This dissertation has been submitted by a student. This is not an example of the work written by our professional dissertation writers.

1. Wat is anorexia nervosa?

Korte, algemene uitleg

Anorexia nervosa is een eetstoornis. Het woord anorexia is afkomstig vanuit het Grieks. Het betekent letterlijk ‘gebrek aan eetlust'. Nervosa staat voor psychisch of ‘nerveus'. Oftewel; een verschijnsel dat van psychische aard is. De patiënten die met anorexia nervosa kampen, proberen uit alle macht af te vallen. Sommigen eten een periode niets of weinig, ze hongeren zichzelf uit. Anderen hebben regelmatig last van eetbuien, maar raken daarna dat eten weer kwijt door te braken,door middel van een darmspoeling, of door laxeermiddelen of plaspillen te gebruiken. Een persoon met anorexia nervosa is continu erg bang om dik te worden. Zo'n persoon vormt ook altijd een verwrongen beeld van zichzelf. Hierdoor hebben ze steeds het idee dat ze nog meer gewicht moeten verliezen. Ze voelen zich eigenlijk pas echt weer goed wanneer ze een volkomen beheersing hebben over hun eetgedrag en over het verlies van lichaamsgewicht. Vaak sporten patiënten die aan deze ziekte lijden veel en maken gebruik van bepaalde ‘rituelen' bij het eten.

Verschillen tussen lijnen en anorexia nervosa

Heel veel mensen halen anorexia nervosa en lijnen gemakkelijk door elkaar. Dit komt omdat er een verband ligt tussen deze twee verschijnselen, want lijnen kan uitlopen op anorexia nervosa. Maar dat is zeker niet altijd zo! Wat is dan het verschil tussen deze twee verschijnselen? Hiervoor zijn een aantal verschillen te noemen. Die zijn in de onderstaande tabel[1] te vinden:

Hierboven zijn de verschillen dus duidelijk geschetst. Hieruit blijkt dat anorexia nervosa dus ook veel gevaarlijker is, je komt er alleen maar vanaf door hulp. Want om nog te stoppen als je al in het proces zit, is haast onmogelijk. Het zit dan zo ver psychisch, dat ze zichzelf wat eetgedrag betreft niet meer onder controle hebben. Hiermee bedoelen we dat ze niet meer normale hoeveelheden eten kunnen consumeren.

Kenmerken van anorexia en de diagnostiek

Het gaat bij anorexia nervosa vaak om jonge vrouwen, vooral in de puberteit, die meestal op een normaal gewicht zitten. Sommigen hebben ook enig overgewicht. Deze jonge vrouwen beginnen vaak te lijnen, samen met andere leeftijdgenoten. Meestal meer voor de kick en om er wat beter uit te zien. Het is nog steeds niet helemaal duidelijk waarom anorexia meer bij vrouwen dan bij mannen voorkomt. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat vrouwen in de puberteit veel meer psychologische en lichamelijke veranderingen moeten verduren dan mannen. Een onschuldig lijnen kan dus eindigen in de uithongering van een lichaam. Dat uithongeren kan vervolgens een eigen leven gaan leiden. Meisjes beschouwen dit juist als iets waar ze eindelijk goed in zijn. De behoefte om verder af te vallen wordt hierdoor onweerstaanbaar; de patiënte kan zich dagelijks alleen nog maar bezighouden met eten en gewicht. Het gekke is dat zij dan juist boodschappen willen doen en veelal houden van lekkere dingen koken, hiervan eten zij uiteraard zelf niks. De patiënte is zich helemaal bewust van alles wat ze eet en weet van alle voedingsmiddelen de calorie-inhoud. Hiermee wordt continu gewerkt, de calorieën worden telkens geteld en er worden steeds nieuwe (lagere) doelen gesteld. Ook ontwikkelt ze allerlei rituelen rond eten. Alles komt een soort van vast te liggen in een schema. Dit wordt op den duur helemaal psychisch geregeld, er kan niets meer toe- of afgedaan worden. Verder wordt de honger onderdrukt en dit wordt op een gegeven moment ook niet meer gevoeld.

Een aantal lichamelijke kenmerken van deze ziekte zijn:

- Het meisje menstrueert vaak onregelmatig of helemaal niet meer. Dit komt doordat allerlei hormonen zijn verstoord.

- Door een verminderde voedselinname en een dalend gewicht overschakelt op besparing in de stofwisseling. Gevolgen hiervan kunnen zijn: een vertraagde ademhaling en hartslag en een gedaalde bloeddruk. Dit resulteert hierin dat de patiënten zich duizelig, lusteloos erg moe en depressief voelen.

- Anorexia-nervosa-patiënten hebben meestal te kampen met blauwe, koude handen en voeten. Dit komt doordat er weinig eten wordt verbrand. Hierdoor daalt de lichaamstemperatuur

- De conditie van de haren verslechtert; het haar wordt erg bros en valt uit.

- De huid gaat schilferen, verslapt en wordt droog. Vaak krijgt de huid ook een gele of grijze gloed.

- Overal op het lichaam ontstaat een fijne lichaamsbeharing. Het is dan een soort donsachtig.

- De functie van de schildklier vertraagt. Dit is een klier dat hormonen maakt.
- Door de beperking van de voedselinname kan er een constipatie (=verstopping) ontstaan. Hierdoor raakt een patiënte vaak in paniek en neemt ze haar toevlucht tot braken of laxeermiddelen.

- Patiënten slapen vaak slecht. Meestal kunnen ze niet in slapen komen of worden ze al vroeg weer wakker. Dit probleem lossen ze vaak op door 's ochtends vroeg al te beginnen met allerlei activiteiten zoals studeren of werken.

- Door het dieet, dat meestal ontoereikend en eenzijdig is, krijgt de patiënt te weinig vitamines en mineralen binnen, er ontstaan tekorten.

- De patiënten zijn, gek genoeg, hyperactief. Je zou natuurlijk juist denken dat zij heel de dag maar niks doen, omdat zij gewoon geen krachten meer hebben om iets te doen.

Die hyperactiviteit komt onder andere door een tekort aan dopamine. Dit wordt later in het werkstuk nog besproken, dus wil ik het hier verder laten rusten.

Hyperactiviteit ontstaat ook doordat er een complexe wisselwerking bestaat tussen perifere en centrale regelsystemen op het gebied van eetgedrag.

Wanneer we die hyperactiviteit op de één of andere manier kunnen verminderen, zal dit leiden tot een betere behandeling van anorexia nervosa. Maar tot nu toe zijn er nog geen doeltreffende geneesmiddelen gevonden, die hiervoor beschikbaar zijn.

De cijfers

Anorexia nervosa komt voor bij 1.5 op de 1000 vrouwen. Dat betekent in Nederland ongeveer 5.600 mensen. Van de patiënten die anorexia hebben is 95% vrouw. Dus over het algemeen meer vrouwen dan mannen. 370 van de 100.000 jonge vrouwen (15-29 jaar) lijden aan anorexia nervosa. Ieder jaar komen in Nederland hier zo'n circa 5500 jonge vrouwen bij. Van alle psychiatrische ziekten overlijden de meeste mensen aan anorexia nervosa of boulimia nervosa.[2]

Anorexia nervosa ooit in het leven[3]
Anorexia nervosa ooit in het leven

Anorexia nervosa ooit in het leven

Bronvermelding

www.agirl.nl

www.encyclo.nl

www.schildklier.org

2. Veroorzakende factoren

De etiologie (= de oorzaak van een ziekte) van anorexia nervosa is nog steeds onbekend. Men neemt aan dat de stoornis door meerdere factoren bepaald is. Opvallend is dat de genetische factoren in de literatuur over anorexia nervosa slechts als bijzaak worden genoemd. Hieronder willen wij een aantal veroorzakende factoren noemen:

Psychisch

Verscheidene factoren

Een belangrijke rol in de oorzaak en instandhouding van anorexia nervosa speelt de psyche van de patiënten. Algemeen is bekend dat anorexia nervosa patiënten niet werkelijk inzien hoe dun ze zijn, ze hebben psychisch een mismaakt en vet beeld van zichzelf. Onder andere op de documentaire “Vel over been”[4] kwam dit naar voren: De anorexia nervosa patiënten werden gevraagd om met een koord een rondje te maken ter grote van hun middel. Vervolgens mat de therapeut hun echte middelomtrek en in alle gevallen hadden de anorexia nervosa patiënten hun eigen middelomtrek veel groter geschat dan deze in werkelijkheid was! In Bruch's theorieën wordt het bevestigd dat een anorexia patiënt een verkeerd beeld heeft van zichzelf. Een normaal ontwikkeld mens heeft een redelijk nauwkeurige psychologische constructie van zijn lichaam, bij anorexia nervosa patiënten ligt dat anders. Zij zien zichzelf vaak niet zoals ze zijn, maar in een somatische waan, hun beeld wordt bepaald door emotionele conflicten. Hiermee bedoelen we dat hun emotie in conflict, oftewel in meningsverschil is met de realiteit. Een voorbeeld hiervan is dat een patiënt moeite had verschil te zien tussen twee foto's van haar lichaam, ook al was het verschil in lichaamsgewicht zeventig pont! Volgens de klassieke theorie van Bruch is anorexia nervosa ‘een verlangen naar zelfrespect, die zich uit door het weigeren van voedsel. Uiteindelijk leidt dit tot een verkeerd beeld van hun lichaam en zien ze niet meer hoe dun hun lichaam is'. [5]

Andere psychologische factoren zijn zelfbestraffing, een dwanggedachte om dun en aantrekkelijk te zijn (mede veroorzaakt door media en cultuur) en een perfectionistische persoonlijkheid. Bovendien ontwikkelen ze een soort angst tegen vet, zij gaan dit zien als een groot gevaar. Uit studies is gebleken dat anorexia nervosa patiënten vaak eerst niet tevreden zijn met hun uiterlijk, dit komt soms voort uit allerlei onzekerheden waardoor ze vreemde conclusies gaan trekken (‘Wanneer ik 10 kilo minder weeg, zullen mensen mij leuker en aantrekkelijker vinden) en daarom beginnen ze met een vrij typisch dieet. Dit dieet gaat hun steeds meer in beslag nemen, evenals de weegschaal. Of ze nu succes hebben of een tegenvaller, alles brengen ze in verband met hun lichaamsgewicht. Uiteindelijk leidt dit perfectionisme tot anorexia nervosa.

De reden dat de meeste eetstoornissen in de puberteit ontstaan, geeft aan dat anorexia nervosa in verband staat met grote psychologische en lichamelijke ontwikkelingen. Wanneer ze na de puberteit ontstaan zijn heeft dat ook in veel gevallen te maken met bijzondere gebeurtenissen, zoals het overlijden van een geliefde.

Perfectionisme

Omdat perfectionisme een belangrijke rol speelt in anorexia nervosa willen we daar nu dieper op ingaan. Veel mensen zien perfectionisme als een negatieve karaktertrek, dit is echter niet terecht! Allereerst omdat het verschilt er verschil is in motivatie van perfectionisten en ten tweede zijn er verschillende soorten perfectionisme.

1. Op jezelf gericht perfectionisme

Deze mensen stellen hoge eisen aan zichzelf, maar niet per se aan anderen. Het wordt een slecht perfectionisme wanneer ze niets meer aan anderen kunnen overlaten en ze hen hun onvermogen kwalijk nemen. Anorexia patiënten die lijden aan deze vorm van perfectionisme kunnen bijvoorbeeld zeer trots zijn dat ze koekjes kunnen weerstaan en minachten ten diepste lijnende mensen die het niet kunnen. Het is ook mogelijk dat het ze niet uitmaakt of anderen dik of dun zijn, als ze voor zichzelf maar volhouden en zo tonen karakter en standvastigheid te hebben.

2. Sociaal gemotiveerd perfectionisme

Dit soort perfectionisten willen alles perfect doen omdat ze denken dat andere mensen hun enkel waarderen als ze perfect zijn. Zij gaan lijnen omdat ze menen dan beter gewaardeerd te worden door anderen, hoewel ze zelf hun lichaam tot op zekere hoogte prima vinden.

3. Op anderen gericht perfectionisme

Wanneer we van anderen verwachten dat ze perfect handelen, werk afleveren en zijn dan behoren we tot deze categorie. Als dit niet het geval is denken ze dat men dat expres doet omdat wij niet belangrijk genoeg zijn. Dit gaat vaak gepaard met korte vriendschappen en met gedachten lezen en denken voor anderen.

Sociaal

Het karakter van anorexia nervosa is erg modern. Want anorexia-patiënten worden onder andere ook erg beïnvloedt door het slankheidsideaal wat je tegenwoordig overal tegenkomt. Je hoeft maar een krant open te slaan, waarin een mooie, slanke dame instaat. En tja, vrouwen willen zo'n ‘voorbeeld' graag navolgen. Maar, deze invloed van het westerse slankheidsideaal komt niet alleen tot ons via de media, maar manifesteert zich ook in de sociale omgeving. Wanneer een ouder ongezond aan het lijnen is, nemen hun kinderen dit ongezonde lijngedrag gemakkelijk over. Verder gebeurt het ook vaak in gezinnen dat er continue opmerkingen gemaakt worden over lichaamsomvang, uiterlijk en gewicht. Dit door bijvoorbeeld familieleden enzovoorts. Zulk soort opmerkingen kunnen dan een aanleiding geven om te gaan lijnen. En dit vaak onnodige lijngedrag kan leiden tot anorexia. Wanneer de persoon die de opmerking maakt voor iemand erg belangrijk is, zal het schadelijke effect waarschijnlijk nog groter zijn.

Wat ook tegenwoordig een reden kan zijn om overbodig te gaan lijnen, speelt zich bijvoorbeeld af in de wereld van sport, topmodellen enzovoorts. Vrouwen lopen dan een veel grotere kans om door te schieten in dit lijngedrag. Zodat er zich dus anorexia ontwikkelt.

Ook kunnen ingrijpende traumatische gebeurtenissen leiden tot anorexia. Bijvoorbeeld incest, lichamelijk of geestelijk geweld, een huwelijk dat kapot gaat of door het overlijden van iemand in de naaste omgeving.

Nu leeft er bij deze oorzaak ook nog een vraag: waarom vooral vrouwen? De oorzaak hiervan is waarschijnlijk omdat heel de samenleving gericht is op de schoonheid en aantrekkelijkheid van een vrouw. En wanneer je aantrekkelijk wilt zijn, ‘behoor je slank te zijn'. Het lijkt haast wel of er een norm gesteld wordt, die vrouwen maar op moeten volgen. En slankheid is niet alleen een norm voor schoonheid, maar ook een teken van gezondheid en een bewijs van succes. Deze druk om aantrekkelijk te zijn neemt ook steeds meer toe bij mannen, maar dan meer om een gespierder/atletischer lichaam te hebben. Hierbij hoef je dus niet te lijnen of wat dan ook.

Maar door recent onderzoek is bewezen dat anorexia helemaal niks te maken heeft met een schoonheidsideaal. Hierover is meer te lezen onder het kopje onderzoeken…

Lichamelijk

Vrouwen ondergaan tijdens de puberteit een soort van “vetspurt”. Dit wanneer de borsten zich gaan ontwikkelen en de eerste menstruatie heeft plaatsgevonden. Er vindt vanaf die tijd bij hen een opeenstapeling van grote hoeveelheden onderhuids vet plaats, dat een gemiddelde van ongeveer 24 kilo aan hun gewicht toevoegt. De lichamelijke veranderingen die gepaard gaan met de puberteit dwingt de puber tot een grondige reorganisatie van haar lichaamsbeeld, die − in combinatie met haar stijgende bekwaamheid voor zelfkritiek − kan resulteren in een preoccupatie op haar lichaam en met de reacties van anderen op haar lichaam. Er is bewijs dat deze puberale veranderingen zijn gekoppeld aan preoccupatie met gewicht en diëten in normatieve populaties. Daarnaast hebben vroegrijpe meisjes meer kans om een eetstoornis te ontwikkelen dan de meisjes die lichamelijk later beginnen te ontwikkelen.

Maar tot nu toe zijn er nog geen heldere aanwijzingen die bewijzen dat eetstoornissen een lichamelijke oorzaak hebben. Er wordt voortdurend onderzoek gedaan naar erfelijkheid, zinktekort en de invloed van neurotransmitters, maar die onderzoeken hebben nog niet tot een concreet resultaat geleid.

Biologisch

Biologische theorieën kijken vooral naar lichamelijke verschijnselen en afwijkingen van anorexia. Er hebben al veel onderzoeken plaatsgevonden om te zoeken naar een biologische factor. Maar tot nu toe heeft men nog steeds niet een exacte biologische aanleiding gevonden voor anorexia. Wel spelen lichamelijke factoren een belangrijke rol bij het steeds meer ontwikkelen van een eetstoornis. En dat heeft ongetwijfeld te maken met biologische invloeden. Bijvoorbeeld een maag die lijkt te verkleinen doordat er minder gegeten wordt. Hierdoor worden de hoeveelheden die verteerd kunnen worden langzaamaan kleiner en het duurt langer voordat dat maag leeg is. Hierdoor hebben anorexiapatiënten erg snel al het idee dat ze vol zitten. Wanneer ze dan zichzelf dwingen om voedsel in te nemen, leidt dat juist vaak tot misselijkheid en braakneigingen.

Er zijn wel een aantal biologische factoren die anorexia kunnen veroorzaken. Die worden hieronder nader verklaard:

Genetisch

Op genetisch gebied is men nog steeds veel onderzoek aan het doen. Vooral ook met tweelingen. Een eeneiige tweeling is genetisch identiek aan elkaar verwant. Als een van beiden lijdt aan anorexia nervosa, heeft men vastgesteld dat de tweelingzus ongeveer vijfenzestig procent kans heeft om ook anorexia te krijgen. Bij een twee-eiige tweeling heeft de andere tweelingzus er vijf procent kans op. Hieruit kunnen we dus wel opmaken dat er wel degelijk sprake is van erfelijkheid. Maar, hiermee is nog niet bewezen dat het in dit geval echt om erfelijkheid gaat. Want alle tot nog toe onderzochte tweelingen groeiden samen op in hetzelfde gezin. De overeenkomst zou dan dus ook verklaard kunnen worden door de gemeenschappelijke opvoeding.

In 1988 is er een onderzoek geweest (het onderzoek van Holland e.a.) dat op zoek ging naar genetische factoren voor anorexia nervosa. Dit onderzoek was eigenlijk het eerste goed uitgevoerde onderzoek dat sterke aanwijzingen geeft voor het belang van genetische factoren bij anorexia nervosa. Ook zij gingen te werk aan de hand van tweelingonderzoek. Holland e.a. concludeerden op grond van hun onderzoeksresultaten dat er bij anorexia nervosa sprake is van een genetische vulnerabiliteit (= kwetsbaarheid), die afhankelijk van bepaalde omgevingsfactoren tot uiting kan komen als anorexia nervosa. Deze conclusies sluiten aan bij huidige opvattingen over het ontstaan van psychische stoornissen.

Hoewel er dus sprake is van een genetische predispositie (= de aanleg voor mogelijke erfelijke aandoeningen) voor anorexia nervosa, blijft het vooralsnog onduidelijk hoe groot het relatieve belang van erfelijkheid is bij het ontstaan van anorexia nervosa. Het tot op heden verrichte onderzoek biedt daar geen uitsluitsel over.

Onlangs hebben op dit gebied verschillende onderzoeken plaatsgevonden.

Nederlandse onderzoekers vonden bij 11% van de anorexiapatiënten eenzelfde genetische mutatie waardoor minder van een bepaald eiwit dat de eetlust stimuleert wordt aangemaakt. De onderzoekers denken dat het defecte gen wordt geactiveerd zodra iemand gewicht verliest, waardoor men in een soort vicieuze cirkel terechtkomt. Indien een dergelijk genetisch defect inderdaad een rol speelt bij bepaalde anorexiapatiënten, dan zou dit op termijn perspectief kunnen bieden op behandeling. Verder is er bijvoorbeeld ook een kleinschalig vooronderzoek geweest door Zweedse onderzoekers. Uit hun onderzoek kwam onder andere naar voren dat veel vrouwen met anorexia nervosa bepaalde antistoffen produceren, die zich verzetten tegen de stoffen in de hersenen die mede voor het hongergevoel zorgen. Dit was een erg belangrijke vondst. Minder leuk is dat de onderzoekers de antistoffen ook bij sommige gezonde vrouwen hebben aangetroffen. Dit zou dan misschien juist zeggen dat elke vrouw die antistoffen heeft, op bepaalde tijden bijvoorbeeld. Hierom volgt er nog nader onderzoek. Ook Amerikaanse onderzoekers zijn aan de slag gegaan op het gebied van erfelijke aanleg voor anorexia. Zij hebben bij een aantal mensen met anorexia een andere versie aangetroffen van de genen HTR1D en OPRD1. De genen zijn gelegen op de korte arm van chromosoom 1 en spelen een rol bij de gevoeligheid van de hersenen voor signaalstoffen zoals serotonine. Ook bij hen volgt nog een verder onderzoek.[6]

Zink

Zink speelt een belangrijke rol in de samenstelling van vele eiwitten (m.n. enzymen). Zink heeft onder andere een ordende functie in de productie van allerlei celproducten. Hierbij kunnen we denken aan hormonen, proteïnen en enzymen, net zoals van DNA (en RNA) zelf. Daarom is zink ook enorm belangrijk voor alle celgroei- en differentiatieprocessen. Voorbeelden hiervan zijn het immuunsysteem, de zwangerschap, wondgenezing en de groei bij kinderen.

Zink is voor een mens ook noodzakelijk om te kunnen proeven. Wanneer er sprake is van een zinktekort in een menselijk lichaam, dan gaat dat vaak gepaard met een gebrek aan eetlust. Dit is ook een van de kenmerken van zinktekort. Er wordt beweerd dat zink een belangrijke rol speelt bij de regulering van eetlust bij patiënten met anorexia nervosa.

Vrouwen met anorexia nemen gemiddeld per dag maar 2 mg zink toch zich, terwijl de aanbevolen hoeveelheid 15 mg is. Gevolgen van dit zinktekort leiden tot huid- en haarproblemen. Omdat het onduidelijk is of het zinktekort bij patiënten de oorzaak van anorexia nervosa is of dat het er de oorzaak van is dat de ziekte zo hardnekkig stand houdt, heeft men een onderzoek gedaan met ratten. Het blijkt dat deze dieren, wanneer zij een zinkvrij dieet krijgen binnen enkele dagen veel minder gaan eten en afvallen; binnen enkele uren na zinkaanvulling wordt hun eetgedrag weer normaal. De onderzoekers vermoeden dat een zinktekort de oorzaak is van de hardnekkigheid van abnormaal eetgedrag bij bepaalde patiënten.

Neurotransmitters

Het is bewezen dat anorexiapatiënten een abnormaal lage concentratie van bepaalde neurotransmitters hebben, zoals dopamine en noradrenaline. Hieronder wil ik iets uitgebreider ingaan op afzonderlijk de werking van neurotransmitters en de neurotransmitters dopamine en noradrenaline.

De werking van neurotransmitters

Wat veel mensen niet weten, is dat neurotransmitters ook gewoon hormonen zijn. Neurotransmitters behoren tot de paracriene hormonen. Paracrien houdt in dat een cel een hormoon afgeeft aan de directe celomgeving zodat het de naburige cellen informeert. Neurotransmitters geven hun boodschap af via synapsen (= kanaaltjes) zodat de boodschap niet over grote afstanden hoeft te circuleren. Neurotransmitters worden door eiwitten geproduceerd en hebben een erg belangrijke functie in de hersenen. Neurotransmitters beïnvloeden onder andere onze eetlust, stemmingen, slaap en onze reactie op pijn.

Bepaalde soorten cellen, neuronen genaamd, zijn de bouwstenen van de hersenen. Deze neuronen hebben contact met elkaar door middel van neurotransmitters en elektrische impulsen. Op dergelijke neuronen zitten receptoren. Receptoren zijn bepaalde eiwitmoleculen die gevoelig zijn voor prikkels. De neurotransmitters komen met deze receptoren in contact via de synapsen, waar de neurotransmitter eerst doorheen ‘zwemt'. Vervolgens wordt de boodschap met behulp van neurotransmitters en elektrische signalen doorgegeven aan de hersenen. De reis van neurotransmitter naar de hersenen gaat via de andere neuronen. Dus door middel van neurotransmitters wordt informatie vanuit het ene neuron overgebracht in het andere neuron. Als de neurotransmitter klaar is met zijn werk zijn er twee opties: of hij blijft of in de circulatie doordat hij wordt opgenomen door zijn neuron, of hij wordt afgebroken door een enzym.

- Dopamine

Een zeer belangrijke neurotransmitter is dopamine. Dopamine regelt het contact tussen de zenuwen en speelt een belangrijke rol bij enkele hersenprocessen:

1. De bewegingscontrole

2. Het denkproces, met name de planning v.d. denkprocessen en het doelgericht handelen.

3. Het regelen van emoties en motivaties.

Dopamine.svgNu kunt u zich af vragen wat dit te maken heeft met anorexia nervosa. De relaties tussen anorexia nervosa en dopamine ligt in de enorme hyperactiviteit van een anorexia nervosa patiënt. Sinds kort is geconstateerd dat dopamine meewerkt aan de enorme hyperactiviteit waarover een anorexiapatiënte beschikt. Wanneer iemand weinig eet, wordt er meer dopamine actief in de hersenen. Hierdoor wordt een patiënt hyperactief. Wanneer dit proces geremd zou worden, zal de patiënt dus ook minder hyperactief worden. Want een hyperactiviteit leidt alleen maar tot nog meer afbraak van calorieën. Dit staat een behandeling meestal in de weg.

Recent heeft men onderzoek gedaan met ratten, om te kijken in hoeverre dopamine de hyperactiviteit van een anorexia-patiënt beïnvloedt. Het vreemde was dat hoe minder voedsel de ratten kregen, des te meer ze gingen rennen in hun loopwiel. Oftewel, de hoeveelheid energie die ze innamen was kleiner dan de verbruikte hoeveelheid energie. Wanneer men de ratten een medicijn gaf dat het dopamine onderdrukte, werd hun activiteit weer lager en hun gewicht hoger.

Het is misschien mogelijk om aan de hand van deze informatie, dus over de invloed van dopamine op hyperactiviteit, in de toekomst medicijnen te ontwikkelen die anorexiapatiënten kunnen helpen. Deze medicijnen zouden ervoor moeten zorgen dat de hersenen het signaleren van dopamine tegengaan. Het tekort aan dopamine is niet een veroorzakende factor. Want wanneer het gewicht zich weer zou herstellen, nemen die concentraties aan neurotransmitters (zoals dopamine) weer toe tot op het normale niveau. [7]

- Noradrenaline (norepinephrine)

Een tekort aan noradrenaline zorgt ervoor dat de anorexiapatiënte depressief is. Hier is gelukkig wel een medicijn tegen, namelijk antidepressiva. Dit medicijn remt in meer of mindere mate de heropname van noradrenaline. Wanneer dit medicijn wordt toegediend, neemt de hoeveelheid noradrenaline in de hersenen dus weer toe. Men is er alleen nog niet zeker van of noradrenaline erfelijk is of pas later ontstaan.

o Bronvermelding

# Artikel uit tijdschrift voor Psychiatrie 34 (1992) 5: A.C. van Reekum, J. Dirkx en G. Nabarro, Anorexia nervosa en erfelijkheid, De betekenis van tweelingonderzoek

# Bernstein, Clarke-Stewart, Roy, Wickens, 1997, Psychology, U.S.A.: Houghtoun Mifflin Company

# Charles Wenar / Patricia Kerig, Developmental Psychopathology, 1983, U.S.: The McGraw-Hill Companies

# www.erfelijkheid.nl

# www.circadian.nl

# www.dokterdokter.nl

# www.medinews.be

# www.trimbos.nl

# www.gezondheidsnet.nl

3. Somatische gevolgen van anorexia nervosa

Zoals te begrijpen reageert het lichaam op het ernstige tekort aan voedsel, en daarmee aan vitaminen, mineralen en andere voedingsstoffen. Bovendien gebruiken anorexia nervosa patiënten vaak hulpmiddelen zoals laxeer- en plaspillen, braken ze regelmatig en hebben ze een afwijkende vochtbalans. Verschillende van deze lichamelijke gevolgen willen wij bespreken, om zo nogmaals te benadrukken hoe ernstig deze ziekte is!

3.1 Neuro-endocriene stoornissen

Neuro-endocrien betekent de relatie tussen de hersenen en hormonen en andere klieren.

Geslachtshormonen en onvruchtbaarheid

Amenorroe, het wegblijven van de menstruatie, wordt veroorzaakt door verminderde werking van de hypofyse en hypothalamus en daarmee een verminderde functie van de eierstokken. Bij een gewichtsverlies van 15% van het ideale gewicht treedt amenorroe op. Uit onderzoek is gebleken dat bij meer dan 20% van de patiënten van de vrouwen de menstruatie nooit meer op gang komt. Het ondergewicht en andere kenmerkende factoren van anorexia nervosa patiënten (o.a. lichamelijke hyperactiviteit) leidt tot ontregeling van FSH (follikelstimulerend hormoon) en LH (luteïniserend hormoon), deze hormonen regelen vanuit het centraal zenuwstelsel de aanmaak van geslachtshormonen door de eierstokken. Tijdens de ziekte en na herstel is de vruchtbaarheid verminderd. De kans op complicaties tijdens zwangerschap bij moeder of kind is echter

nauwelijks verhoogd. Wanneer een vrouw met een eetstoornis zwanger raakt, dan is het van groot belang dat ze hulp zoekt en een normaal eetpatroon krijgt. Wanneer ze nauwelijks blijft eten, verkeerd de baby in groot levensgevaar!

Schildklierhormonen

Bij anorexiapatiënten kunnen de waarden van de schildklierhormonen (T4, T3, ‘reserve'T3) sterk afwijkend zijn. Ook de aansturing van de schildklier vanuit de hypothalamus en hypofyse kan ontregeld zijn. Wanneer we kijken naar het weefselniveau dan zien we een normale functie van de schildklierhormonen; dit wordt ook wel het éuthyroid sick syndrome' genoemd. Dit syndroom zien we terug bij allerlei ziektes met cachexie (algehele uitputting). We kunnen het namelijk beschouwen als een reactie van het lichaam op het tekort aan energie, het is een door de natuur bepaalde, energiebesparende aanpassing. Hieruit kunnen we concluderen dat we de

Glucosestofwisseling

Lage glucoses (bloedsuikers) komen voor wanneer de patiënt ernstig ondergewicht heeft. Het glucosegehalte neemt ook direct weer toe bij vermeerderde voedselinname. Het tekort wordt veroorzaakt doordat de glycogeenvoorraden in de lever zijn uitgeput en door de gestoorde aanmaak van glucose. Hypoglykemisch coma (coma door verlaagde spiegel van glucose in het bloed) is zeldzaam, maar heeft een hoog sterftecijfer.

3.2 Cardiale afwijkingen (hartafwijkingen)

Bij meer dan 80% van de patiënten met anorexia treden hartafwijkingen op. Bovendien is plotselinge hartdood een belangrijke doodsoorzaak van de patiënten.

Veel patiënten hebben een te lage bloeddruk (bovendruk lager dan 90 en/of onderdruk lager dan 60 mm Hg) en vertraagde hartfrequentie (aantal hartslagen, dus ook de frequentie aan de pols, lager dan 50 per minuut), deze afwijkingen ontstaan door het energietekort vanwege het te lage gewicht. Een andere afwijking is de mitraalklepprolaps (zie bron 3.1) De ECG-scan wijkt vaak sterk af, met name een verlengd QT-interval, wat wordt veroorzaakt door autonome functiestoornissen (functies die in het zenuwstelsel geregeld worden, en onafhankelijk zijn van de menselijke wil). Bij een verlengd QT-interval bestaat een verhoogd risico op acute hartdood.

3.3 Osteoporose

Osteoporose is een ander woord voor botontkalking en betekent letterlijk ‘poreuze botten'. Veel gevolgen van deze stoornis herstellen na verloop van tijd, dit is helaas niet het geval bij osteoporose. De botten van mensen groeien voornamelijk tijdens de puberteit, zowel in grote als in densiteit. Onder botdensiteit verstaan we de dichtheid van het bot, de massa van de stof per volume-eenheid. In deze periode wordt de piekbotmassa bereikt, daarna degenereert het bot langzaam maar zeker. De piekbotmassa van vrouwen ligt lager dan die van mannen. Omdat de stoornis voornamelijk ontstaat bij meisjes tussen de twaalf en achttien jaar oud, wordt hun groei van de botten sterk geremd. De piekbotmassa wordt bovendien beïnvloedt door verhoogde cotisolwaarden, extreme fysieke activiteit, ondervoeding, te weinig inname van vitamine C en D, een laag lichaamsgewicht, hypo-oestrogenemie en verlaagde waarden van insulin-like growth-factor 1[8]. Natuurlijk hangt de botdensiteit van anorexia-nervosa-patiënten samen met de duur van de ziekte, leeftijd waarop de stoornis aanving en de body—mass-index (BMI). Hoe later het begon en hoe kleiner de ziekteduur was, des te geringer zijn de gevolgen wat osteoporose betreft.

De diagnose van osteoporse vindt plaats door botdensitometrie, hierbij meet men de botmineraaldichtheid (bmd) ter hoogte van de wervelkolom en de fermurkoppen. Men verwacht van te voren een bepaalde piekbotmassa, passend bij leeftij, geslacht en ras. Wanneer de gemeten waarde daar 2,5 of meer standaarddeviaties van afwijkt dan spreekt men van osteoporose.

Over het herstel van osteoporose is veel onzekerheid, het is echter van groot belang dat anorexia-patiënten zo snel mogelijk weer gezond gaan eten. Voornamelijk extra vitamine C en D inname wordt geadviseerd. Men raadt inname van hormonen die het lichaam zelf nog te weinig aanmaakt (met name geslachtshormonen) af, omdat dat het natuurlijk herstel van de menstruatie afremt. Bovendien neemt het een belangrijk symptoom van de ziekte weg, namelijk amenorroe.

3.4 Afwijkingen in bloed en immuunsysteem

Beide, de bloedplaatjes en de bloedcellen, kunnen afwijkende waarden vertonen. De oorzaak hiervan is tot nog toe onbekend. Naar verhouding komt tekort aan rode bloedcellen (anemie) veel minder vaak voor dan een te laag aantal witte bloedcellen (leukopenie).

Door het microscopisch onderzoeken van het beenmerg van patiënten blijkt dat het aantal stamcellen is verlaagd, stamcellen zijn de voorlopers van bloedcellen. Hierdoor wijkt het immuunsysteem van anorexia nervosa patiënten op allerlei fronten af. De gevolgen hiervan m.b.t. virusinfecties zijn nog vrij onduidelijk; de patiënten met anorexia nervosa reageren namelijk anders op de infectie, de normale verschijnselen zoals koorts, toename van het aantal witte cellen (leukocyten) in het bloed en een hoge BSE (bezinking) ontbreken, dit bemoeilijkt de diagnose.

3.5 Afwijkingen in de maag en darmen

Veel patiënten hebben suggestieve klachten wat betreft hun maag en/of darm. Nadat herstel optreedt, verminderen echter ook deze klachten. Aan het begin van het herstelproces hebben de meeste anorexia nervosa patiënten last van vertraagde maagontleding, dit geeft een opgeblazen gevoel, en voelt voor hen aan als vetafzetting in de buik.

3.6 Braken, laxeren en gebruik van plastabletten (diuretica)

Hoewel het effect gering is, komt braken veelvuldig voor bij anorexia nervosa patiënten. De kleine effectiviteit komt doordat het eten de maag meestal als is gepasseerd voordat men braakt. Sommige patiënten braken meer dan vijftien maal per dag. Oorzaken zijn onder andere een direct effect van de vreetbuien, irritatie door maagzuur en disfunctioneren van de autonome functies.

Ook het effect van deze handeling is gering, de laxeermiddelen werken namelijk op de dikke darm, terwijl het grootste deel van het voedsel(inclusief de caloriën) wordt geresorbeerd in de dunne darm. Veel anorexiapatiënten weten dit echter niet en maken veelvuldig gebruik van allerlei laxeermiddelen en combinaties; contactlaxantia zoals bisacodyl, laxerende thee en sorbitolbevattende kauwgom. In de loop van de ziekte kan de hoeveelheid laxeertabletten oplopen tot wel honderd tabletten per dag! Wanneer men de met behulp van endoscopie de darmen van dergelijke anorexiapatiënten onderzoekt, treft men slijmvlieslesies en pseudomelanosis coli aan. Dit is een zwarte verkleuring van het darmslijmvlies, in principe veroorzaakt dit geen klachten of afwijkingen. Een gevaarlijk gevolg van veelvuldig gebruik van laxeermiddelen is de stagnatie van het gedeelte van ontlasting van de dikke darm. Dit komt doordat de spiercontracties van de darmwand nagenoeg geheel verdwenen zijn. Ook kunnen er extreme verbredingen van de distale vingerkootjes ontstaan, ook wel trommelstokjes genoemd. Wanneer de patiënt stopt met het innemen van laxerende middelen zal hij zij te maken krijgen met een moeilijke stoelgang, een opgeblazen gevoel en oedemen (vochtophopingen). Het duurt enkele weken voor de stoelgang weer normaal zal verlopen.

Gemiddeld gezien maakt men minder gebruik van diuretica, men vermoedt dat dit komt door de bijwerkingen en het kleine effect op gewichtsverlies. Bij veelvuldig gebruik krijgt de patiënt last van de volgende bijwerkingen: uitdroging, verlaagd kalium in bloed en lichaamscellen, andere elektrolytstoornissen en verstoringen van de water- en zouthuishouding. Wanneer de patiënt staakt met het innemen van plastabletten treden meestal oedemen op.

a. Effecten op de elektrolytenconcentraties, zuur-, base- en vochtbalans[9]

Om te beginnen willen we in het kort weergeven wat elektrolyten zijn, waarvoor ze van belang zijn en wat er gebeurt wanneer de elektrolytenconcentraties uit balans zijn.

Elektrolyten zijn zouten die verdeeld zijn in de extracellulaire vloeistof (buiten de lichaamcellen) en de intracellulaire vloeistof (in de lichaamscellen). Deze twee delen zijn met elkaar in balans, een elektrolytenbalans. Buiten de cellen vinden we voornamelijk chloride, bicarbonaat en natrium, in de lichaamscellen calcium, kalium en magnesium. Elektrolyten spelen een belangrijke rol in de volgende processen:

- Het functioneren van cellen

- Zorgen voor een juiste verdeling van het hoeveelheid vocht in en buiten de cellen (vloeistofbalans).

- Het transport van afvalstoffen en voedingsstoffen in en uit de cel.

- Goed functioneren van zenuwen en spieren.

- Absorptie van sommige eiwitten en suikers uit het spijsverteringskanaal.

Wanneer de elektrolytenbalans verstoort raakt, treden er matige tot zeer ernstige verschijnselen op. Deze balans blijft onverstoord wanneer er een juist evenwicht is tussen de concentratie elektrolyten dat het lichaam opneemt uit de voeding en de hoeveelheid die verwijdert wordt uit het lichaam. Onder meer de volgende drie factoren kunnen de elektrolytenbalans verstoren: niet kunnen slikken, ouderdom en uithongering. Deze drie factoren verstoren het evenwicht omdat de persoon te weinig zouten inneemt bij zijn voeding. Het kan ook zijn dat een persoon wel voldoende zouten opneemt via zijn voeding, maar dat hij deze verliest via het spijsverteringskanaal, of de urine. Verlies via het spijsverteringskanaal wordt vaak veroorzaakt door braken, diarree, fistels en verstopping. Verlies via de urine wordt veroorzaakt door onder andere nierziekte, slechtere nierfunctie of gebruik van diuretica. Verlies via zweed (de huid) en ademhalingsstelsel speelt slechts een zeer geringe rol.

Met namen bovengenoemde drie handelingen (braken, laxeren en het gebruik van diuretica) hebben effect op de elektrolytenconcentraties en vochtbalans van anorexia nervosa patiënten. De volgende verschijnselen treden dan naar voren:

1. Hypokaliëmie: een abnormaal lage bloedkaliumspiegel (hypo=abnormaal laag, emie=gehalte van het bloed) bij braken en laxantia.

2. Hypochloremie: een abnormaal laag chloorgehalte van het bloed bij laxantia.

3. Hyponatriëmie: een abnormaal laag natriumgehalte van het bloed bij

4. Metabole alkalose: zuurtekort in het bloed, zichtbaar door een verhoging van de pH (> 7,43).

5. Metabole acidose: verschuiving van het zuur-base-evenwicht naar de zure kant (pH wordt lager).

6. Lage concentraties magnesium, fosfaat en calcium.

7. Dehydratie: tekort aan vocht in weefsels of onttrekking van vocht aan de weefsels.

8. Rebound oedeem: als de patiënt stopt met het gebruik van ‘afvalmiddelen', wordt de hoeveelheid vocht in het lichaam snel aangevuld omdat er geen extra vocht verloren gaat door braken, purgeren of misbruik van diuretica. Het regelmechanisme is echter nog ontregeld en gaat nog enige tijd door met zoveel mogelijk vocht vasthouden en zo min mogelijk urine af te scheiden. Pas na enkele dagen tot weken zijn de regelmechanismen aangepast aan de nieuwe situatie. In deze tussenperiode kan het gewicht met vier tot vijf kilogram toenemen. Het is dus van groot belang dat de patiënt goede begeleiding krijgt tijdens deze periode, anders kunnen ze zeer ongerust worden over de plotselinge grote lichaamsgewichttoename!

9. (fatale) waterintoxicatie

De gevolgen van elektrolytstoornissen zijn niet gering: acute hartdood, cardiomyopathie(ziekte van de hartspier) en geleidings- en ritmestoornissen. Verder komen nierfunctiestoornissen en concentratiestoornissen veel voor.

3.8 Conclusie

In deze deelvraag hebben we verschillende lichamelijke gevolgen van anorexia belicht. Hoewel de meeste complicaties in de loop van de tijd weer herstellen geldt dit niet voor alle kwalen. We zijn tot de conclusie gekomen dat de patiënten beter voorgelicht moeten worden over de effecten van onder andere laxeren, purgeren en misbruik van laxantia. Het is triest wanneer we beseffen dat deze effecten zeer gering zijn, terwijl dat de lichamelijke gevolgen (zeker bij langere periode van gebruik) soms zeer ernstig zijn. Andere lange-termijneffecten zijn verminderde vruchtbaarheid, osteoporose en osteoporotische botbreuken. Tenslotte is het belangrijk om bij het herstel van patiënten herhaaldelijk anamnese en lichamelijk onderzoek te doen. Bij anorexia van het purgerend type zijn de risico's in de eerste twee weken van hervoeden namelijk het grootst.

4. Recente onderzoeken met betrekking tot anorexia nervosa

De laatste tijd dringt het steeds meer door bij de mensen; anorexia nervosa is een zeer gevaarlijke, voor vijftien tot dertig patiënten per jaar in Nederland, zelfs dodelijke ziekte[10]. Bovendien heeft men nog steeds niet de oorzaak van deze ziekte kunnen vinden. Voor wetenschappers dus interessante materie. Nadat we in de vorige deelvragen de ziekte uitgebreid behandelt hebben zijn we er nu klaar voor om in deze deelvraag verschillende recente onderzoeken door te nemen; van onderzoeken naar de oorzaak tot onderzoeken naar de instandhouding van deze ernstige ziekte.

Dopamine en hyperactiviteit

Zoals we als schreven bij de oorzaken van anorexia nervosa hebben anorexiapatiënten een sterke drang om te vermageren tot een buitengewoon laag lichaamsgewicht. Deze sterke daling in gewicht leidt tot hyperactiviteit[11], vanwege het strenge diëten en de verhoogde lichamelijke beweging activeren de hersenen namelijk het dopaminerge beloningssysteem in de hersenen. Tegelijkertijd wordt het noradrenerge attentiesysteem ook continue geactiveerd door de verminderde voedselopname[12], dit veroorzaakt geconditioneerd anorectisch gedrag (gedrag dat is aangeleerd, dat onder bepaalde condities tot stand is gekomen en wat vervolgens een gewoonte wordt).

Linda Verhagen, promovenda aan de Universiteit van Utrecht, onderzocht de invloed van dopamine met een diermodel. Ze gebruikte vrouwelijke ratten die ze, nadat ze gewend waren aan de omgeving, minder gelegenheid tot eten gaf. Dit resulteerde in een verhoogde activiteit van de ratten; ze gingen meer in het loopwiel rennen. Bij ratten met anorexia nervosa zien we hetzelfde optreden als bij anorexia nervosa patiënten: Ze gaan steeds minder eten en vallen steeds meer af, hierdoor daalt hun lichaamstemperatuur en ze worden hyperactief. Toen Verhagen een middeltje toediende dat de signalering van dopamine in de hersenen onderdrukt, werden de dieren weer minder actief en kwamen ze aan.

Serotonine

Wat is serotonine?

Serotonine is een neurotransmitter, een groep van chemische boodschappers, die zorgen voor de communicatie tussen de hersenen en het lichaam. De boodschappers reizen van het ene neuron (of zenuwcel) naar anderen die als fungeren als ontvangers. Zij hechten zich aan een specifiek gebied wat een receptorplek genoemd wordt. Deze verbinding/koppeling, als een sleutel in een slot, veroorzaakt signalen die een boodschapper of toestaan of tegenhouden om een boodschap door te geven aan andere cellen. Sinds de ontdekking van serotonine rond 1950, bewijzen steeds meer onderzoeken dat het een van haar taken is om emoties en oordelen/uitspraken te bemiddelen. Serotonine is betrokken bij veel gedragssituaties, zoals honger, slaap, sexuele reactie, impulscontrole, agressief gedrag en woede, depressie, angst en gewaarwording. Abnormaal lage niveaus van serotonine kunnen worden gevonden bij iemand die suïcidaal is, bij iemand die bijzonder agressief is naar anderen toe of bij een persoon die zeer depressief is. Hoge niveaus van serotonine kunnen worden gevonden bij een persoon die in een constante staat van angst leeft en die de neiging heeft om veeleisend te zijn bij het voltooien van taken. Dit lijdt tot slapeloosheid of de neiging zichzelf overdreven gestimuleerd te voelen door hun omgeving.

Hoe kunnen we dit overzetten voor iemand met een eetstoornis?

Lage niveaus van serotonine, die zouden kunnen bijdragen tot een gevoel van depressie bij een persoon, in theorie, nemen toe tijdens periodes van aanvallen, waardoor de persoon zich daadwerkelijk beter voelt. Aangetoond is dat aanvallen op snoep, zetmeel of koolhydraten de hoeveelheid serotonine verhogen en een gevoel van welzijn veroorzaken.

Het tegendeel zou waar zijn in combinatie met zelfuithongering of beperking. Wanneer er te veel serotonine aanwezig is, creëert dit een gevoel van voortdurende angst. En in theorie; bij de vermindering van het innemen van calorieën tot het hongerniveau, geeft dit een kalmerend gevoel van terugwinnende controle.

Met andere woorden, diegenen met lage of hoge niveaus van serotonine kunnen zich ‘aangestuurd' om wel of niet iets te eten, omdat ze bewust of onbewust zich realiseren dat ze zich dan emotioneel beter zullen voelen, als gevolg van een lichamelijke reactie in hun hersenen.

Het is zeer belangrijk om op te merken dat de handeling van de beperking, en eetbuien (met of zonder laxeren) ook kan leiden tot een verstoring in de serotonineniveaus, en zo kunnen bijdragen aan een reeds bestaand probleem, of het creëren van een volledig nieuwe om die aan te pakken. Dit kan leiden tot depressie en angst, dat bekende bijwerkingen zijn van ondervoeding en vitaminetekort.

Naast depressie en angst, zijn er ook abnormale niveaus van serotonine gevonden in mensen met andere psychische aandoeningen, zoals borderline en ADHD. Uit studies blijkt ook dat er genetische aanleg voor een gebrek aan serotonine kan zijn, die lijken te lopen in sommige families.

Hoewel serotonine een rol kan spel bij depressiviteit of overdreven angstigheid, is het niet de enige reden dat mensen lijden aan een depressie of angst, noch de enige reden dat ze een eetstoornis kunnen ontwikkelen. Het kan voor sommigen een belangrijk stuk van de puzzel zijn, maar het serotonine vormt niet een compleet beeld van de ziekte.

Hoe kan serotonine geremd worden?

Serotonine kan mogelijkerwijs geremd worden door het medicijn olanzapine. Dit middel blokkeert serotoninereceptoren. Dit bleek ook uit een recent onderzoek. Het is inmiddels al getest bij vijf vrouwen met zeer ernstige anorexia nervosa die niet reageerden op allerlei behandelingen. Zij reageerden wel goed op het antipsychoticum olanzapine.

In alle gevallen trad de verbetering op in twee maanden nadat met het medicijn was begonnen. De dosering was steeds 5 mg per dag. De vrouwen beschouwen zichzelf nu als normale volwassenen die een goed zelfbeeld hebben. De eetstoornissen zijn verdwenen. Het middel blijkt vooral de depressiviteit en de angst om te eten tegen te gaan. De vrouwen die het middel hebben gebruikt, raakten minder in paniek als ze waren aangekomen, reageerden minder heftig op stressvolle situaties en sliepen 's nachts beter.

Bij steeds meer anorexia-patiënten blijkt olanzapine dus te helpen. Zo ook in het volgende geval. “In januari 1999 werd een vrouw van 49 jaar met een gewicht van 31 kg en een BMI van 12 het ziekenhuis ingebracht. Ze had nooit meer dan 40 kg gewogen, leed al 35 jaar ernstig aan AN, was al verschillende malen opgenomen en kon zonder hulp haar bed niet verlaten. Ze was een levend skelet maar klaagde dat zij veel te zwaar was. Ze had al verschillende antidepressiva gehad zonder enig resultaat. Zij kreeg olanzapine waarna zij in allerlei opzichten vooruit ging en na enige tijd was zij in staat om voor het eerst sinds 35 jaar voldoende te eten. Na zes maanden woog zij 53 kg en kon zij de kliniek verlaten om elders een nabehandeling te ondergaan.”[1]

Helaas heeft olanzapine ook bijwerkingen. Eén van die bijwerkingen is gewichtstoename. En dat is nou juist wat we willen bij de behandeling van deze patiënten. Maar zodra zij de bijsluiter lezen en zien staan dat het leidt tot gewichtstoename, weigeren ze het middel te slikken. Maar hier is wel een oplossing voor te bedingen. Wanneer we het medicijn topiramaat ook toedienen, zal dat de gewichtstoename gedeeltelijk remmen.

Anorexia net zo verslavend als XTC

Het blijkt uit proeven met muizen dat anorexia net zo verslavend is als XTC. Wanneer een patiënt minder eet, worden bij zo'n persoon dezelfde hersencellen geactiveerd als bij iemand die XTC slikt.

Mensen met anorexia hebben een grote dosis van CART in de hersenen. CART is een neurotransmitter. In XTC bevindt zich de werkzame stof MDMA. MDMA zorgt in de meeste gevallen voor een stemmingsverbetering. Een lichamelijk gevolg van MDMA is onder andere een gebrek aan eetlust.

Tussen het effect van MDMA op XTC-gebruikers en het CART op anorexia-patiënten blijkt er grote gelijkenis te bestaan.

Wie xtc gebruikt eet minderWanneer men erachter kwam dat MDMA de eetlust vermindert, ging men zoeken naar gelijkenissen met de neurotransmitter CART bij anorexia.

De onderzoekers testten dit op muizen. Het bleek dat de eetlust van de muizen afnam bij het toedienen van zowel MDMA en CART. Naast de verslavendewerking van verhongeren werd aangetoonddat anorexia ook wel eens zou kunnen ontstaan door neurologische tekorten. Een neurologisch tekort is een functionele afwijking van een orgaangebied ten gevolge van een daling in de functie van de hersenen, het ruggenmerg, spieren of zenuwen.

Door de resultaten die uit dit onderzoek gekomen zijn, wordt er een mogelijkheid geboden om een middel te vinden tegen eetziektes.[2]

Genetics and Biology

Het is natuurlijk belangrijk om de genetische en biologische aanleg te verkennen van anorexia nervosa. Maar per individu kunnen de redenen voor de ontwikkeling van een eetstoornis zeer verschillend zijn. De afgelopen jaren zijn er op genetisch en biologisch terrein veel onderzoeken verricht. Een groot deel van die onderzoeken heeft inderdaad aangegeven dat er wellicht genetische factoren bijdragen aan het ontstaan van een eetstoornis. Maar daarmee wordt niet gezegd dat emotionele, gedragsmatige en ecologische redenen geen rol meer kunnen spelen. Alleen voor enkelen zal het bij de eetstoornis gaan om een genetische aanleg.

Artsen van het Maudsley Hospital in Londen, die ook onderzoek deden naar genetische factoren, suggereerden dat mensen met anorexia tweemaal zoveel kans hadden op variaties in het gen voor de serotoninereceptoren, waarvan een deel helpt om de eetlust te bepalen. Door een overproductie aan serotonine, is het mogelijk dat anorexia-nervosa-patiënten het gevoel hebben dat ze in een voortdurende staat van acute stress zijn, onderwijl een overweldigend en constant gevoel van angst creërend.

Elektrische hersenstimulatie nieuwe behandeling voor anorexia nervosa Afgelopen jaar ontdekte Kris van Kuyck[13], professor in de neurowetenschappen van de K.U. Leuven, een nieuwe behandelingsmethode voor anorexia nervosa. Hij heeft deze methode uitgevonden met behulp van pas ontwikkelde apparatuur waarmee de activiteit van hersencellen zowel gemeten als gestimuleerd kan worden door het geven van kleine elektrische stroomstootjes in de hersenen. Deze behandeling wordt gebruikt bij patiënten met Parkinson en bij mensen met bepaalde psychische aandoeningen.

Als eerste onderzochten de artsen die met deze apparatuur gingen werken het effect van elektrische stimulatie op proefdiermodellen met een obsessieve compulsieve stoornis. Dit is een angststoornis, in het verleden ‘angstneurose' genoemd. Het meest kenmerkend van zo'n stoornis is de drang om bepaalde handelingen uit te voeren. Hoewel er bij deze dieren met succes letsels gemaakt waren, waren de hersenbeschadigingen en nevenwerkingen nadelig en onherstelbaar. Een elektrische stimulatie in het ‘crus anterius' van de ‘capsula interna' had een beter effect op de symptomen, helaas was hier veel stroom voor nodig. Voor het onderzoek van Kris van Kuyk zijn daarom de ratten in drie andere hersenkernen gestimuleerd, in alle drie de hersenkernen lukten het om de bijwerkingen nog verder te verminderen, maar het energieverbruik was soortgelijk.

Uit de literatuur blijkt dat verscheidene gedragseffecten -zoals voedselinname, activiteit, beloning etc.- kunnen worden uitgelokt door elektrische stimulatie in de nucleus accumbens. In het tweede deel van hun onderzoek hebben ze gekeken of er hersenkernen zijn waarin ze door elektrische stimulatie de ziekteverschijnselen van anorexia nervosa kunnen verminderen. Jammer genoeg bleek bij een proef op dieren dat de elektrische stimulatie in de laterale hypothalamus (hersengedeelte dat betrokken is bij voedselinname) geen invloed heeft op hun gedrag. Op hersenscans, waarbij het glucoseverbruik van hersenstructuren zichtbaar wordt, bleek dat bij de ratten uit bovenstaande dierproef wel belangrijke veranderingen waren ontstaan in hersenstructuren die betrekking hebben op voedselinname en beweging. In de toekomst zullen verdere onderzoeken op dit gebied plaatsvinden, bijvoorbeeld naar het effect van stimulatie in één van deze hersenkernen.

Er vond tevens een onderzoek plaats naar verschil in hersenscans van gezonde mensen en patiënten met anorexia nervosa. Drie hersengebieden - de parietaalcortex, de anterieure cingulate cortex en waarschijnlijk delen van de basale ganglia - resulteerden hieruit, mogelijk volgt er onderzoek naar het effect van elektrische stimulatie in deze delen.

Van Kuyck gebruikte ook anorexia nervosa ratten bij zijn onderzoek, en deze bleken na aanbreng van een minuscuul letsel in de septale nucleus(een zeer klein gebied in de hersenen) meer te gaan eten en hun lichaamsgewicht te behouden. Er zal in de toekomst onderzocht worden of de elektrische stimulatie in dat hersendeel hetzelfde effect geeft bij anorexia-nervosa-patiënten.

Conclusie

-Waarschijnlijk helpen de meeste medicijnen in de toekomst slechts op subgroepen anorexia-patiënten.

Zoals u ziet lopen er op dit moment nog vele onderzoeken naar deze (dodelijke) ziekte...

Duidelijke conclusies zijn er nog niet te trekken. Maar de huidige technieken en onderzoeken komen we wel steeds verder. jaa en miss nog ingaan op bepaalde onderzoeken, dat je gwoon per onderzoek in het kort het eindresultaat weergeeft, in verhaalvorm ofzow hebben we weer stukje tekst erbij

-Houden van het grote beeld in het achterhoofd kan het nuttig zijn zich bewust zijn van hoe serotonine niveaus effect elke afzonderlijke persoon wanneer het gaat om hun loop van de behandeling. Medicatie zoals SSRI's (selectieve serotonine heropname remmers) kan helpen om het niveau van serotonine-controle en patiënten te helpen bij het reageren positiever op therapie en behandeling ... maar er is geen "magische pil." Elk individu zal uiteindelijk het best reageren als ze kunnen vinden van een therapeut en behandeling team dat alle problemen kunnen worden aangepakt. Eating Disorder Elke patiënt is een individu. Sommigen kunnen reageren op medicatie, kunnen sommige niet, en sommige niet kunnen wensen om het helemaal te nemen. Sommigen kunnen verdragen "de serotonine roller coaster ride" terwijl het proberen om de gezonde midden-grond te vinden waar de medicatie van kracht wordt. Het is van belang voor degenen die in herstel, samen met hun artsen en therapeuten, om dit alles in gedachten houden, te communiceren over wat er gaande is, en om de patiënt te blijven door het proces.

Lees ook onze sectie over andere bijbehorende geestelijke gezondheid voorwaarden die soms samengaan met een eetstoornis. Artsen het bestuderen van de oorzaken van de eetstoornissen anorexia en boulimia denk dat het heeft minder te maken met de media beelden van slanke modellen en dacht meer te doen met biologische en genetische factoren. Anorexia nervosa is een vorm van zelf-opzettelijke verhongering. Het treft ongeveer 5% van de jonge meisjes in Groot-Brittannië. Het is de psychische ziekte met het hoogste sterftecijfer. Boulimia nervosa gaat om een cyclus van honger en eetbuien en is ook zeer gevaarlijk. Enkele actievoerders beschuldigen het aantal gevallen van eetstoornissen op de prevalentie van slanke modellen in de rol van de moderne samenleving. Onderzoek toont echter aan dat de stoornissen zijn een probleem, zelfs in een maatschappij waar vet is mooi beschouwd en heeft het bewijs geleverd dat sommige mensen genetisch kunnen worden meer kans om ze te ontwikkelen. Het onderzoek is onderzocht in het Horizon-programma Leven on Air, die zal worden uitgezonden op donderdag.

5. Epidemiologisch onderzoek

Naast het vaststellen van het aantal mensen dat lijdt aan anorexia nervosa, is het ook van groot belang om epidemiologisch onderzoek te doen naar de factoren die samenhangen met de aanvang van deze stoornis. Door middel van deze enquêtes willen we onderzoeken wat nu de verschillen zijn tussen mensen met en zonder anorexia nervosa, met name wat hun karakters betreft. Twee definities van ‘karakter' zijn:”1. Het geheel van iemands psychische persoonskenmerken, zowel wat betreft de mentaliteit als het temparement; 2. Het fenotypische resultaat van de wisselwerking tussen erfelijke aanleg en de uitwendige factoren[14].” Voornamelijk de tweede definitie sluit aan bij de enquête die wij hopen te houden.

Vraagstelling

Waarin verschillen de karakters van anorexia nervosa patiënten van ‘gezonde' mensen?

Hypothese

Anorexia nervosa patiënten hebben verscheidene karaktertrekken waardoor de stoornis ontstaat en lange tijd stand houdt.

Methode

Om te beginnen is het van groot belang om je goed te verdiepen in het onderwerp. Vervolgens zijn we begonnen met het opstellen van vragen voor de enquête die bestemd was voor de anorexia patiënten. Deze enquête hebben we op allerlei forums geplaatst[15] die bezocht worden door anorexiepatiënten. Vervolgens hebben we een vergelijkbare enquête gemaakt voor ‘gezonde' vrouwen. Op het moment dat voldoende personen hadden deelgenomen aan het enquêteonderzoek begonnen we met het berekenen en vergelijken van de percentages.

Resultaten

In totaal hebben 48 anorexia patiënten en 74 ‘gezonde' vrouwen een enquête afgelegd. Hieronder staan 30 vragen en antwoorden, waarvan laatstgenoemde is weergegeven in percentages. Sommige (vergelijkbare) vragen zijn door beide groepen benantwoord, andere door slechts één groep.

1. Wanneer begon anorexia nervosa?

Anorexia patiënten

Ik was jonger dan 11 jaar.

8.51%

Ik was tussen de 12 en 16 jaar oud.

48.94%

Ik was tussen de 17 en 20 jaar oud.

29.79%

Ik was ouder dan 20 jaar.

12.77%

2. Het begon bij mij met lijnen, er moesten slechts enkele kilo's af…

Anorexia patiënten

Ja

64.58%

Nee

48.94%

3. Hoe vaak heeft u een poging tot lijnen genomen?

“Gezonde” vrouwen

Nooit

40.85%

Eén keer

8.45%

Twee keer

11.27%

Meerdere keren

39.44%

4. Ik ben perfectionistisch

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

2.13%

5.63%

Mee oneens

6.38%

38.03%

Mee eens

44.68%

43.66%

Helemaal mee eens.

46.81%

12.68%

5. Mijn kamer is altijd netjes, ik houd mijn zaakjes goed op orde.

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

14.89%

19.72%

Mee oneens

29.79%

54.93%

Mee eens

36.17%

16.90%

Helemaal mee eens.

19.15%

8.45%

6. Ik houd ervan om alles onder controle te hebben.

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

0.00%

1.41%

Mee oneens

4.17%

12.68%

Mee eens

33.33%

66.20%

Helemaal mee eens.

62.50%

19.72%

7. Ik ben geboren in de…

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Winter

16.67%

38.03%

Lente

31.25%

22.54%

Zomer

25.00%

19.72%

Herfst

27.08%

19.72%

8. Door het bezoeken van Pro-Ana sites begon ik met lijnen.

Anorexia patiënten

Helemaal mee oneens

87.50%

Mee oneens

6.25%

Mee eens

4.14%

Helemaal mee eens.

2.08%

9. Pro-Ana sites hebben mij enorm geholpen om het lijnen vol te houden.

Anorexia patiënten

Helemaal mee oneens

66.67

Mee oneens

16.67

Mee eens

14.58

Helemaal mee eens.

2.08

10. Grapjes of uitspraken over mijn figuur beïnvloeden het beeld dat ik heb van mijn lichaam.

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

4.17

9.86

Mee oneens

12.50

28.17

Mee eens

45.83

50.70

Helemaal mee eens.

37.50

11.27

11. Ik hield/houd ontzettend van lekker eten.

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

2.08%

1.41%

Mee oneens

14.58%

16.90%

Mee eens

50.00%

46.48%

Helemaal mee eens.

33.33%

35.21%

12. Ik heb een goede band met (één van) mijn ouders.

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

16.67%

1.41%

Mee oneens

12.50%

9.86%

Mee eens

43.75%

45.07%

Helemaal mee eens.

27.08%

43.66%

13. Keuzes maken vin ik erg moeilijk.

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

0.00%

8.45%

Mee oneens

12.50%

46.48%

Mee eens

35.42%

42.25%

Helemaal mee eens.

52.08%

2.82%

14. Ik heb in het verleden een zeer pijnlijke ervaring opgedaan (scheiding, overlijding etc.)

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

16.67%

39.44%

Mee oneens

25.00%

38.03%

Mee eens

27.08%

16.90%

Helemaal mee eens.

31.25%

5.63%

15. Ik houd niet van nieuwe, veranderende situaties.

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

0.00%

7.04%

Mee oneens

25.00%

63.38%

Mee eens

39.58%

23.94%

Helemaal mee eens.

35.42%

5.63%

16. Anorexia Nervosa komt in mijn familie vaker voor.

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Ja

22.92%

14.08%

Nee

77.08%

85.92%

17. Ik heb weinig zelfvertrouwen.

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

2.08

12.68

Mee oneens

6.25

50.70

Mee eens

37.50

32.39

Helemaal mee eens.

54.71

4.23

18. Het lijngedrag van familie of leeftijdgenoten zette mij aan het lijnen.

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

39.58%

31.43%

Mee oneens

29.17%

47.14%

Mee eens

31.25%

18.57%

Helemaal mee eens.

0.00%

2.86%

19. Ik wil niet falen in de ogen van anderen, maar aan hun verwachtingen voldoen.

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

0.00%

1.41%

Mee oneens

4.26%

18.31%

Mee eens

40.43%

53.52%

Helemaal mee eens.

55.32%

26.76%

20. Als ik een slank persoon zie voel ik mezelf dikker.

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

6.25%

26.76%

Mee oneens

4.17%

43.66%

Mee eens

37.50%

21.13%

Helemaal mee eens.

52.08%

8.45%

21. Hoe denk jij over jezelf?

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Niet slecht

10.42%

38.03%

Kan beter

43.75%

59.15%

Ik zie er niet uit

45.83%

2.82%

22. Vraag voor anorexia patiënten: Ik ben gaan lijnen om aan het slankheidideaal voor vrouwen te kunnen voldoen.

Vraag voor ‘gezonde' vrouwen: Als ik slanke vrouwen in mode of media zie, krijg ik ook de neiging om te gaan lijnen.

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

33.33

32.39

Mee oneens

39.58

39.44

Mee eens

18.75

25.35

Helemaal mee eens.

8.33

2.82

23. Vraag voor anorexia patiënten:‘Voordat ik begon met lijnen sportte ik veel en graag'.

Vraag voor ‘gezonde' vrouwen: ‘Ik sport veel en graag'.

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

23.40%

15.49%

Mee oneens

31.91%

60.56%

Mee eens

36.17%

18.31%

Helemaal mee eens.

8.51%

5.63%

24. Vraag voor anorexia patiënten: Ik verwachtte me zekerder te voelen met wat kilootjes minder.

Vraag voor ‘gezonde' vrouwen: Ik zal me zekerder voelen met wat kilootjes minder.

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

6.25%

32.39%

Mee oneens

8.33%

39.44%

Mee eens

47.92%

25.35%

Helemaal mee eens.

37.50%

2.82%

25. Ik ben redelijk verlegen en houd me in gezelschappen graag op de achtergrond.

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

6.25%

12.68%

Mee oneens

29.17%

46.48%

Mee eens

45.83%

30.99%

Helemaal mee eens.

18.75%

9.86%

26. ‘Als ik 10 kilo minder weeg zullen mensen mij leuker en aantrekkelijker vinden'.

Dergelijke gedachten komen mij bekend voor.

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

8.33%

44.93%

Mee oneens

27.08%

30.43%

Mee eens

33.33%

20.29%

Helemaal mee eens.

31.25%

4.35%

27. Ik vind het moeilijk om mijn emoties te uiten.

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

4.17

14.08

Mee oneens

14.58

53.52

Mee eens

41.67

28.17

Helemaal mee eens.

39.58

4.23

28. Ik ben vegetariër.

Anorexia patiënten

‘Gezonde' vrouwen

Ja

29.17%

0.00%

Nee

70.83

100%

29. Ik wilde met mijn strenge dieet laten zien dat ook ik kon bereiken wat ik wilde; ik kon prestaties leveren en was ergens goed in.

Anorexia patiënten

Helemaal mee oneens

10.42%

Mee oneens

22.92%

Mee eens

33.33%

Helemaal mee eens.

33.33%

30. Ik voel(de) me vaak ineffectief.

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

2.12%

19.72%

Mee oneens

19.15%

59.15%

Mee eens

53.19%

21.13%

Helemaal mee eens.

25.53%

0.00%

Verder hebben we het gewicht en de lengte van de anorexia nervosa patiënten voordat ze de stoornis kregen, gevraagd door middel van de enquête. Ter vergelijking hebben we deze vraag ook in de enquête voor ‘gezonde' vrouwen gezet. Met de volgende resultaten:

Gewicht en lengte van gezonde vrouwen

Gewicht (kg)

Lengte (cm)

Gewicht (kg)

Lengte (cm)

55,0

163

51,0

169

58,0

170

60,0

170

58,0

165

58.5

174

57,0

168

63,0

174

60,0

178

56,0

173

54,0

179

58,0

170

71,5

174

74,0

165

60,0

178

64,0

170

50,4

165

60,0

174

69,0

168

63,0

170

73,0

173

60,0

173

69,0

171

54,0

180

70,0

179

61,0

176

62,0

173

54,0

170

50,0

158

49,0

164

78,0

180

64,0

177

60,0

175

58,0

172

58,0

167

65,0

176

56,0

168

46,0

160

55,0

165

61,0

165

55,0

158

56,0

168

50,0

150

63,0

180

52,0

164

61,0

173

60,0

175

75,0

165

63,3

169

75,0

165

59,0

164

60,0

169

66,0

180

74,0

175

56,0

171

57,0

165

60,0

176

54,0

168

53,0

160

58,5

169

51,0

169

60,0

168

60,0

170

53,6

178

63,3

169

57,0

175

59,0

164

60,0

175

66,0

180

49,0

165

56,0

171

60,0

176

53,0

160

Gemiddeld gewicht: 4359.1 / 73 = 59,7 kg

Gemiddelde lengte: 12423 / 73 = 170 cm

Gemiddelde Body Max Index (BMI) = = 20,7

Gewicht en lengte van anorexia nervosa patiënten

Gewicht (kg)

Lengte (cm)

Gewicht (kg)

Lengte (cm)

64

165

64

172

53

166

74

170

63

161

70

160

52

150

55

162

60

162

68

176

54

167

75

180

54

170

53

169

55

168

55

173

52

162

48

168

85

164

40

158

55

176

46

162

59

177

54

175

58

173

80

170

53

167

44

156

60

177

53

170

54

160

55

165

76

183

62

165

75

164

Gemiddeld gewicht: 2078 / 35 = 59,4 kg

Gemiddelde lengte: 5863 / 35 = 168 cm

Gemiddelde Body Max Index (BMI) = = 21,0

Conclusie

Wanneer het verschil tussen het ‘(helemaal)mee eens' of ‘(helemaal) mee oneens' tussen anorexia nervosa patiënten en ‘gezonde' vrouwen 65 of meer is, dan hebben we de percentages rood gemarkeerd. Bij deze berekening hebben we het ‘helemaal mee (on)eens' dubbel zo zwaar meegeteld.

*Voorbeeldberekening:

Ik ben perfectionistisch

Anorexia patiënten

“Gezonde” vrouwen

Helemaal mee oneens

2.13%

5.63%

Mee oneens

6.38%

38.03%

Mee eens

44.68%

43.66%

Helemaal mee eens.

46.81%

12.68%

Anorexia nervosa patiënten:

‘Gezonde' vrouwen: %

70,3%

Bij de volgende vragen zien we dat anorexia nervosa patiënten het er duidelijk meer mee eens zijn dan ‘gezonde' vrouwen:

o Ik ben perfectionistisch

o Keuzes maken vin ik erg moeilijk.

o Ik houd niet van nieuwe, veranderende situaties.

o Ik heb weinig zelfvertrouwen.

o Als ik een slank persoon zie voel ik mezelf dikker

o Ik ben redelijk verlegen en houd me in gezelschappen graag op de achtergrond.

o ‘Als ik 10 kilo minder weeg zullen mensen mij leuker en aantrekkelijker vinden'.

o Dergelijke gedachten komen mij bekend voor.

o Ik vind het moeilijk om mijn emoties te uiten.

o Ik voel(de) me vaak ineffectief.

Verder denken ze veel negatiever zichzelf: 45.83% vindt dat ze er niet uit ziet, terwijl slechts 2.82% van de ‘gezonde' vrouwen zo over zichzelf denkt. Het verschil in de gemiddelde BMI-waarde is slechts 0.3, de veroorzakende factor van anorexia nervosa ligt in de meeste gevallen dus niet in een te hoog lichaamsgewicht. Opvallend is wel dat ze aantrekkelijker denken te zijn met 10 kilo's minder.

De invloed van media en pro-ana sites blijkt kleiner te zijn dan de meeste mensen verwachten.

Hoewel de gemiddelde vrouw vaak poogt om af te vallen(slechts 40,85% geeft aan nog nooit een poging te hebben genomen), loopt het bij hen niet uit op anorexia nervosa. Uit bovenstaande uitgelichte vragen kunnen we concluderen dat het psyche, karakter van anorexia nervosa patiënten een zeer belangrijke rol speelt in de stoornis en het ontstaan ervan. Op belangrijke punten, zoals perfectionisme en weinig zelfvertrouwen, verschilt hun karakter expliciet van de doorsnee vrouw.

Foutendiscussie

Het was voor ons de eerste keer dat we een enquête hielden en we kunnen zeggen dat het een uitdagende ervaring, met interessante resultaten was. Desalniettemin hebben we verschillende verbeterpunten voor een volgend enquête onderzoek. Twee vragen willen we eruit lichten die naar onze mening verkeerd gesteld zijn:

-Ik houd ervan om alles onder controle te hebben.

-Ik wil niet falen in de ogen van anderen, maar aan hun verwachtingen voldoen.

Natuurlijk wil niemand een chaos maken van zijn leven, of falen in de ogen van anderen. Dit blijkt ook duidelijk uit de percentages; zowel de doorsnee vrouw als de anorexia nervosa patiënt geeft aan dit niet te willen en de percentages waren nagenoeg gelijk. Het is dus zeer verstandig geweest om eenzelfde soort enquête te houden onder de ‘gezonde' vrouwen, deze enquête diende in principe tegelijkertijd als controle op de kwaliteit van de vragen.

We denken persoonlijk dat de antwoorden die door de achtenveertig anorexia nervosa patiënten gegeven zijn, representatief zijn voor alle anorexia patiënten. Tussendoor hebben we namelijk verscheidene malen de percentages bekeken en het verschil in percentages nadat dertig mensen de enquête hadden ingevuld en achtenveertig was zeer gering.

Enkele vragen zoals:”Bent u vegetariër” of “Ik ben geboren in de…” zullen misschien enige verbazing hebben opgeroepen. Deze hebben we echter gesteld omdat zo hier en daar dergelijke zaken als veroorzakende factoren worden beschouwd. Dit bleek, met name bij de vraag wanneer men geboren was, niet het geval te zijn.

Onze conclusie is dat het onderzoek geslaagd is, uit de resultaten komt duidelijk verschil in karakter naar voren tussen de anorexia patiënt en de ‘gezonde' vrouw. Dit zijn dus essentiële factoren bij het ontstaan en de instandhouding van deze afschuwelijke stoornis. Afgezien daarvan is dit niet per definitie de enige veroorzakende factor, behalve deze essentiële factor spelen genetische factoren en biologische processen ook belangrijke rollen (dit laatste blijkt ook uit het feit dat de stoornis bij de meeste vrouwen in de puberteit begon).

Willemieke v.d. Dool & Rianne Moree ~Profielwerkstuk Anorexia~

[1] www.sabn.nl

[2] www.elsevier.nl

[1] Spaans, Jaap (1998). Slank, slanker, slankst. Amsterdam: Boom

[2] www.centrumeetstoornissen.nl

[3] www.trimbos.nl

[4] http://veloverprobleem.kro.nl/, eventuele documentaire voor de presentatie

[5] Charles Wenar / Patricia Kerig, 1983, Developmental Psychopathology, The McGraw-Hill Companies, Inc.

[6] www.erfelijkheid.nl

[7] Bernstein, Clarke-Stewart, Roy, Wickens, 1997, Psychology, U.S.A.: Houghton Mifflin Company

[8] http://www.tijdschriftvoorpsychiatrie.nl/zoeken/artikel.php?kw=osteoporose&pgr=1

[9] www.ntvg.nl/node/294843/print

[10] http://www.rivm.nl/vtv/object_document/o7286n37214.html

[11] http://www.elsevier.nl/web/Lifestyle/Medisch-A-Z/244825/Dopamine-stuurt-uw-lichaam.htm?rss=true

[12] http://www.tijdschriftvoorpsychiatrie.nl/zoeken/artikel.php?catid=18&issueid=398&pgr=151

[13] http://www.demorgen.be/dm/nl/993/Gezondheid/article/detail/1021987/2009/10/28/Elektrische- hersenstimulatie-kan-anorexia-behandelen.dhtml

[14] http://www.woorden-boek.nl/woord/karakter

[15] http://www.sabn.nl/forum_anorexia/viewforum.php?f=14

http://www.agirl.nl/index.php/Forum/

http://forum.proud2bme.nl/viewtopic.php?f=14&t=5759

http://www.psychiatrieforum.nl/forum/viewtopic.php?f=30&t=106

http://www.eetstoornis.net/yabbse/index.php?topic=26702.new#new

Writing Services

Essay Writing
Service

Find out how the very best essay writing service can help you accomplish more and achieve higher marks today.

Assignment Writing Service

From complicated assignments to tricky tasks, our experts can tackle virtually any question thrown at them.

Dissertation Writing Service

A dissertation (also known as a thesis or research project) is probably the most important piece of work for any student! From full dissertations to individual chapters, we’re on hand to support you.

Coursework Writing Service

Our expert qualified writers can help you get your coursework right first time, every time.

Dissertation Proposal Service

The first step to completing a dissertation is to create a proposal that talks about what you wish to do. Our experts can design suitable methodologies - perfect to help you get started with a dissertation.

Report Writing
Service

Reports for any audience. Perfectly structured, professionally written, and tailored to suit your exact requirements.

Essay Skeleton Answer Service

If you’re just looking for some help to get started on an essay, our outline service provides you with a perfect essay plan.

Marking & Proofreading Service

Not sure if your work is hitting the mark? Struggling to get feedback from your lecturer? Our premium marking service was created just for you - get the feedback you deserve now.

Exam Revision
Service

Exams can be one of the most stressful experiences you’ll ever have! Revision is key, and we’re here to help. With custom created revision notes and exam answers, you’ll never feel underprepared again.