This dissertation has been submitted by a student. This is not an example of the work written by our professional dissertation writers.

Simone de Beauvoir en het existentialisme

Voorwoord:

Simone de Beauvoir en het existentialisme, dat is de titel geworden van mijn profielwerkstuk. In eerste instantie zou dit werkstuk alleen over Simone de Beauvoir gaan, maar toen ik eenmaal bezig was, werd mij steeds meer duidelijk dat deze twee begrippen niet los te koppelen zijn en allebei evenveel aandacht moeten verdienen in dit werkstuk.

Het existentialisme is een stroming die, sinds het ontstaan, tot de verbeelding van het grote publiek spreekt. Dat is ook goed te begrijpen, want wie wil er nu niet horen dat hij vrij kan zijn? En niet zo maar vrij, nee, helemaal vrij. Aan niemand verantwoording schuldig en doen wat je wilt. Jij bent de baas over je eigen leven en niemand anders. Ook in Nederland heeft het existentialisme veel aanhang genoten. De moderne mens raakt langzaam maar zeker vervreemd van de maatschappij waarin alles zo moeizaam lijkt te gaan. Bureaucratie, individualisering en ga zo maar door. Het is fijn om te horen dat je je niet langer gebonden hóeft te voelen met de maatschappij en dat was de boodschap die Sartre de mensheid bracht.

Ook Simone de Beauvoir heeft een grote invloed gehad op de westerse vrouwen van de afgelopen decennia. Als geen ander durfde zij uit te halen naar de maatschappij waarin de man domineerde. Met haar vele boeken en essays hielp zijn het vrouw-zijn en het moederschap van het romantische imago af. Dit doet zij vooral in haar boek De Tweede Sekse dat al in het jaar van uitgave (1949) een bestseller werd.

Al met al hebben we genoeg stof om over na te denken en genoeg standpunten om ons in te verdiepen. Aan de hand van bronnen heb ik geprobeerd een samenvatting te geven van wat Simone de Beauvoir dacht en welke levensvisie het existentialisme hanteerde. Hopelijk is het informatief en leest u het met net zoveel plezier als ik het gemaakt heb.

Levensloop:

Simone Lucie Ernestine Marie Bertrand de Beauvoir werd op 9 januari 1908 geboren in Parijs als oudste van twee meisjes. Haar vader, Georges de Beauvoir, was toen 30 en haar moeder, Francoise Brasseur, 21 jaar oud. Haar moeder was afkomstig uit Verdun. Zij kwam uit een middenklasse gezin. Haar ouders, en vooral haar moeder leefden iets boven hun stand. Haar vader was erg geïnteresseerd in theater en was hier ook werkzaam. Haar vader kwam uit een ietwat vervallen adellijke familie, hier heeft Simone de ‘de' in haar achternaam aan te danken. Naar zijn stand moest Georges de Beauvoir advocaat worden, wat hij deeltijds deed en waar hij een ontzettende hekel aan had. Ook Simone's moeder was kunstzinnig en intellectueel maar zij was ernstiger in haar geloof dan haar echtgenoot. Het echtpaar had regelmatig vooraanstaande kunstenaars en schrijvers over de vloer. Simone en haar zusje Hélène (1910) werden grotendeels opgevoed door een oppas, genaamd Louise. Simone bleek al snel een bijzonder kind te zijn, ze stond bekend als koppig en eigenzinnig. Ze wilden behandeld worden als een volwassene en kon maar moeilijk toegeven aan bevelen van anderen, zoals zij zelf beschrijft:‘'Ik ergerde me aan de willekeur van bevelen en verboden omdat ze blijk gaven van inconsequentie.''( Een welopgevoed meisje Deel 1 pagina 12). Ondanks haar dwarse karakter liet Simone zich op intellectueel gebied gelden, zij kon zeer snel lezen en schrijven en was enorm leergierig. Op haar vijfde jaar besloten haar ouders haar naar een katholieke meisjesschool te sturen, gezien haar familie ook katholiek was. Deze scholen genoten aan het begin van de 20e eeuw niet veel aanzien, ze werden gezien als scholen waar vrouwen leerden breien en haken, maar waar je geen echt vak kon leren. Simone blonk uit als leerlinge, ze behoorde altijd tot de beste van haar jaar. Aan zelfvertrouwen ontbrak het Simone ook niet, omdat zij de oudste was werd zij door haar familieleden aanbeden. Haar donkere haar en blauwe ogen waren ook regelmatig een aanleiding voor complimenten.

Na de Eerste Wereldoorlog kwam er voor het eerst echt leed op het pad van Simone. Haar opa, van moeders kant, Gustave Brasseur, toenmalig directeur van de Meuse Bank in Frankrijk ging failliet. De familie de Beauvoir was gedwongen kleiner te gaan wonen omdat de geldstroom van Gustave niet langer beschikbaar was. Simone's vader was gedwongen harder en meer te gaan werken en hier heeft zijn relatie met zijn vrouw onder geleden. Dit heeft veel indruk gemaakt op Simone, de vijandschap tussen twee ‘goede' was in haar ogen onmogelijk en zetten naar haar eigen woorden ‘haar wereld op zijn kop'. Het faillissement van Gustave wierp een enorme schande over de Beauvoir-familie. Georges de Beauvoir hield zijn dochters voor dat leren en presteren de enige manieren waren om aan deze schande te ontkomen. Trouwen was voor hun uitgesloten omdat hun ouders nu geen bruidsschat meer konden betalen. Studeren was nu nog de enige mogelijkheid voor de zusjes om een financieel goed leven te lijden. Het hele gebeuren heeft ongetwijfeld veel indruk gemaakt op beide meisjes, Helene de Beauvoir werd een niet onverdienstelijke kunstschilderes, de prestaties van Simone volgen natuurlijk nog. Na de katholieke meisjesschool ging Simone op 15 jarige leeftijd filosofie studeren aan de Sorbonne Universiteit in Parijs, het katholieke geloof had zij inmiddels afgezworen. Naast haar studie filosofie studeerde zij literatuurwetenschappen en wiskunde. Zij ging bij haar oma wonen. Op Sorbonne ontmoette zij een groepje die in die tijd een nogal slechte reputatie hadden, onderdeel hiervan was ook Jean Paul Sartre. Sartre en de Beauvoir waren intellectuele zielsverwanten en hun vriendschap zou hun hele leven duren. Na haar studie werd Simone toegelaten aan het École Normale Supérieure (ENS) in Parijs. Deze toelating was legendarisch omdat hier over het algemeen alleen mannen werden toegelaten, Simone was de 5e vrouw die voor een plaats in aanmerking kwam. ENS was in die tijd nog een mannenschool. De ENS was een docentenopleiding maar daarnaast ook een onderzoeksplek voor veelbelovende afgestudeerden, waar de vrijheid lag op de eigen invulling van onderzoeken et cetera. Sartre werd ook toegelaten aan de ENS. Op 21 jarige leeftijd haalde Simone haar diploma en werd aangenomen als docente op een school in Marseille.

Na enkele jaren Marseille keerde Simone echter weer terug naar Parijs en genoot met haar studievrienden (waaronder Sartre) van het vrije leven. Deze groep zette zich bewust af tegen de burgerlijkheid. Alles was geoorloofd en ze gingen dan ook behoorlijk los, affaires waren aan de orde van de dag en Simone was er ook open over dat zij seksuele verhoudingen had met jonge vrouwen, dit was in Frankrijk in de jaren 30 van de 20e eeuw absoluut niet geaccepteerd. De Tweede Wereldoorlog brak aan en dit maakte een abrupt einde aan het in zichzelf gekeerde leven van Simone en haar vrienden. Schoppen tegen de maatschappij is desastreus als je gezamenlijk moet vechten om te overleven. De Beauvoir kwam erachter dat het onmogelijk is om je als individu buiten de gemeenschap te plaatsen. Ze wilde graag een steentje bijdragen maar had niet duidelijk hoe ze dit precies moest aanpakken. Sartre moest naar het front en het afscheid viel De Beauvoir erg zwaar. Bij zijn terugkomst wilden zij zich scharen achter het Franse verzet maar hier werden zij gewantrouwd. Na de oorlog begonnen zij samen met de filosoof Merleau-Ponty het tijdschrift Les Temps Modernes (de moderne tijden) de bedoeling was politieke en filosofische discussies aan te zwengelen. Dit lukte niet altijd even goed. Simone stopte met haar werk als filosofiedocente en begon met schrijven. In 1947 kwam haar eerste roman Niemand is onsterfelijk uit. Ook publiceerde zij vele stukken in Les Temps Modernes. Voor dit tijdschrift reisde zij veel en had ze de mogelijkheid vooraanstaande personen uit haar tijd te ontmoeten. Op deze manier heeft ze veel contacten opgedaan. Naast romans schreef Simone ook filosofische essays en verhandelingen, zoals De Tweede Sekse (1949) die veel losmaakte bij het Franse (en internationale) publiek. Het boek maakte Simone in een klap de rest van haar leven financieel onafhankelijk. In dit boek deed Simone het standpunt uit de doeken dat vrouwen gemaakt worden door mannen, vrouwen moeten economisch onafhankelijk zijn willen zij zich ooit kunnen ontwikkelen. De boeken en essays van Simone sloten aan bij haar existentialistische standpunten. Simone genoot tijdens haar leven al enorm veel landelijke en internationale aandacht en had een breed publiek. Ze schreef nog verschillende boeken waarvan De Mandarijnen (1954) een van de bekendste is.

Simone heeft in haar leven veel bereikt op literair en filosofisch gebied, toch vond zij liefde en vriendschap het belangrijkste in haar leven. Ze had een goede band met haar moeder en haar zusje Helene. Simone heeft besloten nooit te trouwen omdat zij onafhankelijk wilde zijn, ze wees meerdere malen huwelijksaanzoeken van Sartre af. Na zijn dood droeg zij een boek speciaal op aan hem. Lange tijd is Simone als filosofe gezien die enkel toevoeging gaf aan de filosofie van Jean Paul Sartre, deze onjuiste veronderstelling wil ik graag hier al ontkrachten. In het werk van Jean Paul Sartre zijn zeker ook invloeden te zien van Simone. Zes jaar na Sartre overleed Simone in Parijs in 1986. Zij was geestelijk uitgeput en haar lichaam was oud geworden door haar verslaving aan alcohol en antidepressiva.

Samenvatting van haar filosofie:

Om de ideeën van Simone de Beauvoir samen te vatten heb ik ervoor gekozen dat te doen aan de hand van haar bekendste werk: De Tweede Sekse. Dit boek bestaat uit twee delen: Deel 1 waarin zij de feiten en mythen beschrijft en Deel 2 waarin zij de geleefde werkelijkheid aan de orde stelt.

De Tweede Sekse, Deel 1

In de natuur is het niet vanzelfsprekend dat mannetjesdieren boven de vrouwtjesdieren staan. Het komt beide voor en het kan ook dat geen van de sekse bevoorrecht is. Bij de mensen ligt dit toch heel anders.

Mannen hebben eeuwen lang een bevoorrechtte positie gehad doordat zij zichzelf hierin geplaatst hebben. Mannen hebben een transcendente existentie, zij willen en kunnen zichzelf overstijgen en vereeuwigen. Doordat zij de aarde bewerken kunnen zij de wereld vormen en hun waarde putten uit wat zij gemaakt hebben op aarde. Hiermee overstijgen zij het lichamelijke en zijn zij een essentieel onderdeel van de wereld waarin zij leven. Vrouwen zijn daarentegen door het moederschap gedwongen tot immanentie. Zij kan het lichamelijke niet overstijgen doordat zij teveel aan haar lichaam vastzit. De vrouw heeft in de geschiedenis vaak geprobeerd om zichzelf te overstijgen maar de vijandelijke mannelijke wereld die haar omringd was niet te verslaan. Niet omdat de vrouw minder sterk is maar omdat zij een diensbaar lichaam heeft in plaats van een dienend lichaam. Door deze dienstbaarheid kan zij niet altijd werken en in haar eigen levensonderhoud voorzien, daarom heeft zij een man nodig die voor haar zorgt. De mannen zijn gesteld op hun bevoorrechte positie en willen de vrouw daarin houden. Ook als een vrouw volledig in haar eigen onderhoud kan voorzien wordt ze nog klein gehouden door mannen. Als ze geen make-up draagt naar haar werk dan zeggen de mannen dat zij liever een man had willen zijn en als zij wel make-up draagt naar haar werk dan wordt er door de mannen gezegd dat zij een modepopje is die het alleen maar van haar uiterlijk moet hebben. Ook proberen mannen de vrouwen ervan te overtuigen dat zij meer geschikt zijn om te werken en dat de vrouw lekker thuis mag zitten en genieten en dat hij het lastige werk wel op zal knappen. De Beauvoir noemt dit ‘het paradijs van de immanentie'. Het overstijgen, transcenderen, is echter een vereiste waarin de menselijke vrijheid gevestigd is. De absolute vrijheid is ook het hoogste goed op aarde. Het verheerlijkte moederschap is eigenlijk een vloek die de vrouw dwingt in haar positie te blijven. Om de vrijheid toch de verwerven moet discipline en geweld niet gemeden worden als dat noodzakelijk is.

De man ziet de vrouw als ‘De Ander', zij is niet zijn gelijke. Terwijl hij werkt aan het voortbestaan van de soort, door te werken en dergelijke, zit de vrouw thuis met de kinderen. Dat wordt als normaal gezien. De man is object, hij is autonoom, kan zelfs beslissen en handelen. De vrouw is subject, zij behoort tot één persoon die haar verzorgd. Zij is niet autonoom. De man is blij met zijn positie en wil die niet opgeven. ‘De Ander' is een bedreiging. De man weet echter dat voor hij de vrouw ook nodig heeft voor het verlossen van zijn begeerte en het in stand houden van de soort.

De Tweede Sekse, Deel 2

Op jonge leeftijd zijn jongetjes en meisjes gelijk. Ze worden op dezelfde manier behandeld en geliefd. Op een bepaalde leeftijd wordt de jongen niet meer hetzelfde behandeld als het meisje. Hij moet stoer worden en krijgt bijvoorbeeld minder kusjes. Het meisje wordt nog wel geknuffeld en gekust. De jongen begrijpt het niet maar hij komt er al snel achter dat dit is omdat hij later een leidinggevende positie in de maatschappij zal krijgen. Hij is dus bevoorrecht. Het meisje zal nooit veel worden en zij mag dus langer klein gehouden worden. Eigenlijk dwingt de maatschappij kinderen als van jongs af aan in het keurslijf van de traditie.

De puberteit is de periode dat meisjes ook op een andere manier behandeld gaan worden. Tot voor deze tijd had zij alle vertrouwen in volwassenen. Zij spreken altijd de waarheid en zijn dus te vertrouwen. Op een bepaalde leeftijd zal zij toch gaan horen van seks. In eerste instantie vindt zij dit vies en eng. Dit komt ook omdat delinquenten van seksueel geweld altijd worden aangeduid als gekken en maniakken. Het meisje heeft hier wel eens van gehoord en betrekt dit op de hele seksualiteit. Als zij hoort dat alle koppels seks met elkaar hebben leert zij dat grote mensen niet altijd de waarheid spreken en te vertrouwen zijn. Immers zij vinden de meest afschuwelijke dingen heel normaal. Het meisje zal ook geen compleet beeld krijgen van seksualiteit omdat je het eerst moet ervaren voor je het kunt begrijpen. Rationeel gezien is seks begrijpen een onmogelijke opgave, het blijft dat altijd vies, vreemd en komisch om over na te denken. De puberteit is voor meisjes moeilijker dan voor jongens. Meisjes voelen zich erg verward als ze borsten krijgen. Ze gaat zich schamen voor haar lichaam maar soms is ze er ook trots op. Het lichaam ontwikkelt zich naar het doel en het meisje ervaart haar psyche en lichaam niet meer als eenheid. Andere mensen gaan haar lichaam in de gaten houden en hebben er een mening over. Het lichaam voelt niet meer fijn en het meisje ervaart een weerstand tegen haar lichaam, ze wil afvallen, wil de straat niet meer op enzovoorts. De rol van ouders is erg belangrijk voor hoe een meisje zich gaat voelen over haar lichaam. Bij veel meisjes begint de walging van het lichaam na de eerste menstruatie. Het meisje wordt hierdoor bang voor onverwachte pijnen en ze krijgt een hekel aan mannen omdat zij dit niet hebben maar er wel van weten. Jongens ervaren de puberteit anders omdat het voor hen een eer is om een man te worden. Van jongs af aan is hen verteld trots te zijn op hun man zijn. Ook in de ontwikkeling van de beide sekse in de puberteit is de omgeving van groot belang.

Meisjes verafgoden vrouwen in een machtspositie, pas later lijken mannen aantrekkelijker. Veel meisjes zeggen verliefd te zijn op onbereikbare mannen omdat zij bang zijn een serieuze relatie aan te gaan. Het meisje herkent zich in haar lichaam maar heeft de behoefte dat te pijnigen omdat het afhankelijk en immanent is. In het volwassen leven ontwikkelen veel vrouwen narcistische trekken omdat ze zichzelf tot object willen maken. Ze putten geen voldoening uit hun ondergeschikte rol en maken zichzelf daarom erg belangrijk.

Het gaat de goede kant op met de emancipatie van vrouwen. Er zijn al meer vrouwen die werken en op die manier in eigen onderhoud voorzien. Helaas schenkt dit hen nog niet de vrijheid die het de man wel schenkt. Een man doet alleen werk en een vrouw doet werk én huishouden. Dit geeft haar alleen maar meer verplichtingen. Bovendien wordt zij nog steeds argwanend bekeken door de maatschappij. De werkende, alleenstaande vrouw wordt gezien als losbandig en ontembaar. Ze moet zich dubbel bewijzen ten opzichte van de man. Er moet nog veel gebeuren. Er moet geïnvesteerd worden in kinderdagverblijven en andere faciliteiten voor kinderopvang. Ook moet de houding van de maatschappij tegenover werkende en zelfstandige vrouwen veranderen. Dit kan alleen door gewenning. Hoe meer er komen en hoe meer zij strijden voor een gelijkwaardige plaats, hoe men aan haar gewend raakt en haar accepteert.

Het existentialisme:

Om een analyse te kunnen geven van Simone de Beauvoirs filosofie is het van groot belang haar filosofie te zetten in het licht van de stroming waartoe zij behoorde, het existentialisme.

Het existentialisme werd al vormgegeven door de Deense filosoof Kierkegaard en de Duitsers Heidegger en Nietze maar als grondlegger wordt Jean-Paul Sartre toch het meest genoemd. Hij leefde van 1905 tot 1980 en is geboren in Frankrijk waar hij het overgrote deel van zijn leven verbleef. Hij heeft dus de Eerste Wereldoorlog van nabij meegemaakt en heeft zelf in de Tweede Wereldoorlog gevochten. Hij groeide op in een vreemde wereld vol teleurstelling en desillusies. Zowel landelijk als in familiair verband. Zijn vader is al jong overleden en toen zijn moeder hertrouwde bleek de jonge Sartre niet op te kunnen schieten met zijn stiefvader. Hij voelde zich overbodig en nutteloos. Hij moest zich steeds aanpassen aan anderen omdat Sartre en zijn moeder vaak in huizen van vrienden en familie verbleven. Dit gevoel van overbodigheid maakte bij Sartre een gevoel van leegheid los. Toen hij een kind was benijdde hij mensen die gemist werden. Mensen die een vaste plaats op vulden in een omgeving. Toen hij wat ouder werd ging hij meer en meer inzien dat mensen die een vaste plaats opvullen slechts een ding zijn. Ze zijn gebonden aan een plaats of aan materiële zaken. Deze personen baseren hun bestaansrecht op het hebben van eigendommen of een vaste plaats. Als een mens dit niet heeft is hij vrij!

Sartre heeft deze filosofie verder uitgewerkt in zijn adolescentiejaren. Hij concludeert dat je als kind wordt gefabriceerd tot een persoon. Dat brengt een gevoel van onoprechtheid met zich mee. Een kind wordt gecorrigeerd en gevormd tot wat men van het kind wil maken. Het doen wat er van je gevraagd wordt is een toneelspel. Dit brengt een gevoel van walging teweeg. Maar wat als de mens zich het recht van existentie niet ontleend aan goederen of een vaste plaats?

Sartre meent dat de rechtvaardiging van de existentie bestaat uit een zijn-voor-zich. Dit zijn-voor-zich is echter niet mogelijk buiten een samenleving. De mens heeft een bewustzijn, dit houdt in dat de mens in staat is om dingen te onderscheiden. De mens kan dus dingen onderscheiden door het bewustzijn maar als de mens de zaken niet onderscheidt dan zijn het gewoon zaken op zichzelf. Sartre haalt hierbij het idee van de maansikkel aan. Er kan geen sprake zijn van een groeiende maan of een halve maan of een volle maan als er geen mens is om dit te onderscheiden. Om iets te kunnen zeggen van een omvang van een object moet er namelijk vergeleken worden. Dit kan alleen de mens en zonder de mens met zijn bewustzijn is dit niet mogelijk. Hetzelfde geld voor een levend organisme. Dit ontstaan, verandert, ontwikkelt en vergaat uiteindelijk maar zonder de menselijke waarneming kan hier geen sprake van zijn. Dat is het gewoon zoals het is maar geen conclusie vanuit een proces. Een mens kan zichzelf alleen beschrijven naar hoe men is, wat men doet, wat met heeft enzovoorts. Voor Sartre is dit onvoldoende en onbevredigend.

Met deze gedachtegang kwam Jean-Paul Sartre uiteindelijk uit bij de filosofie van de Fransman Descartes. Descartes stelde dat het bewustzijn op dingen een redding voor ogen stelde van een opsluiting in ons bewustzijn. Voorwerpen zijn niet in ons bewustzijn maar zijn in de wereld. De mens kan dus bewust zijn van twee zaken: De vrije toegankelijke wereld en ons innerlijk bewustzijn. Descartes kon met zijn filosofie de buitenwereld niet voor zeker stellen en berustte uiteindelijk in de gedachte dat de geest bestaat omdat iets dat niet bestaat niet misleid kan worden en als het niet misleid wordt niet waar kan nemen. De mens is volgens hem denkend bewust van de existentie hoewel het niet zeker is dat de buitenwereld ons ook daadwerkelijk omringt.

Sartre heeft verder geborduurd op deze filosofie. Een verschil is dat hij er van overtuigd is dat hij het bestaan van de buitenwereld met meer zekerheid vast kan stellen. Als de mens zich ergens van bewust is dan is hij zich bewust van iets. Als de mens het bewustzijn ervaart dan moet men ook het betreffende voorwerp aanvaarden. Of zij bestaan beiden, stelt Sartre, of zij bestaan beiden niet. Het bewustzijn impliceert dus altijd een ander zijn dan het eigen zijn. Dit noemt Sartre het ontologisch bewijs. Het herkende object noemt Sartre het fenomeen. Achter dit fenomeen zit niet nog een ander verschijnsel of fenomeen, want dat verschijnt niet en is dus niet vast te stellen en dus niet waar. Een fenomeen bestaat niet zomaar op zichzelf genomen maar bestaat met betrekking tot het bewustzijn van de persoon die zich bewust is van het fenomeen. Men kan namelijk niets zeggen over het fenomeen zonder daar de bewustzijnde in te betrekking. Bijvoorbeeld een appel is een vrucht. Wat is een vrucht? Een vrucht is een voedingsstof. Een voedingsstof die de mens nodig heeft! Zo is de cirkel weer rond. Het waarnemen, of het bewustzijn van het object, stijgt volgens Sartres ook uit boven de kennis van het object. Dit duidt hij aan met de transfenomenaliteit van het zijn. Het verschil tussen een mens en een object ligt hierin dat het object afhankelijk is van de waarnemer maar de waarnemer niet van het object. De mens heeft een onafhankelijk bewustzijn tegenover het fenomeen. De mens beslist namelijk zelf naar welk fenomeen hij zijn blik richt en het fenomeen kan niet bepalen door wie het waargenomen wordt. Hierin ligt het belang van de menselijke vrijheid.

Vrijheid is het hoogste goed van de mens, stelt Sartre. Vrijheid wordt alleen maar gevonden door een onafhankelijke en ongebonden positie. Maar wat bedoelt Sartre nu precies met het begrip vrijheid? Hiervoor grijpen we terug op de definities van de filosoof Schopenhauer. Vrijheid is in deze beschrijving het ontbreken van alle hindernissen. Er is een psychische vrijheid waarin de psyche helemaal vrij is om de eigen wil te ontplooien, er zijn geen belemmeringen die dit tegenhouden. Ook spreekt Schopenhauer van de intellectuele vrijheid, hierin worden de handelingen geheel bepaald door de wil van de persoon op de motieven die in de buitenwereld beschikbaar zijn. Schopenhauer ontkent de vrije wil. Hij stelt dat handelen eigenlijk een vorm van reageren is waarbij de persoon niets anders had kunnen doen dan hetgeen wat die persoon ook daadwerkelijk gedaan heeft. Sartre heeft hierop een andere visie. Als men niet anders kan reageren dan zoals men gedaan heeft dan is het handelen een automatische reactie die noodzakelijk is. Wat valt er dan nog te zeggen over misdaad en lof, vraagt Sartre zich af. Het is natuurlijk niet realistisch iemand te eren of te veroordelen als diegene iets heeft gedaan wat hij moest doen. De persoon had geen keuze om het niet te doen. Sartre zegt dat handelen gericht is op een doel. Ik wil iets bereiken en daarvoor voer ik een handeling uit. Bijvoorbeeld: ik heb honger en daar wil ik vanaf. De handeling die ik daarvoor uit moet voeren is eten.

Als de mens moet kiezen tussen een onbepaald aantal zaken dan zal de persoon voorkeur hebben voor het één boven het ander. Hierdoor zijn er veranderingen. Bijvoorbeeld: vroeger gingen mensen graag naar de bioscoop als uitje, nu geven veel mensen er de voorkeur aan thuis een filmpje kijken met alle gemakken bij de hand. Men verkiest het laatste dus boven het eerste, dat heeft dan als resultaat dat de bioscoop minder populair is geworden à een verandering! Heeft de mens maar één keuze mogelijkheid, zoals Schopenhauer eigenlijk stelt dan is er sprake van determinisme. Het leven heeft alleen zin als er meerdere keuzes zijn. Anders is de mens een soort machine die zich niet kan ontwikkelen. De menselijke vrijheid, die het leven zijn waarde geeft, komt voort uit de vrijheid om te denken. Het denken zit niet vast in een causaal verband maar heeft een eigen oorzaak. Elke gedachte brengt een nieuwe beslissing met zich mee. De gedachten zorgen er voor dat de mens zichzelf steeds moet vernieuwen. Het denken zit niet vast in een causaal verbad maar staat op een afstandje van de buitenwereld. Door de gedachten kan de mens even loskomen van de lijm van het zijn. Een vraag stellen is afstand nemen van het opgevatte beeld. Men neemt afstand, denkt er (opnieuw) over na en trekt dan weer een nieuwe conclusie. Dit noemt Sartre de ‘denkende afstand' of het ‘niet'. De mens heeft even afstand van de buitenwereld. Deze vernietende functie van het menselijk bewustzijn brengt vrees voor de wereld en angst voor zichzelf mee.

De vrees voor de wereld bestaat eruit dat er dingen kunnen gebeuren die buiten de menselijke mogelijkheden liggen. Je kunt bijvoorbeeld een steen op je hoofd krijgen of je kan een ziekte krijgen. Deze vrees kan worden weggenomen doordat de mens weer even een denkende afstand neemt en zijn eigen mogelijkheden bekijkt. De mens heeft hierdoor weer controle. Er is echter ook een angst voor zichzelf, een angst voor jezelf als individu. Dit komt doordat je als niet gedetermineerd bent maar door motieven altijd een mogelijkheid hebt. De toekomst is dus altijd open en dit brengt een gevoel van onzekerheid mee. Omdat de mens altijd een keuze heeft is er ook een angst om kansen te missen die essentieel zijn voor wat men wil bereiken. Ook bestaat er angst om mogelijkheden te kiezen die niet goed zijn.

Ethiek in het existentialisme:

Als de mens geheel vrij is om te kiezen wat hij doet dan komt natuurlijk de vraag op wat de mens nog stimuleert om goed te doen aan anderen en de wereld. Is het niet zo dat dit leidt tot een libertinistische levenspraktijk, waarbij alles is toegestaan? Laten wij kijken wat de vader van het Franse existentialisme Jean Paul Sartre hierover te zeggen heeft.

Het ‘ik' is niet gebonden aan vaststaande waarden. De waarden waaraan de ‘ik' zich dient te houden worden door persoon zelf bepaald. De werkelijkheid is ook niet duidelijk te onderscheiden in slechte en goede dingen. Feiten zijn feiten en meer niet. Het gaat erom hoe de mens met deze feitelijkheden omspringt. Vaststaande ethiek wordt in het existentialisme gezien als een treurig naturalisme dat de vrijheid beperkt. Toch kiezen veel mensen voor de vaststaande ethiek omdat zij bang zijn voor de vrijheid. Ze willen liever een comfortabel leven waarin zij niet vrij zijn dan een vrij leven waarin zij te maken krijgen met worstelingen. De mens is wat hij van zichzelf maakt. De existentie gaat vooraf aan de essentie. De mens is dus volledig verantwoordelijk voor wie hij is en wat hij doet. Dat geldt niet alleen voor zichzelf maar ook voor de andere mensen. De daden die een mens doet laat zien wie die mens wil zijn maar ook gelijk een beeld van hoe hij meent dat de mens moet zijn. Deze uitspraak komt van Simone de Beauvoir en zij verduidelijkt dit beeld met het Bijbelse voorbeeld van de barmhartige Samaritaan. Op de vraag aan Jezus wie de naaste is verteld Hij de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Niemand ís de naaste, maar je maakt van een ander een naaste door hoe je met die persoon omgaat.

De vrijheid van de mens is heel subjectief. Niet dé vrijheid maar míjn vrijheid. Er kunnen dus geen vaststaande waarden zijn want anders zou dat al beslist zijn en is het leven niet meer volkomen vrij. Moraal is niet langer een pakket van alles wat goed is maar is nu slechts de beweegreden van de keuzes die de mens maakt. Hoe kan het dan dat waarden soms maar zo moeizaam veranderen? Op deze vraag geeft Simone de Beauvoir antwoord met een drang van de mens om terug te grijpen op het verleden waarbij het verleden vaak verheerlijkt wordt. Veel mensen zijn bang om te breken met dit waardepakket uit het verleden omdat mensen eeuwenlang zijn bang gemaakt voor de gevolgen van een eventuele breuk. Dit kan bijvoorbeeld zijn in de religie maar ook in talloze volksverhalen. Men moet echter niet streng vasthouden aan deze geërfde moraal maar moet de absurde en onverklaarbare vrijheid grijpen. Doet hij dit niet dan zal hij zijn mens-zijn kwijt raken. In deze vrijheid zal de mens toch kiezen voor menselijk handelen omdat de mens behoefte heeft aan menselijkheid. Men zal in de vrijheid dus niet kiezen voor wat er verwacht wordt of wat geld oplevert maar voor het persoonlijke. Sartre gaat ervan uit de mens kiest voor wat in belang is voor de andere mensen en dat een waarlijk vrij mens zal willen dat andere mensen ook zo handelen.

Dat God niet zou bestaan is voor Sartre geen reden dat de ethiek een ondergeschikte positie in de maatschappij krijgt. Hij zegt juist dat als God er niet is de mens zijn eigen verantwoordelijkheid moet nemen en niets af kan schuiven op iets buiten zichzelf. Zelfs als mensen wel in God geloven blijft de mens geheel verantwoordelijk voor wat hij doet. Namelijk de mens moet een keuze maken hoe God denkt over verschijnselen die in de Bijbel niet aan de orde komen, bijvoorbeeld de keus tussen kapitalisme en communisme. Ook als de mens meent een duidelijke stem van God te horen moet de mens kiezen of hij deze stem aan God toekent of aan de satan.

Een mens kan zich ook niet achter eigenschappen verbergen door zeggen dat hij die eigenschap ís. Ik kan niet zeggen dat ik verlegen ben. Als ik dat zeg dan neem ik mijn verantwoordelijkheid niet meer. Het gras is bijvoorbeeld groen, dat is gewoon zo en daar kan het gras niets aan doen. Het gras kan niet zeggen dat het eigenlijk blauw wil zijn. Maar een verlegen mens staat steeds weer voor de keuze om verlegen te reageren of om assertief te reageren. De mens kan dus altijd veranderen. Het christelijke beeld van een slecht mens wordt hier van de tafel geveegd. Mensen mogen dus ook niet gefixeerd worden op een handeling die verkeerd was. Zou dezelfde situatie nog eens ontstaan is de mens in staat op anders te reageren. Deze mogelijkheid bestaat het hele leven. Na de dood ontstaat echter een situatie van verloren vrijheid. De mens kan niets meer veranderen aan zijn daden die hij op aarde verricht heeft en wordt dus gefixeerd op deze daden. Deze eindnota van handelingen noemt Sartre de facticiteit. Deze facticiteit kan een kwelling zijn of juist iets waar de mens tevreden op terug kijkt.

Toch is het belangrijk om nog even terug te komen op het leven op aarde. Hoe moet de mens volgens het existentialisme omgaan met andere mensen? Ieder mens heeft zijn eigen keuzes te maken in het leven, ze volgen allen hun eigen pad. Is er dan wel zoiets als samenzijn op aarde? Mensen kunnen elkaar dan ook niet helpen. Als je iemand wilt helpen dan is die persoon niet meer vrij. Bovendien is de vrijheid van de ene persoon vaak een bedreiging voor de vrijheid van iemand anders. De vrijheid maakt andere mensen tot object. Iets wat je slechts tegenkomt op de vrije weg van het leven. Dit schept vijandschap tussen mensen omdat ieder vrij mens andere mensen als een object zien. Een object te zijn wordt gezien als een bedreiging van de vrijheid. De vrijheid moet dus steeds verdedigd worden, dit zorgt voor constante spanningen tussen mensen. Toch is er een bepaalde verbondenheid tussen mensen. Niet een gevoelige verbondenheid maar meer een zakelijke verbondenheid. Namelijk tussen twee vrije wezens. Als een mens vrij is zal hij keuzes maken om zijn eigen vrijheid te dienen maar ook om de vrijheid van anderen te dienen. Het best voor alle mensen is volgens het existentialisme om zélf vrij te handelen. Ethiek bestaat dus niet uit een samengesteld pakket van allerlei waarden uit de geschiedenis en de religie maar uit een persoonlijke en vrije keuze om te doen wat het beste is voor de mens. Hierbij kan je je handen niet schoon houden, stelt Simone de Beauvoir in haar boek Het bloed der anderen. Het kan dan heel goed mogelijk zijn dat er bloed moet worden vergoten en het kan de mens in de meest vreemde situaties brengen maar dat is ethiek.

De verhouding tussen De Beauvoir en Sartre:

Dat Sartre en De Beauvoir een nauwe band hadden komt in veel literatuur over één van beide naar voren. Lange tijd was de gedachte gangbaar dat De Beauvoir haar hele filosofie gebaseerd heeft op het gedachtegoed van Sartre. De laatste jaren komt er steeds meer nadruk te liggen op de uniciteit van De Beauvoir. Hoe was de verhouding tussen deze twee interessante figuren uit de twintigste eeuw? Wie beïnvloedde wie, en hoe ging dat?

Jean-Paul Sartre:

Sartre wordt wel de vader van het Franse existentialisme genoemd. Hij leefde van 1905 tot 1980. Hij was erg geïnteresseerd in politiek. Zo bemoeide hij zich op grote schaal met de Koude Oorlog en stond hij aan de kant van Algerije in de Algerijnse Onafhankelijkheids Oorlog. In 1924 werd hij toegelaten aan het ENS waar hij Simone de Beauvoir ontmoette. In 1929 wordt hij toegelaten bij een filosofiestudie. Sartre heeft gevochten tegen de Duitsers in de Tweede Wereld Oorlog. Hij werd krijgsgevangene maar mocht naar huis omdat zijn gezondheid erg slecht was. Hij ging filosofie geven aan de middelbare school.

Sartre wordt voorspreker van het existentialisme. Hij geloofd in een vrijheid die ieder mens bezit. Je bent altijd vrij om ‘nee' te zeggen, of in ieder geval te denken. Je hebt altijd zelf de verantwoordelijkheid over je leven. Het is nutteloos en betekenisloos om de schuld van dingen te zoeken (of te vinden) in omstandigheden. Je kunt je altijd nog terugtrekken. De aanwezigheid van anderen perkt altijd je vrijheid in. Het is dus goed om niet teveel mensen om je heen te hebben. De wereld wordt niet door een hogere macht geleidt. Er is niet zoiets als een doel of een betekenis van het leven. De mens moet in zijn leven zelf een doel zien te vinden. Als je dat niet hebt ben je niet gelukkig.

Toen Jean Paul Sartre wat ouder werd begon hij het geluk van de mens steeds meer te zien als een groepsgevoel. Je moet samen opzoek gaan het geluk en het doel van het leven. In plaats van het allemaal maar alleen op te lossen. Sartre wilde het marxisme en het existentialisme samen proberen te brengen. Dit is hem redelijk goed gelukt. Sartre was de latere periode van zijn leven actief in de journalistiek hoewel hij hier ook wel eens mee moest stoppen omdat zijn gezondheid niet zo best was. De laatste jaren van zijn leven raakte hij zijn gezichtsvermogen kwijt en moest hij blind door het leven gaan. Toen hij 74 jaar oud was is hij overleden. Ook nu nog is Sartre erg populair.

Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir hebben elkaar ontmoet na Simone's studie aan Sorbonne. Beiden zaten op het ENS. Ze werden gelijk goede vrienden.

Sartre en De Beauvoir hadden een vrije relatie. Daar deden ze niet geheimzinnig over. Ze hebben samen een interview gegeven waarbij ze ingingen op de ‘spelregels' van deze relatie. Beide partijen namen het niet zo nauw met de trouw en hadden regelmatig slippertjes met anderen. Met hun vrije relatie waren zij een voorbeeld voor mensen die respect hadden voor hun manier van vrije liefde. Het leven van de twee leidde dan ook tot veel aandacht, vandaar dat er zoveel bekend is van hun leven als koppel. In de jaren negentig kwam meer en meer naar buiten dat vooral Simone het niet altijd makkelijk had met haar beperkte aanspraak op Sartre. Dit blijkt bijvoorbeeld uit brieven van De Beauvoir.

Als we kijken naar de levensbeschrijving van De Beauvoir zien we direct al overeenkomsten met Sartre. Beiden studeerde ze filosofie en bezochten het ENS. Zij hebben beide lesgegeven op een middelbare school en bij allebei bleek dit niet hun roeping te zijn. Na de Tweede Wereldoorlog ondervonden zijn allebei een verandering in hun gedachtegang, namelijk van het individualistisch denken naar het collectieve denken. Beiden behoorden zij tot het existentialisme. Ze geloofden allebei niet in een hogere macht en zagen het ‘zijn' op zich als de ultieme vrijheid. Het individu moet oppassen dat deze vrijheid niet wordt geblokkeerd door anderen of door de heersende ideeën in de maatschappij. Beiden vonden zij ook dat de vrijheid belangrijker is dan een ras of geslacht. Beiden maakten zijn hun ideeën praktisch door hun openlijke protest tegen de koloniën bijvoorbeeld.

Is het opvallend of vreemd dat twee mensen zoveel ideeën delen? Is het niet zo dat ze deze van elkaar over genomen hebben? Duidelijk is in ieder geval dat de interesse voor het bestaan en het doel daarvan en de vrijheid die het met zich mee brengt bij beide al jong de interesse had. Sartre en De Beauvoir hebben zich onafhankelijk van elkaar opgegeven voor een opleiding filosofie. Het is natuurlijk niet uit te sluiten dat deze twee vrienden die hun hele leven contact met elkaar hebben gehad elkaars ideeën hebben beïnvloed. Sartre richtte zich meer op de mens in het algemeen en Simone De Beauvoir richtte zich meer op de vrouw tegenover de man. Ze zijn het eigenlijk op alle vlakken eens maar hebben verschillende aspecten waarop ze de nadruk leggen in hun filosofische werken.

De psychoanalyse:

Om een goede analyse te kunnen geven van wat Simone de Beauvoir eigenlijk zegt is het erg nuttig te kijken in welke tijd zij leefde. Wat waren de heersende opinies, wat werd voor belangrijk en onbelangrijk aangezien? Om dit iets te verhelderen wil ik graag enkele dingen wat uitgebreider uiteenzetten. In de tijd dat de Simone de Beauvoir leefde was er een revolutie gaande in de psychologie en psychiatrie, namelijk de ideeën van de Oostenrijker Siegmund Freud en zijn psychoanalyse. In die tijd werden veel vrouwen opgenomen wegens een scala aan vage klachten. Dit ziektebeeld werd hysterie genoemd, tot op zekere hoogte overeenkomend met wat nu valt onder de neurotische ziektebeelden. Deze vrouwen waren uitzonderlijk gespannen en vielen soms ineens flauw. Vele artsen probeerden manieren te verzinnen om deze vrouwen te genezen, onder andere door hypnose en behandelingen in kuuroorden. Siegmund Freud kreeg tijdens zijn artsenopleiding interesse in deze doelgroep via een bevriende arts die deze groep behandelde. Na vele observaties ontwikkelde Freud zijn eigen theorieën die uitsluitend waren gefundeerd op de seksualiteit van de mens. Alle psychische moeiten die mensen hebben kan worden teruggevoerd tot de seksualiteit, meende Freud. De mens is een wezen met een actief onderbewuste dat zorgt voor driften. Allerlei seksuele driften drijven mensen tot daden die zij met hun bewuste niet kunnen verklaren. Door middel van hypnose en psychoanalyse kan de arts deze problemen blootleggen en komt de patiënte van haar klachten af. Het onderbewuste is dus verantwoordelijk voor de daden van de mens en de mens kan zijn handelen niet beïnvloeden omdat de persoon niet op de hoogte van het onderbewuste. De psychoanalyse hanteert dus een deterministische beschouwing van het menselijk handelen.

Het zal duidelijk zijn dat De Beauvoir hier zich niet in kon vinden. Zij zoekt de oorzaak van spanningen bij vrouwen meer in het feit dat vrouwen niet waarlijk zichzelf kunnen zijn omdat zij onderdrukt worden door de man. Bovendien is de mens vrij om te handelen en te denken en is een beïnvloeding van het onderbewuste, waarbij de mens allerlei onverklaarbare handelingen verricht in het existentialisme niet aan de orde.

Analyse van De Tweede Sekse:

De Tweede Sekse is een boek dat wellicht een bevreemde reactie oproept bij de mensen van nu. In een korte tijd er natuurlijk enorm veel veranderd in de maatschappij. Een werkende vrouw is nu redelijk normaal, en geboorteregeling is een normaal verschijnsel geworden. Het is nu eerder vreemd op er niet aan te doen dan om er wel aan te doen. Laten we toch proberen om het boek te lezen in het tijdskader van Simone de Beauvoir en aan de hand daarvan een analyse te geven van haar ideeën aan de hand van kernachtige samenvattingen:

Het Eerste Deel:

De vrouw wordt niet bepaald door de natuur maar de vrouw bepaald de natuur.

Dit idee is helemaal in overeenstemming met de ideeën van de existentialisten. De natuur bepaald helemaal niet wie of wat je bent of moet zijn. Je bepaald dat zelf. De vrouw moet zelf de verantwoording nemen voor haar leven en moet dat niet voor haar laten doen. Hierin zijn veel overeenkomsten te zien met de ideeën van de verlichtingsdenkers. Ook zij waren van mening dat de mens zelf na moesten gaan denken. Toch was de opinie over de vrouw in de verlichting heel anders. De denkende vrouw was evenveel waard als de man maar de vrouw was toch vooral bedoeld om een goed echtgenoot en moeder te zijn. Dat werd als haar bestemming gezien. Denk bijvoorbeeld aan de emancipatieliteratuur van de Nederlandse schrijfsters Betje Wolff en Aagje Deken. Zij waren voor een zelfstandige vrouw als zij maar het pad volgde naar haar bestemming als echtgenote en moeder. De Beauvoir breekt ook met dit standpunt. De natuur bepaald de vrouw niet. De natuur bepaald niet dat vrouw moeder moet worden. Dit soort dingen bepalen vrouwen helemaal zelf. Simone de Beauvoir heeft ook haar hele leven geweigerd te trouwen en moeder te worden.

Toch kunnen er wel vraagtekens geplaatst worden bij dit standpunt. De natuur is voor de vrouw van enorm belang hoe zij is en wat zij doet. Vrouwen beschikken namelijk over een overvloed aan hormonen die een grote invloed hebben op de gemoedstoestand. Zo kunnen de oestrogenen (vrouwelijke hormonen) er verantwoordelijk voor zijn dat:

- de pijngrens verandert;

- de vrouw snel geïrriteerd is;

- de vrouw emoties heeft zonder een oorzaak van buitenaf;

- de vrouw overmate empathisch wordt.

Natuurlijk zijn deze oestrogenen niet altijd even actief in het vrouwelijk lichaam maar met zekere regelmaat beïnvloeden zij de vrouw. De vrouw wordt dan dus erg door de natuur bepaald. Bovendien kan de vrouw zwanger worden en kinderen baren. Een man kan dat niet. Dit natuurlijke voorrecht is voorbehouden aan de vrouw en hoewel zij er wel voor kan kiezen van dit voorrecht geen gebruik te maken hebben mannen hierin geen keuze.

Een ander en laatste voorbeeld van invloeden uit de natuur op de vrouw is de biologische klok, een abstract verschijnsel waar nog veel onderzoek naar zal moeten gebeuren maar wat heel reëel aanwezig is in het leven van veel vrouwen boven de 35 die nog geen kinderen hebben. Een natuurlijke drang om kinderen te krijgen. Kortom: de vrouw wordt wel degelijk beïnvloed door de natuur, of ze dat nu wil of niet.

Ideeën uit de psychoanalyse laten een waarde-beeld van de vrouw zien zoals dat nu leeft.

Deze opvatting deelt De Beauvoir met ons in het hoofdstuk over de psychoanalyse in De Tweede Sekse. Freud had een theorie uitgedacht over de vrouw. Hierin geeft hij aan dat jonge meisjes het vreselijk vinden dat zij geen penis hebben en dat zij het gevoel hebben dat ze hiervan ontdaan zijn. Ze voelt zich verminkt. De Beauvoir haalt hier scherp naar uit. Het is slechts een veronderstelling zegt zij. Zij ontkracht hier niet eens de veronderstelling maar zet zich af van de geïmpliceerde vergelijking en waardebepaling. Freud gaf inderdaad een waardebepaling. Een verminkte man is minder dan een gewone man. Dus een vrouw (verminkte man) is minder waard dan een gewone man. De Beauvoir heeft dit scherp doorzien en het is terecht dat ze hiernaar uithaalt. Ik heb nog nooit van een meisje gehoord dat zij zich een verminkte man voelt. Ik ben het met De Beauvoir eens dat de psychoanalyse veel te ver doorsloeg in het zoeken naar de seksualiteit achter psychische problemen. De mens is wel gericht op voortplanten maar ook op veel andere zaken zoals geborgenheid, eten enzovoorts.

Mensen willen dingen zien in het perspectief zoals zij dat zelf zien. Dit houdt de mens tegen om nieuwe oplossingen te ontdekken voor problemen in het individuele en maatschappelijke leven.

Simone de Beauvoir wijst hier eigenlijk op wat met een moderne bewoording de selffulfilling prophecy heet. Als je denkt dat je iets gaan vinden dan vind je het ook. Hiermee impliceert zij dat iedereen met een bepaalde vooronderstelling naar de zaken kijkt en dat waarnemingen dus subjectief zijn. Dit past wel bij het existentialisme. Ieder individu is uniek en heeft een eigen manier van kijken en leven. Hoewel dit idee in de jaren ‘60 erg begon te leven lijkt het toch beter in onze tijd te passen dan in de tijd van De Beauvoir. Haar ideeën zijn erg modern. Het idee van objectieve waarneming is in onze tijd sterk naar de achtergrond verdwenen. De Beauvoir geeft hier al een aanzetje. In de tijd dat De Beauvoir dit boek schreef was de psychoanalyse toonaangevend in de medische wereld. De Beauvoir lijkt de psychoanalyse hier ook wel te willen nuanceren. Omdat de psychoanalyse alles wilde terugbrengen tot de seksualiteit. Als je naar de seksualiteit zoekt dan zul je het ook vinden.

‘'Primitieven vervreemden zich in het mana, in de totem, geciviliseerde mensen in hun individuele ziel, hun ego, hun naam, hun bezit, en hun werk. Hier vindt men de elementaire neiging tot in-authenticiteit, onecht zijn, het onvermogen om waarlijk zichzelf te zijn.''

De Tweede Sekse, Het Eerste Deel, Hoofdstuk 2, Het psychoanalytisch standpunt, pag. 71

Simone de Beauvoir wil hiermee zeggen dat de mens iets zoekt om zich mee te identificeren. De mens wil zichzelf spiegelen in iets buiten zichzelf. De mens wil zichzelf overtreffen, zegt zij. Dit betrekt zij ook op de verhouding tussen mannen en vrouwen. De man kan zichzelf wel overtreffen omdat hij op het land werkt en buitenshuis dingen creëert. Hiermee overstijgt hij zichzelf. Hij is transcendent. De vrouw kan dit niet en is immanent.

De mens wil zich identificeren met dingen in de leefomgeving. Dat is ook terug te zien in de huidige maatschappij. Mensen identificeren zich met kleding of met het werk dat zij doen. Mensen identificeren zich ook met een geloof of levensbeschouwing. Maar het is mij niet duidelijk waarom mannen dit meer kunnen dan vrouwen. Vrouwen kunnen zich namelijk ook profileren in hun kleding of de inrichting van hun huis. Als een vrouw niet werkt en/of geen eigen bezit heeft kan zij zich ook identificeren met haar kinderen. De neiging tot in-authenticiteit komt volgens De Beauvoir voort uit het onvermogen op waarlijk zichzelf te zijn. Dit standpunt wordt verder geanalyseerd bij de analyse van het existentialisme.

Het meisje heeft een minder duidelijk alter-ego waarmee zij zich kan identificeren dan de jongen omdat de jongen een penis heeft en het meisje niet. Het gebrek aan dit duidelijk alter-ego is een gemis voor het meisje dat niet zomaar schadeloos te stellen is.

De Beauvoir gaat er hier van uit dat de man zich identificeert met de penis en dus het lichaam en dat vrouwen dat niet kunnen waardoor zij een achterstand hebben op de mannen. Dit vind ik niet erg aannemelijk want waarom zou de penis het enige lichaamsdeel zijn om je mee te identificeren. Vrouwen kunnen zich ook identificeren met hun haar of hun figuur of iets anders dat samenhangt met hun lichaam. De mens kan zich ook identificeren met het lichaam in het geheel. Bovendien is de penis een vreemd lichaamsdeel om je mee te identificeren. Het is namelijk niet zichtbaar (over het algemeen) en kan dus niet gelden als duidelijke profilering tegenover anderen. De Beauvoir brengt hier tegenin dat de man uit zijn penis toch een statussymbool kan halen omdat hij staand kan urineren.

Toen ik dit las kwam het op bij erg psychoanalytisch en een beetje achterhaald over. Deze uitspraak zou zo van Siegmund Freud kunnen zijn. Dat is frappant omdat De Beauvoir in andere passages in haar boek fel uithaalt naar de psychoanalyse. Niet alle vrouwen ervaren hun lichaam op een minderwaardige manier. De vrijheid die de man kan nemen en de vrouw niet, wordt gezien als een beperking van de vrouw. Ik ben het hier niet mee eens. De lichamen hebben dezelfde functie op het gebied van uitscheiding en de een is daarin niet meer dan de ander. Het verbergen bij het urineren is cultuurgebonden. In Aziatische culturen mag de man niet urineren op een plaats waar een andere man dat al eens gedaan heeft. Dit beperkt mijns inziens de vrijheid van de man enorm. Voor vrouwen geldt deze regel niet. Het verbergen van geslachtsdelen is een verschijnsel dat niet overal op aarde terugkomt. In sommige Afrikaanse stammen is het helemaal niet gebruikelijk om je lichaam te bedekken. Maar om terug te komen op de westerse mens, voor beide mannen als vrouwen is het gebruikelijk op de geslachtsdelen te bedekken en in een afgesloten ruimte te urineren. Dat mannen dit staand doen en vrouwen zittend heeft een anatomische reden. Hiermee spreekt De Beauvoir zichzelf tegen. Zij beweerd namelijk dat de minderwaardige positie van de vrouw niet voortkomt uit biologisch, economische of psychologisch noodlot maar dat de omgeving hier verantwoordelijk voor is. Dit voorbeeld toont een anatomisch/biologische reden voor de beperkte vrijheid van de vrouw.

Het Tweede Deel:

Simone de Beauvoir stelt dat mannen zichzelf in een bevoorrechte positie hebben geplaatst. Zij verduidelijkt dit met voorbeelden:

De Tweede Sekse, Het Tweede Deel: Geschiedenis, Hoofdstuk 5 De eerste boeren, pagina 99: ‘'Het prestige dat zij (de vrouw) in de ogen van de mannen geniet, wordt haar ook toegekend: zij knielen voor Ander (vrouwbeelden), ze aanbidden de Godin-Moeder. Maar hoe machtig ze dan ook schijnen mag, alleen door concepties die de mannelijke geest geschapen heeft, wordt ze als zodanig aanvaard.''

Simone de Beauvoir zegt dat de mannen zichzelf aan de bevoorrechte positie hebben geholpen. Dat er vrouwenbeelden aanbeden worden telt niet als tegenargument stelt De Beauvoir omdat de mannen deze beelden hebben gemaakt en er een gedachte aan gegeven hebben. Zodra de mannen deze beelden niet meer als waardevol beschouwen zijn deze beelden dat dan ook niet meer. Dus eigenlijk bepaald de man dan alsnog wat er gebeurt. Maar dat geldt niet alleen voor vrouwenbeelden maar voor alle beelden. Het is in deze passage te zien dat De Beauvoir geen hoge pet op heeft van godsdienst. Ze ziet dit als iets primitiefs. Mensen verzinnen zelf een god en schrijven die macht toe. Deze instelling is wel te begrijpen vanuit haar visie op de wereld. Ze gelooft niet in een bovenaardse kracht of een transcedentale godheid. De mens heeft alleen zichzelf en hij moet zelf zin aan het leven geven. Bovendien is De Beauvoir katholiek opgevoed en heeft zij hier tegen een weerstand ontwikkeld.

De Beauvoir zegt hier eigenlijk dat vrouwelijke goden alleen aanbeden worden omdat de mannen dit toestaan. Dit is natuurlijk waar maar desondanks geen steekhoudend argument. Het vereren van goden is een gemeenschappelijke activiteit en vindt plaats in groepen. De ene samenleving aanbidt die God en de andere samenleving aanbid weer een andere God. Zeker toen de communicatie op lange afstand nog zeer slecht, of niet, ontwikkeld was konden deze goden verschillen in een straal van een paar kilometer. De god die aanbeden wordt moet natuurlijk wel legitimiteit genieten onder de samenleving die de god aanbidt. Is dit niet het geval, zal deze god niet aanbeden worden. Het is dus niet zozeer een privilege om een god al dan niet te accepteren als man. Als men ervan uit gaat dat de mannen ongeveer de helft van de samenleving zullen beslaan is het logisch dat zij het ermee eens zullen moeten zijn. Dit zelfde geldt dan ook voor de vrouw. Als de helft van een samenleving de positie van de god niet legitiem vind zal hij geen prestige genieten, ongeacht welke helft de god niet steunt.

De onderdrukking van de vrouwen door de mannen is in de primitieve geschiedenis begonnen maar zet door. De Beauvoir maakt haar stelling dat mannen de vrouwen hebben ondergelopen in de geschiedenis dan ook hard door uit vele tijdvakken voorbeelden te halen:

De Tweede Sekte, Het Tweede Deel: Geschiedenis, Hoofdstuk 8 Na de Franse Revolutie, pagina 155: ‘'De situatie van de vrouwelijke arbeider was zo erbarmelijk dat zowel Sismondi als Blanqui[1] eist, dat haar de toegang tot de fabrieken wordt verboden. De oorzaak daarvan ligt gedeeltelijk in het feit, dat de vrouwen aanvankelijk niet wisten hoe zij zich moesten verdedigen en zich niet van meet af aan in vakbonden verenigd hebben.''

De Beauvoir is niet de enige die beweerd dat mannen hun bevoorrechte posities over de rug van vrouwen bemachtigd hebben. Ook Karl Marx kaart dit aan in zijn Das Kapital. ‘'Mijnheer E., een fabrikant, deelde mij mee dat hij bij zijn gemechaniseerde weeftouwen uitsluitend gebruik maakte van vrouwen; daarbij gaf hij voorkeur gaf hij dan de voorkeur aan gehuwde vrouwen en wel in het bijzonder aan hen, die thuis een gezin te onderhouden hadden. Zij zijn veel nauwkeuriger en gewilliger dan ongetrouwde vrouwen en moeten zich wel tot het aller-uiterste inspannen om de noodzakelijke levensbehoefte van hun gezin aan te kunnen schaffen.''

Het is doordacht van De Beauvoir om dit voorbeeld op te nemen in haar boek. Te eerste is het door de onderdrukkende sekse gepubliceerd en dat heeft veel overtuigingskracht. Het lijkt wel of de Beauvoir hier zegt: ‘'Kijk vrouwen, de mannen geven het gewoon toe, dus waarom ontkennen júllie nog steeds?'' Het is natuurlijk een schrijnend maar toch een realistisch voorbeeld dat De Beauvoir hier aanhaalt. In het voorbeeld wordt aangekaart dat de positie van vrouwen minder goed was dan die van mannen tijdens de industriële revolutie. Dit is een feit en dat is natuurlijk interessant om te onderzoeken. De Beauvoir noemt de reden dat vrouwen niet wisten hoe ze zich moesten beschermen en dat vrouwen niet van meet aan verenigd waren in vakbonden. Waarom wisten vrouwen niet hoe ze zich moesten beschermen? Wisten mannen dat wel? Het lijkt of de Beauvoir er hier vanuit gaat dat mannen dit wel wisten. Dat is natuurlijk niet helemaal waar. Laagopgeleide mannen van het platteland konden vaak ook geen vuist maken tegen de uitbuiting van kapitalisten[2]. Het enorme aanbod van arbeid maakte het moeilijk om eisen te stellen. Wilde jij niet, dat wilden er wel tien anderen. Dit gold natuurlijk voor beide partijen. Vrouwen kregen wel minder betaald dan mannen, iets wat nu nog steeds het geval is. Wij kunnen alleen instemmen met Simone de Beauvoir als zij stelt dat dit onrecht is. We kunnen niet instemmen met haar idee dat de mannen in deze tijd in een bevoorrechte positie stonden. Wel hadden mannen vaak meer werkervaring en wat betere scholing waardoor zij misschien beter hun kennis konden aanwenden in hun eigen voordeel. Het verenigen in vakbonden is hier een voorbeeld van. De man werd als kostwinner gezien en werd dus eerder aangemoedigd lid te worden van een vakbond. De omstandigheden die de Beauvoir beschrijft kloppen met de geschiedschrijving maar hebben mannen wel echt door eigen toedoen een betere positie verkregen? Is het geen biologisch, economisch of psychisch noodlot dat de vrouw dwingt een ondergeschikte positie in te nemen. Dit is niet geheel ondenkbaar. Vrouwen baren en voeden kinderen. Zij moeten de kinderen opvangen en in de gaten houden, hierdoor zijn ze gebonden aan huis. Psychisch is het ook mogelijk dat de vrouw in een ondergeschikte positie terecht komt. Misschien is zij minder in staat op een belangrijke rol te spelen in de samenleving? Misschien is zij te emotioneel waardoor zij niet geschikt is beslissingen te nemen? Misschien dwingen de economische regels de vrouw ondergeschikt te zijn. Mannen werken harder of kunnen meer? Wij gaan hier verder op in aan de hand van het tweede deel van de Tweede Sekse, Geleefde Werkelijkheid.

De man heeft zich in de loop der eeuwen in een bevoorrechte positie geplaatst.

De stelling die hier staat is kort en krachtig. Het impliceert een verwijt naar de man, hij heeft zich in een betere positie gesteld. Hij heeft anderen ondergelopen. De Beauvoir is geboren na de Franse Revolutie. De edele spreuk: Vrijheid, gelijkheid en broederschap waren haar bekend. Vrijheid is een onderwerp wat Simone aanspreekt, zij heeft hier veel over geschreven en gedacht. Als jij je jezelf in een bevoorrechte positie plaatst ben je niet bezig volgens het erfgoed van 1789. Je beperkt de vrijheid van een andere groep, die nu een andere positie innemen. De posities zijn niet gelijk, de een is bevoorrecht, de ander niet.

Simone heeft in haar leven veel te maken gehad met de bevoorrechte positie van mannen. Toen zij ging studeren was zij vaak de enige vrouw. Het was moeilijker om vooraanstaande posities te verkrijgen, deze moesten vaak door een man vervuld worden. Zie het voorbeeld van de concurrentie tussen Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir bij een felbegeerde aanstelling als filosofieleraar. Zij eindigden gelijk maar de baan ging naar Sartre omdat hij een man was.

Het verschil in positie was voor haar iets waar zij mee meest moest leven maar wat haar tegen de borst stootte. Waarom was het de man wel gelukt de bevoorrechte positie te verkrijgen en waarom wilde hij deze positie hebben? De vraag blijft leven bij de Beauvoir.

Ik denk dat De Beauvoir er gelijk in heeft dat religie een belangrijk aandeel heeft gehad in de bevoorrechte positie van de man. Het christendom, het Jodendom, de islam en het hindoeïsme gaan uit van de gedachte dat de man hoger staat dan de vrouw. Waarom dit zo is, is niet altijd bekend. Het christendom draagt als reden aan dat de vrouw later geschapen is dan de man en dat de vrouw eerder verleidt werd op van de verboden vrucht te eten dan de man. De Beauvoir zelf heeft geen boodschap aan religie en ziet dit dus niet als een legitieme reden om de man hoger te plaatsen dan de vrouw.

Natuurlijk zijn er veel voorbeelden te noemen dat mannen wel degelijk de vrouw hebben onderdrukt. Voorbeelden andersom zijn er echter ook. Jezelf boven enkele ander plaatsen is iets wat overal en door veel personen gebeurd. Dit hangt naar mijn inzien meer samen met de slechte aard van de mens dat met de superioriteit van een bepaalde sekse. Dat mannen hierin beter geslaagd zijn dan vrouwen hangt naar mijn inzien samen met het feit dat mannen meer buiten de deur werken en dus meer invloed op de maatschappij hebben dan vrouwen. Bovendien werden mannen die vrouwen onderdrukken gesteund door velerlei religies en levensbeschouwingen.

‘'Het tussenproduct van man en castraat, vrouw geheten, wordt door de beschaving als geheel voortgebracht.'' De Tweede Sekse, deel 2, pag. 323.

Deze uitspraak volgt bijna direct op het beroemde citaat uit De Tweede Sekse: ‘' Je komt niet ter wereld als vrouw, je wordt vrouw.'' Wellicht de bekendste uitspraak van Simone de Beauvoir. Deze uitspraak is opzicht al belangwekkend. Toch kies ik ervoor de daarop volgende uitspraak te nemen. De maatschappij vormt een mens tot vrouw. Geen enkel biologisch, economisch op psychisch noodlot speelt hierin een rol, meent de Beauvoir. Elke zuigeling ziet het lichaam als middel om de werkelijkheid te ontdekken. Zij voelen met de mond en handjes en zien met de ogen. Ze groeien op eenzelfde wijze op. Hebben dezelfde interesse in hun lichaam en zoeken allebei liefde bij de moeder. Beide seksen reageren jaloers bij de geboorte van een broertje of zusje. Beide proberen zijn op gelijke wijze bij de volwassenen in de gunst te komen. Het verschil heeft te maken met de scheiding van de Ander. Ieder mens heeft de behoefte om samengevoegd te zijn met een ander. Kinderen hebben behoefte aan aandacht, aanraking en streling. Op jonge leeftijd zijn deze contacten met de Ander voor beide sekten hetzelfde. Pas op latere leeftijd gaat de omgeving het jongetje verstoten en het meisje niet. De jongen wordt minder vaak aangehaald en gekust. Hij moet een echte man zijn. Bij meisjes blijft deze tweede scheiding met de Ander langer uit. (De eerste scheiding is het stoppen met het geven van de borst.) De behoefte om samengevoegd te zijn met een ander blijft echter bestaat bij de jongen, zijn aanhalingen worden als ergerlijk ervaren. De jongen verkrijgt de waardering van volwassenen als hij zich onafhankelijk opstelt. Velen schrikken hiervan en blijven vasthouden aan de oude gewoonten, dit werkt homofilie in de hand.

De afwijkende behandeling van jongens heeft er echter mee te maken dat de omgeving met hem meer voor heeft dan met het meisje. Het is een waardering. Er wordt meer van hem gevraagd, en de jongen voelt zich hierdoor superieur aan zijn zussen. Vrouwen komen hierdoor vanzelfsprekend in de minder gewaardeerde positie terecht. Enkel door de behandeling van de omgeving.

Een vrouw ben je niet dat wordt je. Een interessante opvatting die de Beauvoir ook nog eens schitterend verdedigt. Ik denk dat zij een goed punt heeft maar dat zij niet helemaal gelijk heeft. De omgeving heeft naar mijn inzien inderdaad een belangrijke invloed op de positie die wij uiteindelijk innemen maar ik vind het onterecht dat Simone de Beauvoir de biologische aspecten zo rigoureus uitschakelt. De vrouw is het geslacht dat kinderen kan baren. Hierdoor is zij meer gebonden dan de man. Bovendien is De Beauvoirs visie op de omgeving niet universeel. Zeker in deze tijd zijn er genoeg voorbeelden te noemen van gezinnen waarin de broers en zussen gelijk worden behandeld en gelijke kansen hebben.

Bovendien is haar redenering in strijd met de leer van het existentialisme. Het existentialisme leert ons namelijk dat de toekomst steeds open ligt. De mens kan niet gedwongen worden om een bepaalde positie in te nemen. Dat is altijd een vrije keuze van de mens die deze keuze steeds opnieuw maakt.

‘'Angst voor de bevalling, angst voor het mannelijk geslachtsdeel, angst voor de <crises> die getrouwde mensen bedreigen, afkeer van vieze handelingen en spot over gebaren die van zin zijn ontbloot, al die dingen dragen er toe bij dat het meisje vaak zegt: <Ik trouw nooit.> Dat is de meest zekere verdediging tegen pijn, waanzin en obsceniteit.'' De Tweede Sekse, Deel 2, pag. 42.

De Beauvoir gaat ervan uit dat meisjes in de puberteit er van uit gaan dat een huwelijk pijn, waanzin en obsceniteit met zich meebrengt. Dit idee heeft zij doordat ze seksualiteit niet goed begrijpt en een weerzin heeft voor dit ‘geheim' van grote mensen wereld. De Beauvoir gaat er dus wel vanuit dat ieder meisje deze associatie heeft tussen al het opgesomde en het huwelijk. Ik denk niet dat dit het geval is. Veel meisjes hebben juist een heel romantisch beeld van het huwelijk en het getrouwde leven. Ik denk dat De Beauvoir hier subjectief te werk is gegaan en alleen de gevallen voor wie dit wél geldt in de schijnwerpers stelt. Bovendien is het ook een voorbeeld van typisch puberaal gedrag om je te verzetten tegen alles wat in de samenleving als normaal gezien wordt.

‘'Of ze nu meer of minder gewaarschuwd is, zij voelt in deze veranderingen een doelgerichtheid, een finaliteit die haar losrukt van zichzelf. (…) Zij begint een afhankelijkheid te vermoeden die haar tot de man, het kind en het graf doemt.'' De Tweede Sekse, Deel 2, pag. 50

De Beauvoir gaat uit van een doelgerichtheid in de ontwikkeling van de mens. Dat doet zij zeer expliciet. De seksualiteit is het doel van de vrouw, daarnaast bestaat er niets. Duidelijk blijkt deze vooronderstelling uit de opsomming, de man, het kind en het graf. Dit doel brengt met zich mee dat zij afhankelijk zal zijn. Waarom precies dat begrijp ik niet. Voor de voortplanting zijn nu eenmaal twee mensen nodig. De afhankelijkheid wat dat betreft werkt beide kanten op. De man is dus net zo afhankelijk als de vrouw. Zonder de ontwikkeling tot vrouw zal het meisje haar doel nooit bereiken zegt De Beauvoir hier. Als een vrouw dus niet seksueel actief zal zijn bereikt zij nooit het doel. De andere kant van het verhaal is dan wel dat zij niet wordt losgerukt van zichzelf. Het uiteindelijk bereiken van de finaliteit rukt de vrouw uiteindelijk los van zichzelf. Met deze vooronderstellingen is het goed te begrijpen dat Simone de Beauvoir ervoor gekozen heeft nooit aan ‘de man en het kind' te beginnen. Zij verbindt ‘de man en het kind' onlosmakelijk aan een doemen tot afhankelijkheid. Je kunt dus alleen onafhankelijk zijn als je ‘de man en het kind' niet bezit. De voorbeelden hiervoor het Simone in haar leven natuurlijk enorm veel gezien en het is logisch dat ze tot deze vooronderstelling is gekomen. Persoonlijk denk ik onafhankelijk niet per se inhoudt dat je ongetrouwd en kinderloos moet zijn. Onafhankelijkheid is een emotionele gemoedstoestand die ligt in de krachtige psyche van het individu en niet in een ongetrouwde burgerlijke staat zoals Simone wel beweerd.

‘'Het meisje heeft het gevoel dat haar lichaam haar ontsnapt; dat is niet langer de duidelijke uitdrukking van haar persoonlijkheid.'' De Tweede Sekse, Deel 2, pag. 50

De Beauvoir gaat er vanuit dat het lichaam in de kindertijd een uitdrukking was van de persoonlijkheid. Lichaam en psyche hangen dus met elkaar samen. Dat is de natuur, zo wordt het kind geboren. Pas de ontwikkeling van het lichaam heeft als gevolg dat het meisje dit natuurlijke gegeven niet langer zo ervaart. De scheiding tussen lichaam en psyche heeft allerlei gevolgen zoals anorexia, straatvrees en meer van dit soort zaken. De psyche wordt ziek en gaat op een ongezonde manier weer eenheid zoeken met het lichaam. Scheiding tussen psyche en lichaam en dus eigenlijk niet goed zegt De Beauvoir. Beide, psyche en lichaam zijn reëel. Het geestelijke en het stoffelijke bestaat dus samen, naast elkaar en in elkaar. Ze kunnen echter niet los van elkaar bestaan. De Beauvoir ontkent hier dus impliciet dat de geest los kan bestaan van het lichaam. Dit zou dus betekenen dat er ook geen leven na het sterven het stoffelijke lichaam kan zijn. Dit komt overeen met het feit dat Simone het christelijke geloof heeft afgezworen. Bovendien denk ik niet dat de ontwikkeling van het lichaam een reden zou zijn om lichaam en psyche niet meer als eenheid te ervaren. Een ontwikkeling komt overeen met een verandering. Als het kind groeit, is het ook niet zo dat het kind zich niet meer kan identificeren met het lichaam. Het is natuurlijk zo dat de psyche moet wennen aan de veranderingen in het lichaam tijdens de puberteit maar dit geldt meer voor de betekenis die het lichaam krijgt dan door het lichaam zelf. Je wordt niet meer als meisje bekeken maar als vrouw. Dat is een psychische verandering en moet dus psychisch verwerkt worden.

‘'Dat (moeders vertellen liever niet over menstruatie, liever nog over seks en bevallingen) komt omdat zij zelf een afkeer hebben van deze vrouwelijke slavernij; een afkeer waarin zich de oude, mystieke vrees voor de man afspiegelt en die zij overdragen op hun nakomelingen.'' De Tweede Sekse, Deel 2, pag. 53

Simone gaat er vanuit dat alle, of in ieder geval, heel veel moeders niet over menstruatie willen praten met hun dochters. Op het moment dat het voor het eerst gebeurd weten veel meiden dus niet wat er aan de hand is en denken ze dat ze een ziekte hebben, wat ik me voor kan stellen. Maar is het zo dat moeders dat soms te laat zeggen omdat ze menstruatie als slavernij zien? De Beauvoir zegt dat ze nog liever willen praten over seks en bevallingen dan over menstruatie, omdat ze vrees hebben van de man en afkeer van deze slavernij. Ik denk dat De Beauvoir deze conclusie iets te voorbarig heeft getrokken. Praten over seks is al niet makkelijk voor veel ouders en zeker niet in die tijd. Er rustte toen nog een behoorlijk taboe op seksualiteit. Maar de onderwerpen menstruatie en seks hangen voor de vrouw nauw met elkaar samen. Er kan niet over menstruatie gesproken worden zonder het doel van menstrueren te bespreken. De Beauvoir impliceert dat je over seks kunt spreken zonder de menstruatie aan te kaarten. Ik denk dat de te late voorlichting over menstruatie samenhangt met de schroom van moeders om te spreken over seksualiteit.

Het praten over bevallen is makkelijker dan spreken over menstruatie beweert Simone. Ik vind dit een begrijpelijke vooronderstelling. Simone was bijvoorbeeld goed op de hoogte met de Bijbel. Door de Bijbel weten wij dat Jezus geboren is uit onbevlekte ontvangenis. Hij is rein en zonder zonde. Een samenhang is dan snel ontdekt zou men denken. Een bevalling wordt door veel mensen gezien als iets moois van de natuur en niet zondig. Vreemd genoeg wordt seks wel vaak als zondig gezien maar het eventuele ‘resultaat' is heilig en een wonder. Daar wordt makkelijker over gesproken.

De Beauvoir noemt menstruatie vrouwelijke slavernij. Dit klinkt niet erg positief. Slavernij duidt erop dat je wordt onderdrukt en gebruikt door iemand anders. In De Tweede Sekse is dit expliciet de man. Simone zegt dus eigenlijk dat deze slavernij ons aangedaan wordt door de man. Maar de man heeft ons toch niet gemaakt zoals we zijn? Die kan er niets aan doen? Zelfs al had de man ons ontworpen was hij waarschijnlijk nooit zo slim geweest om het op deze manier te doen. Het is de man dus niet kwalijk te nemen. Slavernij is dus eigenlijk een onterecht woord en wijst op wrok en weerzin tegenover de man.

De afkeer van menstruatie komt voort uit een vrees naar man. Dat vrouwen hier liever niet over praten komt ook voort uit de vrees voor de man. Een opmerkelijke vooronderstelling. Bovendien zegt de Beauvoir dat dit voor (bijna) alle vrouwen geldt. Nu kan ik me niet helemaal voorstellen hoe de vrouwen toen ik die tijd waren maar ik ken weinig vrouwen die bang zijn voor een man. Ik ken meer voorbeelden waarin het andersom is. Als je bang zou zijn voor je man waarom zou je dan niet met je dochter kunnen spreken over menstruatie? Je kunt er niets aan doen dat je menstrueert en de man evenmin. De Beauvoir ziet de menstruatie als een teken van zwakte, een reden voor vrees en onderdrukking. Toch houdt zij vol in het boek dat de onderdrukking van de vrouw voortkomt uit de geschiedenis en de maatschappelijke visie. Menstruatie is echter niet iets wat in de geschiedenis is ontwikkeld en ook niet iets wat de maatschappij heeft verzonnen. Ik vind dit dus een uitspraak die in tegenspraak is met de grote lijn van het boek. Wel zegt de De Beauvoir later nog dat het allemaal minder erg zou zijn als de maatschappij de sekten als gelijk ziet. Maakt dat de vrouw minder kwetsbaar? Maakt dat de vrouw minder beroerd tijdens haar menstruatiedagen? Maakt dat de vrouw minder afhankelijk van hygiënische middelen en toiletten? Zou het lijden en de slavernij er minder om zijn? Het spreekt voor zich dat deze vragen ontkennend beantwoord moeten worden. Waarom zou het dan afdoen aan de onderdrukking?

‘'Werkloos en geïsoleerd kan de vrouw geen plaats in de wereld vinden en evenmin zichzelf aan anderen afmeten. Omdat geen enkel belangrijk object voor haar toegankelijk is maakt zij zichzelf soeverein en zeer belangrijk.'' De Tweede Sekse Deel 2, Hoofdstuk 11, pag. 411

Hoofdstuk 11 van Deel 2 gaat over het narcisme wat veel vrouwen ontwikkelen in hun jong volwassen leven. De Beauvoir heeft dit gebeuren als gegeven aan genomen en geeft verder geen bewijzen om haar stelling te onderbouwen. Ten eerste is het natuurlijk de vraag of er wel zoveel vrouwen zijn die narcistische trekken ontwikkelen. Om deze vraag goed te kunnen beantwoorden moeten wij eerst weten wat narcisme is. Als definitie wordt gegeven: ‘Narcisme is een vorm van gedrag dat wordt gekenmerkt door een obsessie met de persoon zelf (vaak het uiterlijk), egoïsme, dominantie, ambitie en gebrek aan inlevingsvermogen.' De narcist komt op anderen over als iemand met (overdreven) veel zelfvertrouwen. De paradox is dat deze mensen vaak erg weinig zelfvertrouwen hebben en om zich te wapenen tegen kritiek en afwijzing een arrogante en hooghartige houding aannemen. Vrouwen zouden dit volgens De Beauvoir ontwikkelen omdat zij niets om handen hebben. Ze kunnen geen belangrijke objecten zijn en zich met belangrijke dingen bezig houden. Ze zijn immanent en op zichzelf aangewezen. Mannen zijn daarentegen transcendent en zouden dit dus niet nodig hebben. Zij zullen dus ook niet zo snel narcisme of narcistische trekken vertonen.

Het frappante aan deze vooronderstelling is dat het niet klopt. Narcisme komt bij mannen namelijk meer voor dan bij vrouwen. Van de mensen met een Narcistische Persoonlijkheid Stoornis (NPS) zijn 50 tot 75% man. Dit haalt het hele hoofdstuk over ‘De Narcist', hoofdstuk elf van De Tweede Sekse onderuit. Vrouwen zijn juist minder narcistisch ingesteld dan mannen.

Toch is hier nog niet alles mee gezegd. Het vrouwelijke narcisme komt volgens De Beauvoir voort uit een passieve last die op het leven drukt. Het individu kan geen deelnemer zijn van belangrijke zaken en ontwikkelt daarom narcisme. (Hiermee veronderstelt zij eigenlijk dat kinderen op de wereld zetten geen belangrijke zaak is.) Dit is in overeenstemming met wat het Kennisforum van Mens en Samenleving schrijft over het ontwikkelen van narcisme. Vooral mensen van middelbare leeftijd ontwikkelen deze ziekte omdat zij het gevoel hebben niet meer mee te draaien. Cruciaal lijkt hier dan wel de omwenteling van wél naar níet meer belangrijk. Voor vrouwen zou dat dan niet gelden omdat De Beauvoir de veronderstelling hanteert dat de vrouw als in haar kinderjaren door de cultuur, omgeving en natuur door immanentie gedwongen is.

‘'Om zichzelf te vinden, te redden is zij begonnen zich in hem te verliezen. Stukje voor stukje verliest zij zich nu werkelijk in hem; alle werkelijkheid ligt in de ander.'' De Tweede Sekse, Deel 2, Hoofdstuk 12, pagina 437

De Beauvoir gaat ervan uit dat het individu, in dit geval de vrouw, ernaar streeft zichzelf te vinden. Ze ambieert absolute autonomie in het eigen zijn. De vrouw vindt dit niet en daarom onderwerpt zij zich aan de minnaar. Doet zij dit niet zal ze zichzelf niet vinden. De Beauvoir stelt het ‘zichzelf vinden' en ‘de waarheid' eigenlijk aan elkaar gelijk. Dat zou dan dus betekenen dat autonome zijn de waarheid is. Dit is een belangrijke vooronderstelling die in het hele boek terugkomt. Als het individu zijn eigen wensen in vrijheid kan na leven, zonder daarbij rekening te houden met de omgeving, de cultuur en de natuur, is het individu gelukkig. Het leeft dat in waarheid. Dat betekend dus dat de waarheid gevonden kan worden in de mens zelf. Hiermee sluit De Beauvoir het bestaan van bovenaardse krachten eigenlijk uit. Een tweede belangrijke vooronderstelling is dat deze waarheid en het daarbij behorende geluk ook gevonden kan worden. Dat betekend dat als je maar doorzet je uiteindelijk helemaal gelukkig kunt zijn en in de waarheid kunt leven.

In deze passage verplaatst de jonge vrouw zich helemaal in de ander. De ander is de minnaar. De jonge vrouw wil zichzelf identificeren met de man omdat zij de wereld waarin hij kan leven begeert. Als de vrouw de waarheid verplaatst naar de ander verliest zij daarbij zichzelf, stelt De Beauvoir. Het geluk is echter alleen te vinden in het autonome zijn van het individu.

Door dit te doen wordt de vrouw dus niet gelukkig en zal ze de waarheid niet vinden. Haar leven is dan zinloos.

Mannen geven zich niet in deze mate over aan hun partner vertelt ons verder hoofdstuk 12.

‘'In het diepst van hun leven blijven zij (de mannen) soevereine subjecten. De geliefde vrouw is alleen maar een waarde te midden van andere waarden; zij willen haar integreren in hun existentie en niet hun hele bestaan verkwisten aan haar. Voor de vrouw daarentegen is de liefde een totale zelfverloochening ten gunste van een meester.''

De Tweede Sekse, Deel 2, Hoofdstuk 12, pagina 428

Mannen geven zich niet helemaal over aan hun geliefde. Ze blijven soeverein zegt De Beauvoir. De vrouw, en de daarmee samenhangende liefde, is slechts een onderdeel van het autonome en transcendente leven van de man. Als men dit citaat legt naast het bovenstaande citaat en dezelfde vooronderstelling van toepassing laat zijn zou dit dus betekenen dat mannen in de waarheid leven. Zij hoeven geen rekening te houden met anderen, ze zijn niet gebonden. Ze zijn autonoom handelende wezens in de wereld. Ze zouden dus allemaal gelukkig moeten zijn! Dat is natuurlijk niet het geval. Dit zou te verklaren zijn met het feit dat de vrouw (en dus de gebondenheid) wel voor een deel het leven van de man innemen. Hiermee zijn ze dus niet helemaal vrij.

Een tweede opvallende uitspraak is dat de vrouw zich in de liefde totaal moet verloochenen. Ze doet dit ten gunste van een meester. De meester is in dit geval dan de man. Het is mij helaas niet helemaal duidelijk waarom de vrouw zichzelf moet verloochenen. Feit is wel dat zelfverloochening in onze taal over het algemeen een negatieve lading heeft. Het woordenboek geeft als definitie: ‘Het achterstellen van eigen verlangens of belangen voor een ander belang.' Het zou dan kunnen dat de vrouw haar belang op geluk opzegt om zich over te geven aan een geliefde. Dit is echter in strijd met de menselijke natuur. De mens is gericht op het verwerven van zijn of haar eigen geluk, tijdelijk of op de lange termijn. Het is dus niet aannemelijk dat de vrouw al haar hoop op geluk op zou geven terwijl zij daarvoor geen ander geluk voor terug krijgt, enkel het perspectief van een leven in ongeluk en onwaarheid zolang zij deze zelfverloochening in stand houdt.

‘'Men hoort een vrouw veel minder vaak op vriendschappelijke toon over een vroegere minnaar spreken, dan een man over zijn vriendinnetje.'' De Tweede Sekse, Deel 2, Hoofdstuk 14, pagina 480

Dit citaat zegt eigenlijk niet veel over de filosofie van Simone de Beauvoir, wellicht vraagt u zich zelfs af waarom dit citaat in een analytische beschouwing is komen te staan. Ik denk dat dit citaat niet zozeer om de inhoud dan wel om de functie relevant is voor De Beauvoirs werk. Dit is namelijk een eindconclusie van een voorgaande redenering. De Beauvoir stelt dat mannen beter in staat zijn lust en liefde te scheiden. Zelfs als de vrouw beweert dit te doen is dit slechts gedeeltelijk waar. De vrouw is kwetsbaar en afhankelijk. Scheidingen vallen haar zwaarder dan mannen, op welk vlak dan ook. Deze theorie neemt enkele pagina's in beslag maar draagt geen enkel bewijs aan. Het voorgaande citaat dient als bewijsmateriaal voor de uiteengezette theorie. Nu zal dit ongetwijfeld haar eigen ervaring zijn, anders had ze het niet opgenomen in haar relaas. Spijtig is alleen dat ze ervan uit gaat dat deze ervaring algemeen is. Dat de lezer niet verbaast op zal kijken van dit ‘bewijsstuk'. Nu denk ik dat als de man het makkelijker heeft met scheidingen hij niet meer bezig zal zijn met zijn vriendinnetje en als het onderwerp ter sprake komt dat hij op een neutrale toon zal spreken. Vriendelijk over iemand spreken duidt toch op een bepaalde sympathie voor iemand. Had hij nog zoveel sympathie gehad voor zijn vriendinnetje had hij het waarschijnlijk wel moeilijk gehad met de scheiding. De vrouw spreekt minder vaak op een positieve toon, dit zou juist kunnen duiden op onverschilligheid of opluchting over de scheiding. Mijn eigen theorie hoeft natuurlijk ook niet te kloppen maar ik denk dat het kort door de bocht is om een dergelijk argument aan te dragen om een theorie op te funderen. Overigens heeft zij wetenschappelijk wel gelijk. Bij huid- op-huid contact maakt de vrouw een stofje aan waardoor zij zich gaat hechten aan de personen met wie zij dit contact heeft. Dit is noodzakelijk voor de binding met de zuigeling. Mannen maken bij huid-op-huid contact dit stofje niet aan, blijkt uit recent onderzoek.

‘'De vrouw daarentegen wordt gevraagd ter voltooiing van haar vrouwelijkheid zich tot object en prooi te maken, dat wil zeggen af te zien van haar eisen als soeverein subject''

De Tweede Sekse, Deel 2, Hoofdstuk 14, pagina 469

Een vrouw maakt zich tot object en prooi als zij zich overgeeft aan een seksuele relatie met een man. Dit kan op vele manieren. Als een vrouw flirt of het toestaat dat een man begeerlijk naar haar kijkt stemt zij toe met haar existentie als prooi. Een prooi is ook een object, iets wat naar gelieve gebruikt kan worden. Is dit het geval is zij in het geheel vrouwelijk. Doet zij dat niet, is zij noodzakelijker wijs niet geheel vrouwelijk. Dat zou dus beteken dat mensen van het vrouwelijke geslacht die op dit vlak niet actief zijn niet geheel vrouwelijk zijn. Een ongetrouwde vrouw zonder minaars is dan niet helemaal vrouwelijk. Het complete vrouwelijk zijn is namelijk een samenspel van het lichamelijke en biologische vrouw zijn en nog iets anders. Dat andere, wat men nodig heeft om een complete vrouw te zijn, is het zijn van object en prooi. Dat geeft vrouwen dan niet veel keus. Als een vrouw weigert zich te presenteren als prooi en object is zij geen vrouw. Doet zij dit wel dat is zij wel een vrouw maar een vrouw die gebonden en immanent is. Een vrouw die niet gelukkig kan zijn. Want het geluk ligt voor De Beauvoir in de absolute vrijheid van het individu. Men kan hieruit dus concluderen dat een vrouw, volgens De Beauvoir, alleen gelukkig en vrij kan zijn als zij seksueel niet actief is en zo min mogelijk contact met mannen heeft. De Beauvoir beschouwt de man namelijk als bedreiging voor het geluk van de vrouw. De vrouw is geen bedreiging voor het geluk van de man, het dilemma is dan namelijk afwezig. Het streven naar geluk is van belang om een gelukkig leven te leiden. Het streven naar geluk is een deugd. Het belemmeren van iemands geluk is een ondeugd. In de maatschappij waar een transcendente man tegenover een immanente vrouw staat is de vrouw dus een beter mens dan de man. Dit is per definitie waar als men de redenering van De Beauvoir goed op zich in laat werken. Dat betekent wel een doodvonnis voor de Franse existentie. Volgens de Franse existentie is de mens namelijk van oorsprong geheel vrij om te kiezen wat hij doet en hoe hij is. Als er zo'n fundamenteel verschil tussen man en vrouw bestaat zijn deze individuen niet gelijk en zijn ze niet helemaal vrij om te kiezen hoe ze handelen.

Hoe ligt het verband tussen existentialisme en feminisme?

Femi'nisme (het) vrouwenbeweging, leer volgens welke vrouwen gelijkwaardig zijn aan mannen.

Existentia'lisme (het) wijsbegeerte waarbij het persoonlijk bestaan van de mens in het middelpunt staat.

Is het begrijpelijk dat De Beauvoir een existentialist én een feminist was? Hebben deze twee denkwijze met elkaar te maken, of is het puur toeval dat De Beauvoir beide sympathiseerde?

Het existentialisme gaat ervan uit dat de mens vrij is in zijn karakter en gedragswijze. Je kiest er dus altijd zelf voor op een bepaalde manier te denken en te handelen. De Beauvoir betrekt dit ook op het man of vrouw zijn. Je kiest er zelf voor om je neer te leggen bij de minderwaardige positie van vrouw. Het is niet iets wat al van te voren vast staan en waar je niet meer aan kunt ontkomen. Het feminisme is gebaseerd om de gedachte dat mannen en vrouwen niet essentieel anders zijn, en dus anders behandeld moeten worden. In die zin zijn existentialisme en feminisme gemakkelijk met elkaar te rijmen en horen zij bijna noodzakelijk bij elkaar. Het verschil is echter dat feminisme zich meer richt op de vrouw als sociale eenheid. Het existentialisme draait vooral om het individu onafhankelijk van rest van de samenleving.

Analyse van het existentialisme:

De Beauvoir voorzag kritiek op haar vrijheidsdenkend. Als iedereen waarlijk vrij zou zijn om te denken en te voelen dat zou iedereen anders moeten zijn. De Beauvoir ziet in dat dit niet realistisch is. Er zijn immers zaken die voor veel mensen gelden, bijvoorbeeld het bezit van een geweten. De Beauvoir stelt dat vrijheid hier niet mee in tegenspraak is. Dit wordt verder niet uitgewerkt en ze verdedigt haar stelling verder ook niet. Dit is een zwak stuk in haar filosofie. Vrijheid is misschien niet onverenigbaar met constanten. Maar het idee dat de mens geen doel heeft op de aarde, tenzij zijn zelf gecreëerde doel lijkt hiermee wel in tegenspraak. Constanten lijden namelijk naar een doel. Ik kan naar twintig verschillende winkels gaan en ik kan ervan uit gaan dat iedere supermarkt de producten prijst. Dit is dan een constante. Deze constanten wijst namelijk op het doel geld te innen van de persoon die het product meeneemt. Met het weer is dat gelijk. Het kan elke dag anders zijn maar er zaken die steeds terug komen: regen, wind en zonlicht. Deze constanten (en anderen vanzelfsprekend) wijzen op het doel dat de gewassen groeien en dat zij geoogst kunnen worden om te eten. Wil men dit ontkennen, dan zou met het erop kunnen gooien dat dit toeval is. De aarde is een plaats van toevalligheden. Het leven is een lot dat bepaald wordt deze toevalligheden. Voor existentialisten geldt dit niet omdat zij er van uit gaan dat de mens zijn eigen lot bepaald.

Het existentialisme zegt ook dat de mens vrij is in zijn handelen. De mens heeft steeds een eigen keuze en de toekomst ligt dus steeds open. Voor een gedeelte is dat correct, als ik naar een winkel ga om een nieuw kledingstuk te kopen dan kan ik kiezen wat ik koop en welke kleur. Daarin is de mens vrij. Zelfs ben ik bereid om nog een stapje mee te doen en te zeggen dat karaktereigenschappen van mensen te veranderen zijn en dat de mens dus vrij is om zich te gedragen zoals hij of zij dat wil. Ook als het existentialisme dit makkelijker laat klinken dan dat het in werkelijkheid is. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat er soms jarenlange cognitieve gedragstherapie[3] voor nodig is om mensen anders te laten reageren op bepaalde situaties, ook als de mens gewillig is om deze manier van reageren achterwege te laten. Toch denk ik dat het existentialisme de biologische aspecten van reageren hier onterecht uitsluit. De mens beschikt over bepaalde instinctieve eigenschappen. Als de mens in een situatie komt waarin hij levensgevaar loopt schakelt de persoon over naar ‘automatische piloot' die het even over neemt. Deze instincten treden ook op als een mens mentaal niet toerekeningsvatbaar is. Te denken valt aan dementerende mensen die geen idee meer hebben van de keuzes die zij maken maar in geval van honger altijd op zoek zullen gaan naar voedsel. De mens is hierin niet vrij, althans niet in alle gevallen. De keuzes worden gemaakt door de op overleveningsgerichte functie van de hersenen. Dit is ook de reden dan mensen zichzelf niet kunnen verdrinken zonder zware voorwerpen bij zich te hebben. Op het moment dat het bewustzijn af gaat nemen geven de hersenen signalen af die het lichaam dwingen naar lucht te happen. Ook al is de mens wel degelijk in staat om, zolang hij bij bewustzijn is, niet naar adem te happen, het menselijk instinct neemt de eindbeslissing voor zijn rekening. De mens is dus niet absoluut vrij en kan ook onbewust keuzes maken. Ook genetica speelt een belangrijke rol in de keuzes die mensen maken. Deze wetenschap is nog enorm in opkomst maar en zijn al meerdere resultaten waaruit blijkt dat veel die dingen door de genen veroorzaakt worden, waar men vroeger geen weet van had. Zo blijkt bijvoorbeeld dat de angstigheid van een persoon voor het overgrote deel wordt bepaald door de genen. Bovendien blijken angsten in het leven ook nog overdraagbaar te zijn. Als een moeder bang is voor honden en dat aan haar kinderen laat zien is de kans 90% dat de kinderen ook een angst voor honden ontwikkelen. De genen én de opvoeding en omgeving zijn dus van cruciaal belang voor de keuzes van het individu. Natuurlijk kan je lang gaan nadenken over wat je gaat doen en waar je voor kiest maar de praktijk leert dat mensen niet over elke keus lang nadenken. Het dagelijks leven vraagt enorm veel routinebeslissingen. En deze worden vaak gemaakt op basis van genetica, omgeving en invloeden uit de opvoeding.

Ook ontkent het existentialisme het bestaan van God. De mens zou niet door God geschapen zijn en na de dood leeft de mens ook niet door. De dood is het einde alle vrije handelingen en daarna wordt de mens alleen nog maar gezien zoals hij in zijn leven is geweest. Dit noemt Sartre de facticiteit. De existentialisten zijn natuurlijk niet de eerste of de enige geweest niet het bestaan van God hebben ontkend. Toch hebben zij belangwekkende standpunten die enige verbazing kunnen wekken dat zij het bestaan van God ontkennen. Veel andere mensen die niet in God geloven hebben zich aangesloten bij de evolutietheorie. Deze theorie leert ons dat alles is ontstaan door evolutie, ontwikkeling. Soorten streven naar overleven en naar perfectie en daardoor ‘verbeteren' soorten zichzelf steeds. De mestaangepaste ‘leden' van het soort overleven en zo wordt de soort genetisch steeds sterker. Dit heet micro-evolutie, evolutie binnen de soort.

Ook kunnen soorten hogerop komen en ontwikkelen tot een ander soort. Zo zouden kruipende dieren ontwikkelend zijn uit vissen en de mens uit apen. Dit heet macro-evolutie, evolutie van soort naar een ander soort.

Het is niet aannemelijk dat de existentialisten zich achter deze theorie zouden schuilhouden. Zij geloofden immers niets in een doel. De evolutieleer heeft wel een doel. Namelijk, verbetering, overleven en perfectie. Naast het creationisme (geloof in een schepping door goddelijke macht) en de evolutietheorie zijn er weinig gangbare ideeën over het ontstaan van de wereld. De existentialisten zullen zelf hebben ingezien dat dit een hekel punt in hun filosofie is en hebben voorgehouden dat zij zich hier niet mee bezig willen houden. Doordat zij hier geen sluitende antwoorden op willen (of kunnen) geven hebben zij geen harde basis om hun standpunt dat de mens geen a priori doel heeft en slechts een toevallige existentie is, hard te maken.

De ethiek is een ander moeilijk punt binnen de filosofie van het existentialisme. Volgens Sartre zijn er geen gegeven waarden die voor iedereen gelden. Ieder mensen heeft zijn eigen waarden. Alleen hij kan verantwoordelijk worden gehouden voor zijn daden. Niemand kan hem helpen, oordelen of vergeven. Dit voorspelt een heel eenzame toekomst voor de mens. Bovendien houdt dit ook in dat de mens volledig zal moeten breken met alle waarden die hem zijn overgeleverd uit de geschiedenis. Als ieder mens zijn eigen waarden gaat bepalen dan ontstaat er situatie waarin iedereen zelf mag bepalen wat hij goed en fout vindt. Ik zou dus iemand mogen bestelen als dat strookt met mijn inzichten. Bovendien kan er volgens Sartre geen sprake zijn van oordelen en vergeven. Ik ben onafhankelijk, anderen kunnen niet bepalen over mij omdat ik vrij ben. Hoe zou de maatschappij dan zaken als rechtspraak aan moeten pakken? Iemand straffen om een ‘slechte' daad is niet langer een optie. De volgende keer kan die persoon namelijk anders handelen, en de rechter heeft helemaal geen recht van spreken. De persoon in kwestie is namelijk vrij! Ik denk dat dit onherroepelijk zou leiden tot een anarchistische en zedenloze maatschappij waarin geen enkele burger veilig is. Dat zou een enorme belemmering zijn voor de mens om zich vrij voort te bewegen in de maatschappij. De Beauvoir drukt het zelfs zo uit dat handelen in vrijheid kan betekenen dat er bloedvergieten aan te pas komt. Helaas wordt er verder niet echt uitgewerkt wat zij hiermee bedoeld maar ik denk dat de mens binnen het existentialisme geen enkel recht zou hebben om een ander te doden. Het is namelijk ondenkbaar dat een vrij mens een ander vrij mens oordeelt. Dit vind ik nogal paradoxaal.

Sartre stelt hier tegenover dat de mens zal doen wat goed is voor iedereen. Dit doet mij denken aan de ‘invisible hand' theorie van Adam Smith. Iedereen zal zijn eigen belangen én die van de medemens in het oog houden en dit zou voorkomen dat de samenleving veranderd is een ongeordende bende waar alles mag en kan. Ik denk dat Sartre hier te makkelijk over denkt. Het is in de geschiedenis vele keren gebleken dat de mens zijn eigen belang boven het belang van anderen stelt. Laten we het recente voorbeeld gebruiken van de aardbeving in Haïti. Er is te weinig voedsel om iedereen te voeden. Als er een voedseltransport aankomt, vechten mensen om zélf maar eten te hebben. Zouden de mensen redelijk nadenken en doen wat het beste is voor iedereen, dan zouden zij het eten zo eerlijk mogelijk proberen te verdelen zodat iedereen íets krijgt. Dat is helaas niet gebeurd. Dit is geen uitzondering. Het blijkt uit vele verslagen uit vluchtelingenkampen en andere erbarmelijke situaties waarin mensen terecht kunnen komen dat de mens gericht is op overleven. Als het moet ten koste van anderen. Als er geen helemaal geen vaste waarden meer zouden zijn dan is er ook niets meer om op terug te vallen. Iets wat stimuleert om het goede te doen. De binding met de mensen uit het verleden, de mensen van nu en de mensen van de toekomst kan wel een stimulering zijn om het goede te doen. Mensen deden vroeger hun best en daar heb ik nu veel aan te danken, laten wij er nu het beste van maken voor de mensen van later.

Slotwoord:

Sartre en Simone de Beauvoir hebben beide veel interessante ideeën op papier gezet. Hun theorieën zijn goed doordacht. Het is te zien dat deze personen hun levenswerk hebben gemaakt van het existentialisme. Ik heb voor dit werkstuk een grote hoeveelheid bronnen gebruikt en veel informatie uiteen proberen te zetten. In dit slotwoord wil ik graag mijn belangrijkste conclusies op een rijtje zetten.

Ik vind dat Simone de Beauvoir het biologische aspect van de vrouw onterecht uitschakelt. Zij ziet het eigenlijk als oplossing om maar niet zwanger te raken zodat je van deze vloek onthouden wordt. Dat vind ik een onlogisch standpunt omdat het menselijk ras snel uit zou sterven op deze manier. Ik vind dat zij meer nadruk had kunnen leggen op het gebruik van anti- en pro-conceptiemiddelen omdat dit praktischer en realistische geweest zou zijn. Beide sekse verschillen lichamelijk nu eenmaal van elkaar en het is denk ik geen oplossing om dit stellig te ontkennen. Dat is een ontkenning van een harde realiteit. Beter zou het geweest zijn als De Beauvoir hierop had ingespeeld en de vrouwelijke kwaliteiten meer aan het licht had gebracht zoals de zorg en de communicatie. Hierdoor zouden beide sekse anders maar toch gelijk uit de verf zijn gekomen.

Een ander punt waarmee ik problemen had is de leer van het existentialisme op zichzelf genomen. Ik geloof niet dat de mens volledig vrij is om te kiezen. De mens is in zijn keuzes erg afhankelijk van zijn omgeving. Hoe iemand is opgevoed kan van enorm belang zijn voor de keuzes die de persoon in zijn latere leven gaat maken. Ook genetica speelt een grote rol.

Vanuit mijn religieuze overtuiging kan ik mij niet vinden in De Beauvoirs mening dat de mens geen hoger doel in het leven heeft. De mens moet niet zelf een doel maken om zijn leven aan de hand van dat doel zin te geven. Deze gedachte geeft bijvoorbeeld geen antwoord op het menselijk geweten. Als de mens niet als vaststaand doel zou hebben om goed te handelen zou de mens ook geen geweten hebben. Als de mens volledig vrij zou zijn in zijn voelen en denken zou de mens ook niet in staat moeten zijn op empathie te voelen. Ik ben het met De Beauvoir eens dat het zoeken van het levensdoel een zoektocht is maar ik ben er van overtuigd dat er in de mens aanwijzingen zijn, zoals het geweten en de mogelijk tot empathische gevoelens.

Bovendien, als er geen god zou zijn, zoals De Beauvoir beweerd staat haar hele theorie op losse schroeven. Zij gelooft namelijk wel in een wereld op de mens heen die de mens waar kan nemen en waarin de mens kan handelen. Hoe kan deze wereld dan zijn ontstaan? Zij zou zich aan kunnen sluiten bij de evolutietheorie maar met haar ideeën is dat onmogelijk.

Hoewel niet wetenschappelijk vind ik het ook jammer dat De Beauvoir zo negatief omgaat met het vrouw-zijn. Ik vind het vrouw-zijn een zegening. Wat is er nu mooier dan in staat zijn om nieuw leven op aarde te zetten? Ik vind dat mannen en vrouwen beiden geschapen zijn met eigen kwaliteiten en doelen op aarde. Ze zijn beide erg waardevol en vullen elkaar aan. Ik vind het een dergelijk hoogstandje van de schepping dat het me nogal tegen de borst stootte dat iemand hier zo negatief over kan schrijven en denken.

Logboek:

Periode 2 B

Voorlichting PWS 1,5 uur

Mediatheek opdrachten 1,5 uur

Bronnen verzamelen 2,5 uur

Opzet programma maken en overleggen 2 uur

Lezen bronnen 2 uur

Overleg begeleider 1 uur

Totaal 9,5 uur

Periode 1a

Bronnen lezen 9 uur

Levensloop 2 uur

Voorkant 1,5 uur

Bronnen sorteren op geschiktheid 2 uur

Verhouding Sartre en De Beauvoir 2 uur

Invloed De Beauvoir op de westerse vrouw (verwijderd na advies) 3 uur

Samenvatten De Tweede Sekse 5 uur

Verhouding feminisme en existentialisme 2 uur

Totaal 26,5 uur

Periode 1b

Bronnen lezen 12 uur

Bronnen sorteren 2 uur

Samenvatten existentialisme 2 uur

Schrijven paragraaf existentialisme 3 uur

Analyse existentialisme klad versie 2,5 uur

Analyse existentialimse uiteindelijke versie 3 uur

Analyse De Tweede Sekse 15 uur

Paragraaf psycho-analyse 2 uur

Totaal 41,5

Periode 2a

Voorwoord 1 uur

Slotwoord` 1 uur

Inhoudsopgave 1 uur

Logboek 1 uur

Bronvermelding 2 uur

Lay-out 2 uur

Printenklaar maken en inbinden 2 uur

Spellingcontrole 1 uur

Totaal 11 uur

Totale studielast in uren: 88,5 uur

Bronvermelding:

*www.stormbird.nl

*www.wikipedia.uk.com ‘Simone de Beauvoir'

*Ceton C, Simone de Beauvoir: een verhaal apart, 2000, Leende, uitgeverij Damon, 95 pagina's

*Mémoires d'une jeune fille rangée, Simone de Beauvoir, 1958, Paris, uitgeverij Gallimard, 373 pagina's. Vertaald door Jan Hardenberg onder titel Een welopgevoed meisje, Houten, Uitgeverij Agathon, 1992.

*Titel: Simone de Beauvoir

Ondertitel: Franse schrijfster (Parijs 09-01-1908 - Parijs 14-04-1986)

Auteur: Jolande Withuis

Gepubliceeerd op: www.nrcboeken.nl schrijvers

*Simone de Beauvoir, De Tweede Sekse, Utrecht, 1972, 835 pagina's, eerste druk Parijs 1949

*Woordenboek Nederlands ©2006 ISBN 90 597 1007 X

*www.detuinvanhetgeluk.be Over het existentialisme van J.P. Sartre en S. De Beauvoir.

*Kennisforum van Mens en Samenleving, mens-en-samenleving.infonu.nl/psychologie

*Yale French Studies, Interview with Simone de Beauvoir, door Hélene V. Wenzel, 15 Maart 1984 in Parijs.

*Simone de Beauvoir, K. Vintges, Kritisch denkerslexicon, Veen Magazines bv, Diemen, 2004.

*Martin Suhr, Sartre, Rotterdam, 2003, eerste druk Amersfoort 2001, 207 pag.

*Van Niftrik, De Boodschap van Sartre, Nijkerk, 1953, 189 pag.

*Prof. Dr. K. Kuypers, Encyclopedie van de filosofie, Amsterdam-Brussel, 1977, 750 pag.

[1] Jean Charles Léonard de Sismondi (1773-1842), een schrijver uit Geneve, bekend om zijn werken over de Franse en Italiaanse geschiedenis en zijn economische ideeën. Louis Auguste Blanqui,(1805-1881), een franse politieke activist.

[2] Met ‘kapitalisten' worden de bezitters van kapitaal bedoeld, grootgrondbezitters, eigenaren van mijnen en fabrieken enzovoorts.

[3] Therapie waarbij getracht wordt het gedrag te veranderen door de gedachten die aan het gedrag voorafgaan te veranderen. (www.ccgt.nl) website van Centrum Cognitieve Gedragstherapie.

Writing Services

Essay Writing
Service

Find out how the very best essay writing service can help you accomplish more and achieve higher marks today.

Assignment Writing Service

From complicated assignments to tricky tasks, our experts can tackle virtually any question thrown at them.

Dissertation Writing Service

A dissertation (also known as a thesis or research project) is probably the most important piece of work for any student! From full dissertations to individual chapters, we’re on hand to support you.

Coursework Writing Service

Our expert qualified writers can help you get your coursework right first time, every time.

Dissertation Proposal Service

The first step to completing a dissertation is to create a proposal that talks about what you wish to do. Our experts can design suitable methodologies - perfect to help you get started with a dissertation.

Report Writing
Service

Reports for any audience. Perfectly structured, professionally written, and tailored to suit your exact requirements.

Essay Skeleton Answer Service

If you’re just looking for some help to get started on an essay, our outline service provides you with a perfect essay plan.

Marking & Proofreading Service

Not sure if your work is hitting the mark? Struggling to get feedback from your lecturer? Our premium marking service was created just for you - get the feedback you deserve now.

Exam Revision
Service

Exams can be one of the most stressful experiences you’ll ever have! Revision is key, and we’re here to help. With custom created revision notes and exam answers, you’ll never feel underprepared again.