Inleiding

Ons profielwerkstuk gaat over de overeenkomsten en verschillen tussen de Romeinse slaven en de Amerikaanse slaven. In het woordenboek 'Van Dale' heeft het begrip slavernij deze betekenis:

  1. toestand van een slaaf => knechtschap
  2. de toestand dat er slaven gehouden worden

Slavernij is een woord dat vaak veel reacties opwekt. Het staat immers bekend als een schande voor de mensheid. Gelukkig kijkt men tegenwoordig met een andere blik aan tegen slavernij dan decennia (de slavernij in de Verenigde Staten met slaven uit Afrika) of zelfs tientallen eeuwen geleden (de slavernij in het Romeinse Rijk).

De reden waarom wij dit onderwerp hebben gekozen, is omdat we het ten eerste interessant vinden. In die tijd was alles heel anders dan nu. Daarnaast zijn we natuurlijk tegen slavernij en wilden we weten hoe het zover is gekomen dat slavernij in die tijd door bijna iedereen als normaal werd beschouwd.

Eigenlijk hadden we eerst gekozen voor het onderwerp de Cuba Crisis, maar na een tijdje vonden we het een saai onderwerp en konden er ook niet veel over vinden. Toen zijn we bij elkaar gekomen en hebben gekozen voor dit onderwerp, mede dankzij Nederlands, omdat we het toen over kolonialisme en slavernij hadden.

De deelvragen gaan over: Waar de slaven vandaan kwamen, wat ze moesten doen, of ze rechten hadden, hoe ze konden vrijkomen en de gevolgen van de slavernij.

Onze hoofdvraag luidt:

Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen de Romeinse slaven en de Amerikaanse slaven?

Deelvraag 1

Waar kwamen de slaven vandaan?

Romeinen:

De vele oorlogen die de Romeinen voerden leverden de meeste slaven op. Krijgsgevangenen werden als slaven naar Rome gevoerd. Deze werden staatsbezit nadat ze gevangen werden genomen. Hierna moesten ze als slaaf voor de overheid werken, hierover meer in deelvraag twee. Bij grote groepen staatsslaven traden er vaak misverstanden op, wat tot massale opstanden leidde. Als er vrede was, zorgde de zeeroverij dat er nog genoeg slaven waren. Zo overvielen de piraten van schepen en plunderden ze de buit, waaronder ook mensen hoorden. Dat konden gewone schippers of arbeiders zijn, maar het konden ook belangrijke personen zijn, voor wie een aardig prijsje aan losgeld kon worden gevraagd. Vaak waren er ook kinderen bij deze oorlogsbuit, die werden dan door hen verder opgevoed om vervolgens verkocht te kunnen worden voor veel geld. Ze werden opgevoed door ze te laten werken op het schip of ze moesten meehelpen om brandhout te halen, om vuur aan te steken, om schoon te maken, om eten te maken, op rooftochten enz. Vervolgens werden de slaven te koop aangeboden op de markten in Italië.

De eerste slaven kwamen van de buurlanden, maar daarna waren de meeste slaven Syriërs, Grieken, Afrikanen en Galliërs. Zo bood Marius 150.000 slaven aan op de markt na zijn overwinning op de Kimbren (Germaanse stam uit Denemarken) en de Teutonen (Stam vermoedelijk afkomstig van het Waddengebied). Deze oorlog vond plaats aan het eind van de 2e eeuw voor Christus. Ook Caesar liet een miljoen slaven verkopen tijdens en na zijn verovering van Gallië. Op een gegeven moment was dan ook één op de drie inwoners van de Romeinse Rijk een slaaf.

Amerikanen:

De meeste slaven kwamen uit Afrika. De eerste slaven kwamen uit Europa, maar er waren te weinig mensen uit Europa die wilden werken in de 'nieuwe wereld'. Ze gebruikten toen tijdelijk de lokale bevolking, dat waren de Indianen. Maar helaas voor de Amerikanen bleek dat dit volk niet was opgewassen tegen de ziektes die waren meegekomen uit Europa, zoals griep en verkoudheid. De oplossing kwam er door mensen uit Afrika naar Amerika te halen, want het bleek dat de Afrikanen wel tegen de ziektes konden. [1] De slaven die naar Amerika kwamen, leefden al als slaaf in Afrika voor de koning of de heerser van het land. Deze koningen kwamen erachter dat ze winst konden maken door de vele arme mensen in het land als product te gebruiken en als slaaf te verkopen. Toen de koningen dit beseften, begon de slavenhandel. De slaven werden niet als een mens behandeld, maar als een ding.

De meeste slaven kwamen uit West-Afrika, maar er waren ook slaven die kwamen uit het Oosten. De gebieden waaruit de slaven toen werden gehaald worden tegenwoordig als volgt genoemd: Senegal, Gambia, Siërra Leone en Nigeria zijn de landen uit West-Afrika. Angola (in het zuiden) en Mozambique (in het oosten) leverden ook slaven.

Het vervoer van de slaven vanuit Afrika naar Amerika verliep meestal via de driehoeksroute. De schepen vertrokken uit Noord-Amerika naar West-Europa en het Caribische gebied. Die schepen hadden allerlei goederen aan boord, zoals: suiker, rum, katoen, tabak, koffie en cacao. Deze producten werden allemaal geproduceerd in Noord-Amerika.

Die schepen vertrokken vanuit West-Europa naar West-Afrika met geweren, ijzeren staven en alcohol aan boord. Die werden in Afrika geruild voor slaven. Van daaruit vertrokken de schepen weer richting Noord-Amerika met een lading slaven.

Die slaven verkochten ze dan in Amerika voor producten als katoen, suiker, koffie, cacao, rum en tabak, en zo ging de handel door. Kooplui werden steenrijk door deze handel. Deze handel wordt de driehoekshandel genoemd, omdat je een driehoek krijgt als je op een kaart de wegen tekent die de slavenhandelaren aflegden. De steden in Europa die het belangrijkst waren voor de driehoekshandel, waren de Engelse steden Londen, Bristol en Liverpool, de Franse steden Bordeaux en Marseille, de Spaanse stad Cadiz, de Portugese stad Lissabon en onze eigen Amsterdam. Liverpool was het belangrijkste van alle steden.

De reis naar Amerika:

Zoals gezegd werden de slaven met schepen naar Noord-Amerika getransporteerd. Ze werden niet vervoerd als mensen, maar als producten. Daarom was het ook geen prettige reis voor de Afrikanen. De Europeanen probeerden de schepen zo vol mogelijk te krijgen met slaven, waardoor de slaven letterlijk onder elkaar kwamen te liggen. De Europeanen wilden natuurlijk dat alle slaven bleven leven omdat ze dan nog geld aan hen konden verdienen, dus bedachten ze iets voor de overvolle schepen. De Europeanen stopten deze schepen zoveel mogelijk vol, omdat ze dan per keer meer winst konden maken. Omdat de schippers geld kregen voor elke slaaf, kregen hun schepen verschillende lagen, iedere laag werd zoveel mogelijk volgestopt met slaven. Sommige ruimten waren minder dan een meter hoog en halve meter breed. Sommige slaven moesten zelfs verblijven op de steunbalken van het schip. De reis werd nog onprettiger omdat de reis gemiddeld zo'n zeven weken duurde.

De omstandigheden waren zeer slecht. Ze kregen zeer weinig voedsel en zelfs bijna geen water. Ook waren er geen ruimtes voor slaven om hun behoefte te doen, daarom deden ze dat gewoon op openbare ruimtes en de ruimtes waren al zo klein. Bovendien werd er veel overgegeven. Zo ontstonden er zeer onhygiënische omstandigheden en daarmee veel ziektes. De slaven mochten zichzelf ook niet even wassen. Veel mensen stierven dan ook aan ziektes zoals tyfus, scheurbuik, tering, pokken, verwonding en soms zelfs verstikking omdat de boot zo propvol zat en het dus erg benauwd was. Slaven die dood waren gegaan, werden gewoon over boord gegooid.

De mannen zaten benedendeks en werden op het schip ook nog aan elkaar geboeid en konden dus nauwelijks bewegen. Ze werden vastgehouden met handboeien om hun polsen en voetboeien rond hun enkels. De vrouwen en kinderen hadden dit niet, maar werden wel even slecht behandeld als de mannen. De mannen zaten benedendeks en zagen dus geen daglicht. Slaven die de tocht wel overleefden, hadden daarna maar een gemiddelde levensverwachting van 10 jaar. [2]Als het echt heel goed weer was, mochten de slaven in kleine groepjes bovendeks komen om wat frisse lucht te happen. De Europeanen deden dit zodat de slaven weer wat meer kans hadden om de reis te overleven en zij dus geld konden verdienen.

Sommige slaven probeerden hierbij te ontsnappen, maar dit was nutteloos omdat de schepen allang midden op zee waren en terugzwemmen naar Afrika was erg riskant. De meeste slaven die waren ontsnapt konden niet zwemmen en verdronken dus of de slaven werden opgegeten door haaien. Het is dus duidelijk dat bijna niemand het tot Afrika heeft gehaald. Ook probeerden sommige slaven een betere behandeling te krijgen door te gaan hongerstaken, waardoor ze zouden sterven. De bemanningsleden wilden dit natuurlijk niet, elke slaaf was immers geld waard. De bemanningsleden gingen deze hongerstakingen tegen met behulp van een mondschroef, waarmee ze de monden openhielden.

Er braken tenslotte soms ook nog opstanden uit aan bood van de schepen, om de schippers te dwingen om terug te keren naar Afrika. Deze opstanden mislukten altijd omdat de bemanning van de schepen veel sterker was en over wapens beschikte. De slaven hadden sowieso geen kans om te winnen, ze waren helemaal uitgehongerd en beschikten niet over wapens. De opstanden werden dus onderdrukt, de slaven werden hierbij gestraft met martelwerktuigen, maar ook met de zweep.

Wat waren andere bronnen van slavernij?

Romeinen:

Er waren ook andere methoden om slaaf te worden. Slaaf kon je worden wanneer je veroordeeld werd wegens een misdaad zoals stelen, belasting- of militaire dienstontduiking, schulden, moord enz. Een proces moest uitmaken tot welke soort slavernij je veroordeeld werd. Je kon tewerk gesteld worden in een slavenmijn, zoals de zilvermijnen in Spanje. Je kon ook tot slaaf veroordeeld worden, wanneer je eigenlijk de doodstraf zou krijgen. Dat iemand een slaaf was van het moment dat die beslissing is gevallen tot zijn dood, wordt ook wel servus poenae genoemd.

Kinderen werden vaak slaaf omdat hun ouder ook slaaf was. Als de moeder een slaaf was, werd het kind automatisch ook een slaaf. Als de moeder een liberta was, dat ze bevrijd is van slavernij, werd de dochter ook een liberta. Er waren ook kinderen die waren verlaten door hun ouders. Meestal konden de ouders niet voor hun kind zorgen door gebrek aan geld of omdat ze geen zin hadden om voor hun kind te zorgen, omdat het kind een meisje was of een afwijking had. Verder waren er kinderen die werden verkocht door hun ouders, omdat de ouders een schuld hadden bij een bepaald iemand. Het kind werd dan verkocht aan diegene om de schuld af te betalen. Zo een kind was heel handig, want dan kon je het kind al van jongs af aan opvoeden om later slaaf te worden. Ook kon je het kind allerlei karweitjes laten doen.

De laatste groep slaven waren de net volwassene mannen. Dit waren de jonge, sterke mannen. Zij werden vaak door hun familie verkocht omdat de familie geld nodig had. Vaak leverden jongere slaven meer op, omdat ze langer meegingen. Een oudere slaaf had wel meer ervaring en deed alles beter, maar vaak was de leeftijd van de slaaf bepalend voor de waarde van de slaaf. Verder waren de net volwassene slaven, mensen die schulden hadden bij iemand anders. Diegene liet de slaaf dan voor zich werken tot hij zijn schuld terugverdiend had. Deze slaven werden beter behandeld dan de andere slaven.

Amerikanen:

Bij de Amerikanen waren er geen andere bronnen van slavernij. Alle slaven kwamen uit Afrika. De slaven kwamen zoals gezegd eerst uit Europa, maar die konden het zware werk niet aan dus haalden ze de slaven maar uit Afrika, die het dus wel aankonden.

Hoe kwamen de slaven aan de man?

Romeinen:

Er werden vaak slavenmarkten georganiseerd om de slaven tentoon te stellen. Een echt goede en grote slavenmarkt kon per dag kon per dag zo een 10.000 slaven aan de man brengen. De pas aangevoerde slaven werden op een draaibaar podium gestald. Om het als verse koopwaar te laten herkennen, werd hun voet witgekalkt. Daarnaast hadden alle slaven een kaartje om hun nek, waarop alle informatie stond die de potentiële koper nodig had om een prijs te bieden. Die informatie bestond uit de nationaliteit (Afrikaanse slaven leverden minder op), de eigenschappen, eventueel het beroep van de slaaf en de gebreken.

De hele dure en dus goede slaven werden niet op het podium gestald. Zij werden verkocht in luxe winkels, vaak bij het Pantheon. Deze slaven waren duurder dan een heel landgoed.

De waarde van slaven varieerde enorm. Een goede slaaf die veel kwaliteiten had kon soms tot wel 12 keer meer opbrengen dan een gewone slaaf. De prijs was afhankelijk van de vaardigheden, de leeftijd, de schoonheid, intelligentie en de spierkracht van de slaaf. Ook slaven met een dwergengestalte waren goedkoop.

Een oudere slaaf bracht altijd wat minder op, omdat hij tot minder dingen in staat was. Een jongeman kon voor veel dingen gebruikt worden waardoor hij dan ook veel meer opbracht. Slaven die als draagstoeldragers werkten, werden per twee verkocht, die twee slaven waren dan van dezelfde lengte. Als je niet rijk genoeg was om een slaaf te kopen, kon je hem huren bij een speciaal bedrijf of van iemand met veel slaven.

Amerikanen:

Na de oversteek kwamen de slaven in verschillende gebieden terecht. In elk van deze gebieden werden er slavenmarkten georganiseerd om de slaven te laten zien en te verkopen aan plantagehouders en andere grootgrondbezitters. Elke keer dat er een schip met slaven was gearriveerd, werd er een slavenmarkt georganiseerd. Met behulp van advertenties werd er reclame gemaakt voor de slavenhandel. Ook was mond-op-mond reclame zeer belangrijk. De slaven werden op verschillende manieren aangeprijsd, ze moesten onderling vechten om hun krachten te bewijzen en te laten zien dat ze sterk zijn voor de toekomstige eigenaar. Door middel van oefeningen moesten ze laten zien dat ze gezond waren en dat ze bereid waren om goed te werken. Ook werden er soms lichamelijke testen uitgevoerd.

Na de slavenmarkt kwam het lastigste gedeelte voor de slaaf. Hij werd gescheiden van zijn familie om ze daarna nooit meer te zien. Veel slaven stribbelden hierbij tegen, maar de eigenaren kregen ze wel weg bij hun familie door ze te slaan. Veel slaven werden dan ook zonder pardon geslagen waar de familie bij was. Ook kregen de slaven vaak een brandmerk, dit werd gedaan om te kunnen zien welke slaaf bij welke eigenaar hoorde.

Overeenkomsten en verschillen

Overeenkomsten:

De Romeinen en Amerikanen hebben niet zoveel overeenkomsten. Een kleine overeenkomst is dat ze allebei slaven haalden uit Afrika, de Amerikanen meer dan de Romeinen. De Amerikanen haalden hun slaven uit heel Afrika en vooral uit het Westen. De Romeinen meer uit het noorden, het gebied waaraan zij grensden. Nog een overeenkomst was dat ze slavenmarkten organiseerden om de slaven te verkopen. Deze slavenmarkten hadden wel verschillen, hierover meer in onderstaand stukje.

Verschillen:

Er zijn veel verschillen. Ten eerste hadden de Romeinen vele manieren om aan hun slaven te komen, tegenover één manier van de Amerikanen. De Romeinen hadden dan vaak ook een overvloed aan slaven, terwijl bij de Amerikanen soms angst overheerste dat ze door allerlei regels geen slaven meer konden halen uit hun enige bron, Afrika.

Ten tweede waren de slavenmarkten en de verdere behandeling van de slaven verschillend. Bij de Romeinen moest je op de slavenmarkt gewoon stilstaan en hopen dat iemand je goed vond door je eigenschappen die op je nek stonden. Bij de Amerikanen moest je jezelf bewijzen op de slavenmarkt door gevechten en oefeningen. Dit komt vooral omdat je bij de Amerikanen gewoon uit Afrika werd gehaald in groepen, zonder te kijken of je intelligent was of niet. Bij de Romeinen daarentegen kon je opgeleid worden en had je bij veroveringen soms hoge en intelligente mensen veroverd, die dus duurder waren dan een normale slaaf.

Ten derde kreeg je bij de Amerikanen een brandmerk, waarmee mensen aan je kunnen herkennen dat je een slaaf bent. Bij de Romeinen had je dit niet, maar elke slaaf had wel een naamplaatje met de naam van zijn meester om zijn nek en/of had een slavenbandje om zijn pols hangen, zodat iedereen kon zien wie een slaaf was en wie niet.

Deelvraag 2

Welk soort slaven had je en waar werden ze voor gebruikt?

Romeinen

Bij de Romeinen waren er twee soorten slaven: slaven van de staat en slaven van gewone mensen.

Slaven van gewone mensen:

Wie was hun meester?

De meester van de slaven hing af van waar de slaven werkten. Werkten ze bij mensen thuis, dan waren de inwoners van het huis hun meester, vooral de vrouw des huize, want zij was de baas over het huishouden. Werkten slaven op het platteland, dan was de boer voor wie ze moesten werken hun meester. Slaven die de functie van leraar moesten vervullen, moesten luisteren naar de ouders van de kinderen aan wie zij les gaven.

Waar moesten ze werken?

Het platteland: Meer dan negentig procent van de bevolking van het keizerrijk woonde en werkte op het platteland. Deze mensen leefden in boerderijen.

Bij mensen in huis: De vrouw des huize runde het hele huishouden, maar bij de Romeinen die een goed inkomen hadden, waren het vooral de slaven die water haalden en het eten klaarmaakten.

Slaven als leraar of andere sociale functie: De meeste intelligente slaven werden gebruikt als leraar en moesten kinderen lesgeven. Sommige slaven werden zelfs op speciale scholen opgeleid tot arts of accountant. De meeste intelligente slaven kwamen uit het huidige Griekenland.

Wat voor werk moesten ze doen?

Het platteland:

Het werk op het platteland was voor de slaven veel zwaarder dan in de stad. Ze maakten manden, haalden de oogst binnen, maaiden en zaaiden de oogst. Slaven in de stad werden dan ook vaak bedreigd door hun baas, als ze niet hard genoeg werkten, dat ze verkocht zouden worden aan een meester op het platteland. Heel soms mochten slaven zelf een klein stukje grond bewerken, waarvan ze de opbrengst mochten houden.

Bij mensen in huis:

Slaven in het huis moesten veel doen, maar minder zware dingen dan de slaven op het platteland. Ze moesten in het huis helpen met het repareren en het wassen van kleding. Ook zorgden zij ervoor dat het huis altijd schoon was en maakten ze het eten klaar. Een Romein met slaven werd tijdens het baden altijd bijgestaan door minstens twee slaven. Bovendien moesten ze zorgen voor genoeg brandstof in de olielampen zodat deze gebruiksklaar waren. Ze moesten ook deze lampen schoonmaken en de door de lampen beslagen muren en plafonds schoonmaken. Dit schoonmaken kostte velen uren werk.

Verder hielpen de slaven de inwoners van het huis met aankleden. In sommige rijke gezinnen werden de slaven gezien als een lid van de familie. Het kwam zelfs voor dat een geliefde slaaf werd vrijgemaakt en werden ze soms tot erfgenaam benoemd van een overleden gezinslid. Zelfs een arme Romein bezat één of twee slaven, geen slaaf bezitten was een kenmerk van de zwaarste armoede. Voor de Romeinen was het hebben van status een belangrijk bezit. Romeinen werden beoordeeld naar het aantal slaven dat zij bezaten en schepten er graag over op dat ze zelf niets hoefden te doen.

Slaven als leraar of andere sociale functie:

Deze slaven werden erg goed behandeld omdat hun meester op de slavenmarkten veel geld voor ze hadden betaald. Er waren naast leraren ook dokters, geleerden en kunstenaars bij. Deze slaven konden ook worden ingezet als een tweede moeder, deze slaaf zorgde dan voor de kinderen van zijn meester en bracht ze van en naar school. Een slaaf die voor één van deze functies gebruikt werd had veel aanzien, want deze beschikte vaak over meer kennis dan de mensen voor wie hij werkte. De kinderen van de meester kregen vaak dan ook de opdracht om deze slaaf te gehoorzamen.

Slaven die moesten werken voor de staat:

Wie was hun meester?

De meeste slaven die moesten werken voor de staat, kwamen uit de oorlogen die de Romeinen hadden gewonnen. Ze werden daar gevangen genomen, om daarna als slaaf te kunnen werken. Er was geen directe meester van deze slaven, er was dus niemand die zich zorgen om hen maakten. De Romeinse overheid bezat deze slaven. Doordat de overheid veel mijnen bezaten, moesten de meeste slaven in de mijnen werken. Deze slaven werden in de gaten gehouden en moesten werken voor bazen, deze werd de vilicus genoemd. De vilicus was vaak zelf een slaaf of bij uitzonderingen een ex-slaaf. Men kon ook een staatsslaaf worden door een veroordeling. Als ze hadden gestolen, moesten ze werken in winkels en hadden ze een baas. Ze moesten dan uiteraard de baas van de winkel gehoorzamen.

Waar moesten ze werken?

In de mijnen en op de wegen:

Deze mijnen waren het bezit van de Romeinse overheid en bevonden zich onder de grond. De meeste slaven die hier moesten werken hielden het niet lang vol, omdat ze al snel last kregen van lichamelijke klachten. Deze slaven hadden het, het zwaarst. Slaven moesten soms ook werken bij openbare werken, zoals bij het aanleggen van wegen of bij het bouwen van bruggen.

Slaven die deel uitmaakten van de staatsadministratie:

Dit waren de slaven die een zorgeloos bestaan kenden. Dit waren bijvoorbeeld: bibliothecarissen, schrijvers, tempeldienaars, schrijvers etc. Deze slaven verdienden enorm veel geld, vooral als voorlezers en schrijvers voor mensen die zelf niet konden schrijven. Ze moesten dus werken in bibliotheken, tempels etc.

Slaven die moesten vechten in het Colosseum of op andere gelegenheden:

Deze slaven vochten vaak in het Colosseum of op andere gelegenheden ter vermaak van de mensen. Deze slaven werden ook wel gladiatoren genoemd. Ze moesten eerst een harde opleiding volgen in een school die meer op een gevangenis leek, om daarna te vechten tegen een andere gladiator waarbij maar één gladiator het mocht overleven. Dit alles werd gedaan als vermaak voor het rijke publiek.

Wat voor werk moesten ze doen?

In de mijnen en op de wegen:

Deze slaven moesten het zwaarste werk verrichten. Ze moesten werken in brons, tin, ijzer, zilver en goud mijnen. Ze werden erg slecht behandeld en moesten soms werken tot ze er letterlijk bij neervielen.

Deze slaven hielden het vaak niet langer vol dan één jaar, hooguit 2 jaar. Ze werden met zweepslagen en met zeer zware kettingen aan hun benen door hun toezichthouders naar hun werk geslagen. Ze mochten nooit even uitrusten, kregen slecht te eten en hadden een vieze slaapplaats. Ze zagen nooit daglicht en ademden giftige stoffen in.

Slaven die deel uitmaakten van de staatsadministratie:

Slaven die in tempels werkten hielpen de priester bij het voorbereiden van missen. Sommige slaven die als schrijvers werkten kregen de opdracht om gedichten te schrijven, anderen moesten weer verslagen van gelegenheden maken. Slaven die werkten in bibliotheken moesten de boeken ordenen en werden vaak gebruikt om boeken te schrijven, vooral omdat die tijd niet veel mensen konden schrijven. Verdere functies die door slaven werden ingevuld waren kok, keukenhulp, stoker in een keuken of badhuis, wasser van kleding, etc.

Slaven die moesten vechten in het Colosseum of op andere gelegenheden:

Er waren drie soorten gladiatoren:

  • ter dood veroordeelden (misdadigers en krijgsgevangenen)
  • vrije gladiatoren
  • en slaven die streden om de eer van hun meester.

De ter dood veroordelen en de slaven die streden om de eer van hun meester konden door te vechten hun vrijheid terugwinnen.

De gladiatoren werden gekozen uit de krachtigste en moedigste krijgsgevangenen. Maar ook waren er gladiatoren die door hun baas waren verkocht aan gevechtsscholen omdat ze lastig en onrustig waren.

Om het Romeinse publiek te vermaken streden de gladiatoren met elkaar om leven en dood. De één zonder harnas en bewapend met drietand en net, de ander bewapend met een harnas, helm, schild en zwaard. Als de verliezende gladiator zijn hand opstak betekende het dat hij om genade vroeg, het gebeurde maar zelden dat er genade werd geschonken. Meestal gaf het publiek door een naar beneden gerichte duim het bevel om de gladiator die genade vroeg te vermoorden. Als ze ook nog iugula (afmaken) riepen, werd de gladiator gewoon vermoord. De gladiatoren die waren overleden werden weggesleept door slaven die verkleedt waren als Mercurius, verwijzend naar de God Mercurius, die de overledenen naar de onderwereld bracht.

Een ander groot spektakel waar veel mensen op afkwamen was het wagenrennen. Tijdens een race moesten de wagens, zeven keer om de ruggengraat in het midden rijden, ook wel de spina genoemd. Het was de bedoeling om de bochten zo kort mogelijk te nemen, om de tegenstanders te hinderen. Vele wagens sloegen hierbij om, waardoor er veel menners uit de wagens vielen. De menners waren de mensen die de wagens bestuurden en ze werden vaak vastgebonden aan hun wagens, zodat als de wagens omsloegen zij dan ook meters meegesleurd werden over de grond door hun paarden. Het is niet verwonderlijk dat hierbij veel doden zijn gevallen. Menners waren vaak slaven of mensen met een hele lage sociale status. Door vaak te winnen konden ze populair worden en veel geld verdienen. Menners werden op dezelfde manier verkregen als de gladiatoren.

Amerikanen

Bij de Amerikanen had je ook twee soorten slaven. De eerste soort slaven moest werken op plantages en de tweede soort slaven in de huishoudens. Alles wat er gebeurde, moest worden goedgekeurd door hun eigenaren. Ook wat de slaven in hun vrije tijd deden. De slaven werden gebrandmerkt, zodat je kon zien wie hun meester was. Dit brandmerk kwam vaak voor op de schouder van de slaaf. De slaven kregen meestal kleding van vlas, omdat vlas heel goedkoop was. De slaven kregen daarom ook rugklachten, want vlas schuurde heel erg in je rug. Toch werden de meeste slaven goed verzorgd, de slaven werkten dan harder en konden ze dus meer winst voor je maken. Ook werden de slaven goed behandeld omdat de eigenaren veel geld voor ze hadden neergelegd. Gemiddeld kregen de slaven een emmer graan en wat vlees en groenten per week.

De slaven kregen geen onderwijs. De eigenaren hielden de slaven dom zodat het moeilijker voor ze was om weg te lopen of om hulp te vinden. En als ze dom bleven, konden de slaven er moeilijker erachter komen dat slavernij in strijd was met de grondwet.

Als slaven toch wegliepen, zetten de eigenaren advertenties in de krant. De slaven konden makkelijk worden herkend aan hun brandmerk. Een slaaf helpen weglopen was verboden.

Sommige slaven werden zelfs vrijgelaten door hun trouwe dienst, maar het kwam vaker voor dat een slaaf een vrije man werd omdat hij te oud was geworden om zijn werk nog goed te kunnen verrichten. De eigenaren hadden dan geen zin meer om de slaaf nog te onderhouden, hij had toch bijna niets meer aan hem. Ook konden de slaven zich vrijkopen, maar de meeste slaven hadden natuurlijk geen geld.

Plantages:

Deze slaven moesten het hele jaar door werken. Het was zwaar lichamelijk werk en de slaven werden belast met de zware taak om suikerriet en katoen te verbouwen, planten en te oogsten. De blanke mensen wilden dit niet doen omdat het erg zwaar was, alles moest namelijk met de hand gedaan worden. De slaven kregen in het begin eenvoudige klusjes, omdat ze moesten voorbereid op het zware veldwerk. Dit proces staat bekend als de 'gewenning'.

De bazen zelf kwamen nooit op de plantages, daar hadden ze slavendrijvers voor, die toezicht hielden. Deze slavendrijvers zagen de slaven meer als machine dan als mens en zo behandelden ze de slaven ook. Wanneer de slaven iets fout deden of volgens hun niet hard genoeg werkten, sloegen ze de slaven. De zweep was een vaak gebruikt middel om de slaven te straffen en om ze harder te laten werken.

Suikerriet:

De bazen op de suikerplantages werkten met een takensysteem. Bij het takensysteem moesten de slaven elke dag een bepaalde taak afhebben, voor ze vrij hadden. De werkdagen duurden dus heel lang voor de slaven. Ook werden op deze plantages een ploegensysteem toegepast, zoals u op onderstaand kalendertje kunt lezen. Dit is een systeem waarbij de slaven naar hun leeftijd, conditie en spierkrachten in aparte ploegen werden ingedeeld. De eerste ploeg was de sterke ploeg, zij deden het zware werk. De tweede groep deed dus het lichte werk, zoals wieden.

Er werkten veel slaven op de suikerplantages, vaak tien slaven voor één boer. De slaven moesten het hele jaar door suikerriet verbouwen. Omdat het verbouwen van suikerriet gedurende het hele jaar door gedaan kon worden, waren de slaven ook het hele jaar bezig met het verbouwen ervan. De baas van de slaven maakte erg veel winst met ze. Suiker werd goed verkocht voor een goede prijs en omdat de slaven goedkope arbeidskrachten waren, maakten de bazen veel winst. De werkzaamheden van deze slaven werden per maand ingedeeld in een speciale kalender, die er als volgt uitzag:

Januari: De stengels die zijn overgebleven uit de vorige oogst werden gekapt.

Februari: De rijpste planten werden verwijderd. De slaven moesten verder in deze maand de jonge plantjes wieden en planten die dat nodig hadden, bemesten.

Maart: De rijpe stengels zijn nu geel en moeten gekapt worden.

April: De rest van de stengels moeten in deze droge maand worden weggehaald.

Mei: Nu de vorige stengels weg waren, werd de grond in deze maand klaargemaakt om nieuwe stengels te planten. Verder moesten de jonge plantjes gewied worden.

Juni: Voor het einde van deze maand moesten de stengels geplant worden. De jonge plantjes moeten nu nog een keer gewied worden.

Juli: De oogst moet nu klaar zijn. De velden die het eerst waren beplant, moeten bemest worden.

Augustus: De grote ploeg moest gaten in de grond maken. De kleine ploeg moest de jonge stengels wieden.

September: De slaven moesten deze maand worden voorzien van een overjas, omdat september een natte maand was. De slaven moesten hetzelfde doen als in augustus.

Oktober: De gaten in de grond die in augustus waren gemaakt, moesten nu worden beplant.

November: Alle jonge plantjes moesten gewied worden voor het einde van de maand. Verder moesten de slaven grond beplanten.

December: Aan het begin van deze maand moesten de slaven klaar zijn met planten.

Uit dit kalendertje kan je duidelijk zien hoe hard de slaven het hele jaar door moesten werken. Ze hadden tussendoor ook geen vakanties. De meeste bazen probeerden ook goed voor hun slaven te zorgen, door ze tijdens zware regenbuien niet te lang op de plantages te laten staan, ze in december een jaarlijkse kledingtoelage te geven en tijdens regenbuien ze te voorzien van een overjas. Maar deze maatregelen werden vooral genomen, omdat de slaven anders niet zo hard kunnen werken en dus niet zoveel winst opleveren.

Suikerriet werden in Louisiana verbouwd, dat is een van de zuidelijke staten van de Verenigde Staten. In de zuidelijkere staten werd dan ook het meeste suikerriet verbouwd.

Katoen:

Katoen werd net als suikerriet verbouwd op grote plantages en vond ook voornamelijk plaats in zuidelijke staten van de Verenigde Staten. Een katoenplant werd geplant in het voorjaar waarna het een maand of negen moest groeien, tot het een rijpe plant was. Als de plant 80 tot 100 cm. hoog was, was de plant rijp en moest deze geplukt worden, zodat deze naar de weverij kon. De planten werden gedurende die negen maanden gewied, uitgedund en bemest.

Ook het planten, oogsten, plukken en weven van de katoenplant was erg zwaar werk, omdat de slaven moesten werken van zonsopgang tot zonsondergang.

De meeste slaven moesten hard doorwerken in de stromende regen of stikkende hitte. De slaaf werd dan ook niet als mens behandeld, maar als een dier of machine. Zoals ik al zei, moesten slaven naast het plukken ook het katoen weven. Het katoen werd dan vanaf de plantages naar de weverij gebracht en werd het in een soort weefmachine gelegd. Deze machines waren moeilijk te gebruiken. De slaven moesten deze machines laten werken door aan een grote, zware hendel te draaien.

Vrouwelijke slaven werkten in alle plantages als dienstboden, ze moesten schoonmaken en deden de was. Ook moesten de vrouwen voldoen aan de seksuele verlangens van hun bazen, dit moesten de vrouwelijke slaven in de huishoudens ook doen.

Huishoudens:

De meeste slaven moesten naar de plantages, maar als je geluk had werd je ingezet in een huishouden of als vakman in de steden. In een huishouden moest een slaaf vele taken verrichten, maar deze taken waren veel lichter dan de taken op de plantages. Slaven die in huishoudens werden soms vrijgelaten door hun eigenaar, als ze goed hadden gewerkt en hun eigenaar trouw waren gebleven.

Vrouwelijke slaven werd ingezet als naaister, kokkin of als kinderjuffrouw. Ze moesten niet alleen hun meester het naar zijn zin maken, maar ook van de vrouw van hun meester. De vrouwen waren vaak nog wreder dan hun echtgenoot. Ook hier moesten de vrouwelijke slaven voldoen aan de seksuele verlangens van hun bazen, voor vrouwelijke slaven was dit het ergste wat ze moesten doen als slavin.

Mannelijke hadden veel meer uiteenlopende taken waar ze werden ingezet.

Schilder, timmerman, smid, schoenmaker en stalknecht waren enkele van de vele beroepen waarin ze werden ingezet. Sommige slaven moesten allerlei beroepen tegelijk doen. De slaven die deze beroepen uitoefenden hadden veel meer vrijheid dan de slaven op de plantages, ze mochten zich vrij bewegen en werden soms voor de afwisseling verhuurd, natuurlijk tegen betaling, aan een naburige eigenaar.

Overeenkomsten en verschillen

Overeenkomsten:

Overeenkomsten zijn er niet zoveel. Een kleine overeenkomst is dat de Romeinse slaven op de mijnen even slecht werden behandeld als bij de Amerikanen. Een ander overeenkomst is dat de slaven werden ingezet op het platteland en moesten werken in het huishouden. Op het platteland moesten de slaven harder werken dan de slaven die in de huishoudens of elders werkten. In een huishouden was het ook vrijwel hetzelfde bij de Romeinse en Amerikaanse slaven: ze moesten veel taken verrichten, maar alle taken waren lichter dan de taken op het platteland. De slaven moesten ervoor zorgen dat alles rond en in het huishouden zonder problemen verliep.

Verschillen:

In tegenstelling tot de overeenkomsten, zijn er wel veel verschillen tussen de Amerikaanse en de Romeinse slaven. Bij de Amerikanen moest je gewoon werken voor een eigenaar in een huis of op een plantage, maar bij de Romeinen kon je ook slaaf worden van de staat. Als je slaaf van de staat werd, kon je in verschillende beroepen worden ingezet, van kunstschilder tot stratenmaker. Vaak waren het dingen die je moest doen om de staat te helpen en/of verder te ontwikkelen. Ook werden de slaven ingezet om de rijke Romeinen te vermaken, zoals door ze tegen elkaar te laten vechten in een Colosseum. Verder werd je bij de Amerikanen veel slechter behandeld dan bij de Romeinen, alleen op de mijnen bij de Romeinen werd je net zo slecht als bij de Amerikanen behandeld. De slaven in Amerika moesten het hele jaar door werken, maar als je geluk had kwam je in een huishouden terecht en was het niet zo zwaar. Op het platteland had je wel vrije tijd, maar niet veel. De Romeinen op het platteland moesten ook hard werken, maar hadden wel meer vrije tijd dan de Amerikanen. En als laatste verschil: bij de Romeinen kon je als slaaf naar school gaan om dan later een goed beroep uit te voeren voor je meester[3]. Bij de Amerikanen had je dit niet, de slaven werden gehaald uit Afrika en werden na de slavenmarkt direct aan het werk gezet.

Deelvraag 3

Hadden de slaven rechten?

Romeinen

Slaven hadden heel weinig rechten. Toen de slavernij begon hadden de slaven helemaal geen rechten. Een slaaf was toen gelijk aan gewone dingen, bijvoorbeeld een tafel. Niet alle slaven hadden dezelfde rechten, elke slaaf had rechten naar wat voor werk hij deed. Slaven die bijvoorbeeld als leraar werkten, hadden veel meer rechten dan iemand die op het platteland moest werken. Daarom keken de Romeinse burgers op verschillende manieren tegen hun slaven aan. De meester mocht natuurlijk zelf bepalen hoe hij een slaaf behandelde, maar het kon echt niet om je slaaf die je kinderen opvoedde gelijk te behandelen als een slaaf die voor je op het platteland werkte. Een meester mocht zijn slaaf gewoon doodmaken als hij wilde, maar iemand mocht slaven die niet van hem waren niet zomaar doden. Hier stonden wel straffen op, maar niet zulke zware straffen.

Ik heb de rechten, wat ze wel en niet mochten doen, wat ze moesten doen enz. op een rijtje gezet:

  • Slaven mochten zich overal in het openbaar vertonen. Sommige plaatsen mochten ze alleen betreden als ze genoeg geld hadden, bijvoorbeeld badhuizen. Staatsgebouwen en woningen van burgers met aanzien mochten ze alleen met toestemming betreden. Maar ze konden zich niet anoniem in het openbaar vertonen, omdat elke slaaf een naamplaatje had met de naam van hun meester en/of hadden de slaven een slavenband om hun pols hangen, zodat de mensen op straat meteen konden zien wie wel en wie geen slaaf was.
  • De meeste slaven moesten bij hun meester thuis wonen. Dit om hun meester 24 uur per dag van dienst te kunnen zijn.
  • Na hun dood werden de meeste slaven verbrand. Als de overleden slaaf een favoriet van de meester was, werd de kruik, voor het gecremeerde as, soms betaald door zijn meester.
  • Slaven mochten niet werken in het leger. Voor slaven van alle nationaliteiten was het verboden om te dienen in de Romeinse legers, dus ook voor de Romeinse slaven. De Romeinen waren bang dat als de slaven in het leger terecht kwamen, er een tekort in de Romeinse maatschappij zou ontstaan.
  • Voor de slaven was het verboden om te eten met hun meester. Ze moesten zich voeden met brood, oude olijven en etensresten. Maar bij gezinnen die aardig waren, mochten de slaven dan wel weer mee eten met hun meester. Bij deze gezinnen pasten de meester ook minder lijfstraffen toe dan gezinnen waar de slaven niet met hun meester mochten mee eten. Welke rechten de slaven hadden, verschilden dus ook per huishouden.
  • Een slaaf kon nooit de status van een Romeinse burger krijgen als ze niet waren vrijgelaten, hoeveel rechten ze ook kregen.
  • Als een slaaf schade aanrichtte bij iemand anders, kon degene die de schade leed dat bij de meester van de slaaf opvragen. De meester moest dan betalen of de slaaf afgeven.
  • Veel slaven werden zowel geestelijk als lichamelijk enorm toegetakeld. Zweepslagen en scheldpartijen waren voor een deel van de slaven dingen die ze normaal vonden, omdat ze het dagelijks meemaakten.
  • Allerlei ondenkbare methoden werden gehanteerd om de slaven te straffen. De meester kon bijvoorbeeld ook mensen inhuren om zijn slaaf te vermoorden. Maar de meeste meesters probeerden hun slaven te verkopen in plaats van ze te straffen als ze iets ergs hadden gedaan, ze konden er dan namelijk nog wat geld uit krijgen. Deze slaven leverden vaak maar een klein bedragje op.
  • De slaven die niet op het platteland werkten, kregen om de zoveel tijd een soort van salaris uitgekeerd. Hoe hoog dit bedrag was, hing vooral af van de gierigheid van hun meester. Wettelijk was dit geld nog steeds van de meester, maar de slaven mochten het vrij gebruiken. Bijna alle slaven gebruikten dit geld om te sparen, dan had hij na jaren voldoende geld om zich vrij te kopen. De som geld die hun meester had vastgesteld voor hun vrijlating, werd hun peculium genoemd. Bij sommige slaven duurde dit sparen een paar jaar, bij anderen kon dit weer tientallen jaren lang duren.
  • Soms mochten slaven een klein lapje grond bewerken van hun meester. Dit werd ook gezien als een kleine fooi. De opbrengst van dit klein lapje land mochten de slaven zelf houden. Als ze vee hadden, mochten ze dus ook de jonge dieren, melk, vlees en kaas houden. Ook hier gebruikten de slaven de opbrengst om zichzelf vrij te kopen.
  • Slaven in huishoudens werden bij loyaal gedrag, na een tijd beschouwd als lid van de familia. Het woord familia gaf een huishouden aan, inclusief zijn slaven en ex-slaven die bij de familie waren gebleven.

Deze familia werden gezien als de hoeksteen van de samenleving. Het was dan ook een grote eer voor de slaven wanneer ze als familielid werden beschouwd.

  • Als een slaaf een erfenis kreeg, moest hij dit afstaan aan zijn meester. Zijn meester bepaalde vervolgens of de slaaf de erfenis mocht houden.
  • Slaven die waren gevlucht, waren direct vogelvrij verklaard. Het was verboden om deze slaven te helpen met onderduiken of hulp te geven op een elk ander manier. Sommige mensen hadden zelfs als beroep om deze gevluchte slaven te vangen.
  • Slaven mochten niet trouwen. Sommigen mochten van hun meester wel een relatie hebben, maar als de meester het wilde mocht hij deze relatie op elk moment afbreken. Maar vaak keurden de meesters de relaties toch wel goed. De kinderen van de slaven werden namelijk meteen ook een slaaf van de meester van de moeder.

Wetten:

Rond het jaar 0, onder Augustus, werd een wet aangenomen die de meester minder vrijheid gaf. Deze wet werd de Lex Petronia genoemd. Een meester moest nu een geldige reden hebben om zijn slaaf te doden of hem op te geven voor een gevecht in een arena (tenzij de slaaf een gladiator was). Of de reden geldig was, werd bepaald door een rechtbank door een onafhankelijke jury. Als een meester zijn slaaf doodde zonder geldige reden, dan stonden daar dezelfde straffen op als wanneer hij een slaaf van een ander doodde. Ook mochten ze hun slaven niet meer te erg behandelen. De slaaf had nu het recht om aangifte te doen van wreedheid. Als deze aangifte door de rechtbank terecht werd verklaard, dan werd de meester verplicht om de slaaf te verkopen.

Rond 120 maakte keizer Hadrianus definitief een eind aan het recht van de meesters, waarmee ze hun slaven dood konden maken wanneer ze maar wilden. Wat later kwam ook een wet die ervoor zorgde dat slaven alleen door moord ter dood mochten worden veroordeeld. Dus niet meer voor onzinnige dingen en kleine foutjes. In dezelfde tijd kwam er ook een wet die ervoor zorgde dat een slavenfamilie niet gescheiden mocht worden door verkoop.

Slavengezinnen:

Slaven mochten officieel dus niet trouwen, maar er kwamen toch relaties tussen slaven voor. Een huwelijk tussen slaven had de kenmerken van een normaal huwelijk. Het was gebaseerd op liefde en respect. En net als bij een normaal huwelijk werden er vaak kinderen geboren, maar dit kwam vooral onder druk van hun eigenaren. Slaven mochten dus niet trouwen, maar mochten van hun eigenaren dus wel een relatie hebben. De eigenaren dachten hierbij alleen maar aan winst, want slaven zouden nu meer gemotiveerd zijn en harder werken en dus meer winst opleveren. Ook werden geboren kinderen als winst beschouwd door de eigenaren, want zij konden nu deze kinderen doorverkopen.

Maar toch was er geen enkele garantie voor een goede relatie, de meesters konden de slavengezinnen zo uit elkaar halen en verkopen als het nodig was. Vooral vrouwen in de vruchtbare leeftijd waren gewild op de slavenmarkt en brachten daardoor heel wat op. Bij de verkoop werd er geen enkele rekening gehouden met familiebanden. Kinderen werden vaak op jonge leeftijd van hun ouders gescheiden en verkocht. Er was zelfs een goedlopende handel in kinderen, want het was vaak voordeliger om een slaaf als kind te kopen en op te voeden dan om de slaaf als volwassene te kopen. Maar zoals ik al zei bij wetten, er kwam een wet die verbood om slavengezinnen voor verkoop uit elkaar te halen. Dit wordt de wet van Constantijn genoemd.

Behandeling:

De Romeinen vonden slavernij dood normaal. Een slaaf was minderwaardig aan een vrij man, hoewel de slaaf in sommige gevallen beter af was dan een arme vrije burger. Als slaaf was je van je meester en hij mocht doen met je wat hij wilde. Dat hij dat mocht, wilde niet altijd zeggen dat hij dat ook deed. Slaven in het huishouden werden vaak redelijk goed behandeld. Opgeleide slaven werden zeer goed behandeld, omdat de meesters veel geld voor ze hadden betaald. Deze slaven werden soms zelfs naar speciale scholen in de steden gestuurd om accountancy en leraarschap te studeren. Ook gewone slaven werden redelijk behandeld, maar dit was vooral omdat niet straffen, maar beloningen de slaven aanzetten tot betere prestaties.

Er waren echter ook meesters die niks met hun slaven hadden. Dit waren voornamelijk de wat rijkere mensen die toch slaven genoeg hadden en die er geen waarde aan hechtten. Bijvoorbeeld de opzichters op de mijnen, daar waren ontzettend veel slaven en stierven er ook veel, maar de opzichters gaven er niets om.

Voor een slaaf was het dus van groot belang om van tevoren te weten waar hij terecht zou komen. Als hij terecht kwam in de mijnen of in de roeiriemen van een schip zou hij dus mishandeld worden en in een gezin had hij kans op een goede meester.

Amerikanen

De slaven gehoorzaamden natuurlijk hun meesters. De meesters hadden allerlei regels en/of wetten, waardoor slaven bijna geen rechten hadden. Deze regels beheersten het hele leven van de slaven. Op het overtreden van deze regels stonden zware straffen. Over deze straffen meer in het vervolg van deze deelvraag. De grondregels waren overal in Amerika hetzelfde:

  • De slaven waren eigendom van hun meester. Ze moesten alles doen wat hun eigenaren van hun verlangden, wat het ook was.
  • Slaven mochten niet tegen blanke mensen getuigen. Ze mochten wel tegen zwarte mensen getuigen.
  • Slaven mochten volgens de wet niet trouwen. Over slavengezinnen leest u meer in het vervolg van deze deelvraag.

Op sommige plaatsen mochten de slaven zich ook niet aan de christendom bekeren. Ze mochten ook niet leren lezen of schrijven.

Straffen:

Zoals ik al meerdere malen in dit verslag heb duidelijk gemaakt, als een slaaf eenmaal in dienst van zijn meester was, werd van hem verwacht dat hij alles deed wat hem werd voorgelegd. Als hij dit niet deed, wachtte hem een erge straf. Er waren veel verschillende straffen. Dat de meesters geen gruwelijkheden kenden, kun je niet zeggen uit de straffen die ik hieronder op een rijtje heb gezet:

Slaven werden aan een paal vastgebonden en kregen zweepslagen. Deze paal was meestal een kruis.

Als de slaaf iets heel ergs had gedaan en deze straf kreeg, werden eerst zijn botten gebroken, vervolgens werd hij onthoofd en als laatst werd hij tentoongesteld aan zijn medeslaven. De meesters lieten dit zien aan de overige slaven, zodat zij konden zien wat er met ze zou gebeuren als ze iets ergs zouden doen.

Een andere versie van opgehangen worden, is dat er eerst met een mes een opening werd gemaakt in je borst. Vervolgens staken ze in die opening een ijzeren haak, dat vast zat aan een ketting. De slaaf moest dan drie dagen lang zo hangen aan de paal, met het hoofd en de voeten naar de grond gericht. Daarna werd hij begraven.

  • Als je als slaaf niet genoeg werk had verricht, werd er een hand of voet van je afgesneden. De meesters deden dit, zodat de slaaf helemaal niets meer kon doen en ze dus wisten dat ze maar harder moesten werken. Dit gebeurde alleen op de plantages. De meesters beoordeelden hun slaven of ze genoeg werk hadden verricht hadden of niet, op het aantal suiker en katoen dat de slaaf had binnengehaald.
  • Slaven werden helemaal uitgekleed, vervolgens werden ze aan de grond vastgebonden en werden ze geslagen met de zweep.
  • Slaven die vaak wegliepen, kregen een nekband om met belletjes. Door deze belletjes werd de slaaf de hele tijd hoorbaar en als hij iets fout deed werd hij zwaar gestraft, meestal was dit de doodstraf.
  • Slaven werden soms zelfs levend begraven.
  • Op slaven die andere slaven hielpen met vluchten, werden honden op losgelaten. Soms kregen deze slaven ook de doodstraf.
  • Dat de meesters wel creatief waren bij het bedenken van straffen en gruwelijkheden kenden, blijkt wel uit deze straf. Een slaaf moest zich strekken met zijn benen en armen, en elk arm en elk been bonden ze vast aan een paard. De vier paarden renden vervolgens alle vier een andere kant op, het vervolg is wel te raden.

Allemaal vreselijke straffen dus. Het is daadwerkelijk beschamend en onmenselijk dat dit allemaal ooit heeft plaatsgevonden. Aan het eind van de 18e eeuw werd onder druk van allerlei antislavernij bewegingen een aantal beperkingen ingevoerd op het straffen van slaven, maar de eigenaren hielden zich er niet echt aan. Deze wetten hielpen dus weinig, of beter gezegd, helemaal niets. De meesters trokken zich helemaal niets aan van de regels, want het behalen van een zo groot mogelijke winst was vele malen belangrijker dan het bewaren van de veiligheid en gezondheid van de slaven. Of de meesters zich aan deze wetten hielden, werd niet gecontroleerd. De wetten konden dus eigenlijk net zo goed niet worden ingevoerd. Volgens mij kregen de eigenaren een machtig gevoel bij het straffen van hun slaven, zodat iedereen kon zien wie de baas was.

Slavengezinnen:

De meeste slaven probeerden in hun vrije tijd een gezinsleven op te bouwen, zodat ze wat afleiding hadden voor het harde leven dat ze bij hun eigenaren leidden. Een gezinsleven opbouwen was zeer moeilijk. Ze konden niet met hun vrouw trouwen zonder toestemming van hun eigenaar, volgens de wet was het zelfs verboden. Plantage eigenaren gaven deze toestemming meestal niet, omdat de slaven dan vaker naar hun vrouwen wilden en niet zo hard werkten door de afleiding. Ook wilden de plantage eigenaren dit niet omdat ze op de plantages geen kleine kinderen konden gebruiken, slaven uit Afrika waren namelijk toch goedkoop om te importeren. Bovendien stierven veel kinderen binnen enkele weken na de geboorte door ziekte en gebrek aan voedsel. Als een slaaf trouwde met een vrouw uit een naburige plantage, werd dit 'trouwen in het buitenland' genoemd. Aan het eind van de 18e eeuw werden de eigenaren echter bang dat ze geen slaven meer vanuit Afrika zouden krijgen en begonnen de mannen daarom aan te moedigen om kinderen te krijgen. De kinderen zouden dan ook slaven van dezelfde eigenaar worden, omdat de kinderen het lot van hun ouder kregen toebedeeld. Gezinnen van slaven werden niet officieel erkend door de wet, toch leverden de slaven een hopeloze strijd om de familieband te bewaren.

De eigenaren haalden de gezinnen gewoon uit elkaar als het nodig was. De mannen werden verkocht of verhuurd aan een andere plantage, waardoor de vrouwen en de kinderen alleen achterbleven. De vrouwen moesten dus ook de opvoeding van hun kind in haar eentje verzorgen. Kinderen werden al ingezet vanaf hun 4e jaar, ze moesten toen kleine karweitjes doen zoals het uittrekken van onkruid en het oprapen van rommel. Als de kinderen wat ouder werden, moesten ze op de kleine kinderen passen, zodat de moeders op het land konden werken. Als ze eenmaal 10 jaar waren, werden ze als normale slaaf behandeld. Ze moesten dan ook op het land gaan werken of als je geluk had werd je huisslaaf. Veel kinderen werden verkocht, zoals de oudere slaven, en zagen hun moeder nooit meer.

Behandeling:

Zoals al in deelvraag één is gezegd, de behandeling van de slaven op de schepen richting Amerika was afschuwelijk. Ze werden niet als mensen behandeld, maar als dieren. Ze waren vastgeketend aan elkaar en hadden bijna geen ruimte om te bewegen. De vrouwen en kinderen konden wel vrij rondlopen. Slaven die tegenstribbelden werden neergeslagen.

Het leven als slaaf was zwaar en moeilijk, vooral op de plantages werd je erg slecht behandeld. Als je niet doorwerkte, kreeg je een waarschuwing of een straf van de opzichters. En omdat de slaven altijd onder zeer slechte omstandigheden moesten werken, traden er lichamelijke klachten op. Soms waren deze klachten zo erg dat ze niet meer als slaaf gebruikt konden worden. Deze slaven waren dus niet meer nodig en werden weggegooid. Toch zullen slaven ook goed behandeld zijn, de eigenaar had er wel geld voor betaald op de slavenmarkt. Bovendien zullen slaven beter werken als ze goed worden behandeld en kunnen ze dus meer winst opleveren.

Overeenkomsten en verschillen

Overeenkomsten:

Dat de slaven weinig tot geen rechten hadden, is de grootste overeenkomst tussen de slaven. De meester was gewoon hun baas en ook al hadden de slaven rechten, als hun meester het niet wilde gebeurde het ook niet. De meester mocht doen met zijn slaven wat hij maar wilde, van doodmaken tot met ze spelen. Ook moesten beide slaven een teken dragen om duidelijk te maken dat ze slaaf zijn. De Romeinen hadden een naamplaatje of slavenbandje, de Amerikaanse slaven hadden een brandmerk. Ook werden bij beide de slaven gestraft die andere slaven hielpen met vluchten of iets dergelijks. Bovendien mochten de slaven niet trouwen, maar het gebeurde toch wel, omdat de kinderen die er dan zouden komen automatisch een slaaf van de meester van de ouders zijn. De kinderen werden dan verkocht, waardoor ze hun ouders nooit meer terugzagen. Verder kwamen er bij beide slaven wetten om het leven van de slaven een stuk aangenamer te maken, wat niet altijd lukte. Bij de Romeinen lukte dit wel, maar bij de Amerikanen mislukte dit, door gebrek aan toezicht. Toch werden beide slaven een beetje goed behandeld, maar de meesters, zowel bij de Amerikanen als bij de Romeinen, hadden hetzelfde idee hierover: als de slaven beter behandeld zouden worden, zouden ze harder gaan werken en dus meer winst binnenhalen. Bij alles dachten de meesters dus eerst aan zichzelf, en dan pas aan de slaven. De straffen waren ook hetzelfde, in de meeste gevallen werd de zweep gebruikt om de slaaf te laten zien dat hij een fout had begaan.

Verschillen:

Het enige verschil: is dat de meesters bij de Amerikanen hun slaven niet leerden lezen en schrijven. Dit deden ze om de slaven dom te houden, zodat ze niet in opstand zouden komen tegen hun meesters. Bij de Romeinen daarentegen, werden slaven zelfs soms naar speciale scholen gestuurd om een beroep te studeren zodat ze deze later voor hun meester konden uitoefenen. Verder is alles nagenoeg hetzelfde.

Deelvraag 4a

Hoe probeerden de slaven vrij te komen?

Romeinen:

De slaven wilden natuurlijk geen slaaf zijn. Ze kwamen vaak in opstand tegen hun meesters, in de hoop om vrij te komen. Deze opstanden waren vaker een mislukking dan een succes. De eigenaren waren natuurlijk niet blij met de opstanden, de slaven moesten altijd gehoorzamen en ze hadden het recht niet om in opstand te komen. De bekendste opstand is die van Spartacus, hieronder ga ik daar verder op in. Enige andere vrijlating, waarmee slaven zelf konden vrijkomen, is zoals gezegd zichzelf vrijkopen.

Leger van Spartacus:

Spartacus komt uit Thracië, een streek in Griekenland. Hij hoorde bij de Thracische bergstammen, die werkten als zeerovers. Zoals al bekend was waren de Romeinen ook actief op de zeeën. De Romeinen namen in een gevecht op zee ook hem gevangen en brachten hem naar de slavenmarkt. Op de slavenmarkt werd hij gekocht door een Romein die Lentulus Batiates heette. Deze Romein stond bekend om slaven op te leiden tot gladiatoren, daarom had hij een gladiatorenschool opgericht in Capua. Uit deze gladiatorenschool ontsnapte hij samen met 78 andere slaven. Eenmaal ontsnapt, bevrijdden de ontsnapte slaven weer andere slaven waardoor het aantal snel groeide. Hij vluchtte naar de Vesuvius, die in de buurt van Napels ligt. Hij bouwde daar een leger op van rond de 70.000 ontsnapte slaven.[4]

Hij bracht met dit leger de Romeinen twee keer een nederlaag toe. Hij vertrok met zijn leger richting de Alpen, maar keerden vervolgens terug naar het zuiden. Ondertussen versloegen ze nog een leger, deze keer die van de rijke man van Rome, Marcus Licinius Crassus. Maar in een slag in Brundisium (huidige Brindisi) won het leger van Crassus van die van Spartacus. Hij en 6000 opstandige slaven werden daar vermoord.[5] Sindsdien was er dan ook geen grote slavenopstand meer voorgekomen. Zo werd hij dus een symbool tegen macht en onrecht.

Amerikanen:

Regelmatig braken er rellen, opstanden en stakingen uit. De gevluchte slaven ging meestal richting de bossen, maar bleven er niet lang. Dit was ook bijna onmogelijk, de meeste slaven hadden een brandmerk en konden dus makkelijk worden herkend. Ze konden ook niet lezen en schrijven dus konden ze ook niet om hulp vragen, dit hadden de meesters in hun opzicht slim gedaan. Als de slaaf werd teruggevonden, werd hij teruggebracht naar zijn meester en werd hij zwaar gestraft. De slaven die vluchtten hadden ook geen voedsel en stierven dus meestal. Als er een rel of opstand uitbrak, werden de soldaten erbij gehaald om de slaven te onderdrukken. Deze opstanden gebeurden vaker in het Zuiden dan in het Noorden, omdat je in het Zuiden veel slaven had en weinig eigenaars.

Opstanden:

Overal waar er kans was op succes, en waar er kans was op ergens naartoe te vluchten, braken er opstanden uit.

De eerste slavenopstand die een beetje groot was, vond plaats in Noord-Amerika. Deze opstand vond plaats in september 1739. Ongeveer 20 Afrikaanse slaven in Stono, South Carolina, begonnen met deze opstand. Tijdens hun opstand kregen ze steun van heel veel andere slaven, waardoor het aantal groeide tot zo'n 150. Ze vernielden enkele plantages. Deze opstand duurde maar kort.

Organisaties:

In de 19e eeuw begonnen sommige mensen in te zien dat slavernij onmenselijk was. Ze wilden dan ook dat de slavernij werd afgeschaft. Er kwamen verschillende organisaties op om dit te realiseren. Een van de eerste organisaties die opkwamen voor de slaven, waren de Abolitionisten. Deze Amerikaanse vereniging werd in 1833 opgericht. Hun voornaamste reden voor de afschaffing, was hun mening dat slavernij een misdaad tegen God was. De vereniging kreeg steeds meer aanhangers, steeds meer mensen begonnen in te zien dat slavernij verkeerd was. Ze maakten reclame voor zichzelf door middel van sprekers, deze sprekers reisden over het hele land om mensen te vertellen hoe slecht slavernij wel niet was. Religieuze en politieke leiders werden benaderd om zich in te zetten voor de afschaffing van de slavernij.

Het aantal antislavernij organisaties groeide zeer snel, zowel in het Noorden als het Zuiden. In het Zuiden waren er natuurlijk meer organisaties, daar waren immers de slaven aan het werk. In 1827 waren er in het Noorden 24 antislavernij organisaties met iets minder dan 1500 leden, in het zuiden waren er zelfs 106 organisaties met in totaal meer dan 5000 leden. [6]De organisaties riepen iedereen op om te strijden tegen de slavernij. Ze gebruikten nu ook geschreven levensverhalen door ex-slaven om aan mensen te tonen hoe slecht slavernij was. Dit alles leidde tot de afschaffing.

Deelvraag 4b

Hoe kwamen de slaven vrij?

Romeinen:

Niet alle slaven waren voor altijd slaaf. Langzamerhand drong het tot de Romeinen door dat ook slaven mensen waren, het vrijlaten van slaven kwam steeds meer en meer voor. Dit gebeurde dan door een proces voor de rechtbank of door middel van een testament. Slaven kregen een klein salaris waarmee ze zich vrij konden kopen. Steeds meer slaven kregen dit salaris en hadden na een tijdje genoeg geld om zichzelf vrij te kopen. Soms werd een slaaf de vrijheid geschonken en verkreeg hij de naam, status en rechten van een Romeins burger. Vooral de slaven die als leraar in huis werkten en de kinderen les gaven, werden beschouwd als vrienden en werden vaak vrijgelaten.

De vrijlating van een slaaf gebeurde in huiselijke kring en gebeurde met een grote ceremonie. In deze ceremonie werden slaven vrijgemaakt door een aanraking van een staf, die ook wel de 'vindicta' werd genoemd. De slaven die werden vrijgelaten droegen de Kap van de Vrijheid, nu nog steeds gebruikt als symbool van vrijheid. De weinige slaven die een brandmerk droegen en werden vrijgelaten, konden nog altijd herkend worden, want brandmerken konden natuurlijk niet weggehaald worden.

Zoals eerder vermeld, werkten slaven ook als gladiatoren. Veel slaven werden gedwongen om als gladiator te vechten, maar er waren ook slaven die er vrijwillig voor kozen om gladiator te worden. Als ze goede en dus populaire vechters werden, kregen ze vaak cadeaus van fans. Ze konden dan ook een groter salaris van hun gladiatorenschool eisen, want als je populair was kwamen er meer Romeinen naar het Colosseum om naar je te kijken en dus meer winst. Als de gladiatorenschool de desbetreffende slaaf geen hoger salaris gaf, vertrok deze vaak naar een concurrerende school. Met het geld dat ze kregen konden ze zich later vrijkopen.

We hebben helaas niets kunnen vinden over wanneer de slavernij definitief werd afgeschaft. Waarschijnlijk is er niet echt een precieze datum vast te stellen en was dit geleidelijk gebeurd.

Verdere leven:

Hoe moesten de slaven die vrijgelaten zijn verder leven? Veel ex-slaven kregen hulp van hun vorige meesters. Meestal gingen de slaven in dienst van bij hun eigenaren of hadden hun voormalige eigenaren als hun beschermheer. Het kwam ook wel voor dat een geliefde tot erfgenaam benoemd werd. Er waren zelfs vrijgelaten slavinnen die trouwden met hun vorige meesters.

Andere vrijgemaakte slaven gingen de handel in. De meeste slaven die dit deden, begonnen een winkeltje als slager of bakker. Een vrijgemaakte slaaf uit Griekenland, werd een Romeinse bakker en bedacht de mechanische deegmixer. We hebben niet kunnen vinden hoe deze persoon heette en hoe zijn leven eruit had gezien. Hoog opgeleide slaven konden met wat geluk privéonderwijzer, secretaris of dokter worden.

Amerikanen:

De Amerikaanse slaven waren pas echt geen slaaf meer nadat de slavernij officieel werd afgeschaft. Daarvoor kon je niet vrij worden als slaaf, heel soms werd je in een huishouden vrijgelaten als je goed werkte en je eigenaar trouw bleef. Verder was je levenslang slaaf, tot de afschaffing.

Afschaffing in het Noorden van de VS:

In 1800 kwamen niet alleen de slaven in opstand, maar ook de normale burgers zagen in dat de slavernij onmenselijk en onacceptabel was. Dit kwam mede door de Amerikaanse revolutie, die de idealen vrijheid en gelijkheid met zich mee bracht in de VS. Vrijheid hadden de slaven zeker niet en de slaven werden al helemaal niet gelijk behandeld. Veel mensen kwamen dus in opstand tegen de slavernij, deze mensen stonden bekend als de abolitionisten. Blanke politici richtten organisaties op tegen de slavernij. In het noorden was er al weinig slavernij, dus kon het in 1827 helemaal afgeschaft worden. In het noorden werkten de mensen in fabrieken en er was daar veel meer industrie. In het zuiden waren de meeste slaven, door de vele plantages die daar waren.

Afschaffing in het Zuiden van de VS:

In het zuiden lag het dus anders, het aantal slaven nam zelfs toe. Deze slaven kwamen dus op de plantages te werken. Ook na de afschaffing zouden slaven illegaal van Afrika naar Amerika worden vervoerd. De afschaffing van de slavernij begon met een burgeroorlog tussen de Noordelijke Staten en de Zuidelijke Staten.

Burgeroorlog:

Op 1 april 1861 begon de burgeroorlog tussen de Noordelijke Staten van Amerika en de Zuidelijke Staten van Amerika, die ook wel de Geconfedereerde Staten werden genoemd. [7]Deze Geconfedereerde Staten waren ontstaan nadat zij de nieuwe Republikeinse president Abraham Lincoln niet wilden erkennen. Abraham Lincoln was namelijk een tegenstander van slavernij, de Zuidelijke Staten waren juist voor. Hierop begon een oorlog tussen deze twee staten, de Geconfedereerde leger bestond uit slechts 35.000 man, het Noordelijke leger uit 115.000 man. Veel slaven moesten de Geconfedereerde leger helpen in de strijd. Op 9 april 1965 werd deze oorlog gewonnen door de Noordelijke Staten, waarna meteen een wet werd aangenomen waarin het verboden werd om in de slaven te handelen.

Verdere leven:

Veel zwarten die eerst slaaf waren, kregen hoop na de afschaffing. Deze hoop bleek al snel voor niets te zijn. Er was nog lang geen sprake van gelijkheid en vrijheid, overal was er nog rassendiscriminatie. De Amerikaanse overheid gaf de blanke plantage eigenaren enorme boerderijen terug. Veel zwarten die eerst slaaf waren, moesten weer op de velden voor de blanken werken voor een schamel salaris, net als voor de burgeroorlog. Er kwamen ook organisaties tegen de zwarten, om ze bang te maken.

De bekendste organisatie was de Ku Klux Klan (KKK), deze kwam er eind 1865. [8]De KKK was opgericht door zes personen. Ze droegen jurken en kappen met gaten aan om niet herkend te worden. Ze sloegen zwarten in elkaar en staken hun huizen in brand.

Zwarten die voor hun rechten opkwamen werden door hen vermoord. Maar er waren ook organisaties die voor de zwarten opkwamen, zoals het Freedmen's Bureau.

Ze gaven voedsel en kleding aan zwarten en ze richtten scholen op voor zwarten. Maar in 1877 kwam de ondergang van deze organisatie, de Ku Klux Klan werd steeds groter en terroriseerde nu ook het Freedmen's Bureau. De KKK bestaat tegenwoordig nog steeds en hoewel discrimineren tegenwoordig bij wet is verboden, doet de KKK dit nog steeds.

Dit alles gebeurde in het zuiden, waar men lange tijd gewend was dat de zwarten slaven waren, en waaraan sommigen niet wilden wennen. Veel zwarten vluchtten daarom naar het noorden. In het noorden waren ze niet zo blij met de enorme toestroom van de zwarten en ze stopten de zwarten in aparte wijken. De zwarten werden nog steeds onderdrukt en er was vaak ruzie tussen blank en zwart. Ze mochten niet naar dezelfde scholen als blanken. Ook andere dingen werden apart: treinen, bussen, parken enz. Bij de bussen zaten de blanken voorin en de zwarten achterin. Het was voor de zwarten verboden om in het blanke deel te gaan zitten. Er is een keer een enorme rel ontstaan doordat een negerin niet wilde opstaan voor een blanke, die achterin wilde gaan zitten omdat voorin geen plaats meer was. Na deze rel groeide de haat tegen de zwarten nog meer.

Tegenwoordig is het discrimineren gelukkig stukken minder. Maar soms worden zwarte mensen toch nog anders behandeld dan blanke mensen. Zelfs de politie doet soms wel eens een beetje aan discriminatie: als je zwart bent wordt je eerder verdacht van slechte dingen te hebben gedaan. Je kunt doen wat je wilt, discriminatie krijg je er waarschijnlijk nooit helemaal uit.

Overeenkomsten en verschillen:

Overeenkomsten:

De grootste overeenkomst is dat de slaven allebei vaak in opstand kwamen tegen hun meesters. Ze vonden het allebei niet leuk om als slaaf te leven en kwamen voor zichzelf op. Bij allebei moesten soldaten aan te pas komen om deze slaven te onderdrukken. De slaven die terug bij hun meester werden gebracht, kregen zware straffen. Jammer voor de slaven, maar deze opstanden waren vaker een mislukking dan een succes. Dit kwam vooral door het feit dat de slaven minder kracht hadden dan de soldaten. De laatste overeenkomst die er is, is dat zowel de Amerikanen als de Romeinen na een tijdje kwamen in te zien dat slavernij iets slechts was. Ze lieten steeds meer slaven vrij, wat in het begin van de slavernij wel anders was.

Verschillen:

Er zijn veel verschillen tussen de Amerikaanse en de Romeinse slaven. De Amerikanen hadden bijvoorbeeld organisaties die voor hen opkwamen, de Romeinse slaven hadden dit totaal niet. We denken dat dit vooral ligt aan het feit dat in de tijd van de Romeinen de wetenschap nog niet zo ver was, om organisaties op te richten en dergelijke. Bij de Romeinen kon je jezelf ook nog vrijkopen, bij de Amerikanen had je dit niet. Bij de Amerikanen kon je in een huishouden heel soms vrijgelaten worden als je heel goed werkte en trouw bleef aan je meester. Bij de Romeinen had je ook nog één grote opstand die overal bovenuit stak, dat was die van Spartacus. Deze opstand is zelfs verfilmd. Bij de Amerikanen had je vooral kleinere opstanden, of je had wel grote opstanden maar zoals gezegd, hebben we die nergens kunnen vinden.

Bij de Romeinen werd je met een heel groot ceremonie vrijgelaten. Bij de Amerikanen waren de meesters zeker niet blij als ze een slaaf minder hadden, want dan kon hij weer wat minder winst maken. Bij de Romeinen werden huisslaven zelfs vaak beschouwd als vriend, bij de Amerikanen was het onmogelijk om een slaaf als vriend te hebben.

Verder verschilde nog het verdere leven van de slaven. Bij de Romeinen kon je bij vrijlating gewoon je eigen gang gaan en werken en je geld verdienen, maar bij de Amerikanen lag dat heel wat anders. Nadat daar de slavernij was afgeschaft, werden ze nog steeds overal onderdrukt. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwamen er rechten voor de zwarten in de VS.

Deelvraag 5

Wat waren de gevolgen van de slavernij?

Romeinen

Slaven speelden een belangrijke rol bij alle volkeren van de oudheid. Het economisch systeem van al deze volkeren zou, als de slaven er niet waren, inelkaar zijn gestort als een kaartenhuis. De welvaart van Rome liep juist zo goed, omdat de organisatie van de slavenarbeid zeer goed was.

In sommige takken waar de slaven actief waren, zoals landbouw, steenbakkerijen en pottenbakkerijen, vervingen ze de slaven door moderne machines. Slaven werden daar dus steeds minder nodig. De huishoudens hadden wel meer dienstpersoneel nodig, er waren toen nog geen machines en dergelijke die de huishoudelijke taken konden verrichten. De slaven moesten allemaal dingen doen, die de rijke Romeinen liever niet zelf deden. Daarom lieten ze hun slaven voor ze koken, schoonmaken, het huis onderhouden, de stallen onderhouden, etc. Zelfs een arme Romein had een of twee slaven, geen slaaf bezitten was het uiterlijke kenmerk van de ergste armoede. Een slaaf hoefde vaak niet zoveel te kosten en als je dat al niet kon permitteren stond je aan de onderste laag van de maatschappij. Dit kwam omdat als je geen slaaf bezat, je het werk van een slaaf zelf moest doen en dus hetzelfde was als een slaaf. Je was niet veel beter dan hem.

Voor al het werk dat verricht moest worden om het Rijk verder te ontwikkelen, werden er slaven gebruikt. Tempels bouwen, aquaducten aanleggen enz. Als de slaven er niet waren, moesten de Romeinen hun schatkisten gebruiken om alles te bouwen, terwijl de slaven het voor niks deden. Het was dus niet zo verrassend dat de Romeinen alle krijgsgevangenen als slaaf aan het werk zetten, zo konden de Romeinen dus hun enorme rijk draaiende houden en zelf steeds rijker worden.

De gemiddelde Romeinse huishouden had ongeveer acht tot tien slaven. De armere huishoudens hadden er ongeveer drie. Sommige huishoudens gingen zelfs zo ver dat ze soms wel zestig slaven in hun enorme huis hadden rondlopen. Dit gebeurde vooral, omdat het aantal slaven dat je bezat liet zien hoe rijk je was. De slaven waren dus bevorderend voor de economie van het land. Ze houden het Rijk draaiende door alles gratis te bouwen. Zo hoefden de meesters geen geld uit te geven en werden ze steeds rijker.

Amerikanen

Economische gevolgen

Door de slavernij nam de handel en welvaart in gebieden waar de slaven actief waren, snel toe. Dit was dus voornamelijk in de Zuidelijke Staten van de Verenigde Staten. In de Noordelijke Staten was er niet zoveel slavernij, maar daar waren ook wel wat economische gevolgen. Een aantal gevolgen op een rij:

Landbouw:

In de Zuidelijke Staten deden de slaven erg intensief werk in de landbouw. Er waren hier weinig machines en er waren dus veel slaven nodig. Alles werd met de hand gedaan. Zo werd er katoen handmatig geplukt en gezaaid, en werd ook suikerriet handmatig geoogst en naar de opslagplaatsen gebracht.

Tegenwoordig gebruiken we voor dit soort werk grote machines, die waren er toen natuurlijk nog niet. De productie van alle katoen en suikerrietplantages bij elkaar was erg groot en vormde het merendeel van het netto nationaal product van de Zuidelijke Staten. Zo zorgde deze productie er dus ook voor dat er bij een mislukte oogst de slaven vooral de schuld kregen en dat zij dus werden gestraft.

Textielindustrie in het Noorden:

Door de opbloeiende katoenteelt ontstonden er in de Noordelijke Staten veel textielindustrie. De grote productie van katoen en suikerriet moest natuurlijk ergens verwerkt worden. Dat gebeurde meestal in de Noordelijke Staten. Daar ontwikkelden zich veel spinnerijen, weverijen en textielfabrieken. Die hadden allemaal dezelfde grondstoffen nodig, namelijk katoen. Dat werd dus verbouwd in de Zuidelijke Staten. Zo had de katoenverbouwing als economisch gevolg een stijging van de werkgelegenheid, zowel in de Zuidelijke als in de Noordelijke staten.

Winst:

De Zuidelijke staten maakten als gevolg van de slavenhandel een enorme economische groei. Deze economische groei was grotendeels te danken aan de slavenhandel. De slaven werkten altijd door waardoor de productie hoog lag, de slaven hadden niets of weinig te eisen. Ze woonden in huizen die je eigenlijk niet eens huizen mocht noemen, zo slecht waren ze. Van de prijs die de meester kreeg voor het verkopen van het product dat de slaaf had verbouwd, hield hij veel geld over, na het vergoeden van de kosten, het aanschaffen van nieuwe slaven en andere factoren zoals pacht voor het land.

Toenemende handel:

Door de slavernij was er veel handel ontstaan in de Verenigde Staten. De bekendste vorm van handel is natuurlijk de slavenhandel. De slaven werden door de eigenaren vaak gekocht en verkocht op een slavenmarkt. Ook werden de slaven vaak door een eigenaar uitgeleend aan vrienden en/of kennissen. Een andere vorm van handel die veranderd was door de slavernij was natuurlijk de handel in producten. Omdat de slaven veel produceerden, ging de prijs omlaag, en werd er dus meer gekocht en verkocht. Er werden vaak ook dingen geruild in plaats van verkocht.

Toename van de welvaart en werkgelegenheid:

De eigenaren maakten dus meer winst omdat ze de slaven zo hard lieten werken en kregen dus meer geld te besteden. Ze ging hiermee vaak producten bij anderen kopen. Die mensen verbruikten het geld weer bij anderen, enz., waardoor de welvaart toenam.

Er ontstond meer werk voor blanke mensen door de komst van de slaven. Mensen konden nu aan het werk als bijvoorbeeld opzichter op een plantage, anderen kregen weer een baan bij een slavenmarkt.

Sociale gevolgen

In hun zware leven hadden de slaven natuurlijk afleiding nodig. Veel slaven zochten deze afleiding in muziek, ze konden hun gevoelens hierin kwijt en het was ontspannend. Ze zongen vaak liedjes met veel invloeden van het gebied waar ze vandaan kwamen, Afrika. Ze zongen vaak over het zware werk dat ze moesten verrichten, over hun geloof en over hoe graag ze terugwilden naar Afrika. Dit zorgde voor wat plezier tijdens het werk. Ze verzonnen zelf instrumenten, zoals druminstrumenten. Het gaf de slaven ook een beetje een eigen identiteit in Amerika. Dit soort muziek was heel nieuw voor de Amerikanen.

Toen de slavernij werd afgeschaft en de slaven vertrokken van de plantages richting de steden, ontstond er een groot arbeidstekort. Vooral New Orleans werd overspoeld met de zwarte bevolking.

Omdat ze nog steeds gediscrimineerd werden, was de enige manier om te overleven bedelen en muziek maken. Er stonden vele groepjes zwarten op de hoeken van de straat te zingen, het geluid werd al snel een succes in New Orleans en verplaatste zich naar de cafés. Sommigen verdienden dus zo hun geld en kochten er instrumenten van zoals een klarinet, trompet en een tuba. Er ontstonden verschillende stijlen die bij elkaar jazz genoemd werden. De muziek was ritmisch en had veel invloeden uit Afrika. Door het succes kregen ook de andere steden in Amerika te maken met deze muziek. Hierdoor hoorden het grootste deel van Amerika deze muziek in de steden. Op het platteland kwam het moeizamer op gang omdat daar ook minder zwarte mensen woonden dan in de grote steden. Vrijwel alle belangrijke muzieksoorten uit de vorige eeuw zijn voortgekomen uit de Afrikaanse muziek, zoals: blues, gospel, jazz, rhythm & blues (R&B), soul en reggae. Veel mensen zijn met deze muziek rijk geworden.

Overeenkomsten en verschillen

Overeenkomsten:

De grootste overeenkomst is dat bij beiden de slavernij de economie heeft bevorderd. Ook kregen de eigenaren van de slaven steeds meer geld in hun zakken, omdat de slaven gratis werk verrichten en ze door al het harde werken steeds meer winst opbrachten. Bovendien waren beide slaven bevorderend voor het hele land, bij de Romeinen maakten ze bruggen enz. en bij de Amerikanen nam de handel en dus de welvaart toe door de slaven.

Verschillen:

Het enige verschil dat er is, is dat de Amerikaanse slaven door de muziek die ze hadden uitgevonden, hun stempel hebben gedrukt op de hele toekomst van Amerika. De Romeinse slaven zijn alleen goed geweest voor de periode waarin ze actief waren. Er zullen ongetwijfeld meer verschillen zijn, maar die hebben we helaas niet kunnen vinden.

Conclusie

De hoofdvraag luidde: 'Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen de Romeinse slaven en de Amerikaanse slaven?'. Omdat er veel overeenkomsten en verschillen tussen beide slaven zijn, hebben we na elke deelvraag al de overeenkomsten en de verschillen behandeld. De conclusie is dus eigenlijk niets anders dan een korte herhaling ervan.

Waar kwamen de slaven vandaan?

Overeenkomsten:

Een overeenkomst is dat ze allebei slaven haalden uit Afrika, de Amerikanen meer dan de Romeinen. De Amerikanen haalden hun slaven uit heel Afrika, maar vooral uit het Westen. De Romeinen meer uit het noorden, het gebied waaraan zij grensden. Enige overeenkomst die ze nog hebben is dat ze slavenmarkten organiseerden om de slaven te verkopen. Deze slavenmarkten hadden wel verschillen.

Verschillen:

Er zijn veel verschillen. Ten eerste hadden de Romeinen vele manieren om aan hun slaven te komen, tegenover één manier van de Amerikanen. De Romeinen hadden dan vaak ook een overvloed aan slaven, terwijl bij de Amerikanen soms angst overheerste dat ze door allerlei regels geen slaven meer konden halen uit hun enige bron, Afrika.

Ten tweede hadden de slavenmarkten en de verdere behandeling van de slaven wat verschillen. Bij de Romeinen moest je op de slavenmarkt gewoon stilstaan en hopen dat iemand je goed vindt door je eigenschappen die op je nek stonden. Bij de Amerikanen moest je jezelf bewijzen op de slavenmarkt door gevechten en oefeningen. Dit komt vooral omdat je bij de Amerikanen gewoon uit Afrika werd gehaald in groepen, zonder te kijken of je intelligent was of niet. Bij de Romeinen daarentegen kon je opgeleid worden en had je bij veroveringen soms hoge en intelligente mensen veroverd, die dus duurder waren dan een normale slaaf.

En ten derde kreeg je bij de Amerikanen een brandmerk, waarmee mensen aan je kunnen herkennen dat je een slaaf bent. Bij de Romeinen had je dit niet, maar elk slaaf had wel een naamplaatje met de naam van zijn meester om zijn nek en/of had de slaaf een slavenbandje om zijn pols hangen, zodat iedereen kon zien wie een slaaf was en wie niet.

Welk soort slaven had je en waar werden ze voor gebruikt?

Overeenkomsten:

De Romeinse slaven op de mijnen werden even slecht behandeld als bij de Amerikanen. Ook werden ze ingezet op het platteland en moesten werken in het huishouden. Op het platteland moesten de slaven harder werken dan de slaven die in de huishoudens of elders werkten. In een huishouden was het ook vrijwel hetzelfde bij de Romeinse en Amerikaanse slaven: ze moesten veel taken verrichten, maar alle taken waren lichter dan op het platteland. De slaven moesten ervoor zorgen dat alles rond en in het huishouden zonder problemen verliep.

Verschillen:

Bij de Amerikanen moest je gewoon werken voor een eigenaar in een huis of op een plantage, maar bij de Romeinen kon je ook slaaf worden van de staat. Als je slaaf van de staat werd, kon je in verschillende beroepen worden ingezet, van kunstschilder tot stratenmaker. Vaak waren het dingen die je moest doen om de staat te helpen en/of verder te ontwikkelen. Ook werden de slaven ingezet om de rijke Romeinen te vermaken, zoals door ze tegen elkaar te laten vechten in een Colosseum.

Verder werd je bij de Amerikanen veel slechter behandeld dan bij de Romeinen, alleen op de mijnen bij de Romeinen werd je net zo slecht behandeld als bij de Amerikanen. De slaven in Amerika moesten het hele jaar door werken, maar als je geluk had kwam je in een huishouden terecht en was het niet zo zwaar. Op het platteland had je wel vrije tijd, maar niet veel. De Romeinen op het platteland moesten ook hard werken, maar hadden wel meer vrije tijd dan de Amerikanen. En als laatste verschil, bij de Romeinen kon je als slaaf naar school gaan om dan later een goed beroep uit te voeren voor je meester. Bij de Amerikanen had je dit niet, de slaven werden gehaald uit Afrika en werden na de slavenmarkt direct aan het werk gezet.

Hadden de slaven rechten?

Overeenkomsten:

Dat de slaven weinig tot geen rechten hadden, is de grootste overeenkomst tussen de slaven. De meester was gewoon hun baas en ook al hadden de slaven rechten, als hun meester het niet wilde, gebeurde het ook niet. De meester mocht doen met zijn slaven wat hij maar wilde, van doodmaken tot met ze spelen. Ook moesten beide slaven een teken dragen om duidelijk te maken dat ze slaaf zijn. De Romeinen hadden een naamplaatje of slavenbandje, de Amerikaanse slaven hadden een brandmerk. Ook werden bij beide de slaven gestraft die andere slaven hielpen met vluchten of iets dergelijks. Bovendien mochten de slaven niet trouwen, maar het gebeurde toch wel, omdat de kinderen die er dan zouden komen automatisch een slaaf van de meester van de ouders zijn. De kinderen werden dan verkocht, waardoor ze hun ouders nooit meer terugzagen. Verder kwamen er bij beide slaven wetten om het leven van de slaven een stuk aangenamer te maken, wat niet altijd lukte. Bij de Romeinen lukte dit wel, maar bij de Amerikanen mislukte dit, door gebrek aan toezicht. Toch werden beide slaven een beetje goed behandeld. Maar de meesters, zowel bij de Amerikanen als bij de Romeinen, hadden hetzelfde idee hierover: als de slaven beter behandeld zouden worden, zouden ze harder gaan werken en dus meer winst binnenhalen. Bij alles dachten ze dus eerst aan zichzelf, en dan pas aan de slaven. De straffen waren ook hetzelfde, in de meeste gevallen werd de zweep gebruikt om de slaaf te laten zien dat hij een fout had begaan.

Verschillen:

Het enige verschil dat er is, is dat de meesters bij de Amerikanen hun slaven niet leerden lezen en schrijven. Dit deden ze om de slaven dom te houden, zodat ze niet in opstand zouden komen tegen hun meesters. Bij de Romeinen daarentegen, werden slaven zelfs soms naar speciale scholen gestuurd om een beroep te studeren zodat ze deze later voor hun meester konden uitoefenen. Verder is alles nagenoeg hetzelfde.

Hoe probeerden de slaven vrij te komen?

Overeenkomsten:

De grootste overeenkomst is dat de slaven allebei vaak in opstand kwamen tegen hun meesters. Ze vonden het natuurlijk niet leuk om als slaaf te leven en kwamen voor zichzelf op. Bij allebei moesten soldaten aan te pas komen om deze slaven te onderdrukken. De slaven die terug bij hun meester werden gebracht, kregen zware straffen. Jammer voor de slaven, maar deze opstanden waren vaker een mislukking dan een succes. Dit kwam vooral door het feit dat de slaven minder kracht hadden dan de soldaten. De laatste overeenkomst die er is, is dat zowel de Amerikanen als de Romeinen na een tijdje kwamen in te zien dat slavernij iets slechts was. Ze lieten steeds meer slaven vrij, wat in het begin van de slavernij wel anders was.

Verschillen:

De Amerikanen hadden organisaties die voor hen opkwamen, de Romeinse slaven hadden dit totaal niet. Ik denk dat dit vooral ligt aan het feit dat in de tijd van de Romeinen de wetenschap nog niet zo ver was, om organisaties op te richten en dergelijke. Bij de Romeinen kon je jezelf ook nog vrijkopen, bij de Amerikanen had je dit niet. Bij de Amerikanen kon je in een huishouden heel soms vrijgelaten worden als je goed werkte en trouw bleef aan je meester. Bij de Romeinen had je ook nog één grote opstand die overal bovenuit stak, dat was die van Spartacus. Deze opstand is zelfs verfilmd. Bij de Amerikanen had je vooral kleinere opstanden.

Bij de Romeinen werd je met een heel groot ceremonie vrijgelaten. Bij de Amerikanen waren de meesters zeker niet blij als ze een slaaf minder hadden, want dan kon hij weer wat minder winst maken. Bij de Romeinen werden huisslaven zelfs vaak beschouwd als vriend, bij de Amerikanen was het onmogelijk om een slaaf als vriend te hebben.

Verder verschilde nog het verdere leven van de slaven. Bij de Romeinen kon je bij vrijlating gewoon je eigen gang gaan en werken en je geld verdienen, maar bij de Amerikanen lag dat heel wat anders. Nadat daar de slavernij was afgeschaft, werden ze nog steeds overal onderdrukt. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwamen er rechten voor de zwarten in de VS.

Wat waren de gevolgen van de slavernij?

Overeenkomsten:

De grootste overeenkomst is dat bij beiden de slavernij de economie heeft bevorderd. Ook kregen de eigenaren van de slaven steeds meer geld in hun zakken, omdat de slaven gratis werk verrichten en ze door al het harde werken steeds meer winst opbrachten. Bovendien waren beide slaven bevorderend voor het hele land, bij de Romeinen maakten ze bruggen enz. en bij de Amerikanen nam de handel en dus de welvaart toe door de slaven.

Verschillen:

Het enige verschil dat er is, is dat de Amerikaanse slaven door de muziek die ze hadden uitgevonden, hun stempel hebben gedrukt op de hele toekomst van Amerika. De Romeinse slaven zijn alleen goed geweest voor de periode waarin ze actief waren.