huur' is gelijk aan: niet-geïndexeerd KI x 5/3 x de revalorisatiecoëfficiënt. Alleen het gedeelte van de ontvangen huur dat meer bedraagt dan de 'normale huur' zal worden geherkwalificeerd als bezoldiging. Dit noemen we de huurherkwalificatie. Deze regel geldt weliswaar enkel in gevolge een verhuur door de vennoten aan de vennootschap. De partner van de zaakvoerder, die geen eigenaar is van de onderneming kan ook een stuk verhuren aan de vennootschap. Deze dient hierbij geen rekening te houden met het wettelijk maximum dat mag worden aangerekend.

CASUS

Het gebouw waarin de activiteiten van Fituur Yolanda worden uitgeoefend werd ook privé aangekocht. Hiervoor krijgen de vennoten jaarlijks een vergoeding die betaald wordt door de vennootschap van 5950 euro[8]. We zullen nu nagaan hoeveel de maximale 'normale huur' mag bedragen opdat deze niet geherkwalificeerd zal worden tot een beroepsinkomen voor de vennoten. Yolanda Peeters en haar echtgenoot Yves Van Steenwinkel zijn gehuwd onder het wettelijk stelsel. Het gebouw behoort tot het gemeenschappelijk vermogen en komt voor 50% toe aan de zaakvoerder en voor 50% aan haar echtgenoot. Met betrekking tot het gebouw gaan we ook uit van een 50% privé - 50 % beroepsmatige verhouding, gelet op de omvang van de zaak, die deel uit maakt van de totale oppervlakte van het gebouw.

1172 euro behoort tot het onroerend inkomen van Mevr. Peeters. (2975-1172) = 1803.

1803 euro wordt geherkwalificeerd tot beroepsinkomen. Op deze 1803 euro dient men ook bedrijfsvoorheffing en RSZ te betalen. De geherkwalificeerde huurgelden moeten maandelijks berekend worden vermits bedrijfsvoorheffing dient ingehouden te worden op het moment dat de zaakvoerder het geherkwalificeerde huurgeld ontvangt. Dit gebeurt meestal maandelijks.

De huurherkwalificatie dient ook toegepast te worden op Dhr. Van Steenwinkel omdat hij mede-eigenaar is van het gebouw. Hij beschikt ook over de helft van de aandelen van de onderneming. We kunnen concluderen dat de grens met betrekking tot herkwalificatie vrij snel bereikt is.

De vennootschap koopt aan en verhuurt de privé vertrekken

Hier liggen de kaarten anders. De vennootschap koopt in dit geval het onroerend goed aan. Zij zal het stuk dat zij voor de beroepsmatige activiteit aanwendt zelf gebruiken en het ander stuk zal worden verhuurd. De zaakvoerder die met zijn gezin in dit stuk inwoont zal ofwel een huurprijs aan de vennootschap betalen ofwel zal de uitgespaarde huur aangerekend worden als een voordeel van alle aard, waarop de zaakvoerder in zijn personenbelasting belast zal worden. Dit voordeel van alle aard wordt op forfetaire wijze berekend.

Vanuit fiscaal standpunt zijn er een aantal voordelen wanneer het onroerend goed eigendom is van de vennootschap. Zo kan de vennootschap de afschrijvingen met betrekking tot het gebouw ten laste nemen van haar resultaat.

Ook bijkomende onderhoudskosten met betrekking tot het gebouw mogen bijvoorbeeld in mindering van het resultaat genomen worden. Voor de zaakvoerder aan wie het voordeel van alle aard verleent wordt is de gratis woonst, die door de vennootschap toegestaan wordt een enorm voordeel. Het bedrag dat de zaakvoerder hierop aan belastingen zal moeten betalen is minimaal, in vergelijking met de kostprijs van het onroerend goed indien hij dit privé-matig zou hebben moeten financieren. Op korte termijn kunnen deze fiscale mogelijkheden misschien gunstig zijn, maar op langere termijn brengt een onroerend goed, dat eigendom is van de vennootschap ook enkele risico's met zich mee. Zo dient er onder meer rekening gehouden te worden met het ondernemingsrisico waaraan de vennootschap onderhevig is. Indien de privé-woning tot de eigendom van de vennootschap behoort dienen we hier een groot uitroepteken bij te plaatsen. Stel dat de onderneming in faling gaat en schuldeisers beslag leggen op de onroerende goederen van de onderneming, inclusief dat deel dat door de zaakvoerder en zijn gezin bewoond wordt. Het hoeft geen betoog dat hier voor de zaakvoerder en zijn gezin een relatief groot risico mee gemoeid is.

CASUS

In dit geval gaan we ervan uit dat het gebouw, inclusief de privé-woning beroepsmatig werd aangekocht en tot de eigendom van de bvba Frituur Yolanda behoort. Door de bvba wordt er geen huurprijs aangerekend aan de zaakvoerder voor het gratis gebruik van het privé-gedeelte. De uitgespaarde huur zal bijgevolg als een voordeel van alle aard belast worden in de personenbelasting van Mevr. Peeters. Het totale KI van het gebouw bedraagt 750 euro.

De Patrimoniumvennootschap

Met een patrimoniumvennootschap bedoelen we een klassieke vennootschap die één of meerdere onroerende goederen beheert. Ze verricht geen handels- of industriële activiteiten. In vergelijking met de voorgaande situatie biedt de patrimoniumvennootschap de bescherming van het onroerend goed. Indien het onroerend goed tot de exploitatievennootschap behoort, valt het mee onder dit exploitatierisico.

Schuldeisers van de exploitatievennootschap kunnen geen aanspraak maken op bezittingen van de patrimoniumvennootschap. Bestaande onroerende goederen kunnen ingebracht worden in de vennootschap tegen een bepaalde vergoeding. Deze vergoeding kan bestaan uit aandelen, of een andere mogelijkheid bestaat erin de onroerende goederen tegen een overeengekomen geldsom te verkopen. Nieuwe onroerende goederen kunnen ook aangekocht worden door de patrimoniumvennootschap. Een mogelijk alternatief bestaat erin de aankoop op te splitsen. Zo kan de natuurlijke persoon de blote eigendom kopen terwijl de patrimoniumvennootschap het vruchtgebruik van het onroerend goed aankoopt.

Wat zijn de mogelijke voordelen van een patrimoniumvennootschap:

  • Het lagere tarief van de vennootschapsbelasting (33,99%) in vergelijking met het hogere marginale tarief van de personenbelasting (50%).
  • Alle kosten met betrekking tot het onroerend goed zijn aftrekbaar in de vennootschap.
  • Er kan worden afgeschreven op het onroerend goed, wat zorgt voor een vermindering van de belastbare basis.

Wat zijn de mogelijke nadelen van een patrimoniumvennootschap:

  • Huurgelden zijn inkomsten van de vennootschap en niet van de natuurlijke persoon.
  • Indien er een verkoop van het gebouw plaatsvindt, zal men belast worden op de meerwaarde (verkoopwaarde min boekwaarde) die eventueel gerealiseerd wordt.

In de personenbelasting wordt de meerwaarde die men als natuurlijk persoon realiseert bij de verkoop van zijn privé-woning vrijgesteld van belastingen.

De burgerrechtelijke bescherming van de gezinswoning valt weg in eenpatrimoniumvennootschap.

Er zijn ook enkele andere aandachtspunten waar we even bij stil blijven staan. Indien de privé-villa in de patrimoniumvennootschap wordt ondergebracht wordt de natuurlijke persoon hierop belast via een voordeel van alle aard. De behandeling van dit voordeel van alle aard hebben we besproken in de voorgaande situatie. Bij de aankoop van oude gebouwen met het oog op een latere renovatie ervan biedt de patrimoniumvennootschap interessante perspectieven. Kosten die gemaakt dienen te worden zijn aftrekbaar in de vennootschap.

Naarmate men meer huurinkomsten aangeeft, de onroerende goederen veel onderhoud en herstellingen vergen en men minder van de onroerende inkomsten nodig heeft om van te leven, wordt het onderbrengen van het onroerend goed in een patrimoniumvennootschap interessanter.

Met betrekking tot een latere opvolging trachten de oprichters van een patrimoniumvennootschap successierechten te vermijden. Dit is mogelijk via een voorafgaande overdracht van de aandelen via een gift van hand tot hand. Men moet hierbij wel rekening houden dat de gift plaats vindt binnen de drie jaar voor het overlijden van de schenker. Enkel in dat geval zal de gift belastingvrij zijn[12]. De opsplitsing van de vennootschap in een exploitatievennootschap en een patrimoniumvennootschap is een zeer aantrekkelijke techniek wanneer de ouders hun zaak willen laten verder zetten door één van hun kinderen. De andere kinderen worden dan gecompenseerd door aandelen van de patrimoniumvennootschap, die eigenaar is van de onroerende goederen. Sinds 1993 is deze opsplitsing slechts belastingvrij indien ze wordt goedgekeurd door de fiscus (ruling).

We mogen stellen dat er heel wat voordelen verbonden zijn aan de werking met een patrimoniumvennootschap, toch is het voorbarig om te zeggen dat we al ons vastgoed moeten onderbrengen in zo een vennootschap. Het is belangrijk dat elke situatie afzonderlijk bekeken wordt vooraleer hierover een gefundeerd antwoord gegeven kan worden. Algemeen kan worden aangenomen dat sinds de laatste jaren enkel de extreem grote vermogens voordeel halen uit de werking via een patrimoniumvennootschap.

Indien u toch zou overwegen om een patrimoniumvennootschap op te richten raden wij u zeker aan zich te informeren bij een vermogensadviseur of een advocaat die hiervoor bevoegd is.

Het recht van opstal

Deze constructie wordt regelmatig gebruikt indien het gaat om een nieuwbouw. De natuurlijke persoon koopt in dat geval de grond aan en verleent een recht van opstal aan zijn vennootschap. Kort gezegd is een recht van opstal een recht om gedurende een periode van maximum 50 jaar de eigendom van gebouwen te hebben op iemand anders zijn grond. In principe is de eigenaar van de grond ook eigenaar van het gebouw, maar via het recht van opstal wordt hiervan afgeweken. De natuurlijke persoon noemen we de opstalgever. Hij is diegene die het recht verleent en eigenaar blijft van de grond. De opstalhouder is de vennootschap. Zij verkrijgt het recht. De opstalhouder is eigenaar van de door hem opgerichte gebouwen of van de eventueel reeds bestaande gebouwen.[13]Voor dit verkregen recht zal de vennootschap al dan niet een vergoeding betalen.

Op het einde van de gekozen termijn wordt de grondeigenaar automatisch eigenaar door natrekking[14] van hetgeen dat zich op zijn grond bevindt. Hier dienen geen notariskosten of registratierechten op betaald te worden. De natuurlijke persoon zal wel een vergoeding dienen te betalen aan zijn vennootschap. Deze vergoeding moet gelijk zijn aan de marktwaarde van het onroerend goed op het moment van de natrekking. Doet hij dit niet, dan zal hij hierop belast worden als een voordeel van alle aard. Contractueel kan er van deze vergoeding echter worden afgeweken.

Een recht van opstal wordt gelijkgesteld met een huurovereenkomst. Er is een registratierecht verschuldigd van 0,2% op het totaal van de huurgelden over de ganse duur van het contract[15].

Er kan ook gedacht worden aan een overdracht van de grond aan de vennootschap, voor het einde van het recht van opstal. De overdracht kan op twee manieren gebeuren. Via een overdracht van de grond of via een verkoop ervan. De overdracht van de grond betreft een kapitaalsverhoging. Ze kost 25 euro aan registratierechten. Indien de grond verkocht wordt moet er door de vennootschap 10% aan registratierechten betaald worden op de waarde van de grond.

CASUS

In deze situatie gaan we ervan uit dat Mevr. Peeters over een bouwgrond beschikt in persoonlijke eigendom. Ze verleent een recht van opstal aan haar bvba Frituur Yolanda, die op deze grond een tweede handelszaak zal oprichten. Er wordt een recht van opstal gevestigd voor een periode van 15 jaar. De jaarlijkse vergoeding die Mevr. Peeters van haar vennootschap ontvangt bedraagt 5000 euro. Het totaal aan registratierechten die verschuldigd zijn bedraagt dan: (5000 x 15 ) x 0,2% = 150 euro.

Mevr. Peeters kan beslissen om de grond over te dragen aan de vennootschap, voor het einde van het recht van opstal. 25 euro aan registratierechten zijn verschuldigd indien zij dit doet via een overdracht. In geval van een verkoop is ze 10% van de grondwaarde als registratierechten verschuldigd.

De vruchtgebruikconstructie

Bij deze constructie gaan we kort even blijven stilstaan. We zullen uitleggen waar het over gaat en wat de belangrijkste kenmerken zijn van deze constructie met betrekking tot de vermogensplanning. Vermits de constructie in haar totaliteit te uitgebreid is om in dit eindwerk te behandelen kunnen we hier niet uitvoerig op ingaan.

Het principe is het volgende: De vennootschap koopt het vruchtgebruik en de privé-persoon koopt de blote eigendom. Vruchtgebruik is het recht om van een zaak ( waarvan een ander de blote eigendom heeft) het genot te hebben zoals de eigenaar zelf. Zowel roerende als onroerende goederen komen in aanmerking voor het vruchtgebruik.

De vennootschap kan op dit vruchtgebruik afschrijven en ook kosten met betrekking tot het vruchtgebruik (elektriciteit, onroerende voorheffing, verwarming,...) vallen ten laste van de vennootschap. De termijn bij vruchtgebruik is maximaal 30 jaar indien het aan een vennootschap toekomt. Indien de vennootschap in het bezit is van het ganse vruchtgebruik van het gebouw kan zij ofwel een stuk verhuren aan de zaakvoerder of in het andere geval zal er een taxatie voordelen van alle aard gebeuren. Wanneer het vruchtgebruik eindigt wordt de blote eigenaar ( natuurlijk persoon) in principe volle eigenaar zonder enige kost of verplichting. De waardebepaling van het vruchtgebruik is een belangrijk element in heel de constructie opdat het vruchtgebruik niet geherkwalificeerd wordt als een huurcontract.

De waarde van het vruchtgebruik dat gevestigd wordt voor een bepaalde tijd wordt bepaald door middel van een kapitalisatie van 4% van de jaarlijkse opbrengst of huurwaarde van het onroerend goed[16]. Hierbij moet men opletten dat het bedrag van het vruchtgebruik niet meer bedraagt dan 4/5 van de waarde van de volle eigendom (= waarde vruchtgebruik + waarde blote eigendom). In het geval de vruchtgebruiker een rechtspersoon is moet men ook aandacht besteden aan het feit dat de waarde van het vruchtgebruik niet hoger mag liggen dan twintigmaal de jaarlijkse huuropbrengst.

De situatie waarbij het vruchtgebruik niet aangekocht wordt door de vennootschap, maar door de natuurlijke persoon biedt ook interessante perspectieven. De vennootschap koopt in dat geval de blote eigendom aan. Bij uitdoving van het vruchtgebruik is het de vennootschap die volle eigenaar wordt van het onroerend goed. Een handgift[18] van de aandelen van de vennootschap maakt het mogelijk dat de opvolger van het familiebedrijf eigenaar wordt van het onroerend goed. Hiervoor dient hij dan geen successierechten te betalen. Via de vennootschap wordt er voor de privé-bewoning van het onroerend goed aan de natuurlijke persoon ook geen voordeel van alle aard aangerekend wanneer deze het vruchtgebruik aanhoudt.

De voorbereiding - opleiding en voorbereiding van de opvolger

Is de opvolger er klaar voor?

Omdat de opvolger dikwijls verwaarloosd wordt in het opvolgingsproces zullen we het in dit hoofdstuk niet nalaten de nodige aandacht aan hem te besteden. De opvolger is namelijk een heel erg belangrijke figuur bij de overdracht. We hebben reeds vermeld dat een goede voorbereiding van de opvolger succesfactor nummer twee is voor een vlotte opvolging.

Waarom zich bij het familiebedrijf aansluiten?

De voornaamste reden waarom de meeste jongeren tot het familiebedrijf willen toetreden ligt hem bij de uitdaging die zij hierin vinden. Indien ze het bedrijf overnemen en er werkzaam zijn kunnen ze hun eigen baas zijn. Er zijn ook andere redenen waardoor jongeren zich aangesproken voelen het bedrijf over te nemen. Familiebedrijven hebben dikwijls een unieke sfeer van het 'erbij horen', waartoe de familiale opvolger zich erg aangetrokken voelt. Bovendien is het zo dat familieleden in het familiebedrijf, in vele gevallen een speciale status genieten. Zowel intern als extern brengt deze status een bijzondere uitstraling met zich mee.

De gehechtheid aan het familiebedrijf en de trots voor het vak en de producten kunnen ook meespelen bij de keuze die de opvolger maakt met betrekking tot het opvolgingsproces.

De juiste vragen stellen

Vooraleer de familieleden hun intrede maken in het familiebedrijf is het van cruciaal belang dat ze zichzelf eerst de juiste vragen stellen. Het is van het allergrootste belang dat men uit vrije wil tot het familiebedrijf toetreedt en niet onder druk van de familie. Dit brengt later alleen maar problemen met zich mee. Men kan zich onder andere afvragen of men over de juiste kennis en vaardigheden beschikt om in het familiebedrijf werkzaam te zijn. Kan het familiebedrijf mij de carrière geven die ik ambieer? Vind ik het werken in het familiebedrijf zinvol en uitdagend? Deze vragen beantwoorden blijkt niet altijd even evident te zijn. De hulp van een derde ( een mentor, een consultant, een vriend,...) kan hierbij nuttig zijn.

Aan het werk in het familiebedrijf

Familieleden en dus potentiële opvolgers die hun intrede in het familiebedrijf maken, moeten in de eerste jaren na hun toetreding zo veel mogelijk leren. Het basisidee is dat opvolgers geconfronteerd worden met diverse taken waarbij de lat telkens weer wat hoger wordt gelegd.

Kinderen die tot het familiebedrijf toetreden hebben soms de neiging er stevig tegenaan te willen gaan en allerlei veranderingen te willen doordrukken. Dit is niet steeds succesvol.

Men moet tevens op zijn hoede zijn voor mogelijke conflicten tussen familieleden. Zo zijn ze misschien concurrenten voor de opvolging. Een goede oplossing hiervoor is aan elk van hen duidelijk afgelijnde posities toe te kennen en samen met hen een gedragscode overeen te komen. (bijvoorbeeld: er wordt nooit kritiek gegeven achter de rug).

De relatie met de overdrager

De samenwerking tussen de stichter en de opvolger is een delicaat aspect in het opvolgingsproces. Deze personen evolueren van ouder en kind naar collega's. Bovendien is het onvermijdelijk dat de overdrager stilaan zijn macht uit handen moeten geven, wat mogelijk psychologische implicaties met zich meebrengt. Naarmate er aan bepaalde voorwaarden voldaan wordt zal de samenwerking tussen overdrager en opvolger vlotter verlopen. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat beiden eenzelfde visie hebben op het familiebedrijf en de opvolger hierbij ook respect heeft voor wat de overdrager reeds heeft opgebouwd. Anderzijds is het de overdrager die voldoende vertrouwen moet hebben in zijn opvolger. Erg belangrijk is dat overdrager en opvolger open kunnen discussiëren over het moment waarop de opvolging definitief plaats zal vinden. Hierbij hoort ook een hernegociatie met de opvolger over zijn toekomstige functie binnen het bedrijf. De opvolger kan hierbij een belangrijke rol vervullen.

Eerst elders aan de slag?

Er zijn diverse redenen waarom het interessant kan zijn voor de opvolger om eerst elders aan de slag te gaan. Sommige familiebedrijven zitten soms vast in bepaalde routines. Indien de opvolger eerst ergens anders gaat werken kan hij vervolgens nieuwe ideeën meebrengen naar het familiebedrijf. Een volgend interessant argument is de ervaring die men elders kan opdoen en die uitstekend is voor het zelfvertrouwen en zelfbeeld van de opvolger. Wie carrière maakt buiten het familiebedrijf heeft dit uitsluitend aan zichzelf te danken en niet aan de juiste achternaam die men bezit. Langs de andere kant leren familieleden dat het gras niet altijd groener is aan de overkant en dat het familiebedrijf voor hen interessante perspectieven kan bieden. Uit onderzoek blijkt dat meer dan 90% van de familieleden die externe werkervaring hebben dit beschouwen als zijnde zeer nuttig.

CASUS

We gaan nagaan in welke mate we ons praktijkvoorbeeld kunnen toepassen op de theorie die we hierboven uitgewerkt hebben. Met betrekking tot een latere overdracht van de bvba Frituur Yolanda is er op dit moment één opvolger die in aanmerking komt om de zaak later over te nemen. Deze kandidaat-opvolger is de dochter van meneer Van Steenwinkel en mevrouw Peeters, de eigenaars van de familiezaak. Zoals reeds uitgelegd werd in de theorie is het zeer belangrijk dat de nodige aandacht wordt gegeven aan de toekomstige opvolger. De dochter beschikt over een diploma bedrijfsbeheer[19] dat zij enkele jaren geleden in avondschool verworven heeft. Dit is een noodzakelijkheid in het geval zij de zaak later wil overnemen van haar ouders. Een positief punt is dat zij de zaak reeds door en door kent. Op drukke momenten gebeurt het namelijk al wel eens dat zij haar mama even helpt in de zaak. De nauwe betrokkenheid van de dochter tot het familiebedrijf kunnen we zeker als een pluspunt aanvinken. Op deze manier zal de dochter bij een latere overdracht nauwelijks tijd nodig hebben om zich in te werken in de zaak. Dit spaart voornamelijk tijd uit aan bijkomende, mogelijks langdurige opleidingen die anders gegeven moeten worden.

We hebben ook vermeld dat het nuttig kan zijn eerst elders aan de slag te gaan vóór de effectieve toetreding tot het familiebedrijf. De dochter werkt op dit moment in een confectiezaak die gevestigd is in een tweetalige omgeving. De link tussen een frituur en een confectiezaak is niet meteen zichtbaar denkt men misschien, maar op gebied van het contact met klanten en het verbeteren van haar talenkennis zijn dit nieuwe ervaringen die zij opdoet en later zeker van pas kunnen komen wanneer zij zelf de frituur zal uitbaten.

De motivatie bij de dochter is zeker aanwezig om de zaak later zelf verder te zetten. Haar keuze is volledig uit vrije wil en we kunnen met zekerheid zeggen dat ze hiertoe niet verplicht wordt door haar ouders. Haar motivatie ligt hem vooral in de kans die haar gegeven wordt om op zelfstandige basis een inkomen te verwerven en zelf beslissingen te mogen nemen. Zowel de overdrager als de opvolger hebben het volste vertrouwen in elkaar. Men voelt ook aan dat beiden eenzelfde visie hebben over de toekomst van het familiebedrijf.

De goede relatie die ze met haar ouders heeft en de open communicatie tussen hen zullen een mogelijke opvolging enkel positief beïnvloeden. De voorbereiding - de familiale relaties

Succesfactor nummer één bij een latere opvolging

Zoals we reeds besproken hebben zijn goede familiale relaties essentieel voor een succesvolle overdracht van het familiebedrijf. Het is van groot belang dat er een hoge graad van vertrouwen aanwezig is tussen de diverse familieleden. Dit geldt des te meer tijdens het opvolgingsproces. Deze fase wordt meestal gekenmerkt door een klimaat van angst en onzekerheid. Een goede vertrouwensrelatie tussen de verschillende familieleden vormt hiertegen een goede remedie. Naarmate er binnen de familie meer eerlijkheid, openheid en betrouwbaarheid heerst, zal dit vertrouwen toenemen.

Toekomstplannen met het bedrijf

Wanneer het moment van de opvolging daar is moeten de familieleden duidelijk hun houding ten opzichte van het familiebedrijf kenbaar maken. Voor de potentiële opvolgers kan het mogelijk interessant zijn om te weten welke visie de andere familieleden op het familiebedrijf hebben. Ook de familieleden die niet in het familiebedrijf tewerkgesteld zijn moeten weten hoe hun toekomst er na een latere opvolging zal uitzien. Men dient er voor te zorgen dat rekening gehouden wordt met de noden en wensen van elk familielid afzonderlijk. Het ultieme doel moet zijn de familie en individuele familieleden op één lijn te krijgen. Het uitwerken van een familiaal strategisch plan kan een enorme hulp bieden om dit ultieme doel te bereiken. Het plan komt tot stand nadat een antwoord gegeven wordt op enkele kernvragen. Een aantal vragen waarover gediscussieerd dient te worden vinden we hierna:

Wat zijn de doelstellingen op lange termijn met betrekking tot het familiebedrijf?

Het bedrijf in de familie houden, het aandeelhouderschap openstellen, verkopen?

De filosofie van de familie op het familiebedrijf?

Het bedrijf belangrijker dan de familie?, De familie belangrijker dan het bedrijf?, De familie en het bedrijf zijn even belangrijk?

Wanneer de belangen van de familie en het bedrijf in balans gehouden worden zal men hier meestal het best bij varen. Dit type familiebedrijven wordt gekenmerkt door het vertrouwen, enthousiasme, engagement en de familiale harmonie die er heersen.

Het bedrijf zal doelmatig bestuurd worden. Deze filosofie kan slechts succesvol zijn indien de familieleden erin slagen constructieve compromissen te sluiten waarbij elk individu zich goed voelt. De basisfilosofie van het familiebedrijf heeft geen vrijblijvend karakter en zal een invloed hebben op beslissingen die het bedrijf moet nemen. Zo zal in een bedrijf waar het familiaal belang belangrijker is dan het bedrijfsbelang ieder familielid een job krijgen. Dit is niet het geval bij een familieonderneming waar de belangen van het bedrijf primeren. In die situatie zal een familielid slechts een job krijgen wanneer er een job vacant is en het familielid beschikt over de nodige kwalificaties om deze job op een goede manier uit te oefenen.

Emotionele elementen

Ondanks het feit dat de familiale relaties binnen de familie heel erg goed kunnen zijn en dat de familieleden eenzelfde visie hebben over de toekomst van het familiebedrijf bestaat er nog een belangrijke factor die de overdracht van de onderneming kan bemoeilijken. We hebben deze oorzaak reeds kort aangehaald wanneer we ons afvroegen waarom de meeste ondernemers op voorhand helemaal niet bezig zijn met de voorbereiding van de overdracht. We hebben het over de emotionele elementen die een belangrijke rol spelen bij de voorbereiding van de opvolging.

De overdrager moet afstand nemen

Het zijn voornamelijk psychologische oorzaken die voor een zekere weerstand zorgen bij de overdrager. Deze weerstanden bestaan uit diverse facetten: Zo is het mogelijk dat de overdrager via een latere opvolging geconfronteerd wordt met zijn eigen sterfelijkheid. Het is een proces dat uit een aantal fasen bestaat: Ontkenning, woede, depressie en aanvaarding. Voor de overdrager is dit bijzonder moeilijk omdat hij dit proces dient te doorlopen op het ogenblik dat hij nog volledig gezond is. In vele gevallen is dit zo zwaar voor de overdrager dat hij niet voorbij de fase van ontkenning raakt. Wanneer men als overdrager afstand moet nemen van zijn functie, moet men ook afstand nemen van de macht waarover men beschikt. Dit is geen evidente zaak wanneer men als overdrager jaren lang niet anders gewend was. Het is in vele gevallen zo dat leiders van familiebedrijven moeilijk taken kunnen delegeren. In de minste beslissing wensen zij enige vorm van inspraak te hebben. Wanneer zij nadenken over een later vertrek, stellen zij zich de ergst mogelijke rampen voor met betrekking tot het familiebedrijf. Deze komen eerder in hun verbeelding voor dan dat ze in de realiteit bestaan.

De leefwereld van familiale ondernemers is vaak beperkt tot de onderneming waarin ze tewerkgesteld zijn. Een leven zonder dagelijks bezig te zijn met de grote en kleine problemen van de onderneming kunnen ze zich gewoon niet voorstellen. Op rust gaan betekent voor hen terecht komen in een groot zwart gat.

De familie kan het ook moeilijk hebben

Naast de opvolger kan ook de familie het psychologisch moeilijk hebben met de opvolging. De echtgenote van de overdrager kan bijvoorbeeld vrezen zich minder belangrijk te voelen als haar man de onderneming niet meer leidt. De vraag wie de opvolger van het familiebedrijf wordt kan voor heel wat spanningen zorgen binnen de familie. Mogelijke twisten tussen de kinderen, met betrekking tot het opvolgingsproces, zal de echtgenote liefst willen vermijden.

Bovendien kan het voor de familie psychologisch moeilijk zijn om te praten over de opvolging wanneer de overdrager nog in leven is. Vooral discussies die gaan over financiële aangelegenheden zitten in een taboesfeer. Kinderen worden beschouwd als zijnde zelfzuchtig wanneer er over geld gepraat wordt terwijl hun ouders nog steeds leven. Een volgende psychologische moeilijkheid is de vrees voor de dood van de stichter. Bij de familieleden kunnen hierdoor diep ingewortelde gevoelens van verlatingsangst geactiveerd worden. Ook de angst om de gelijkheid tussen de familieleden te schenden kan een rol spelen.

Hoe de verschillende weerstanden overwinnen?

De grote vraag bestaat erin hoe we deze verschillende weerstanden met betrekking tot de opvolging mogelijks kunnen wegwerken. Hiervoor bestaan geen wondermiddelen. Het komt er eigenlijk op neer dat de overdrager een nieuwe rol binnen het familiebedrijf toegewezen moet krijgen. Hij moet het opvolgingsproces ook beschouwen als een nieuw begin, eerder dan als het einde van zijn carrière. Een positieve kijk op de opvolging is van belang voor een succesvolle voorbereiding. Men kan zich als ondernemer voorbereiden op een latere overdracht door meer taken te delegeren aan toekomstige opvolgers. Ook kan het gunstig zijn om steeds langere periodes weg te blijven uit het familiebedrijf. Hierdoor reduceert men het plotse schokeffect op het moment van de overdracht zelf. Om te voorkomen dat men als overdrager na voltrekking van de opvolging in een zwart gat terecht zou komen, kan het heilzaam zijn interesses buiten het familiebedrijf te ontwikkelen. Dit kan het verlies aan identiteit opvangen. Steun zoeken bij en advies vragen aan stichters die reeds een opvolging van hun familiebedrijf achter de rug hebben kunnen hulp bieden om de negatieve houding tegenover de opvolging te verbeteren.

CASUS

Met betrekking tot dit hoofdstuk hebben we een interview[20] gehouden met de eigenaars van de bvba Frituur Yolanda en hun dochter, die op dit moment als enige in aanmerking komt om de zaak later over te nemen. Via dit interview wilden we graag weten hoe de eigenaars van het familiebedrijf tegenover een latere overdracht staan. We wilden ook graag nagaan hoe de opvolgster van het familiebedrijf haar toekomst en de toekomst van de zaak ziet.

Het familiebedrijf bestaat sinds een aantal maanden reeds twintig jaar. Door een samenloop van omstandigheden besloten de eigenaars twintig jaar geleden met hun eigen frituur te beginnen. Zo werd mevrouw Peeters haar stagecontract niet verlengd, bij de verzekeringsmaatschappij waar ze destijds tewerkgesteld was. Meneer Van Steenwinkel kreeg te horen dat ook zijn contract beëindigd zou worden. Hij was op dat moment actief als beroepsrenner. Beiden hadden er vroeger nooit bij stilgestaan om later met een eigen zaak te beginnen. Het was door een gelukkig toeval dat de heer Van Steenwinkel op een bepaalde dag voorbij een leegstaande frituur passeerde die te koop stond. Zonder al te veel tijd te verliezen kon hij zijn vrouw overtuigen om samen met hem een eigen zaak te beginnen.

" Aanvankelijk was ik helemaal niet voor mijn man zijn idee te vinden, maar al na enkele maanden voelde ik me helemaal thuis in mijn nieuwe job. In positieve zin was het een groot verschil met de betrekking die ik daarvoor uitoefende". Door de jaren heen hebben zij de zaak enorm weten veranderen. Het aanwezige materiaal uit de voorgaande zaak was helemaal verouderd en moest volledig vervangen worden. Enkele jaren na de opstart werd het hele gebouw, inclusief de privé-vertrekken gerenoveerd. In de tussentijd moest er zelfs worden uitgeweken naar een kleine houten chalet, waar de activiteiten toen werden verder gezet.

"Wanneer we terugkijken op het verleden voelen we ons eigenlijk wel trots over alles wat we gedurende al deze jaren hebben opgebouwd. We zijn vanaf nul moeten beginnen en in een periode van twintig jaar zijn we er samen in geslaagd onze zaak uit te bouwen tot een succesvolle frituur. Het verschil tussen de situatie van vroeger en nu is enorm."Naast de verscheidene succesvolle momenten kende het familiebedrijf enkele jaren terug een zware tegenslag. De zaakvoerder, mevrouw Peeters kreeg toen een ernstige ziekte waardoor zij gedurende lange tijd niet meer in de zaak actief kon zijn.

"Voor het voortbestaan van onze frituur betekende mijn langdurige afwezigheid een groot risico. Tijdens deze periode heb ik gelukkig enorm veel steun en hulp ontvangen van mijn gezin, waardoor we samen door deze moeilijke periode heen zijn geraakt en onze zaak vandaag de dag nog steeds bestaat."Deze situatie geeft weer dat er een hele nauwe band bestaat tussen de verschillende leden van het gezin. Goede familiale relaties zijn essentieel voor een succesvolle overdracht. Naar onze mening heeft het gezin op dit vlak een enorm voordeel in vergelijking met sommige andere familiebedrijven.

Op dit ogenblik is de motivatie bij de eigenaars nog steeds aanwezig om de zaak nog enkele jaren te blijven uitbaten. "We doen ons werk nog steeds met heel veel plezier en zouden graag nog enkele jaren blijven verder doen". Met een latere opvolging zijn meneer Van Steenwinkel en mevrouw Peeters nog niet bezig. Dit is niet verwonderlijk vermits we al besproken hebben dat een groot aantal van de andere ondernemers hier op voorhand ook nog niet mee bezig zijn. Hiervoor hebben we toen diverse redenen aangehaald. "We vinden het op dit moment nog een beetje te vroeg om met de latere opvolging van onze familiezaak bezig te zijn. We zouden de zaak namelijk graag zelf nog een aantal jaren uitbaten."Het is een visie die bij vele ondernemers heerst, maar zeker verre van ideaal is. Voor de overdrager waren er verscheidene weerstanden die een latere opvolging konden bemoeilijken. Zo hebben we het onder andere gehad over het terecht komen in een soort van zwart gat wanneer hij op rust gaat. "Van een latere overdracht heb ik eigenlijk geen bang." zei mevrouw Peeters.

"Na de overdracht zou ik graag verscheidene dingen doen waarvoor ik op dit moment geen tijd heb. Bovendien zal ik via mijn dochter nog steeds bij de zaak betrokken zijn en haar altijd de nodige hulp en advies aanbieden. Onze dochter beschikt over de nodige eigenschappen om een zaak op zelfstandige basis uit te baten. Ik ben er dan ook van overtuigd dat zij de ideale persoon is om de frituur later over te nemen. We staan volledig achter onze beslissing om de zaak later aan haar over te dragen."

We wilden ook graag weten hoe juffrouw Van Steenwinkel staat tegenover de latere opvolging. "Ik zou de zaak van mijn ouders later willen overnemen omdat ik graag mijn eigen beslissingen neem. Van jongs af aan heb ik deze ambities al. Het is een keuze waarin mijn mama en papa mij volledig vrij hebben gelaten en ik heb nooit het gevoel gehad dat ik ertoe verplicht werd de frituur later over te nemen. Ik heb een hele goede relatie met mijn ouders en volgens mij kan er binnen ons gezin open gepraat worden over dit onderwerp. Het grote voordeel van een statuut als zelfstandige vind ik de mogelijkheid om zelf iets op te bouwen in je leven en dit door het doorvoeren van je eigen beslissingen en ideeën."

In de theorie hebben we het ook gehad over de toekomstplannen op lange termijn met betrekking tot de onderneming. Het is belangrijk dat er rekening gehouden wordt met de noden en belangen van eenieder, betrokken bij de opvolging in het familiebedrijf.

"Over het algemeen zou ik de frituur graag behouden zoals ze op dit moment is. De manier van werken ligt mij wel en hieraan wil ik dan ook geen veranderingen doen. De inrichting en het interieur van de zaak zou ik op langere termijn wel willen vernieuwen om de frituur wat moderner te maken. Volgens mij kunnen deze investeringen de zaak en de klanten alleen maar ten goede komen."

Wanneer de opvolging voltooid is heeft de opvolger vaak graag de touwtjes volledig zelf in handen. Enige inmenging door de overdrager kan tot mogelijke discussies leiden met betrekking tot de manier waarop de onderneming bestuurd dient te worden. "Hiermee zou ik zelf helemaal geen problemen hebben. Mijn ouders geven mij namelijk de kans om in de toekomst een eigen zaak uit te baten. Ik zal er alle begrip voor hebben wanneer zij het moeilijk zouden hebben om volledig afstand te nemen van de frituur. Bovendien denk ik dat mijn ouders het moeilijker zullen hebben om afstand te nemen dan dat ze zelf laten uitschijnen."

Familiebedrijven worden normaliter overgedragen van generatie op generatie. Maar weinig familiebedrijven slagen er echter in het bedrijf binnen de familie te houden. De tabel van John Ward aan het begin van ons werk geeft hiervan een duidelijke weergave. Een familiale opvolging is niet altijd mogelijk. Dit als gevolg van diverse redenen waarover we het zullen hebben in het volgende hoofdstuk . Mevrouw Peeters verkoos een schenking van de frituur aan haar dochter resoluut boven de verkoop van haar zaak. Enkel en alleen wanneer een familiale opvolging niet mogelijk is, zou ze de zaak willen verkopen."Mijn ouders hebben mij de kans gegeven om later zelf een eigen zaak uit te baten. Dat is iets wat ik heel erg apprecieer en ik zou deze kans op termijn dan ook graag zelf aan mijn eigen kinderen willen bieden. Zoals mijn mama reeds zei is het heel erg zwaar om vanaf nul te moeten beginnen en een zaak helemaal uit te bouwen. Wanneer ik de frituur in de toekomst overneem is dit een belangrijke stap die reeds achter de rug is."

De beslissingsfase

Een familiale opvolging of kiezen voor alternatieven

Hier belanden we bij de tweede fase van het opvolgingsproces. De eerste fase van de voorbereiding is achter de rug en we spitsen ons nu toe op de tweede fase van het opvolgingsproces, de beslissingsfase. In de fase van de beslissing is het van groot belang dat alle mogelijke alternatieven met betrekking tot de opvolging eens goed op een rijtje worden gezet en zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen. We noemen dit de opvolgingsalternatieven. In de meeste gevallen heeft een familiale KMO de keuze tussen een familiale opvolging of de verkoop van de onderneming aan een derde. Een derde mogelijkheid bestaat erin dat de controle over de onderneming door de familie behouden wordt, maar dat de onderneming door een externe persoon bestuurd zal worden.

Familiale opvolging

Indien de opvolging door een familielid mogelijk is, zal dat in vele gevallen de voorkeur genieten. Er bestaan heel wat motieven waarom ondernemers voor een familiale opvolging kiezen. Het belangrijkste motief bestaat erin een kans te geven aan de kinderen. De kinderen krijgen op deze manier de mogelijkheid om zich op autonome wijze te ontplooien als zelfstandig ondernemer. Naast dit motief zijn er ook nog enkele andere redenen waarom ondernemers voor de opvolging door een familielid kiezen:

  • Ze hebben het gevoel dat hun levenswerk in goede handen is.
  • Via een familiale opvolging kan men in contact blijven met het familiebedrijf.
  • Men kan er misschien zelfs nog een beetje invloed over uitoefenen.
  • Als ondernemer heeft men het gevoel dat de vele inspanningen die geleverd werden niet voor niets zijn geweest.
Het familiebedrijf verkopen

In bepaalde omstandigheden zal men de verkoop van het familiebedrijf onder ogen moeten zien als het enige mogelijke opvolgingsalternatief dat de overdrager heeft. Het is begrijpelijk dat dit voor vele ondernemers geen gemakkelijke oefening is. De oprichting en uitbouw van de familieonderneming is voor de meesten meer dan alleen een financiële investering die gedaan werd, maar houdt ook een emotionele investering in. Ondernemers vrezen bovendien ook dat de dynamiek en andere positieve eigenschappen van de onderneming verloren zullen gaan wanneer het bedrijf verkocht moet worden aan een niet-familielid.

Ondanks het slechte gevoel dat de overdrager kan hebben met betrekking tot een verkoop, is het soms de enige uitweg voor hem. Bij gebrek aan bekwame opvolgers is de overdrager bijna verplicht zijn zaak te verkopen, omdat hij geen andere mogelijkheden heeft.

Controle over het familiebedrijf behouden

Wanneer een familiale opvolging niet tot de mogelijkheden behoort en de familie het familiebedrijf niet wil verkopen, kan er bijvoorbeeld beroep worden gedaan op een professionele manager. De manager wordt aangesteld met de bedoeling de onderneming al dan niet tijdelijk te leiden. De taken die de overdrager uitoefent worden door de manager overgenomen. Op deze manier is de familie in staat om de controle over het familiebedrijf te behouden en hoeft ze het niet te verkopen. Een groot wederzijds vertrouwen tussen beide partijen is van essentieel belang voor een succesvolle samenwerking. Dit is begrijpelijk vermits de familie haar voornaamste bezit toevertrouwd aan een derde. Andersom laat deze laatste zijn carrière voor een stuk bepalen door de familie.

In bepaalde gevallen kan het voor een familiebedrijf interessant zijn om beroep te doen op een interim-manager, die de onderneming tijdelijk zal leiden. In afwachting dat de opvolgers voor hun taak worden klaargestoomd, zal het management door de interim-manager worden waargenomen. Bovendien kan hij ook heel erg waardevol zijn als mentor voor de opvolgers. Het zijn meestal mensen met heel wat ervaring, dewelke zij dan kunnen delen met de opvolgers van het familiebedrijf.

CASUS

De voorkeur van de zaakvoerder van de bvba Frituur Yolanda gaat uit naar het eerste opvolgingsalternatief dat we besproken hebben: De familiale opvolging. De kinderen een kans geven om iets op te bouwen hebben we gezien als zijnde het belangrijkste motief waarom ondernemers kiezen voor een familiale opvolging. Dit vormt voor mevrouw Peeters ook de belangrijkste reden waarom zij ervoor kiest de zaak in de toekomst aan haar dochter over te dragen. Indien de dochter niet geïnteresseerd zou zijn geweest in een overname van het familiebedrijf, had mevrouw Peeters een verkoop van haar zaak moeten overwegen, vermits er maar weinig andere mogelijkheden voorhanden zijn. "Met een verkoop van de frituur zou ik het bijzonder moeilijk hebben. Gelukkig zal dit normaal gezien niet hoeven te gebeuren."

De uitwerking

Verschillende mogelijkheden

De uitwerking vormt het laatste onderdeel in ons drieluik dat betrekking heeft tot de opvolging. Het is de laatste stap die genomen dient te worden bij het uitwerken van het opvolgingsproces. We zullen hierna enkele technieken en eenvoudige constructies bespreken, waardoor een overdracht van de familiezaak aan de volgende generatie mogelijk kan worden gemaakt.

De commanditaire vennootschap op aandelen (Comm. VA)

We hebben de meest belangrijke kenmerken van de commanditaire vennootschap op aandelen al besproken wanneer we het hadden over de keuze van de vennootschapsvorm. Nu zullen we nagaan in welke mate deze rechtsvorm een rol van betekenis kan spelen bij de uitwerking van de opvolging. Wanneer men kiest voor de commanditaire vennootschap op aandelen heeft men eigenlijk de gecombineerde wens om enerzijds de vermogensbestanddelen, of althans een deel hiervan, aan de volgende generatie over te dragen. Anderzijds wil men de zeggenschap behouden over en bepaalde inkomsten uit de Comm. VA.

Het zijn de gecommanditeerde vennoten die gelast zijn met het bestuur van de vennootschap. Zij zijn het die hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de schulden van de onderneming. Dit vormt vaak een belangrijke hinderpaal bij de keuze voor een commanditaire vennootschap op aandelen. In de praktijk zal men dus maar weinig exploitatievennootschappen aantreffen onder de vorm van een Comm. VA. In de praktijk vinden we een Comm. VA dan ook het meeste terug in de vorm van een patrimoniumvennootschap of een holdingvennootschap[21]. Deze vennootschappen hebben normaal gezien een exploitatierisico dat verwaarloosbaar is. Voor de zaakvoerder, die onbeperkt aansprakelijk is voor schulden aangegaan door de vennootschap, betekent dit eveneens een laag risico.

Qua wetsbepalingen komt een Comm. VA grotendeels overeen met een NV. De grote verschillen liggen echter op het vlak van het bestuur. Als zaakvoerder kan u de controle over de onderneming behouden omdat u praktisch onafzetbaar bent.

De afzetting van de zaakvoerder vergt een statutenwijziging. Deze kan de zaakvoerder door middel van zijn vetorecht blokkeren. Enkel de rechtbank zou hem in principe kunnen afzetten. Deze onafzetbaarheid betekent ook dat men ondanks een schenking van de aandelen toch zeggenschap kan blijven uitoefenen over het bestuur van de onderneming. Wanneer men successierechten wil vermijden is men bijna verplicht om zijn vermogen te schenken. Schenken komt overeen met afstand doen van je eigendommen. Zoals hierboven vermeld werd kan men de controle toch behouden in de figuur van een Comm. VA.

CASUS

De gemakkelijke overdraagbaarheid van de aandelen bij een commanditaire vennootschap op aandelen is een voordeel in vergelijking met de beperkte overdraagbaarheid van de aandelen bij een bvba. Ook het stabiele bestuur zoals we dat bij een bvba hebben vinden we terug bij een Comm. VA. Toch lijkt het ons voor de Bvba Frituur Yolanda geen goede zaak te zijn om een rechtstreekse omvorming naar een commanditaire vennootschap op aandelen door te voeren. Dit vanwege de volledige aansprakelijkheid die de zaakvoerder dan zou hebben. Voor een exploitatievennootschap zoals een frituur betekent dit een enorme verhoging van de zaakvoerder haar risico in vergelijking met de bvba als rechtsvorm. De omvorming zou ook een serieuze kapitaalverhoging met zich meebrengen. Gelet op de omvang van de familiezaak zou dit overbodig kapitaal zijn dat zou moeten worden ingebracht.

Certificeren van aandelen

Naast de keuze voor de commanditaire vennootschap op aandelen heeft men als ondernemer nog andere mogelijkheden om de familiezaak over te dragen. Door de wet van 15 juli 1998, die betrekking heeft op de certificering van aandelen, heeft men een bijkomend alternatief.

Het certificeren van aandelen betreft een verrichting waardoor houders van aandelen en van andere stemgerechtigde effecten deze overdragen aan een rechtsvorm. In de praktijk wordt deze rechtsvorm heel erg vaak een "administratiekantoor" genoemd. In ruil hiervoor krijgen zij van het administratiekantoor certificaten en worden zij certificaathouder. De houder van het certificaat krijgt hierdoor het recht om de materiële voordelen ( dividenden, terugbetalingen,...) door het administratiekantoor uitbetaald te krijgen. De oorspronkelijke aandeelhouder wordt de economische eigenaar en oefent de vermogensrechten van de effecten uit. Het administratiekantoor wordt juridisch eigenaar van de aandelen.

Via haar bestuurders kan het zeggenschap uitoefenen over de onderliggende vennootschap.

Via de certificering van aandelen wil men enerzijds de vermogensrechterlijke waarde, of althans een deel hiervan, overdragen aan de volgende generatie. Anderzijds willen de bestuurders graag de zeggenschap behouden over de onderliggende vennootschap en het behoud van bepaalde inkomsten verzekeren uit de aandelen van de onderliggende vennootschap.

Het bestuur van het administratiekantoor wordt waargenomen door de raad van bestuur. Deze wordt samengesteld door de bestuurders en is statutair benoemd. Het administratiekantoor kent als dusdanig geen vennoten. Enkel aandelen van de onderliggende vennootschap zijn in het bezit van het administratiekantoor. Het geeft dus zelf geen aandelen uit.

Er zijn een aantal voordelen verbonden aan de certificering van aandelen. Zo is een mogelijke belastingvrije schenking van de certificaten aan de volgende generatie een eerste voordeel. Een volgend voordeel is de onmiddellijke doorstortingsplicht van alle inkomsten uit de onderliggende aandelen. Aan de certificaathouder komen de dividenden van het familiebedrijf toe. Als lid van de raad van bestuur van het administratiekantoor is men eveneens in staat om de controle over de exploitatievennootschap te behouden. Wie de macht verwerft binnen het administratiekantoor controleert op die manier het familiebedrijf.

Een echt administratiekantoor kan genieten van de fiscale transparantie. Een fiscaal regime is van toepassing alsof er geen administratiekantoor staat tussen het familiebedrijf en de certificaathouders. De certificaathouder wordt behandeld als zijnde aandeelhouder op het gebied van de inkomstenbelastingen. Deze fiscale transparantie zorgt ervoor dat er geen belastingheffing is op het niveau van het administratiekantoor[22]. Een belangrijke voorwaarde om hieraan te voldoen bestaat uit de onmiddellijke doorstortingsplicht. Alle inkomsten uit gecertificeerde aandelen moeten binnen de vijftien dagen aan de certificaathouders worden overgemaakt. Bovendien wordt een certificering op zich dan niet als een overdracht beschouwd. Hierdoor kan er geen sprake zijn van gerealiseerde meerwaarden bij deze certificering. Certificeringen die niet voldoen aan de vooropgestelde voorwaarden worden wel met overdrachten gelijkgesteld. Hier zijn dus wel gerealiseerde meerwaarden mogelijk.

Schenking van aandelen

Vanaf 1 juli 2003 bestaat er een nieuwe regeling met betrekking tot de schenking van aandelen. Het tarief voor schenkingen werd verlaagd van 3% naar 2%. Deze nieuwe regeling was een initiatief van de Vlaamse Overheid en is dan ook enkel en alleen in Vlaanderen van toepassing. In Wallonië en Brussel betaalt men nog steeds een schenkingsrecht van 3% of meer voor een gelijkaardige overdracht. Naast een verlaging van het tarief werden er ook een aantal vorm- en toepassingsvoorwaarden versoepeld. Het verlaagd tarief van 2% is van toepassing op de schenking van de eigendom of het vruchtgebruik van een universaliteit[23] van goederen of van een bedrijfstak, de schenking van aandelen van een vennootschap waarvan diens zetel van werkelijke leiding gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie, de schenking van vorderingen op een vennootschap op voorwaarde dat deze schenking gecombineerd wordt met een schenking van aandelen van deze vennootschap.

De schenking moet steeds betrekking hebben op ondernemingen met een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit. De vrije beroepen komen bij deze schenking ook in aanmerking. Aandelen van holding- of patrimoniumvennootschappen komen dus wellicht niet in aanmerking voor het verlaagd tarief. De verlaging van het tarief is ook niet van toepassing op een overdracht van onroerende goederen die tot bewoning worden aangewend of hiertoe bestemd zijn. Naast de "gewone" aandelen heeft het verlaagde tarief van 2% ook betrekking op certificaten of andere maatschappelijke rechten.

Er zijn een aantal grondvoorwaarden die vervuld moeten zijn om van het verlaagd tarief te kunnen genieten. Bij schenking van een universaliteit van goederen of van een bedrijfstak moet het gaan om de totaliteit ervan. In geval de schenking betrekking heeft op een onverdeeld deel moet het gaan om minstens de helft van die rechten. Bij een schenking van aandelen moeten deze minstens 10% van de stemrechten vertegenwoordigen in de algemene vergadering. Indien het gaat om een schenking van een vordering op de vennootschap moet de schenking ervan gepaard gaan met een schenking van de aandelen van de vennootschap.

Alhoewel dit niet expliciet vereist is, wordt toch aangenomen dat de bedrijfsschenking moet gebeuren bij authentieke akte. In deze akte moeten de partijen bevestigen dat de voorwaarden vervuld zijn om te kunnen genieten van het verlaagd tarief van 2%. Wanneer de schenking betrekking heeft op aandelen, moet de notaris bevestigen dat de geschonken aandelen minstens 10% van de stemrechten in de vennootschap vertegenwoordigen. Een attest dat afgeleverd wordt door een accountant of een bedrijfsrevisor kan eventueel de bevestiging door een notaris vervangen.

Het verlaagd tarief van 2% is niet definitief verworven vanaf het moment dat de schenking voltrokken is. Er moet aan een aantal voorwaarden voldoen worden wanneer men blijvend wil genieten van het verlaagd tarief.

Een schenking van een universaliteit van goederen of van een bedrijfstak:

  • De activiteit moet zonder onderbreking worden voortgezet gedurende vijf jaar na de datum van de akte van de schenking (1).
  • Onroerende goederen die beroepsmatig gebruikt werden mogen niet geheel of gedeeltelijk tot bewoning worden aangewend gedurende een periode van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de schenking (2).
  • Binnen de vier maanden na afloop van de termijn van vijf jaar moet de begiftigde kunnen aantonen dat de voorwaarden vervuld zijn gebleven die hem recht geven op het verlaagd tarief (3).

Een schenking van aandelen:

  • De activiteit van de vennootschap moet zonder onderbreking worden voortgezet gedurende vijf jaar na de datum van de akte van de schenking (1).
  • De zetel van de vennootschap mag niet worden overgebracht naar een staat die geen lid is van de Europese Unie, binnen een periode van vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de schenking (2).
  • Binnen de vier maanden na afloop van de termijn van vijf jaar moet de begiftigde kunnen aantonen dat de voorwaarden vervuld zijn gebleven die hem recht geven op het verlaagd tarief (3).

Schenking van een vordering op de vennootschap:

  • De vordering mag niet worden terugbetaald gedurende de periode van vijf jaar, te rekenen vanaf het moment van de schenking (1).
  • De zetel van de vennootschap mag niet worden overgebracht naar een staat die geen lid is van de Europese Unie, binnen een periode van vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de schenking (2).
  • Binnen de vier maanden na afloop van de termijn van vijf jaar moet de begiftigde kunnen aantonen dat de voorwaarden vervuld zijn gebleven die hem recht geven op het verlaagd tarief (3).

Indien één van de hiervoor vermelde voorwaarden niet langer vervuld is, dan valt het verlaagd tarief van 2% weg en zijn de gewone progressieve schenkingsrechten van toepassing. Er wordt dan een aanvullend recht geheven. De rechten (2%) die reeds betaald zijn worden hiervan in mindering gebracht. Op de aanvullende rechten die geheven worden is men mogelijks ook wettelijke interest verschuldigd. Deze regel geldt niet wanneer het niet langer nakomen van een bepaalde voorwaarde te wijten is aan overmacht.

Deze regeling met betrekking tot het verlaagd tarief van 2% werd aantrekkelijker en toegankelijker gemaakt omdat de wetgever de continuïteit van de ondernemingen en de daaraan gekoppelde tewerkstelling heeft willen bevorderen.

Schenkingsrechten vermijden

Op schenkingen zijn er schenkingsrechten verschuldigd, maar ze kunnen gemakkelijk vermeden worden. Een schenking van aandelen moet normaal gebeuren bij notariële akte. Dit heeft tot gevolg dat er schenkingsrechten van toepassing zijn. Bij schenkingen in rechte lijn of tussen echtgenoten is er op een schenking van roerende goederen in het Vlaamse Gewest een vast tarief van 3%[24] van toepassing. Een vast tarief van 7% is van toepassing wanneer de schenking plaats heeft tussen alle andere personen dan diegenen die hierboven vermeld zijn. Indien men aan bepaalde voorwaarden voldoet kan men tevens genieten van het verlaagd 2% tarief. Voor een schenking van onroerende goederen blijven de progressieve schenkingsrechten van toepassing. Deze variëren tussen de 3% en 30%, afhankelijk van de waarde van het onroerend goed. In de praktijk werden er een aantal technieken ontwikkeld waardoor de betaling van schenkingsrechten vermeden kan worden. Een van deze technieken is de handgift.

De handgift is een schenking die gerealiseerd wordt door de overhandiging van het voorwerp. Een handgift is enkel mogelijk voor zaken die fysiek tastbaar zijn, in ons geval de aandelen van het familiebedrijf. Een handgift veronderstelt een onherroepelijke overdracht van de rechten met betrekking tot de geschonken aandelen. De overdrager verliest dadelijk en onherroepelijk zijn rechten op de aandelen vanaf het moment dat de schenking plaats heeft. Het is dus onmogelijk om een handgift te koppelen aan een opschortende voorwaarde of de overdracht van de aandelen in de tijd uit te stellen.

Er zijn geen successierechten verschuldigd op handgiften die langer dan drie jaar voor het overlijden van de schenker hebben plaatsgevonden. De fiscus moet hier het bewijs leveren indien hij zou vermoeden dat dit niet het geval geweest is. Overlijdt de overdrager binnen de drie jaar na de handgift, dan zijn er in principe wel successierechten verschuldigd op de aandelen. Voor de ontvanger van de schenking kan het van belang zijn dat hij over de nodige bewijzen beschikt, dat de schenking wel degelijk minstens drie jaar voor het overlijden van de overdrager heeft plaatsgevonden om zich op deze manier in te dekken tegen de vermoedens van de fiscus.

Alleen aandelen aan toonder kunnen door een handgift geschonken worden. Aandelen van vennootschapsvormen zoals de Bvba en de coöperatieve vennootschap zijn steeds op naam en kunnen niet het voorwerp uitmaken van een handgift. Zoals reeds gezegd moeten alle aandelen aan toonder binnen enkele jaren worden omgezet in aandelen op naam. De uiterste datum voor deze omzetting is 31 december 2013. Vóór deze datum is het dus nog mogelijk om de aandelen aan toonder via een handgift aan de kinderen over te dragen.

Het is best mogelijk dat men zijn aandelen nog niet meteen aan de kinderen wil schenken.

De kinderen kunnen hiervoor bijvoorbeeld nog een beetje te jong zijn of men denkt als ondernemer nog niet meteen aan stoppen. Men kan dan niet anders dan de aandelen aan toonder te laten omzetten in aandelen die op naam zijn. Een handgift van de aandelen is dan niet langer mogelijk. Toch bestaan er mogelijkheden om de aandelen zonder schenkingsrechten of successierechten aan de kinderen over te maken.

Naast de handgift bestaat er namelijk een tweede techniek om schenkingsrechten te vermijden. De techniek bestaat erin de schenkingsakte te laten verlijden door een buitenlandse notaris. In bepaalde landen zijn er geen schenkingsrechten verschuldigd op de schenking van aandelen. Akten verleden voor notarissen in Nederland, Italië en sommige kantons in Zwitserland kunnen genieten van dit voordeel. Men dient dan wel steeds een vaste prijs van ongeveer 1250 euro aan kosten te betalen voor de gedane schenking. Dit procedé laat bovendien ook toe om aandelen op naam, bijvoorbeeld van een Bvba, zonder schenkingsrechten te laten overgaan op de kinderen. Dit was niet mogelijk via de techniek van de handgift. In tegenstelling tot de handgift kan bij een schenking voor een buitenlandse notaris de vaste datum van de schenking bewezen worden. Dit is belangrijk voor de periode van drie jaar waarin eventueel toch nog successierechten verschuldigd kunnen zijn, indien de overdrager binnen deze periode overlijdt. Bij de handgift moest de ontvanger van de schenking hiervoor zelf de nodige bewijzen verzamelen.

Mocht de overdrager in de loop van die drie jaar ernstig ziek worden, dan doet hij er goed aan om de geschonken aandelen toch te laten registeren aan 3%. Op deze manier kan men de progressieve successierechten (tot 27%)[25] vermijden.

CASUS

De eigenaars van de Bvba Frituur Yolanda, zijnde mevrouw Peeters en haar echtgenoot meneer Van Steenwinkel kunnen ervoor opteren om hun aandelen of een deel ervan via een schenking aan hun enige dochter over te dragen. Indien aan bepaalde voorwaarden voldaan wordt kan deze schenking gerealiseerd worden aan een verlaagd schenkingsrecht van 2% i.p.v. 3%. De schenking van de aandelen gebeurt in dat geval bij authentieke akte voor een Belgische notaris.

We hebben twee technieken besproken waardoor schenkingsrechten vermeden kunnen worden. De eerste techniek was de handgift. Vermits de aandelen van een Bvba allemaal op naam zijn is deze techniek geen optie voor een belastingvrije schenking. Een handgift is namelijk enkel mogelijk voor aandelen aan toonder. Een tweede techniek bestond erin de aandelen te laten verlijden door een buitenlandse notaris. Een Nederlandse notaris was in dit geval een mogelijkheid. De schenking van aandelen op naam kon via een Nederlandse notaris geregeld worden. Hierop waren geen schenkingsrechten verschuldigd. Er moest wel een vaste kost van ongeveer 1.250 euro betaald worden.

Rekening houdend met de beperkte waarde van de aandelen van de Bvba Frituur Yolanda zou een schenking aan 3% / 2% goedkoper kunnen uitkomen dan een schenking via een Nederlandse notaris. In dit geval moet men ook geen rekening houden met de driejaarstermijn en de bijhorende successierechten. Voor beperkte vermogens is het 3% of 2% tarief erg interessant. Bij grote vermogens kan 3% of 2% een enorm bedrag aan schenkingsrechten vertegenwoordigen. In dat geval is een schenking voor een buitenlandse notaris interessanter.

Schenking van onroerende goederen

De schenking van onroerende goederen die tot bewoning worden aangewend komen zoals reeds gezegd geweest is niet in aanmerking voor het verlaagd tarief van 2%. De schenkingsrechten op schenkingen in rechte lijn worden bepaald op basis van het progressieve tarief[26]. Hoe hoger de waarde van het onroerend goed, [27]hoe meer schenkingsrechten men op het onroerend goed moet betalen. Men kan deze hoge belastingdruk verlagen door gebruik te maken van periodieke schenkingen.

Het is voor de schenker van belang dat er slechts om de drie jaar en één dag een bepaalde schijf van het onroerend goed geschonken wordt. Deze spreiding zorgt ervoor dat de progressiviteit doorbroken wordt. Houdt men zich niet aan deze periode van drie jaar, dan komen alle schenkingen tussen dezelfde partijen binnen een periode van drie jaar in aanmerking voor het berekenen van het progressieve schenkingstarief. Schenkingsrechten worden bepaald op het moment van de schenking zelf. Op voorhand kunnen we het onroerend goed dus niet verdelen in 'vaste' schijven omdat we de waarde van het onroerend goed bij elke schenking opnieuw moeten herberekenen. Dit is iets wat vaak over het hoofd wordt gezien, maar waar zeker rekening mee gehouden dient te worden.

Successierechten - Vererving aan 0%

Sinds enkele jaren is het mogelijk dat de activa, aandelen en vorderingen van en op familiale vennootschappen in het Vlaamse Gewest vererfd worden aan 0%. Om hiervan te kunnen genieten moet men tegenwoordig onder andere aan de loonmassavoorwaarde voldoen. Tot 1 november 2007 was het nog de tewerkstellingsvoorwaarde waaraan men moest voldoen. De nieuwe regeling kwam er na een arrest van het Hof van Justitie.

De oude regeling met betrekking tot de tewerkstellingsvoorwaarde verliep als volgt:

  • In de drie jaar vóór het overlijden moesten er minstens vijf werknemers tewerkgesteld zijn in het Vlaamse Gewest. Het aantal werknemers werd uitgedrukt in FTE.
  • De vrijstelling van successierechten kon ook proportioneel worden toegekend.

4 FTE = 80%, 3FTE = 60%.

  • De vrijstelling bleef slechts behouden wanneer er gedurende vijf jaar na het overlijden een behoud van tewerkstelling was.

De nieuwe regeling met betrekking tot de loonmassavoorwaarde verloopt als volgt:

  • Er is een volledige vrijstelling indien men als vennootschap voor meer dan 500.000 euro aan loonlasten heeft uitbetaald in de drie jaar voor datum van het overlijden.
  • Lonen moeten uitbetaald zijn aan werknemers die tewerkgesteld zijn in de Europese Economische Ruimte (EU + Noorwegen, IJsland en Liechtenstein).
  • Een proportionele vrijstelling blijft bestaan. Op basis van het bedrag aan loonlasten.
  • De volledige vrijstelling wordt slechts behouden indien het bedrag aan loonlasten gedurende de vijf jaar na het overlijden minstens 5/3den bedraagt van het bedrag aan loonlasten die werden uitbetaald gedurende de drie jaar vóór het overlijden.
  • Loonlasten = het bruto loon ( in speciën en in natura ) + sociale lasten.

De loonmassavoorwaarde die we net besproken hebben wordt ten gevolge van de economische crisis tijdelijk uitgeschakeld. Concreet dienen hierdoor enkele overlijdens tussen het eerste kwartaal van 2004 tot het laatste kwartaal van 2007 vrijgesteld te worden van de vroegere tewerkstellingsvoorwaarde. Dit met betrekking tot de periode van vijf jaar na het overlijden. Overlijdens vanaf het vierde kwartaal van 2007 tot het eerste kwartaal van 2011 worden vrijgesteld van de loonmassavoorwaarde, dit ook met betrekking tot de periode van 5 jaar na het overlijden.

Een tweede voorwaarde om te kunnen genieten van de vrijstelling is de minimumparticipatie van 50% waaraan men moet voldoen. Dit wil zeggen dat de erflater en zijn/haar echtgenoot, en eventuele descendenten[29] de vennootschap moeten controleren. Dit is mogelijk door minstens 50% van de aandelen in hun bezit te hebben. Bij de berekening van de 50%-participatie wordt er ook rekening gehouden met aandelen en activa die al in het bezit zijn van de voorouders, zijverwanten tot en met de tweede graad, kinderen van vooroverleden broers,... De aandelen of activa moeten gedurende minstens drie jaar vóór het overlijden ononderbroken in het bezit zijn geweest van de betrokkenen.

Aangetrouwde kinderen

Met betrekking tot aangetrouwde kinderen hebben we twee verschillende problematieken.

We kunnen ons de vraag stellen hoe schoonkinderen buiten de onderneming gehouden worden. Anderzijds kunnen we ons afvragen hoe ze juist bij de onderneming betrokken kunnen worden zonder echter vermogensrechtelijke aanspraken te kunnen doen gelden.

Over het algemeen wensen ouders enkel aan hun kinderen te schenken en niet aan hun schoonkinderen, maar het niet betrekken van de schoonkinderen bij de familiezaak levert vaak een oncomfortabel gevoel op bij de schenkers. Indien de schenkers toch beslissen om hun schoonkinderen bij het familiebedrijf te betrekken zijn hierop hoge schenkingsrechten[30] van toepassing. Vooral bij de schenking van onroerende goederen betekent dit een fikse verhoging van het bedrag aan verschuldigde schenkingsrechten. Indien schoonkinderen bij de familiezaak betrokken worden willen ouders de garantie dat wanneer het huwelijk ooit fout zou aflopen, de schoonkinderen toch niets krijgen van hun onderneming.

Voor dit probleem bestaan er een aantal oplossingen. Zo kan men als schenker een beding van terugkeer bij vooroverlijden overeenkomen. Dit wil zeggen dat men bij het overlijden van de schenkers hun kind doet alsof de schenking nooit heeft plaats gevonden. De geschonken goederen komen rechtstreeks terug naar de schenkers hun vermogen zonder dat zij hierop belastingen verschuldigd zijn. Op deze manier slagen de schenkers erin hun oorspronkelijk geschonken vermogen te behouden.

Een tweede oplossing voor dit probleem is een uitsluitingsclausule die men aan de schenking kan koppelen. Via deze clausule kan het kind de verkregen goederen nooit in de huwelijksgemeenschap inbrengen. Deze clausule kan worden opgenomen in de schenkingsakte, maar ook in de schenkers hun testament.

Uiteindelijk kan het probleem ook opgelost geraken zonder dat de ouders iets hoeven te doen. In het geval van vererving komt alles wat het kind erft automatisch bij zijn eigen vermogen terecht. Dit is het geval wanneer het kind getrouwd is volgens het wettelijk stelsel of via een huwelijkscontract met scheiding van goederen. Naast vererving geldt hetzelfde wanneer de goederen aan het kind worden overgedragen via een schenking. Problemen ontstaan echter wanneer het kind datgene wat het geërfd heeft wil inbrengen in de huwelijkgemeenschap of wanneer het kind getrouwd is met algehele gemeenschap van goederen. In dat geval behoren schenkingen en erfenissen ook tot het gemeenschappelijk vermogen. Wil men als schenker meer zekerheid, dan zal men dus toch iets moeten ondernemen.

Het grote probleem van zware schenkingsrechten blijft bestaan. Het schoonkind wordt beschouwd als een vreemde voor toepassing van de schenkingsrechten. Vandaar dat deze zo hoog zullen zijn. Het vlak tarief van 7% voor de schenking van roerende goederen biedt hier gedeeltelijk een oplossing. Het probleem wordt geheel opgelost bij de schenking van een onderneming aan 2%. Dat tarief is namelijk van toepassing ongeacht de verwantschapsband van de begunstigde. Enkel bij een schenking van onroerende goederen blijft er een groot probleem bestaan.

Men kan de schoonkinderen ook bij de onderneming betrekken zonder een overdracht van eigendom. Zij kunnen bijvoorbeeld in de vennootschap worden aangesteld als zaakvoerder of bestuurder, waarvoor zij dan ook een passende vergoeding zullen ontvangen.

Dit kan gecombineerd worden met de ontvangst van een mogelijke schadevergoeding bij een ontslag als zaakvoerder. Bijvoorbeeld bij het einde van het huwelijk. (uitzondering: de Naamloze Vennootschap).

CASUS

Voor de eigenaars van de Bvba Frituur Yolanda bestaan er dus voldoende mogelijkheden om de familiezaak uit handen te houden van hun schoonkind of in het andere geval hun schoonkind bij de frituur te betrekken. Naast de enkele technieken die wij net besproken hebben bestaan er namelijk nog vele anderen die toegepast kunnen worden.

Het schoonkind buiten de onderneming houden:

  • Beding van terugkeer bij vooroverlijden.
  • Een uitsluitingsclausule.
  • Het wettelijk huwelijksstelsel
  • Huwelijkscontract met scheiding van goederen.

Het schoonkind bij de onderneming betrekken:

  • Schenking van roerende goederen (aandelen) aan 7%.
  • Schenking van de onderneming aan het tarief van 2%.
  • Schoonkind benoemen als zaakvoerder of bestuurder zonder overdracht van eigendom.
  • Huwelijkscontract met gemeenschap van goederen.
Een overzicht van de overdracht

Hierbij hebben we de drie onderdelen uit het drieluik dat betrekking heeft op het opvolgingsproces volledig besproken. We zijn begonnen bij de voorbereidingsfase van de overdracht. Hier zijn we onder andere dieper ingegaan op de fiscaal-juridische planning van de overdracht. We hebben het onder meer gehad over de keuze van de vennootschapsvorm en de fiscale optimalisatie van de onroerende goederen die eigendom zijn van de familie of van de vennootschap. De opleiding en voorbereiding van de opvolger is een volgend aspect uit de voorbereidingsfase dat we behandeld hebben. Een laatste onderdeel dat betrekking had op de voorbereiding van de overdracht zijn de goede familiale relaties die van groot belang zijn.

We hebben namelijk gezien dat goede familiale relaties op de eerste plek staan om een overdracht succesvol te laten verlopen. Na de voorbereidingsfase hebben we het gehad over de beslissingsfase in het opvolgingsproces. Een familiale overdracht behoorde niet altijd tot de mogelijkheden waardoor een familie soms andere opties moet overwegen. De uitwerking van de overdracht is het laatste onderdeel van het drieluik dat we besproken hebben. In dit deel hebben we enkele technieken aangehaald die toegepast kunnen worden bij de overdracht van een familiale onderneming aan de volgende generatie.

De waardebepaling van de onderneming vormt voor de ondernemer een grote hinderpaal bij de voorbereiding van de overdracht. We hebben dit in het begin van onze thesis reeds kort aangehaald. Het volgende deel waarover we het zullen hebben handelt over de waardering van een familiale KMO. Hierdoor hopen we de ondernemer te helpen bij het overbruggen van deze grote hinderpaal bij de voorbereiding van zijn of haar opvolgingsproces.

DE WAARDERING VAN EEN FAMILIALE KMO
  1. http://www.ondernemendeschool.be/viewobj.jsp?article=27159
  2. Niet beursgenoteerde bedrijven hebben tot 2013 de tijd om hun aandelen aan toonder om te zetten in aandelen op naam. http://www.vennootschappen.org/nieuws/afschaffing_aandelen_aan_toonder.asp
  3. Bijlage1: oprichtingsakte
  4. Bijlage2: Voorwaarden verlaagd tarief
  5. http://www.ikbenzelfstandige.be/acerta/view/nl/onderneming/aftrekbare_kosten
  6. http://www.accountant-pringier.be/vennootschapsbelasting.html
  7. Bijlage3 Art. 32 WIB (2010)
  8. Bijlage jaarrekening frituur Yolanda 2008-2009
  9. Bijlage4 KI gebouw
  10. Bijlage4 revalorisatiecoëfficiënt AJ 2009
  11. Bijlage5 Index AJ 2009
  12. http://www.elfri.be/Handelsrecht/patrimoniumvennootschap.htm 19/02
  13. http://www.notare.be/opstal.htm 18/02
  14. Het recht van natrekking is een recht, waardoor de vruchten van roerende goederen en de gebouwen en beplantingen op onroerende goederen vermoed worden aan dezelfde eigenaar toe te behoren.
  15. Bijlage6 Artikel 83 Wetboek Registratierechten
  16. Bijlage7 Berekening waarde vruchtgebruik
  17. 309.552 < (1.000.000 x 80%) "80% regel" en 309.552 < (25.000 x 20)
  18. "Een schenking door fysieke overhandiging van roerende, lichamelijke goederen. De begiftigde moet op die schenking geen schenkingsrechten betalen. Er zijn ook geen notariskosten. Als de schenker binnen de drie jaar na de schenking sterft, moeten er eventueel wel successierechten betaald worden."
  19. Wie een zelfstandige zaak wil starten, moet kennis van bedrijfsbeheer kunnen aantonen http://www.syntrawest.be/FOLDERS/I000000438.PDF 25/02
  20. Bijlage8 Interview bvba Frituur Yolanda
  21. http://vdvaccountants.be/data/documents/vennwet_cva.pdf 29/03/2010
  22. http://www.vdvaccountants.be/data/documents/administratiekantoor.pdf 30/03/10
  23. Universaliteit: een verzameling
  24. Bijlage9 Schenkingsrechten roerende goederen/successierechten
  25. Bijlage9 Schenkingsrechten roerende goederen/successierechten
  26. Bijlage10 Schenkingsrechten onroerende goederen
  27. http://www.taxtalk.be/nl/2007/07/09/schenken-van-onroerend-goed-oud-maar-niet-versleten/
  28. Bijlage9 Schenkingsrechten roerende goederen/successierechten
  29. http://belastingen.vlaanderen.be/nlapps/docs/default.asp?fid=135 7/04/10
  30. Bijlage9 Schenkingsrechten roerende goederen/successierechten· Bijlage10 Schenkingsrechten onroerende goederen

Writing Services

Essay Writing
Service

Find out how the very best essay writing service can help you accomplish more and achieve higher marks today.

Assignment Writing Service

From complicated assignments to tricky tasks, our experts can tackle virtually any question thrown at them.

Dissertation Writing Service

A dissertation (also known as a thesis or research project) is probably the most important piece of work for any student! From full dissertations to individual chapters, we’re on hand to support you.

Coursework Writing Service

Our expert qualified writers can help you get your coursework right first time, every time.

Dissertation Proposal Service

The first step to completing a dissertation is to create a proposal that talks about what you wish to do. Our experts can design suitable methodologies - perfect to help you get started with a dissertation.

Report Writing
Service

Reports for any audience. Perfectly structured, professionally written, and tailored to suit your exact requirements.

Essay Skeleton Answer Service

If you’re just looking for some help to get started on an essay, our outline service provides you with a perfect essay plan.

Marking & Proofreading Service

Not sure if your work is hitting the mark? Struggling to get feedback from your lecturer? Our premium marking service was created just for you - get the feedback you deserve now.

Exam Revision
Service

Exams can be one of the most stressful experiences you’ll ever have! Revision is key, and we’re here to help. With custom created revision notes and exam answers, you’ll never feel underprepared again.