This dissertation has been submitted by a student. This is not an example of the work written by our professional dissertation writers.

Als mensen elkaar het ja-woord geven is dat in principe een verbintenis voor het leven. De trouwbelofte zegt het ook. "Verklaart u... aan te nemen tot uw wettige echtgenoot ...en belooft u getrouw alle plichten te zullen vervullen, die door de Wet aan de huwelijkse staat worden verbonden? Wat is daarop uw antwoord?" Na twee keer een ja verklaart de ambtenaar dat het huwelijkskoppel door de echt aan elkaar zijn verbonden. Het huwelijk is een feit. Toch kan tegenspoed, in wat voor vorm dan ook, ervoor zorgen dat een echtpaar het huwelijk wil ontbinden door te scheiden. Een scheiding heeft naast emotionele consequenties ook financiële gevolgen. Met het bestuderen van deze module, breng je een verdieping aan van je kennis over echtscheidingen en de financiële gevolgen.

Het bestuderen van deze module neemt ongeveer 6 uren in beslag.

LearnCare Academy wenst je veel plezier bij het leren.

Inleiding

In deze module krijg je aan de hand van korte stukjes theorie en voorbeelden een verdieping over scheiden en beëindiging van andere verbintenissen. Deze module is verdeeld in twee delen: een algemeen deel en een financieel deel.

Deel 1

In deel 1 bespreken we het gehele proces van scheiden. Hierdoor krijg je breder zicht op wat er tijdens een scheiding op iemand afkomt of wat er nog gaat komen. Dit stelt je in staat om goed beeld te krijgen van de situatie op dat moment en het vervolgproces dat nog gaat komen. Dit maakt het gemakkelijker om je te verplaatsen de situatie van de klant.

Deel 2

In deel 2 bespreken we de financiële gevolgen van scheiding. Hierdoor verkrijg je een verdieping over de impact van een scheiding op iemands financiën. Afhankelijk van waar iemand zich bevind in het proces van scheiding, weet je met welke financiële aspecten je rekening moet houden en kun je beter inspelen op iemands huidige en toekomstige financiële situatie.

Aan het eind van ieder hoofdstuk worden de leerdoelen genoemd. Met het afvinken van een leerdoel geef je aan dat je het leerdoel beheerst. Kun je nog geen vinkje zetten, lees dan het hoofdstuk nog een keer.

Voor alle duidelijkheid:

Daar waar ex-partner staat wordt de man of vrouw bedoeld die gescheiden is van zijn wederhelft.

Bij een bijzonder weduwe pensioen kan ook bedoeld zijn het bijzonder weduwnaarspensioen of bijzonder partnerpensioen. De werknemer of deelnemer is dan degene die het pensioen verwerft of heeft verworven.

Bij elkaar in Nederland

In Nederland kennen we het burgerlijk huwelijk en het geregistreerd partnerschap. Dit zijn bij wet geregelde samenlevingsvormen, waarmee mensen hun relatie dus wettelijk vastleggen. Voor het sluiten van een huwelijk of het aangaan van een geregistreerd partnerschap gelden dan ook veel wettelijke regels en bepaalde rechten en plichten van de huwelijkspartners ten opzichte van elkaar. Hierover lees je hier meer over in dit hoofdstuk.

Trouwen

In Nederland kunnen partners op twee manieren trouwen: in gemeenschap van goederen of onder huwelijkse voorwaarden. Onderstaand staan deze manieren uitgelegd.

Gemeenschap van goederen

Trouwen in gemeenschap van goederen betekent trouwen zonder huwelijkse voorwaarden. Hierbij ontstaat een algehele gemeenschap van goederen. Dit houdt in dat de echtgenoten samen ieder voor de helft eigenaar zijn van alle goederen die zij eerst privé bezaten. Dit kan voordeel en nadeel hebben. Naast de inkomsten delen de echtgenoten ook eventueel ontvangen schenkingen en erfenissen. Dit kan een voordeel zijn.

De andere kant van de medaille is dat schulden ook in de gemeenschap kunnen vallen. Schuldeisers van één van beide echtgenoten kunnen zich bij een faillissement verhalen op het gehele saldo van de gemeenschap van goederen. Het niet willen meebetalen aan schulden die door de ander zijn gemaakt, is voor veel mensen een reden om te trouwen onder huwelijkse voorwaarden. Het is afhankelijk van de daadwerkelijke situatie of het verkrijgen van vermogen of het hebben van schuld wel of niet in de gemeenschap valt. In dit hoofdstuk richten we op standaard situaties en laten we mogelijke uitzonderingsgevallen achterwege.

Huwelijkse voorwaarden

Trouwen onder huwelijkse voorwaarden, betekent trouwen met een aantal vooraf opgestelde mitsen en maren. De echtgenoten willen niet dat er een algehele boedel ontstaat. Ze kunnen hiervan afwijken door middel van huwelijkse voorwaarden. Situaties waarin echtgenoten hiervoor kiezen zijn bijvoorbeeld:

  • Bij een eigen onderneming waardoor er een hoger risico is op een faillissement;
  • Wanneer er sprake is van schulden;
  • Bij een groot verschil in de hoogte van de vermogens;
  • Wanneer één van de echtgenoten al kinderen heeft.

Voor het maken van huwelijkse voorwaarden ondertekenen de echtgenoten een akte van huwelijkse voorwaarden bij de notaris. In deze akte staan de zakelijke gevolgen van het huwelijk beschreven. Regelingen die over het algemeen voorkomen zijn gaan over:

  • De verdeling van de huishoudelijke kosten
  • Het eigendom van schulden en bezittingen
  • De verdeling van pensioenrechten

Soorten huwelijkse voorwaarden

Er zijn meerdere vormen van huwelijkse voorwaarden mogelijk: de algehele uitsluiting, beperkte gemeenschap en het verrekeningbeding. Omdat iedere situatie anders is, kiezen echtgenoten vaak voor een mengvorm tussen de drie vormen. Onderstaand lees je een korte uitleg van de eerder genoemde vormen.

  • Algehele uitsluiting van gemeenschap van goederen
  • Deze vorm van uitsluiting heet ook wel "koude uitsluiting". Dit houdt in dat geen van de inkomens en niets van het vermogen gemeenschappelijk wordt. De financiële situatie blijft hetzelfde als vóór het huwelijk. Wel hebben de echtgenoten de wettelijke onderhoudsverplichting. Ze zijn verplicht elkaar te voorzien in de kosten van de huishouding. Het voordeel van deze vorm van huwelijkse voorwaarden is dat er niets verdeeld hoeft te worden bij een scheiding. Het nadeel is wel dat als één van de echtgenoten geen of weinig inkomsten heeft, een oneerlijke verdeling kan ontstaan. Volledig uitsluiting komt in de praktijk dan ook steeds minder voor.

  • Beperkte gemeenschap van goederen
  • Bij deze vorm van huwelijkse voorwaarden is er een gemeenschappelijk en een privé deel van de gemeenschap. Vaak is de inboedel gemeenschappelijk en zijn de overige spullen privé bezit. Ook kunnen de echtgenoten een andere verdeling afspreken. Erfenissen en schenkingen vallen binnen het gemeenschappelijke deel. Omdat het lastig is om goed bij te houden welke spullen privé of gemeenschappelijk zin, komt deze vorm in de praktijk niet veel voor.

  • Periodiek verrekenbeding
  • Bij deze vorm van huwelijkse voorwaarden is er alleen een privévermogen. Het verschil met de "koude uitsluiting" is dat bij deze voorwaarden de echtgenoten na een bepaalde periode het overgebleven vermogen bij elkaar op te tellen en te delen. De echtgenoten hebben dus een soort vordering op elkaars vermogen. De schulden staan hier buiten. Dit betekent dat de inkomsten van de echtgenoten bijvoorbeeld een jaar lang op een gezamenlijke rekening worden gestort. Van deze rekening betalen ze de uitgaven en na een jaar kijken ze wat er overblijft, om het bedrag vervolgens te verdelen. Ook deze vorm komt in de praktijk zeer weinig voor. Dit komt ook omdat na het verstrijken van de afgesproken periode de partners geen recht meer hebben op geld. Zowel tijdens het huwelijk als na een scheiding.

  • Verrekenbeding
  • Bij deze vorm van huwelijkse voorwaarden vindt bij scheiding gelijke verdeling van de plaats van alle eigendommen. Deze vorm zijn vaak voorwaarden die echtgenoten extra afspreken, bovenop de voorwaarden van de eerder genoemde vormen. Koude uitsluiting kan bijvoorbeeld betekenen dat de echtgenoten in een situatie komen met grote vermogensverschillen. Dit kan een reden zijn om een verrekeningsbeding toe te voegen. Voorbeelden hiervan zijn het jaarlijkse verrekeningsbeding en het finaal verrekeningsbeding of een combinatie tussen beide. Onderstaand lees je een korte uitleg van beide vormen.

  • Jaarlijkse verrekeningsbeding
  • Bij dit beding vindt de verrekening van de inkomsten van de echtgenoten, nadat de kosten van de huishouding hiervan zijn betaald. Hierdoor houden beide hetzelfde bedrag over aan het eind van het jaar, ongeacht hun eigen inkomen.

  • Finaal verrekeningsbeding
  • Bij dit beding vindt tijdens het huwelijk zelf geen verrekening plaats. Aan het einde van het huwelijk worden de vermogens verdeeld. Hierbij zijn een aantal vermogensdelen uitgezonderd.

Geregistreerd partnerschap

Geregistreerd partnerschap is een verbintenis die vergelijkbaar is met het huwelijk. De voorwaarden voor het aangaan van een huwelijk onder huwelijkse voorwaarden en geregistreerd partnerschap zijn gelijk.

Wel is zijn er twee belangrijke verschillen tussen deze twee verbintenissen wanneer er sprake is van kinderen.

  • Het eerste verschil is dat bij geregistreerd partnerschap niet automatisch een familierechtelijke band ontstaat tussen de kinderen van de geregistreerde partners.
  • Het tweede verschil is dat beëindiging van het partnerschap plaats kan vinden zonder tussenkomst van de rechter. Maar dit kan alleen als beide partners het hierover eens zijn en als er geen minderjarige kinderen betrokken zijn. Dit "wederzijdse goedvinden" moeten de partners wel aantonen en moet goed geregeld zijn, in een overeenkomst. Hierover lees je meer in paragraaf 2.1.2.

Ongehuwd samenwonen

Gaan twee mensen ongehuwd samenwonen, dan ontstaat er geen gemeenschap van goederen. De samenlevers hebben dan geen rechten en plichten ten opzichte van elkaar. De wet stelt namelijk geen eisen aan deze samenlevingsvorm. Om toch formele afspraken te maken, kunnen de samenlevers kiezen voor een samenlevingscontract.

Samenlevingscontract

Het samenlevingscontract is een formele akte, met vastgelegde afspraken waaraan de samenlevers zich moeten houden. Afspraken in het contract kunnen bijvoorbeeld gaan over de verplichtingen na beëndiging van het samenwonen. Zoals afspraken over wie in de woning mag blijven wonen, het betalen van verhuiskosten of een bedrag voor levensonderhoud. Ook worden in het contract vaak afspraken gemaakt over het oplossen van geschillen.

De samenlevers kunnen onderling een overeenkomst maken of een officiële overeenkomst opstellen bij de notaris. Voordeel van het betrekken van de notaris is dat een notariëel contract voor bepaalde regelingen, zoals de partner-pensioenregeling, een voorwaarde is om voor deze regeling in aanmerking te komen.

Beëindiging van het samenlevingscontract gebeurt op vier momenten:

  • Bij beëindiging van het samenwonen;
  • Bij overlijden;
  • Bij het aangaan van een huwelijk;
  • Bij het aangaan van geregistreerd partnerschap.

Leerdoelen

Nu ik hoofdstuk 1 heb bestudeerd kan ik:

Het verschil tussen trouwen in gemeenschap van goederen en onder huwelijkse voorwaarden uitleggen.

De soorten huwelijkse voorwaarden benoemen.

Het verschil tussen trouwen, gerigstreerd partnerschap en ongehuwd samenwonen uitleggen.

Uit elkaar in Nederland

Een scheiding of ontbinding van geregistreerd partnerschap zijn niet zomaar geregeld. Partners moeten afspraken maken over bijvoorbeeld het pensioen en alimentatie, bezittingen moeten worden verdeeld en zijn er kinderen betrokken dan moeten er goede afspraken komen over de verzorging en opvoeding. In dit hoofdstuk lees je wat er allemaal komt kijken bij het proces van echtscheiding, bij ontbinding van geregistreerd partnerschap of het beëindigen van een samenlevingscontract. Ook lees je wat de verschillen tussen het beëindigen van deze wettelijke verbintenissen zijn.

Ontbinding van het huwelijk

Sinds 2001 kunnen niet alleen man en vrouw maar ook twee vrouwen of twee mannen met elkaar in het huwelijksbootje treden. Wanneer het huwelijk spaak loopt is er slechts één grond voor ontbinding van het huwelijk: "duurzame ontwrichting". Hiervan is sprake wanneer de verhoudingen binnen het huwelijk zo moeilijk zijn geworden, dat herstel niet te verwachtten is en het eigenlijk niet mogelijk is langer bij elkaar te blijven.

Om in Nederland te kunnen scheiden is een verzoek aan de rechtbank nodig, en een advocaat die tijdens de procedure vanuit juridisch oogpunt adviseert, begeleidt en de administratieve afwikkeling met de rechtbank afhandelt. Hij geeft informatie over wat er gaat gebeuren, voert eventueel overleg met de advocaat van de andere partij en start de procedure richting de rechtbank. Het is aan de echtgenoten of ze kiezen voor één of twee advocaten of een mediator.

Voorwaarden voor echtscheiding

Wanneer een echtpaar een echtscheiding aanvraagt, betekent dit een ontbinding van het huwelijk. Dit houdt in dat alle juridische verbanden ophouden te bestaan. Een huwelijk kan alleen via de rechter ontbonden worden. Bij een Nederlandse rechter kan alleen in onderstaande gevallen een echtscheiding worden aangevraagd:

  • Als de echtgenoten beide een Nederlandse nationaliteit hebben of een vaste verblijfplaats in Nederland hebben;
  • Als de echtgenoten samen een echtscheiding aanvragen en één van beide heeft Nederland als gewone verblijfplaats;
  • De aanvragend echtgenoot de Nederlandse nationaliteit heeft en tenminste 6 maanden Nederland als gewone verblijfplaats heeft;
  • De aanvragend echtgenoot geen Nederlandse nationaliteit heeft, maar heeft Nederland tenminste één jaar vóór het verzoek tot scheiding, als gewone verblijfsplaats;
  • De partner van de aanvragend echtgenoot zonder Nederlandse nationaliteit heeft in Nederland zijn gewone verblijfplaats.

Het aanvragen van een echtscheiding kan op ieder moment. Hiervoor geldt geen bepaalde vereiste periode van huwelijk. Zelfs trouwen en scheiden op dezelfde dag zou dus bij wijze van spreken kunnen. Zodra de echtscheiding afgerond is, kunnen de ex-echtgenoten zonder probleem met een andere partner trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan.

Procedure van scheiding

Verzoekschrift

De scheidingsprocedure begint met het verzoekschrift aan de rechter. Dit is een soort brief aan de rechtbank. Hierin staat het verzoek ter ontbinding van het huwelijk en eventuele nevenvoorzieningen. Voorbeelden van nevenvoorzieningen zijn:

  • Alimentatie voor de partner en/of de kinderen;
  • Gezag over en de omgang met minderjarige kinderen;
  • Scheiden van de boedel;
  • Huur of het gebruik van de echtelijke woning;
  • Andere zaken die samenhangen met de echtscheiding.

Echtscheidingsconvenant

Bij een scheiding moeten de echtgenoten afspraken maken en deze vastleggen in een echtscheidingsconvenant. Voordat het echtscheidingsconvenant opgesteld kan worden moeten de echtgenoten het eens zijn over de scheiding op zich, de financiële gevolgen en/of eventuele gevolgen voor de kinderen. In sommige gevallen leidt dit tot emotionele en intensieve onderhandelingen. Vaak stelt een advocaat het echtscheidingsconvenant op. Afspraken hierin gaan over het algemeen over de volgende onderwerpen:

  • Hoofdverblijf van de kinderen, omgangsregeling;
  • Partneralimentatie, kinderalimentatie;
  • Verdeling van de inboedel;
  • De echtelijke woning;
  • Verdeling van financiële zaken.

Convenant

Na overeenstemming over de inhoud van het echtscheidingsconvenant, volgt het indienen van het verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank. Via een advocaat dienen de echtgenoten dit verzoek gezamenlijk in. Dit kan alleen als er overleg mogelijk is tussen de partijen, en er afspraken kunnen worden gemaakt. Het voordeel van een gezamenlijk verzoek is dat dit eenvoudiger en sneller geregeld is dan een eenzijdig verzoek.

Het echtscheidingconvenant is als bijlage bij het verzoek toegevoegd. Vanwege de gemeenschappelijkheid neemt de rechter in dit geval aan dat er sprake is van duurzame ontwrichting. Daarom is een motivatie niet nodig en komt er geen zitting. Na het indienen van het verzoek doet de rechter een uitspraak. Hij zal de afspraken die in het convenant staan formeel bevestigen. Mocht er in de toekomst een geschil ontstaan dan kunnen de afspraken zonder tussenkomst van de rechter afgedwongen worden.

Een voorbeeld

Mieke en John zijn 10 jaar getrouwd maar hun huwelijk loopt niet meer. De vut is er zo erg uit dat ze willen scheiden. Ze communiceren nog op een normale manier met elkaar en kiezen daarom voor één advocaat die voor hen samen het echtscheidingsconvenant opstelt.

Het convenant legt vast dat er een omgangsregeling komt voor hun tweeling Anne en Maartje. Ook spreken ze af dat Mieke € 900,- per maand aan partneralimentatie van John zal ontvangen. De advocaat dient een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding in via de rechtbank. De rechter doet uitspraak en bevestigt het echtscheidingsconvenant formeel.

Ondanks dat alles koek en ei leek, krijgen John en Mieke ruzie. John is met het betalen van de alimentatie gestopt. Hij vindt dat hij de tweeling te weinig ziet. Mieke kan in dit geval zonder tussenkomst van de rechter een deurwaarder inschakelen om toch de alimentatie te ontvangen. Dit kan omdat de rechter het echtscheidingsconvenant door een formele bevestiging heeft bekrachtigd.

Eenzijdig verzoekschrift

Wanneer de echtgenoten het niet met elkaar eens zijn, dient één van de echtgenoten een verzoekschrift bij de rechtbank in. De tegenpartij kan hier schriftelijk op reageren. Daarna vindt een zitting plaats. Hierbij zijn beide echtgenoten en de advocaten aanwezig. Tijdens de zitting bespreekt de rechter de geschillen met beide partijen. De rechter vraagt dan tijdens deze zitting of de echtgenoten nog iets willen zeggen dat van belang kan zijn voor de beslissing. De rechter vertelt wanneer hij een beslissing neemt, nadat alle betrokkenen aan het woord zijn geweest. Meestal is dit binnen een maand. De rechter beslist dus na de zitting op basis van het verzoekschrift en andere stukken. Eén van de echtgenoten kan zoals eerder gezegd ook bezwaar hebben tegen (één van) de nevenverzoeken. Deze verzoeken behandelt de rechter op een aparte zitting.

Een datum voor de zitting wordt vastgesteld als alle stukken bij de rechtbank binnen zijn. De echtgenoten krijgen een oproep, maar zijn niet verplicht om naar de zitting te komen.

Er komt geen zitting als er:

  • Een eenzijdig verzoek is ingediend;
  • Geen verweer is binnengekomen;
  • Geen minderjarige kinderen van 12 jaar of ouder zijn, die hun mening moeten geven over het gezag.

Het vastleggen van de beslissing, dus de uitspraak van de rechter waarin hij verzoek tot echtscheiding toewijst, heet een beschikking. Deze beschikking krijgen de echtgenoten via de advocaat thuisgestuurd.

Definitief scheiden

Na de uitspraak van de rechter is de echtscheiding nog niet definitief. Dit is pas het geval als de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand.

Een echtscheiding is definitief als de echtscheidingsuitspraak van de rechter wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Deze uitspraak van de rechter wordt echtscheidingsbeschikking genoemd. De beschikking is onherroepelijk op het moment dat er geen bezwaar of beroep meer mogelijk is, of wanneer er geen bezwaar meer gemaakt zal worden.

Het proces gaat als volgt. Bij de echtscheidingsbeschikking die beide echtgenoten toegestuurd krijgen voegt de advocaat een akte van berusting tevens verzoek tot inschrijving toe. Met ondertekening van deze akte geven de echtgenoten aan dat ze instemmen met de uitgesproken echtscheiding. Daarnaast verzoeken ze hiermee de ambtenaar van de Burgerlijke Stand de echtscheiding in te schrijven. De advocaat draagt zorg voor de inschrijving bij de gemeente, waar de echtgenoten voor de wet zijn getrouwd.

Indien één van beide partijen weigert om de akte van berusting te ondertekenen, kan de echtscheiding pas worden ingeschreven nadat de termijn om hoger beroep in te stellen, verstreken is.

Flitsscheiding

De flitsscheiding zoals die er vroeger was is sinds 2009 niet meer mogelijk. Bij een flitsscheiding werd het huwelijk eerst omgezet in geregistreerd partnerschap. Hiervoor was geen gerechtelijke procedure nodig. Echtgenoten scheidden dus buiten de rechter om. De tweede stap was het beëindigen van het geregistreerd partnerschap, via de burgerlijke stand. Na deze afwikkeling, was de scheiding afgerond. Vaak werd een flitsscheiding gebruikt vanwege de snelle afhandeling en wanneer er geen kinderen of complexe zaken aan de hand waren. Het grote nadeel van deze manier van scheidden was dat er geen erkenning voor was in diverse buitenlandse landen. Hierdoor kon het voorkomen dat iemand die in het buitenland kinderen wilde erkennen of wilde hertrouwen, in de problemen kwam.

Ontbinding geregistreerd partnerschap

Partners kunnen hun geregistreerd partnerschap beëindigen door ontbinding van de registratie. Dit kan op twee manieren, afhankelijk van of de partners het met elkaar eens zijn over de ontbinding of niet.

  • De eerste manier
  • Is een procedure zonder tussenkomst van de rechter. Als beide partners het eens zijn kan het partnerschap buiten de rechter om beëindigd worden. Voorwaarde is wel dat er geen minderjarige kinderen uit het huwelijk zijn. Ondanks het wederzijds goedvinden is er wel een overeenkomst nodig. Hierin staat dat het geregistreerd partnerschap duurzaam is ontwricht en dat de partners om deze reden het geregistreerd partnerschap ongedaan willen maken. Ook staan in deze overeenkomst afspraken over alimentatie, woonruimte, verdeling van bezittingen en verrekening van pensioenrechten.

    Het opstellen van de overeenkomst gebeurt met hulp van een advocaat of notaris. Deze geeft de verklaring aan de burgerlijke stand af, waarin staat dat de overeekomst tot beëindiging is gesloten. Pas na deze inschrijving bij de burgerlijke stand is het geregistreerd partnerschap formeel beëindigd.

  • De tweede manier
  • Is ontbinding via de rechter. Dit gebeurt wanneer één van beide de registratie ongedaan wil maken en de partners het niet eens zijn. Beëindiging via een uitspraak van de rechter gebeurt ook altijd wanneer er minderjarige kinderen betrokken zijn. Deze procedure is gelijk aan de echtscheidingsprocedure.

Scheiding van tafel en bed

Veel komt het niet meer voor: scheiding van tafel en bed. Toch hoort deze wel thuis in het rijtje van ontbinden van wettelijke verbintenissen. De reden dat echtgoten hier voor kozen was vaak dat men vanwege geloof of vanwege emotionele of financiële redenen niet definitief wilden scheiden. Vandaag de dag is het niet meer verplicht om tijdens het huwelijk samen te wonen.

Bij scheiding van tafel en bed blijven de echtgenoten volgens de wet getrouwd en dus juridisch aan elkaar verbonden. Toch is er sprake van een scheiding. Er worden dan ook dezelfde afspraken gemaakt als bij een scheiding en de procedure verloopt via een advocaat.

Vaak zetten de echtgenoten de huwelijkse gemeenschap van goederen om in huwelijkse voorwaarden. Bijvoorbeeld om te voorkomen dat de ene echtgenoot mee moet betalen aan schulden die door de ander gemaakt worden.

Een scheiding van tafel en bed houdt stand zolang de echtgenoten willen. Wel is het zo dat na drie jaar de echtgenoten zonder toestemming van de ander definitief kunnen scheiden. Na deze driejarige periode is de scheiding een formaliteit. Het is alleen nodig een brief te schrijven aan de rechter met het verzoek tot eenzijdige onbinding van het huwelijk.

Mocht het zo zijn dat de echtgenoten toch weer bij elkaar komen, dan moet deze verzoening bij de rechtbank worden gemeld. Na deze melding gelden de rechten en plichten van het huwelijk weer alsof er nooit een scheiding geweest is

Ontbinding huwelijk na scheiding van tafel en bed

Met een scheiding van tafel en bed zijn echtgenoten dus nog steeds aan elkaar verbonden. Mensen die na scheiding van tafel en bed toch echt uit elkaar willen gaan en dus juridisch niet meer verbonden willen zijn, kunnen ontbinding aanvragen. Als dit binnen de eerder genoemde drie jaar is moeten beide partijen aan de rechtbank aangeven dat ze het huwelijk willen ontbinden na scheiding van tafel en bed. Bij de rechtbank dienen ze een verzoek in om het huwelijk te onbinden na scheiding van tafel en bed. Zodra deze procudure is afgerond, is de beëdinging van het huwelijk net zo definitief als met een echtscheiding. De ex-echtgenoten kunnen dan ook opnieuw trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan.

Let op!

Bij een scheiding van tafel en bed zijn echtgoten niet definitief gescheiden. Daarom kunnen ze in deze periode bijvoorbeeld niet zomaar een gezamenlijk huis verkopen. Hiervoor is toestemming van beide partijen nodig. Afspraken over bijvoorbeeld huur aan elkaar moeten de echtgenoten onderling maken.

Pensioenfondsen daarentegen zien een scheiding van tafel en bed als een echte scheiding. Na de scheiding van tafel en bed kan dus over worden gegaan tot verdeling van het opgebouwde pensioen. Als een pensioendeelnemer overlijdt, wordt het nabestaandenpensioen alleen aan de ex-partner toegekend als er sprake is van echtscheiding of ontbinding na scheiding van tafel en bed. Toekenning van het nabestaanden pensioen gebeurt dus niet als er sprake is van bestaande scheiding van tafel en bed! In hoofdstuk 9 lees je meer over echtscheiding en pensioen.

Registers

De manier waarop de echtgenoten uit elkaar zijn gegaan bepaalt het register van inschrijving.

Echtscheiding: register van de burgelijke stand.

Scheiding van tafel en bed: huwelijksgoederen register.

Ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed: register van de burgerelijke stand.

Leerdoelen

Nu ik hoofdstuk 2 heb bestudeerd kan ik:

De procedure van echtscheiding globaal uitleggen.

Benoemen welke afspraken in een echtscheidingsconvenant worden opgenomen.

Het verschil tussen een flitsscheiding, ontbinding van geregistreerd partnerschap, scheiding van tafel en bed en ontbinding van scheiding van tafel en bed uitleggen.

Verzet bij scheidingsproces

Het scheidingsproces verloopt niet in iedere situatie even soepel. Wanneer de echtgenoten het eens zijn tijdens het proces van echtscheiding en al afspraken hebben gemaakt, zal dit tijdwinst opleveren. Maar zijn de echtgenoten het niet met elkaar eens over bijvoorbeeld de eerdergenoemde nevenvoorzieningen, dan zal het proces langer duren. In dit hoofdstuk lees je welk proces echtgenoten doorlopen als ze het niet eens zijn met de scheiding of bepaalde afspraken over de scheiding.

Voorlopige voorzieningen

Wanneer het de echtgenoten niet lukt om tot overeenstemming te komen, kan het treffen van voorlopige voorzieningen een optie zijn. Dit zijn voorlopige afspraken over de nevenvoorzieningen. Het aanvragen van de voorlopige voorzieningen verloopt via de advocaat. Dit kan zowel tijdens, als voor het starten van de echtscheidingsprocedure. In het laatste geval moet het scheidingsverzoek wel binnen een maand na het treffen van de voorziening bij dezelfde rechtbank in worden gediend. Als dit niet gebeurd is de voorlopige voorziening namelijk niet meer geldig.

Het treffen van een voorlopige voorziening kan voor:

  • Omgang met en het gezag minderjarige kinderen;
  • Alimentatie voor de partner en/of kinderen;
  • Scheiden van de boedel;
  • Het gebruik van de echtelijke woning.

De rechter neemt een voorlopige beslissing over de nevenvoorzieningen waarover een verschil van mening is. Deze beslissing is alleen geldig tijdens de scheidingsprocedure en hier kan niet tegen in hoger beroep worden gegaan.

Verweer bij echtscheiding

Eerder heb je kunnen lezen dat bij overeenstemming over de scheiding en de gevolgen, geen verdere motivatie voor de rechter nodig is. Dit is anders wanneer één van de echtgenoten het niet eens is met het eenzijdige verzoek tot scheiding of (één van) de nevenverzoeken. Motivering is wel nodig wanneer het verzoek eenzijdig is ingediend en de andere partij zich hiertegen verzet. Van verzet is sprake als de andere partij stelt dat het huwelijk niet duurzaam ontwricht is en hij/zij het niet eens is met het verzoekschrift of de nevenvoorzieningen. Deze partij voert dan verweer.

De partij die zich verzet kan twee soorten verweer voeren:

  1. Ontkenning dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Dit is een verweer dat de rechter alleen in hele bijzondere situaties zal honoreren. Als de partijen namelijk niet meer samenwonen, neemt de rechter duurzame ontwrichting al snel aan.
  2. Het stellen van een voorwaarde voor het akkoord gaan met de echtscheiding. Deze voorwaarde kan bijvoorbeeld zijn dat, voordat er maatregelegen zijn genomen voor overlijden, de echtscheiding niet wordt uitgepsproken.

Van het stellen van een voorwaarde kan sprake zijn in een situatie met het vooruitzicht op een uitkering of nabestaandenpensioen die ernstig verminderd, of verloren gaat door de echtscheiding. Als de rechter dit verweer accepteert, spreekt hij de echtscheiding niet uit, voordat een onderlinge redelijke regeling is getroffen.

Verweer bij scheiding van tafel en bed

Ook bij het eenzijdig aanvragen van ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed kan het zo zijn dat de ander partij het er hier niet mee eens is. Hij/zij kan dan twee soorten verweer voeren:

  1. Stellen dat de scheiding van tafel en bed van rechtswege (automatisch) is opgehouden door verzoening. Met deze stelling zegt hij/zij eigenlijk dat er geen sprake meer is van een scheiding van tafel en bed. Vindt de rechter dit aannemelijk, dan wijst hij het verzoek tot ontbinding af.
  2. Vragen om een voorziening om overlijdensuitkeringen of rechten op nabestaandenpensioen veilig te stellen. Net als bij echtscheiding kan de rechter de ontbinding dan af laten hangen van het treffen van deze voorziening.

Nadat de andere partij een verweerschrift heeft ingediend, zal de rechter beide partijen in een zitting in de gelegenheid stellen hun standpunten (door de advocaten) toe te lichten. Soms probeert de rechter de partijen alsnog tot overeenstemming te brengen. Lukt dit niet, dan beslist de rechter. Als deze beslissing voor één van de partijen nadelig is, is hoger beroep mogelijk.

Een voorbeeld voor het voeren van verweer is aanvoering dat de ontwrichting slechts tijdelijk is. Dit lijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Bij het voeren van dit verweer zal de verweerder namelijk feiten moeten aanvoeren waarom de ontwrichting tijdelijk is. Een voorbeeld van het aanvoeren van feiten is dat de verweerder aantoont dat de ontwrichting is ontstaan door een bepaald incident, en dat het huwelijk met behulp van relatie therapie of een psycholoog te redden is. Na het voeren van dit verweer moet de aanvrager van de echtscheiding het tegendeel bewijzen. Hij/zij moet bewijzen dat er wel sprake is van duurzame ontwrichting. Als er geen sprake is van verzet, is het feit dat één van de echtgenoten niet meer verder wil, voor de rechter genoeg om duurzame ontwrichting aan te nemen.

Let op!

In bovenstaande voorbeeld lijkt het alsof oorzaak en schuld van belang zijn. Toch is dit niet zo. Een rechter beoordeelt namelijk alleen of er sprake is van duurzame ontwrichting en niet waarom dit zo is of wie daar schuld in heeft. In de praktijk is er weinig sprake van verweer op duurzame ontwrichting. En dit is eigenlijk heel logisch. Als de aanvrager van de echtscheiding namelijk na verweer bij zijn mening blijft en dit met feiten aangeeft, kan dat voor de rechter reden zijn de echtscheiding toe te wijzen. De rechter oordeelt over de vasthoudendheid van de aanvrager. Vervolgens neemt hij een besluit afhankelijk zijn overtuiging over of er sprake is van duurzame ontwrichting.

Hoger beroep

Wanneer de rechter uitspraak heeft gedaan, kan het nog steeds zo zijn dat één van de partijen niet achter de uitkomst staat. Op dat moment is er de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan. De rechter bekijkt de echtscheidingszaak dan opnieuw ter beoordeling.

Tot het proces van hoger beroep is de eerder gedane uitspraak geldig. De uitspraak van de rechter over bijvoorbeeld de hoogte van de alimentatie of waar de kinderen gaan wonen blijft gelden. Hier moeten beide partijen zich aan houden, ook als één van hen juist hiertegen in hoger beroep gaat. Of er kans van slagen is zal overlegd moeten worden met een advocaat.

Na beraad doet de rechter schriftelijk uitspraak. Een uitspraak is altijd gebaseerd op juridische overwegingen en nooit gebaseerd op hoe goed een verhaal klinkt. De uitspraak gaat in op bijvoorbeeld de verdeling van de boedel en de vastgestelde alimentatie. In de hiernavolgende hoofdstukken lees je hier meer over.

Leerdoelen

Nu ik hoofdstuk 3 heb bestudeerd kan ik:

Uitleggen wat voorlopige voorzieningen zijn.

Uitleggen wat verweer bij echtscheiding en scheiding van tafel en bed is.

Benoemen wanneer een partij in hoger beroep kan gaan en uitleggen wat dit inhoudt.

Ontbinding van de gemeenschap

Echtgenoten die getrouwd zijn in gemeenschap van goederen hebben een algehele gemeenschap. Zij hebben dan immers geen huwelijkse voorwaarden afgesproken. Bij algehele gemeenschap zijn echtgenoten samen eigenaar en daarom krijgen ze na een scheiding ieder de helft van het vermogen of van de schulden. Toch beschrijft de wet hierop een aantal uitzonderingen. In dit hoofdstuk lees je welke zaken juist wel of juist niet in binnen de gemeenschappelijke boedel vallen.

Wat valt binnen de gemeenschap?

Een echtscheiding leidt tot een verdeling van alle bezittingen en schulden. Het uitgangspunt hierbij, is dat beide partijen de helft krijgen. Wat er allemaal te verdelen is hangt af van de situatie van de echtgenoten. Is er bijvoorbeeld een eigen woning, of een eigen onderneming? Is er vormogen of juist schuld?

In algemene zin moet bij scheiding een verdeling gemaakt worden van de:

  • Roerende zaken;
  • De koopwoning;
  • De financiële zaken. (vermogen, schulden, verzekeringen)

Roerende zaken

Roerende zaken zijn bijvoorbeeld de meubels in huis, de fiets, auto, of de televisie. Het zijn allemaal spullen die verplaatsbaar zijn. Een ezelsbruggetjes hierbij is, dat het gaat om zaken die iemand mee kan nemen bij een verhuizing. De echtgenoten kunnen inventariseren welke spullen er zijn en welke waarde hierbij hoort. Daarna volgt de verdeling van de spullen of eventueel compensatie van de waarde in een geld bedrag.

Bij verdeling van bijvoorbeeld de roerende zaken of bij toewijzing van de woning aan één van de echtgenoten, is gelijke verdeling nog steeds het uitgangspunt. Maar een auto is nu eenmaal lastig door de midden te zagen en ook een woning in tweëen splitsen is niet gemakkelijk. De echtgenoot die de woning of goederen niet ontvangt, krijgt dan financiële compensatie. Hij ontvangt de helft van de waarde in geld.

Een voorbeeld

Simone en Rik hebben geïnventariseerd welke roerende zaken ze bezitten en een verdeling gemaakt. Ze hebben alles op een lijst gezet en de totale waarde komt uit op een bedrag van € 10.000,-. Uit de verdeling op de lijst blijkt dat de goederen die Simone krijgt een totale waarde van € 7000,- hebben en de goederen voor Rik € 3000,- waard zijn. Simone moet Rik ter compensatie een bedrag van € 2000,- betalen.

De koopwoning

Vaak is de echtelijke woning het grootste bestanddeel in het vermogen, waarvoor een regeling ter verdeling moet worden getroffen. Op grond van de wet kan een echtgenoot na echtscheiding, tegen een redelijke vergoeding. gedurende zes maanden recht hebben op voortgezet gebruik van de echtelijke woning. Dit is ook het geval als de woning eigendom is van de andere echtgenoot. Na afloop van deze termijn kan de rechter nog een tijdelijke regeling geven met betrekking tot het gebruik van de echtelijke woning.

In geval van onenigheid kan de rechter de woning toewijzen aan één van de echtgenoten. Hierbij houdt hij rekening met redelijkheid en is het bijvoorbeeld belangrijk wie de hypotheeklasten kan opbrengen, welke regeling er is getroffen met de kinderen en waar de partijen werken.

Overwaarde of negatieve waarde

Bij een woning waarop een hypotheek rust, kan sprake zijn van verschillende situaties. Als er sprake is van overwaarde dan is de marktwaarde van de woning hoger dan de hypotheekschuld op dat moment. Ook kan er sprake zijn van een negatieve waarde. In dat geval is de hypotheek schuld hoger dan de marktwaarde van de woning. In beide gevallen moet de ene partner de andere partner financieel compenseren. Bij discussie over de waarde van de woning kan een taxateur de marktwaarde taxeren. Hij stelt de marktwaarde van de woning dan bindend vast.

Bij verdeling van de woning spelen dus de volgende zaken mee:

  • Wordt de woning aan iemand toebedeeld of verkocht?;
  • De marktwaarde van de woning;
  • De resterende hypotheekschuld.

Een voorbeeld

Nezir en Karin moeten hun woning verdelen. Ze hebben een hypotheek waaraan een levensverzekering is gekoppeld. De betaalde premies zijn de spaarpot waarmee de hypotheek op de einddatum wordt afgelost. Om de waarde van de woning te bepalen schakelen ze een taxateur in.

De stand van zaken is als volgt:

  • De woning is getaxeerd op een waarde van € 200.000,
  • De resterende hypotheekschuld is € 160.000,
  • De waarde van de verzekering is € 8.000,.

Nezir blijft in de woning wonen. Bij de verdeling van de gemeenschap worden de woning, de hypotheekschuld en de levensverzekering aan Nezir toegewezen. De waarde van alle zaken is € 200.000,- min € 160.000,- + € 8.000,- = € 48.000,-.

Karin wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypotheek. Zij is daardoor niet meer verantwoordelijk voor de verplichting tot aflossing en het betalen van rente van de hypotheek. De financiële compensatie zorgt ervoor dat zij van Nezir een bedrag ontvangt van € 24.000,-.

Financiële zaken

Onder financiële zaken vallen de financiële producten die de echtgenoten hebben afgesloten. Dit zijn bijvoorbeeld bankrekeningen, leningen, verzekeringen, pensioen, levensverzekeringen of lijfrentes. De verdeling van deze financiële zaken worden vastgelegd in het eerder genoemde echtscheidingsconvenant.

Verhaal en draagplicht na de echtscheiding

Is er sprake van schulden, dan krijgen beide partijen de helft van de schulden. Dit geldt ook voor schulden die voorafgaand aan het huwelijk zijn gemaakt. Bij schulden op twee namen kunnen partijen onderling afspreken dat één van beide de schulden overneemt. Deze afspraken worden opgenomen in het echtscheidingsconvenant.

Als één van beide de schulden overneemt moeten de schuldeisers hiervoor toetstemming geven. Gaan de schuldeisers niet akkoord met de schuldovername, dan kunnen ze na de scheiding beide partijen aanspreken om de gehele schuld te betalen. Later kan de ene partij de schuld weer op de andere partij verhalen.

Is er geen sprake van een huwelijk in gemeenschap van goederen, maar zijn er huwelijkse voorwaarden afgesproken over schulden, dan volgt verdeling zoals is afgesproken in de voorwaarden.

Schulden voor en tijdens het huwelijk

Ook na de de scheiding blijven beide partijen in principe hoofdelijk aansprakelijk voor de huwelijkse schulden. Dit is ook het geval als er afspraken zijn over de verdeling van de schulden zijn opgenomen in het echtscheidingsconvenant.

Wanneer er sprake is van schuldeisers van beide partijen of één van de partijen, mogen deze zich verhalen op alle goederen die behoren tot de ontbonden gemeenschap. Hierin vallen alle goederen die tot de gemeenschap behoorden op het moment dat de echtscheidingsbeschikking werd ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Als na de scheiding de schulden zijn verdeeld, is de partij op wiens naar de vordering of schuld staat hoofdelijk aansprakelijk

Een voorbeeld van afspraak gelijk delen

Jessica en Ferdinand zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. Ze gaan scheiden en hebben een schuld aan de bank voor een doorlopend krediet van € 15.000,-. Deze schuld wordt gelijk verdeeld. Zowel Jessica als Ferdinand dragen zorg voor de helft van de rente en de helft van de aflossing. Als de bank niet akkoord gaat met deze verdeling, kan de bank zowel Jessica als Ferdinand hoofdelijk aansprakelijk stellen voor de gehele schuld.

Een voorbeeld van afspraak toebedelen

Jessica en Ferdinand maken een andere verdeling. Ferdinand neemt de schuld van € 15.000,- aan de bank over. Om dit te regelen gaan ze samen naar de bank om Jessica uit de hoofdelijke verbondenheid te ontslaan. Gaat de bank hiermee akkoord dan is alleen Ferdinand nog hoofdelijk aansprakelijk. Gaat de bank hier niet mee akkoord dan blijven Jessica en Ferdinand beide hoofdelijk verbonden aan de gehele schuld.

Vermogen voor tijdens en na het huwelijk

Bij een huwelijk in gemeenschap van goederen zijn beide echtgenoten dus mede-eigenaar van alles dat zij op het moment van het huwelijk bezaten en tijdens het huwelijk verkrijgen. Hierbij is de ontstaansgeschiedenis niet belangrijk. Wie de goederen of het vermogen heeft gekregen, heeft verdient of bijvoorbeeld gewonnen doet niet terzake, vanaf het huwelijk is het een gezamenlijk eigendom. Bij een echtscheiding wordt het vermogen verdeeld. Hierbij gaat het om opgebouwd of verkregen vermogen tot de datum van de definitieve scheiding.

Een voorbeeld

Susan en Cor zijn in gemeenschap van goederen getrouwd en gaan scheiden. Ze bezitten een eigen woning met een hypotheekschuld. Aan de hypotheek is een levensverzekering gekoppeld. Daarnaast hebben ze

€ 55.000,- aan spaargeld.

Op 12 april 2010 is de echtscheiding door de rechter uitgesproken.

Op 23 april 2010 is de echtscheiding ingeschreven bij de gemeente.

Op 28 april 2010 overlijdt de vader van Susan. Ze erft € 290.000,-.

De erfenis van Susan valt niet binnen de gemeenschap en hoeft niet verdeeld te worden. Dit komt omdat de echtscheiding al definitief was op het moment dat Susan de erfenis ontving. Susan hoeft de erfenis dus niet met Cor te delen. De woning, de hypotheekschuld, de levensverzekeringen en de spaarrekening moeten wel worden verdeeld.

Wat valt buiten de gemeenschap?

Een aantal goederen of vermogensbestanddelen hoeven niet verdeeld te worden. Deze vallen buiten de gemeenschap. Om een beeld te krijgen van mogelijke uitzonderingen lees je in de volgende paragrafen een aantal voorbeelden.

Een erfenis met uitsluitingsclausule

Hiervan is sprake bij het ontvangen van een erfenis. Een erfenis kan bestaan uit vermogen maar ook uit goederen. Als de overledene door middel van een testament heeft bepaald dat de erfenis alleen voor de betreffende echtgenoot is, bevat de erfenis een uitzonderingsclausule. In dat geval valt deze erfenis buiten de gemeenschap van goederen.

Een voorbeeld

Rob en Sheila zijn getrouwd in gemeenschap van goederen. Ze zitten in een droevige periode. De ouders van Rob hebben een tragisch ongeluk gehad en zijn beide overleden. Rob krijgt hierdoor een erfenis van zijn ouders, die bestaat uit een klein vermogen en een kostbare verzameling kunst. De ouders van Rob hebben in hun testament laten zetten dat de clausule van uitsluiting van toepassing is op de verzameling. De verzameling wordt hierdoor geen gezamelijk bezit. Hij valt immers niet onder de gemeenschap van goederen. Als Rob en Sheila in de toekomst zouden gaan scheiden kan Scheila geen aanpspraak maken op de verzameling.

Verknochte goederen en schulden

Dit zijn goederen of schulden die op bijzondere wijze verbonden zijn aan één van de echtgenoten. Verknochting is een juridisch begrip en betekent dat een goed verbonden is aan een persoon. Er zijn strenge eisen aan de voorwaarden voor verknochtheid. De reden hiervoor is om te voorkomen dat mensen, vooral in geval van scheiding, te gemakkelijk aanvoeren dat alle of een groot deel van de bezittingen verknocht zijn. Wat onder verknochtheid valt, staat niet in de wet beschreven. Omdat verknochtheid niet vooraf vaststaat moet de rechter hier een uitspraak over doen.

Een voorbeeld

Wim en Joane zijn getrouwd in gemeenschap van goederen.

Joane heeft een paar maanden geleden een ernstig auto ongeluk gehad en heeft hierbij blijvend letsel opgelopen. Daarom krijgt zij een uitkering wegens smartengeld van een verzekeraar. Als de uitkering aan Joane verknocht is, hoeft zij deze bij een scheiding niet te delen met Wim. De uitkering valt namelijk niet binnen de gemeenschappelijke boedel.

Een voorbeeld

Ook Bob en Saskia zijn getrouwd in gemeenschap van goederen. Bob werkt in een lasserij en is slachtoffer van een bedrijfsongeval. Bob krijgt smartengeld ter vergoeding van zijn persoonlijk letsel. Als Bob en Saskia gaan scheiden en de rechter bepaald dat het smartengeld niet verknocht is aan Bob. Dan behoort het te ontvangen smartengeld tot de gemeenschap. En moet Bob dit met Saskia delen.

Leerdoelen

Nu ik hoofdstuk 4 heb bestudeerd kan ik:

Benoemen welke zaken binnen de gemeenschap van goederen vallen.

De verhaal en draagplicht van schulden bij een echtscheiding uitleggen.

Benoemen welke zaken buiten de gemeenschap van goederen vallen.

Alimentatie algemeen

Na een echtscheiding hebben de ex-partners de verplichting om voor elkaar en eventuele kinderen te zorgen. Aan deze plicht wordt voldaan door mee te betalen aan de kosten van levensonderhoud. De alimentatie. Dit hoofdstuk gaat over het betalen en ontvangen van alimentatie en het vaststellen van de hoogte van de alimentatie.

Wat is alimentatie?

Eerder heb je gelezen dat mensen bij het aangaan van een huwelijk of geregistreerd partnerschap bepaalde rechten en plichten naar elkaar toe hebben. Als mensen officieel uit elkaar gaan, vervallen de meeste eerdere rechten en plichten. Maar de plicht om financiëel voor elkaar te zorgen vervalt niet. Dit heet de onderhoudsverplichting.

De onderhoudsverplichting bestaat uit het betalen van kosten die de ander nodig heeft om te kunnen leven. Als de ene partner, na een scheiding niet genoeg geld heeft om van te leven kan hij of zij alimentatie krijgen van de ex-partner. Alimentatie is dus een bijdrage in de kosten die één van de ex-partners of kind(eren) nodig heeft om te kunnen leven.

Bij alimentatie is altijd sprake van twee partijen. De ene partij is de ex-partner die de alimentatie ontvangt, de alimenatiegerechtigde en alimentatievrager. De andere partij is de ex-partner die de alimentatie betaald, de alimentatieplichtige en alimentatiebetaler.

Alimentatiegerechtigde: alimentatievrager, ex-partner die de alimentatie ontvangt.

Alimentatieplichtige: alimentatiebetaler, ex-partner die de alimentatie betaald.

Let op!

In dit hoofdstuk wordt gesproken van de alimentatievrager en de alimentatiebetaler. Daar waar gesproken wordt over partijen, worden ex-huwelijkpartners of ex-partners bedoeld.

Voor wie geldt de onderhouds- en alimentatieplicht?

Er geldt een onderhoudsplicht voor:

  • Getrouwde en geregistreerde partners;
  • Ex-partners;
  • Ouders voor hun kinderen.
  • Getrouwde en geregistreerde partners

Mensen die getrouwd zijn of geregistreerd partner, hebben de plicht elkaar te onderhouden. Beide partners betalen voor de kosten van het huishouden. Uiteraard kan hier in de huwelijkse voorwaarden of partnerschapvoorwaarden van worden afgeweken.

Ex-partners

Als de echtgenoten of partners officieel uit elkaar gaan, dan blijft de onderhoudsplicht bestaan. Ook bij scheiding van tafel en bed is sprake van een verplichting tot alimentatie. De rechter kan op verzoek het recht op levensonderhoud toekennen aan een echtgenoot die niet voldoende inkomsten tot levensonderhoud heeft of kan verwerven. De ene partij moet de andere partij, die niet genoeg inkomsten heeft, meestal alimentatie betalen.

Bij ongehuwd samenwonenden ontstaat bij beëindiging van de samenleving geen recht op grond van de wet. Eventueel kan in het samenlevingscontract een soortgelijke regeling worden opgenomen.

De alimentatieprocedure

Ex-partners kunnen een procedure beginnen om alimentatie vast te stellen, te veranderen of te stoppen. De procedures hiervoor zijn gelijk en hierbij is altijd een advocaat nodig die de benodigde stukken naar de rechtbank stuurt en tijdens de zitting namens de ex-partner(s) spreekt.

De alimentatie procedure bestaat uit verschillende stappen. Onderstaand lees je de procedure die de alimentatievrager doorloopt. Dit komt namelijk het meeste voor. Uiteraard kan de alimentatiebetaler ook een procedure beginnen.

  • Stap 1. De aanvragend ex-partner dient een verzoekschrift in
  • Een procedure start altijd met een verzoekschrift aan de rechter. Hierin staat het verzoek om alimentatie vast te stellen, te veranderen of te stoppen. Het verzoekschrift wordt opgesteld door een advocaat.

    De advocaat stuurt het verzoekschrift naar de de rechtbank in de regio waar de alimentatievrager woont. Vervolgens stuurt de rechtbank een kopie van het verzoekschrift naar de alimentatiebetaler (ex-partner of ouder). Woont de allimentatievrager niet Nederland maar de alimentatiebetaler wel, dan moet het verzoekschrift naar de rechtbank in de plaats waar de alimentatiebetaler woont worden gestuurd. Als beide partijen niet in Nederland wonen, wordt het verzoekschrift naar de rechtbank in Den Haag gestuurd.

  • Stap 2. De alimentatiebetaler is het niet eens met het verzoekschrift
  • Het kan zo zijn dat de alimentatiebetaler (ex-partner of ouder) het niet eens is met het verzoek. In dat geval kan hij of zij, binnen een bepaalde tijd, via een advocaat een verweerschrift indienen. Hierin schrijft de alimentatiebetaler waarom hij of zij geen alimentatie wil of kan betalen, of waarom de alimentatie niet kan veranderen of stoppen. De alimenatievrager krijgt dan een oproep voor een zitting. Er is meestal geen zitting als er geen verweerschrift in is gediend. In dat geval neemt de rechter neemt een beslissing op basis van het verzoek zelf. Uitzondering hierop is als het (ook) gaat om alimentatie voor kinderen van 16 of 17 jaar. In dat geval is er wel een zitting.

  • Stap 3. De zitting
  • Tijdens de zitting, zonder publiek, mogen beide partijen hun verhaal vertellen. Ook als er geen verweerschrift is ingediend, kan de rechter tijdens de zitting beslissen dat dit alsnog mogelijk is. De rechter vertelt aan het einde van de zitting wanneer hij een beslissing neemt. Als het verzoekschrift tegelijk met het verzoek van scheiding wordt ingediend, dan kan de rechter de verzoeken op dezelfde zitting behandelen.

  • Stap 4. De beslissing
  • De rechter neemt na de zitting zijn besluit en schrijft dit in de vorm van een beschikking. Via de advocaat krijgen de partijen deze thuisgestuurd.

Eventueel stap 5. Hoger beroep en cassatie

Als één van de partijen het niet eens is met het door de rechter genomen besluit, dan kan hij in hoger beroep en vervolgens in cassatie gaan.

Hoger beroep

In hoger beroep gaan betekent dat er aan een hogere rechter wordt gevraagd om opnieuw naar de zaak te kijken. De volgende stappen worden dan doorlopen:

  1. Mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof
  2. Via een advocaat opnieuw een verzoekschrift indienen
  3. Het gerechtshof bekijkt de zaak opnieuw en schrijft een beschikking

Cassatie

Is de betreffende partij het wederom niet eens met de beschikking dan kan hij in cassatie gaan. In cassatie gaan betekent dat hij/zij beroep aantekenend bij het hoogste gerechtshof (de Hoge Raad) tegen een uitspraak van een lagere rechter. Bij cassatie worden de feiten niet opnieuw beoordeeld, maar gekeken naar de wijze waarop een lagere rechter de wet heeft toegepast. Als de cassatierechter vaststelt dat de lagere rechter het recht niet juist heeft toegepast dan verbreekt hij de eerdere uitspraak. Hier komt ook de term cassatie vandaan. Deze is afgeleid van het Franse werkwoord "casser", dat "breken" betekend.

De volgende stappen worden dan doorlopen:

  1. Mogelijkheid tot cassatie bij de Hoge Raad;
  2. Via een advocaat opnieuw een verzoekschrift indienen;
  3. De Hoge Raad bekijkt de zaak niet opnieuw maar kijkt of het recht goed is toegepast.

Kosten van de procedure

Beide partijen betalen de kosten voor hun advocaat en voor de rechter. Natuurlijk kan het zo zijn dat het niet mogelijk is om de (gedeelteijke) kosten van een advocaat te betalen. In bepaalde gevallen is het dan mogelijk dat deze partij een toegevoegd advocaat krijgt. De overheid betaalt dan een deel van de kosten. Dit wordt een toevoeging genoemd. Er moet dan wel een eigen bijdrage worden betaald. De hoogte hiervan is afhankelijk van het inkomen en vermogen van de betreffende partij.

Het aanvragen van een toevoeging bespreekt de partij met zijn advocaat. De advocaat kan de toevoeging aanvragen bij de Raad voor Rechtsbijstand en die beslist of de partij voor de toevoeging in aanmerking komt.

Overeenkomen hoogte bedrag

Bij een scheiding kunnen de partijen samen afspraken maken over de hoogte van de alimentatie of dit vast laten stellen door de rechter. Hierbij gaat het om vaststelling van het bedrag aan partner alimentatie of alimentatie voor de kinderen.

Samen afspraken maken over alimentatie

  • Alimentatie voor de partner
  • De afspraken die de partijen samen maken over partner alimentatie moeten zij vastleggen in een schriftelijke overeenkomst. Vaak gebeurt dit samen met een notaris of advocaat. Echtgenoten kunnen voor het einde van het huwelijk ook bepalen dat een eenmaal vastgestelde alimentatie niet meer kan worden gewijzigd. Deze afspraak moet schriftelijk worden vastgelegd en mag niet langer dan drie maanden voor het echtscheidingsverzoek zijn gemaakt.

  • Alimentatie voor de kinderen
  • De afspraken over alimentatie voor de kinderen moeten worden vastgelegd in een ouderschapsplan. In dit plan leggen de partijen de afspraken vast.

    De rechter beoordeelt of het alimentatiebedrag redelijk is. Als de rechter het nodig vindt, kan hij andere bedragen vaststellen.

Totdat het kind 18 jaar wordt, krijgt de verzorgende ouder de alimentatie. Als het kind 18, 19 of 20 jaar is gaat het geld rechtstreeks naar hem of haar. De alimentatie betalend ouder maakt dan met het kind afspraken over het bedrag. Soms krijgt een kind van 18, 19 of 20 jaar ook studiefinanciering. Dit heeft dan invloed op de hoogte van de alimentatie voor het kind. Over de alimentatie voor kinderen lees je meer in hoofdstuk 7.

Alimentatie vastgesteld door de rechter

Soms lukt het de partijen niet om samen afspraken te maken. De rechter kan dan op onderstaande manieren een alimentatieregeling vaststellen:

  • Direct bij de beslissing over de scheiding;
  • Op een aparte zitting na de beslissing over de scheiding;
  • Kortere of langere tijd na de scheiding na een verzoek om alsnog een alimentatieregeling vast te stellen;
  • Bij verandering van de situatie een verzoek tot verandering van de alimentatieregeling;
  • De afspraak over alimentatie in een scheidingsovereenkomst veranderen of stoppen. Bijvoorbeeld als één van de partijen verkeerde gegevens heeft gegeven, en de ander dacht dat deze gegevens juist waren.

Leerdoelen

Nu ik hoofdstuk 5 heb bestudeerd kan ik:

Uitleggen wat alimentatie is en welke vormen er zijn.

Benoemen voor wie de onderhouds en alimentatieplicht geldt.

De stappen in het proces van het vaststellen van alimentatie globaal benoemen.

Benoemen voor wie en op welke wijze de hoogte van de alimentatie wordt vastgesteld.

Partner alimentatie

Alimentatie. Het is een veelbesproken onderwerp na een scheiding. Hierbij gaat het niet meer over "de cd voor jou of voor mij" maar om het daadewerkelijke geld. Veelal hoor je dat mensen vertellen dat ze alleen haast nog maar werken voor de ex-partner en de kinderen. Of verhalen van de andere kant, dat de partner juist te weinig betaalt. Hoe dan ook, is alimentatie bedoeld om mensen na hun huwelijk in gelijke welstand te laten leven als tijdens het huwelijk. De rode draad van dit hoofdstuk is de berekening en de hoogte van partneralimentatie.

Behoefte en draagkracht

Bij het maken van een beslissing over de hoogte van de alimentatie, houdt de rechter rekening de behoefte van de alimentatievrager en de draagkracht van de alimentatiebetaler. Draagkracht is het bedrag dat de alimentatiebetaler kan missen. Voor het bepalen van de draagkracht gelden bepaalde normen en richtlijnen, die verwerkt zijn in het trema model. Hiermee stelt de rechter de alimentatie vast. "Trema" verwijst naar het tijdschrift waarin de trema-normen voor het eerst zijn gepubliceerd. (Trema is het tijdschrift voor de Rechterlijke Macht). Het uitgangspunt van de trema norm is dat de rechters op deze manier in gelijke gevallen zoveel mogelijk tot vergelijkbare beslissingen komen.

De hoogte van de alimentatie

De hoogte van het bedrag dat een alimentatievrager ontvangt aan alimentatie hangt af van de inkomsten en uitgaven van beide partijen. Bij de berekening van de alimentatie zijn onderstaande inkomsten en uitgaven belangrijk.

Inkomsten:

  • Inkomsten uit een baan;
  • Inkomsten uit ander werk, bijvoorbeeld een bijbaan;
  • Studiefinanciering;
  • Uitkeringen;
  • Pensioen;
  • Inkomsten uit onderhuur;
  • Vermogen: alle bezittingen en geld;
  • Rente en andere inkomsten uit vermogen;
  • Geld dat eventuele huisgenoten betalen voor het huishouden;
  • Andere mogelijkheden om meer geld te verdienen.

Uitgaven:

  • Betalingen van huur;
  • Betalen van de hypotheek en rente, en andere vaste lasten.
  • Het deel van de hypotheek dat nog niet is afbetaald;
  • Verzekeringen;
  • Regelmatige reiskosten;
  • Financiële bijdragen voor anderen (Bijvoorbeeld andere alimentatieverplichting)
  • Kosten bijzondere medische zorg;
  • Gemaakte kosten ominkomsten te krijgen. (Bijvoorbeeld kosten die een zelfstandige maakt om nieuwe klanten te krijgen);
  • Eventueel opgaven van schulden.

De berekening van de alimentatie verloopt in vier stappen:

  1. Eerst wordt gekeken wat het netto-inkomen van de alimentiebetaler is;
  2. Dan wordt gekeken hoeveel geld de alimenatiebetaler zelf nodig heeft. Dit wordt het draagkrachtloos inkomen genoemd.
  3. Het draagkrachtloos inkomen wordt van het netto-inkomen afgehaald. Het overgebleven bedrag heet de draagkrachtruimte. Dit bedrag wordt verdeeld.
  4. Een eventueel belastingvoordeel dat de alimentatiebetaler verkrijgt, wordt via een speciale berekening doorgerekend aan de alimentatievrager.

De rechter neemt zijn beslissing op basis van het verzoekschrift, het verweerschrift en de informatie die beide ex-partners (of ouder of meerderjarig kind) op de zitting geven. Hierbij gaat het om zakelijke informatie, waarvan een bewijs kan worden overhandigd.

Let op!

Het is mogelijk dat de behoefte van de alimentatievrager groter is dan de alimentatiebetaler kan dragen. Met andere woorden: de alimentatiebetaler kan niet het bedrag betalen dat de alimentatievrager vraagt. In dat geval hoeft de alimentatiebetaler nooit het hele bedrag te betalen. De rechter zoekt dan een mogelijke oplossing die zo eerlijk mogelijk is.

Voorbeelden

  • De alimentatievrager heeft geen werk, maar kan wel werken
  • Goedkoper gaan wonen
  • Er wonen kinderen thuis die werken en misschien kostgeld kunnen betalen

Wijziging alimentatie

Eenmaal vastgestelde alimentatie kan, zoals eerder gezegd, na verloop van tijd veranderen vanwege gewijzigde omstandigheden. Het moet dan gaan om een belangrijke wijziging in de draagkracht of de behoefte. Ook als de alimentatie van het begin af aan niet aan de wettelijke maatstaven heeft voldaan of als deze zijn miskend, is wijziging mogelijk.

Blijkt dus later dat de alimentatieregeling niet meer redelijk is, dan kunnen de partijen nieuwe afspraken maken. Deze nieuwe alimentatieregeling moet ook in een schriftelijke overeenkomst vast worden gelegd.

Heeft de alimentatiebetaler het zelf in de hand gehad dat zijn draagkracht is verminderd, dan wordt daar geen rekening mee gehouden. Overigens geldt wel als bodem dat het inkomen van de alimentatiebetaler niet onder de 90% van de bijstandsnorm mag zakken.

Indexering

Lonen veranderen ieder jaar. Vandaar dat de bedragen voor alimentatie ook ieder jaar aan worden gepast. Dit aanpassen wordt indexeren genoemd en is bij wet geregeld. Het indexeringspercentage wordt ieder jaar door de minister van Justitie vastgesteld en vermeld in de Staatscourant. Het daarop volgende jaar gaan de alimentatiebedragen automatisch omhoog met dit percentage.

Op deze automatische aanpassing zijn een aantal uitzonderingen:

  • De automatische verhoging geldt niet als de alimentatie is vastgesteld is vóór 1 januari 1973 en er toen afspraken zijn gemaakt over de verhoging van de alimentatie. Voor deze alimentaties geldt wat de rechter toen heeft vastgesteld, of wat de partijen samen hebben afgesproken.
  • De partijen spreken samen af dat de wettelijke indexering niet geldt. Deze afspraak moet schriftelijk worden vastgelegd. De partijen vragen dan aan de rechter om de verhoging niet te laten gelden. Dit komt bijvoorbeeld voor als één van de partijen een vast inkomen heeft, dat niet veranderd. Willen de partijen de afspraken laten vervallen, dan moeten zij hiervoor weer een verzoek bij de rechter in dienen.
  • De partijen spreken samen af dat de wettelijke indexering voor een bepaalde periode niet geldt. Zo'n afspraak kan bijvoorbeeld nodig zijn als één van de partijen binnen deze tijd geen loonsverhoging krijgt. Ook dit verzoek kan bij de rechter in worden gediend
  • De partijen kiezen ervoor om een andere vorm van automatische aanpassing te laten gelden. Afspraken hierover worden schriftelijk vastgelegd in een overeenkomst en gebeurt door middel van een verzoek aan de rechter. Dit kan bijvoorbeeld een aanpassing zijn die even hoog is als de aanpassing van het loon van de alimentatie betaler. De partijen maken dan afspraken over het elkaar doorgeven van veranderingen in het inkomen. Ook de rechter kan deze afspraken vaststellen.

Onderstaand staan de percentages, waarmee de alimentatie ieder jaar is aangepast, op een rij. Op 1 januari 1974 werden de bedragen voor alimentatie voor het eerst aangepast. Daarna is het percentage ieder jaar aangepast.

Duur alimentatieperiode

De alimentatie start wanneer de echtscheidingsbeschikking of de beschikking tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Bij een scheiding van tafel en bed begint de alimentatieperiode als de scheiding van tafel en bed definitief is. Zijn de ex-partners eerst gescheiden van tafel en bed en is het huwelijk daarna ontbonden, dan begint start de alimentatie periode als de scheiding van tafel en bed definitief is geworden. De regels van twaalf jaar of maximaal vijf jaar gelden hier ook.

Partijen kunnen onderling afspreken hoe lang zij alimentatie betalen of ontvangen. Als dit niet lukt dan bepaalt de rechter de duur van het betalen van alimentatie. De rechter kan voorwaarden verbinden aan de alimentatie of deze voor een bepaalde duur vaststellen. De alimentatieperiode hangt af van de datum waarop de alimentatie is afgesproken of vastgesteld. Op 1 juli 1994 zijn namelijk de wettelijke regels voor partneralimentatie aangepast.

Op of na 1 juli 1994 afgesproken of vastgesteld

De volgende regels gelden voor de duur van het betalen van alimentatie:

  • In de wet staat dat alimentatie maximaal 12 jaar duurt.
  • Duurde het huwelijk korter dan vijf jaar en zijn er geen kinderen? Dan duurt de alimentatie zo lang als het huwelijk heeft geduurd.
  • Partners kunnen samen afspreken dat de alimentatie langer duurt.

De alimentatieplicht eindigt:

  • Als de afgesproken of door de rechter vastgestelde periode is afgelopen. Hierbij maakt het niet uit of de periode onderling is afgesproken of vastgesteld is door de rechter.
  • Als de alimentatievrager gaat trouwen, een geregistreerd partnerschap sluit of gaat samenwonen met iemand anders alsof ze getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben.
  • Als deze samenwoning later weer verbroken wordt, herleeft de alimentatiegerechtigheid niet. Door het samenwonen of hertrouwen is deze definitief vervallen.
  • Als er geen afspraken zijn over de duur van de alimentatie of de rechter heeft geen periode vastgesteld. Dan stopt de alimentatie automatisch na 12 jaar. Heeft het huwelijk niet langer dan vijf jaar geduurd en zijn er geen kinderen uit geboren, dan is de maximale duur van de alimentatie even lang als de duur van het huwelijk zelf. Was het huwelijk bijvoorbeeld 3 jaar, dan stopt de alimentatie na 3 jaar.
  • Eén van de partijen komt te overlijden.

Vóór 1 juli 1994 afgesproken of vastgesteld

Als de partijen vóór 1 juli 1994 afspraken hebben gemaakt of als de rechter heeft bepaald, dan stopt de alimentatie niet automatisch na een bepaalde periode. Als de partijen samen een periode hebben afgesproken of als de rechter dit heeft vastgesteld, dan stopt de alimentatie wel na deze periode.

Als later blijkt dat de periode te kort of te lang is en daardoor één van de partijen ernstig wordt benadeeld, kan een verzoek bij de rechter in worden gediend om de periode te veranderen.

Alimentatie beëindigen

Als de alimentatie langer duurt dan 15 jaar, dan kan de alimentatiebetaler volgens de wet aan de rechter vragen om de alimentatie te stoppen. Dit verzoek wijst de rechter alleen af bij onredelijkheid voor de alimentatievrager. Duurt de alimentatie, die de partners voor 1 juli 1994 af hebben gesproken, al langer dan 15 jaar? Dan kan de alimentatiebetaler volgens de wet aan de rechter vragen om de alimentatie te stoppen.

Hierbij houdt de rechter rekening met onderstaande gegevens:

  • De leeftijd van de alimentatievrager;
  • Zijn er kinderen uit het huwelijk geboren;
  • De duur van het huwelijk;
  • Hebben de partijen tijdens en/of na het huwelijk een inkomen en pensioen op kunnen bouwen;
  • heeft de alimentatievrager recht op een deel van het ouderdomspensioen van de ex-partner.

Verlenging alimentatie

Aan het einde van de alimentatie periode kan de alimentatievrager om verlenging vragen aan de rechter. Dit verzoek moet uiterlijk binnen drie maanden nadat de alimentatieperiode voorbij is ingediend worden. Dit verzoek tot verlenging kan alleen als het heel onredelijk is dat de alimentatie zou stoppen. In dit geval controleert de rechter of de alimentatievrager in heel ernstige problemen komt als de alimentatie zou stoppen. Als de rechter beslist dat de alimentatieperiode verlengd wordt, dan beslist hij ook of er daarna nogmaals een verlenging aangevraagd kan worden of niet.

Leerdoelen

Nu ik hoofdstuk 6 heb bestudeerd kan ik:

Benoemen welke inkomsten en uitkomsten bij de berekening van partneralimentatie worden meegenomen.

De vier stappen van de berekening van partner alimentatie uitleggen.

Benoemen in welke twee situaties een aanvraag ter wijziging van de alimentatie kan worden gedaan.

Uitleggen wat indexering van allimenatie is en benoemen welke uitzonderingen hierop zijn.

De minimale en maximale duur en overige kenmerken van een alimentatieperiode kunnen benoemen.

Benoemen wanneer de alimenatieplicht voor een ex-partner eindigd.

Alimentatie voor de kinderen

Totdat de kinderen 18 jaar zijn moeten ouders voor hun kinderen de kosten van de opvoeding en verzorging betalen. Maar de financiële verplichting houdt niet op als een kind 18 jaar, dus meerderjarig, wordt. In dit hoofstuk lees je in welke situaties kinderalimenatie moet worden betaald. Ook maak je kennis met het ouderschapsplan en lees je waar een ex-partner terecht kan als de alimimentatie niet betaald wordt door de ex-partner.

Voortgezette onderhoudsplicht

Voor de kinderen van 18,19 en 20 jaar hebben ouders een "voortgezette onderhoudsplicht". Dit houdt in dat zij de kosten van studie en levensonderhoud moeten betalen. De hoogte van het levensonderhoud is afhankelijk van behoefte en draagkracht.

Als ouders gaan scheiden, dan hebben zij nog steeds de plicht om samen de kosten voor de minderjarige kinderen te betalen. Hiervoor spreken ze een financiële regeling af. Omdat de financiële verplichting van de ouders door loopt tot de 21 jarige leeftijd van een kind, moet ook voor kinderen van 18,19 en 20 jaar een financiële regeling worden afgesproken. Meestal betaalt de ouder die de kinderen niet verzorgt alimentatie aan de verzorgende ouder. Deze betaling loopt door tot het kind 21 jaar oud is. Pas dan stopt in principe de financiële verplichting die de ouder heeft.

Maar zijn het kind of de kinderen 18, 19, of 20 jaar oud, en hebben ze zelf genoeg geld hebben om van te leven? Dan kunnen de ouders in overleg met het kind de alimentatie stoppen. Als de ouder en het kind het hier niet over eens worden, dan heeft de ouder de mogelijkheid om bij de rechter een verzoek tot beëindiging van de betalingsverplichting in de dienen. Bij een geregistreerd partnerschap werkt het iets anders. Een geregistreerd partner heeft geen onderhoudsplicht voor de kinderen van zijn partner, tenzij hij de kinderen heeft erkend.

Ouderlijk gezag

De financiële verplichting van ouders staat los van het gezag. Sinds mei 1998 geldt als hoofdregel dat gescheiden ouders gezamenlijk het gezag behouden over hun minderjarige kinderen. Eén van de ouders of de ouders gezamenlijk kunnen de rechtbank verzoeken dat één van de ouders het gezag alleen zal uitoefenen. Dit moet wel in het belang van het kind zijn. De ouder die het gezag over zijn kind niet uitoefent heeft in beginsel recht op omgang en informatie. Het recht op informatie is een plicht van de ouder die het gezag heeft, ten opzichte van de ouder die het gezag niet heeft. De informatieplicht geldt voor "gewichtige aangelegenheden". Deze aangelegenheden zijn een minimum eis. Het staat de ouder dus vrij om meer informatie te geven.

Het recht op omgang wordt ontzegd als dit ernstig nadeel in de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van de kinderen zou opleveren. Daarnaast kan het recht worden ontzegd als de ouder ongeschikt is, niet in staat is tot omgang, of als een kind van twaalf jaar of ouder zelf geen omgang wil.

  • Niet ouder met gezag
  • Een ouder en een niet-ouder kunnen gezamenlijk gezag hebben over een kind. De niet ouder heeft dan, net als de ouder, een onderhoudsplicht. Ook wanneer deze partners gaan scheiden en geen gezamenlijk gezag meer hebben, is de onderhoudsplicht als niet-ouder nog steeds van kracht. Deze plicht duurt zo lang als de tijd dat de partners samen het gezag hadden. Soms kan de rechter een langere periode vaststellen.

  • Stief ouder
  • Ook een stiefouder heeft dezelfde onderhoudsplicht als de ouder van het kind tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap met de ouder. In dit geval maakt het niet uit of de stiefouder gezag heeft over het kind of niet. Wel is het belangrijk dat het kind bij het gezin van de eigen ouder en de stiefouder hoort. Als de stiefouder en de ouder gaan scheiden en de stiefouder heeft gezag, dan heeft hij/zij een onderhoudsplicht. Heeft de stiefouder geen gezag dan heeft hij/ zij bij scheiding geen onderhoudsplicht.

Ouderschapsplan

Als ouders uit elkaar zijn en er zijn minderjarige kinderen in het spel, dan moet er voor het onderhoud van de kinderen een financiële regeling worden getroffen. Sinds maart 2009 zijn ouders wettelijk verplicht een ouderschapsplan op te stellen. Dit geldt na samenwonen, bij ontbinding van geregistreerd partnerschap en bij de beëindiging van het huwelijk. Deze verplichting is gekomen zodat kinderen goed beschermd zijn wanneer de ouders uit elkaar gaan. In het ouderschapsplan leggen de ouders vast hoe zij het ouderschap uit gaan oefenen. Het ouderschapsplan wordt ook wel zorgplan genoemd.

In het ouderschapsplan moeten ten minste afspraken staan over:

  1. De verdeling van de zorg en opvoedingsstaken of de regeling van het recht en de omgangsverplichting.
  2. (Co-ouderschap of een omgangsregeling)

  3. De wijze waarop de ouders elkaar informatie verschaffen, met elkaar overleggen en elkaar raadplegen bij belangrijke zaken zoals het financiële vermogen van de kinderen.
  4. (informatie uitwisseling, consultatie regeling)

  5. De kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen. (kinderalimentatie)

Opstellen ouderschapsplan

Bij het opstellen van het ouderschapsplan is het de bedoeling dat de ouders de kinderen hierbij betrekken. In het plan moeten de ouders dan ook beschrijven op welke manier de kinderen betrokken zijn geweest. Uiteraard is de mate waarin dit kan, afhankelijk van de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van de kinderen. Ondanks dat de kinderen betrokken worden, nemen de ouders de beslissingen en niet het kind.

  • Geen ouderschapsplan
  • Als bij een verzoek tot echtscheiding een ouderschapsplan ontbreekt, of ouders en/of kinderen zijn het niet met elkaar eens, kan een rechter een verzoek tot echtscheiding niet in behandeling nemen. Vaak zal de rechter hen doorverwijzen naar een mediator met het doel dat er toch een ouderschapsplan komt. Als de ouders het oneens blijven kan de rechter besluiten zelf een ouderschapsplan op te stellen.

  • Eenzijdig ouderschapsplan
  • In bepaalde gevallen kan een ouder een eenzijdig ouderschapsplan opstellen. In dit geval moet die ouder wel uitleggen waarom het niet mogelijk is een gezamenlijk ouderschapsplan op te stellen. Vervolgens kan de ouder eenzijdig aangeven hoe hij vindt dat voortzetting van het ouderschap moet worden vormgegeven.

Landelijk Bureau Inning Ouderschapsbijdragen (LBIO)

Het komt soms voor dat de alimentatiebetaler de kinder- of partner alimentatie niet betaalt. In dat geval kan de alimentatievrager het LBIO inschakelen.

Het LBIO waarborgt het algemene belang van behoorlijke nakoming van de alimentatieverplichting. Het doel van de diensten van het LBIO is om de vrijwillige betaling (opnieuw) op gang te brengen. De dienst die het LBIO biedt is dat zij de alimentatie bij de alimentatiebetaler innen en uitkeren aan de alimentatievrager (alimentatiegerechtigde en verzorgende ouder) of het meerderjarige kind van 18, 19 of 20 jaar. Hierbij moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • De bijdrage moet door de rechter worden vastgesteld;
  • Er moet sprake zijn van minimaal één maand achterstand van tenminste € 10,-
  • De alimentatievrager ontvangt geen of te weinig alimentatie;
  • De achterstand mag op het moment van verzoek niet ouder zijn dan 6 maanden;
  • De alimentatiebetaler moet op de hoogte zijn van het bankrekeningnummer waar de alimentatie op gestort moet worden.

Tip

Kijk voor meer informatie op: www.LBIO.nl

Een voorbeeld

Peter is gescheiden van Melissa en zit op dit moment in de bijstand. Uit het huwelijk van Peter en Melissa zijn 2 kinderen geboren: Zoë van 3 en Esmeé van 5. Net als voor de officiële scheiding zorgt Peter grotendeels voor de kinderen, met dat verschil dat hij sinds de scheiding in de bijstand zit. Melissa heeft haar full time baan als manager bij een grote bankinstelling behouden en is onderhoudsplichtige voor Peter en de kinderen. Peter heeft recht op zowel partner als kinderalimentatie.De reden dat Peter in de bijstand zit is omdat Melissa weigert om de alimentatie te betalen. Peter kan in dit geval een beroep doen op het LBIO om de alimenatie te innen.

Volledige inning

Het LBIO kan geen garantie geven dat alle alimentatie volledig geïnd kan worden. Onderstaand lees je voorbeelden van situaties waarbij niet (volledig) geïnd kan worden:

  • Het officiële woonadres van de alimentatieplichtge is niet te achterhalen
  • De alimentatieplichtige heeft geen of onvoldoende inkomsten of bezittingen
  • Er zijn schuldeisers die voorrang hebben (bijv. de Belastingdienst)

Leerdoelen

Nu ik hoofdstuk 7 heb bestudeerd kan ik:

Uitleggen wat de voortgezette onderhoudsplicht inhoudt.

Uitleggen in welke drie situaties er sprake is van ouderlijk gezag en wat hiervan de consequenties zijn voor de onderhoudsplicht.

Benoemen op welke wijze een ouderschapsplan wordt opgesteld en welke zaken hierin worden afgesproken.

Uitleggen welke dienstverlenign het LBIO biedt.

Scheiding en de bijstand

Zoals je in hoofdstuk 4 hebt kunnen lezen doet de rechter bij een scheiding of ontbinding van het partnerschap een uitspraak ten aanzien van de verdeling van de gemeenschap (boedelscheiding). Het vermogen wordt dan verdeeld en de alimentatie wordt bepaald. Zowel voor als na deze uitspraak kan (één van de) partijen een bijstandsuitkering ontvangen, maar het kan ook zo zijn dat er nadien bijstand nodig is. Zowel voor als nadat partners uit elkaar gaan kan er dus sprake zijn van een bijstandssituatie. In dit hoofdstuk lees je op welke manier iemand na een scheiding met de bijstand te maken kan krijgen.

Bijstand door de scheiding

In hoofdstuk 6 heb je kunnen lezen dat de rechter bij scheiding op basis van behoefte en draagkracht het bedrag aan partneralimentatie bepaald. Ook heb je kunnen lezen dat ex-partners samen afspraken kunnen maken over de alimentatie.

Zowel wanneer de rechter een bedrag vaststelt, als wanneer de partijen dit samen bepalen is het mogelijk dat het bedrag aan alimentatie niet genoeg is voor het levensonderhoud. Bij gezamenlijke vaststelling kan het bijvoorbeeld zo zijn dat de ex-partners niet voldoende rekening hebben gehouden met de behoefte van de alimentatievrager en de draagkracht van de alimentatiebetaler.

Het tekort aan financiële middelen voor levensonderhoud wordt nog groter als de alimentatievrager geen of te weinig andere inkomsten heeft. In dat geval is een verzoek voor een aanvullende bijstandsuitkering een mogelijkheid. Het indienen van dit verzoek kan bij de Gemeentelijke Sociale Dienst in de eigen woonplaats.

Aanvraag bijstandsuitkering

Als partners gaan scheiden kan dus de situatie ontstaan dat één van hen onvoldoende inkomen heeft voor zijn/haar levensonderhoud. Het aanvragen van bijstand kan zowel bij de scheiding als enige tijd daarna. Maar de Gemeentelijke Sociale Dienst ziet alimentatie als inkomen. Dit betekent dat het bedrag aan alimentatie wordt afgetrokken van een een eventuele bijstandsuitkering.

Bij het aanvragen van een bijstandsuitkering controleert de Gemeentelijke Sociale Dienst bij de alimentatiebetaler of er sprake is van een onderhoudsplicht. Daarnaast wordt gecontroleerd of de alimentatiebetaler een deel van de bijstand kan betalen en of de uitgekeerde bijstand op de alimentatiebetaler kan worden verhaald.

Hiervoor is inzicht nodig in de financiële gegevens van de alimenatiebetaler. De Gemeentelijke Sociale Dienst vraagt de benodigde gegevens bij de alimentatiebetaler op. Naar aanleiding van deze gegevens wordt beoordeelt welk bedrag de alimentatiebetaler aan de Gemeentelijke Sociale Dienst moet betalen. De ex-partner wordt vervolgens verzocht dit bedrag binnen 30 dagen te betalen.

De ex-partner betaalt niet

Maar wat gebeurt er als de alimentatiebetaler niet betaalt? In dag geval vraagt de Gemeentelijke Sociale Dienst aan de rechter om de betaling dwingend op te leggen. Dit proces kan de Gemeentelijke Sociale Dienst ook starten als de situatie van de alimentatiebetaler later verandert en er een groter bedrag kan worden verhaald. In deze situatie kan de Gemeentelijke Sociale Dienst inning van de alimentatie door het LBIO (zie paragraaf 7.4) verplichten. Natuurlijk kan de situatie ook zo veranderen dat de alimentatiebetaler minder kan betalen dan er verhaald wordt. Als de situatie niet meer redelijk is kan de alimentatiebetaler om vermindering vragen.

Geen recht op bijstand

Na een scheiding kan ook de situatie ontstaan dat het vermogen van de aanvrager van bijstand te hoog is om (tijdelijk) in aanmerking te komen voor een bijstandsuitkering. Ook kan er sprake zijn van teveel ontvangen bijstand. Is dit het geval dan kan de gemeente deze persoon verplichten, om de ten onrechte of te veel ontvangen bijstand terug te betalen. Ook als iemand zijn/haar vermogen erg snel opmaakt voordat hij/zij opnieuw een uitkering aanvraagt heeft dat gevolgen voor het recht op bijstand. Het gaat te ver om hier in deze module dieper op in te gaan.

Verandering woonsituatie door scheiding

Een scheiding heeft vaak een verandering van de woonsituatie tot gevolg. Deze verandering heeft vaak gevolgen voor het recht op bijstand.

Leerdoelen

Nu ik hoofdstuk 8 heb bestudeerd kan ik:

Uitleggen in welke situaties een ex-partner in de bijstand terecht kan komen.

Uitleggen hoe het proces van aanvraag van de bijstand na echtscheiding werkt.

Benoemen wat de alimenatievrager kan doen als de alimentatiebetaler niet betaalt.

Pensioenrechten bij scheiding

Als partners scheiden wordt er vaak gedacht aan de verdeling van de boedel, voogdij voor de kinderen of bijvoorbeeld alimentatie. Dit zijn, zoals je weet, zaken waarover afspraken worden gemaakt tussen de ex-partners. Maar naast deze zaken wordt bij echtscheiding of ontbinding van geregistreerd partnerschap ook het pensioen verdeeld. Bij deze verdeling wordt er naar twee pensioensoorten gekeken: het ouderdomspensioen en het nabestaanden pensioen. Dit hoofdstuk gaat eerst in op het ouderdomspensioen en de uitkering daarvan bij scheiding. Je leest de verschillen tussen beide pensioenen en wat er met een opgebouwd pensioen gebeurt na een scheiding.

Ouderdomspensioen; Wet pensioenverevening bij scheiding

In de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (WVPS) staat dat een opgebouwd ouderdomspensioen bij scheiding 'verevend' wordt. Dit houdt in dat beide ex-partners, bij scheiding recht hebben op de helft van het pensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. De rechter komt hier niet aan te pas. Over de verdeling en verrekening van het ouderdomspensioen tussen de ex-partners lees je meer in paragraaf 9.6.

Let op!

Verdeling van het ouderdomspensioen is geen plicht. Het is een recht. Partners die een andere verdeling van het pensioen wensen, kunnen hierover afspraken opnemen in de huwelijkse- of partnerschaps-voorwaarden. Samenwonenden kunnen hierover afspraken opnemen in een samenlevings- contract.

De ex-partner ontvangt zijn/haar deel van het pensioen pas vanaf de datum dat de ander met pensioen gaat. Hierbij maakt het niet uit of de een wel pensioen opgebouwd heeft en de ander niet. Het pensioen wordt hoe dan ook verevend. Is de scheiding binnen twee jaar gemeld aan de pensioenuitvoerder, dan moet de pensioenuitvoerder het pensioendeel van de ex-partner rechtstreeks uitbetalen. Is de scheiding pas na twee jaar gemeld, dan blijft het recht op uitbetaling maar moet de ene ex-partner zijn/haar pensioen aandeel zelf bij de ander opeisen.

Let op!

Het deel van het pensioen dat aan de ex-partner wordt toebedeeld, wordt uitgekeerd zolang beide partners in leven zijn. Na het overlijden van de ex-partner, krijgt de pensioendeelnemer weer het volledige pensioen. Overlijdt de pensioendeelnemer dan stopt de uitkering. Mogelijk krijgt de ex-partner dan nog wel een bijzonder nabestaandenpensioen.

Nabestaandenpensioen bij overlijden

Partners die getrouwd zijn of geregistreerd partner zijn en een ouderschapspensioen hebben opgebouwd, hebben recht op een nabestaandenpensioen als de ander komt te overlijden. Het nabestaanden-pensioen is een uitkering die een achterblijvende partner krijgt als zijn/haar partner. Een nabestaandenpensioen is in de meeste gevallen een onderdeel van een pensioenregeling. Het is gebruikelijk dat het nabestaanden pensioen 70% van het op te bouwen ouderdomspensioen is.

Uiteraard stelt iedere pensioenuitvoerder hiervoor zijn eigen voorwaarden en eisen. Bij het aangaan van een pensioen overeenkomst tekent de deelnemer voor akkoord met de voorwaarden. Of er sprake is van opbouw van een pensioenuitkering bij overlijden kan de deelnemer nalezen in zijn eigen pensioenregelement.

Bijzonder nabestaandenpensioen voor de ex-partner

In de meeste pensioenregelingen is er voor de ex-partner die het ouderdoms-pensioen niet zelf heeft opgebouwd, naast het recht op ouderdomspensioen ook recht op nabestaandenpensioen. Als de pensioen deelnemer ook alimentatiebetaler is, en hij/zij komt te overlijden dan stopt de partneralimentatie. Het recht op een deel van het ouderdomspensieon dat de overledene heeft opgebouwd vervalt dan. Het bijzonder nabestaandenpensioen kan hiervoor in de plaats komen.

Na scheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, wordt het nabestaandenpensioen omgezet in een bijzonder nabestaandenpensioen. Bijzonder pensioen, omdat het na overlijden van de deelnemer uitbetaald wordt terwijl de ex-partner op dat moment niet meer met de deelnemer of ex-deelnemer getrouwd is. De ex-partner is dus eigenlijk geen weduwe of weduwenaar. Dit pensioen wordt ook wel bijzonder weduwe- of weduwnaarspensioen genoemd en is het nabestaandenpensioen dat tot de datum van echtscheiding is opgebouwd.

Een voorbeeld van standaard verdeling

Joachim en Cindy gaan scheiden. Op de datum van scheiding is de contante waarde van het ouderdomspensioen van Joachim € 75.000,-

De waarde van het partnerpensioen is € 25.000,-.

Standaard wordt de totale waarde van het pensioen verdeeld. Zowel Joachim als Cindy heeft dus recht op € 50.000,-.

Bij overlijden van Joachim als de deelnemer heef Cindy als ex-partner recht op bijzonder nabestaandenpensioen. De waarde van dit recht op bijzonder nabestaandenpensioen wordt afgetrokken van de totale waarde van de pensioenverdeling voor Cindy.

Cindy heeft in dus recht op € 50.000,- minus € 25.000,- = € 25.000,-.

De erven van Joachim betalen dan een deel van het ouderdomspensioen ter waarde van € 25.000,- aan Cindy. Dat kan een bedrag ineens zijn, maar er kan ook gekozen worden voor een periodieke betaling.

Pensioen regeling op opbouwbasis of risicobasis

Steeds meer deelnemers worden geconfronteerd met een pensioenregeling waarbij sprake is van een nabestaandenpensioen dat vervalt bij een scheiding. Dit heeft te maken met de basis waarop de verzekering is gesloten.

Pensioen kan op opbouwbasis of op risicobasis verzekerd zijn. Bij verzekering op opbouwbasis heeft de ex-partner aanspraak op de uitkering als de pensioendeelnemer komt te overlijden. Bij verzekering op risicobasis is dit niet het geval en heeft de ex-partner geen aanspraak op de uitkering als de pensioendeelnemer komt te overlijden. Een risiconabestaandenpensioen vervalt bij uitdiensttreding en bij scheiding. Het opbouwnabestaandenpensioen is de tegenhanger. Hierbij is wel sprake van waardevorming en van ontslagaanspraken.

Opbouwnabestaandenpensioen:

Bij opbouwnabestaandenpensioen wordt altijd waarde gevormd, zowel tijdens als voor het huwelijk. Het gevolg hiervan is dat het pensioen dat niet alleen de opbouw tijdens, maar ook voor het huwelijk "afgestaan" moet worden.

Risiconabestaandenpensioen:

Bij risiconabestaandenpensioen wordt geen waarde gevormd. De waarde van het partnerpensioen is in principe nihil.

Let op!

Het vinden van een goede pensioenoplossing bij scheiding is nog niet altijd gemakkelijk. Het risico nabestaandenpensioen is een doorn in het oog van vele ex-partners en hun advocaat, omdat bij scheiding dan het partnerpensioen vervalt.

Een voorbeeld van opbouwbasis

Jamie en Charlotte zijn sinds 01 mei 1980 getrouwd in gemeenschap van goederen. Op 8 oktober 1992 spreekt de rechtbank de echtscheiding uit en geeft de beschikking af. Jamie doet sinds januari 1990 mee aan de pensioenregeling op opbouwbasis bij zijn werkgever. Op de datum van de echtscheiding heeft hij € 25.000,- aan ouderdomspensioen opgebouwd. Het nabestaandenpensioen is 70% van het ouderdomspensioen en is dus € 17.500,-.

Zodra Jamie de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, heeft Charlotte recht op de helft van het voorwaardelijk ouderdomspensioen. Zij zal dus € 12.500,- ontvangen. Maar als Jamie plotseling komt te overlijden en de pensioengerechtigde leeftijd niet bereikt, verkrijgt Charlotte vanaf het moment van overlijden het recht op het gehele bijzondere nabestaandenpensioen van € 17.500,-. De eerdere uitkering van het voorwaardelijk ouderdomspensioen stopt

.

Een voorbeeld van risicobasis

De werkgever van Jamie heeft in overleg met de ondernemingsraad besloten dat het nabestaandenpensioen op risico basis wordt verzekerd. De reden hiervoor is beheersing van de kosten van de pensioenregeling. Het ouderdomspensioen wordt op opbouwbasis toegezegd.

Op de datum van de echtscheiding heeft Jamie € 25.000,- aan ouderdomspensioen opgebouwd. Het nabestaandenpensioen op risicobasis is 70% van het ouderschapspensioen en is dus € 17.500,-. Charlotte heeft wel recht op het bijzonder nabestaanden pensioen, maar er is geen opgebouwde waarde aanwezig.

Beëindiging van overige verbintenissen

  • Geregistreerd partners of ongehuwd samenwonenden
  • Geregistreerde partners hebben ook recht op een bijzonder weduwe- of weduwnaarspensioen. Ongehuwd en ongeregistreerd samenwonenden hebben daarentegen geen wettelijk recht op zo'n bijzonder nabestaandenpensioen. Maar dit betekent niet dat de ex-partner in dat geval nooit zo'n uitkering krijgt. In veel pensioenregelingen is bepaald dat de ex-partner bij het beëindigen van de samenwoning op dezelfde manier als bij echtscheiding een bijzonder nabestaandenpensioen krijgt na het overlijden van de ex-partner.

  • Hertrouwen
  • Als een van de ex-partners na de scheiding hertrouwt, dan wordt het nabestaandenpensioen voor de nieuwe partner verminderd met het bedrag dat je de ander ex-partner krijgt aan bijzonder nabestaandenpensioen. Zo kan het dus voorkomen dat een nieuwe partner door het overlijden van de partner te weinig inkomen heeft.

Verdeling pensioen

Systeem Boon/Van Loon

Pensioenaanspraken, zoals ouderdomspensioen, vertegenwoordigen een bepaalde waarde. De vraag is in hoeverre deze waarde bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed moet worden verrekend tussen de ex-partners.

Voor 1981 was de Hoge Raad van mening dat pensioenrechten niet in de gemeenschap vielen. Bij een scheiding werden de opgebouwde pensioenrechten niet meegerekend in verdeling van de gemeenschap van goederen. Door de toenemende kritiek die hierop werd geuit vanuit de praktijk, heeft de Hoge Raad met het Boon Van Loon arrest in 1981 anders bepaald. Voor die tijd hield de man meestal het volledige recht op aanspraak van de pensioen opbouw. De vrouw bleef dan dus met lege handen achter wat betreft het pensioen.

Boon Van Loon: verrekening naar redelijkheid en billijkheid.

Het Boon Van Loon arrest bepaalt dat bij de verdeling van de gemeenschap van goederen, ook de waarde van de pensioenrechten verrekend moeten worden. Dit is zowel bij echtscheiding als scheiding van tafel en bed het geval. Het arrest regelt de pensioenverdeling voor echtscheidingen die uitgesproken zijn tussen 27 november 1981 en 1 mei 1995. De Hoge Raad motiveert het arrest op de volgende gronden:

  • Pensioen is vanuit maatschappelijk oogpunt bestemd om te voorzien in de behoeften van beide echtgenoten. Dit is het verzorgingsmotief.
  • De opbouw van het pensioen moet worden gezien als het resultaat van de gemeenschappelijke inspanning van de beide echtgenoten dat voortvloeit uit de zorg die zij aan elkaar zijn verschuldigd. Dit is het financieringsmotief.

Let op!

Waren de ex-partners onder uitsluiting van elke gemeenschap van goederen getrouwd, dan is er in principe geen aanspraak op pensioenverrekening.

Methode van verrekening Boon /Van Loon

De methode van verrekening gaat als volgt. Eerst wordt de waarde van het ouderdomspensioen en het bijzonder weduwepensioen bepaald naar de datum van de scheiding. Hierbij gaat het om de totale aanspraken, ook opgebouwd voor het huwelijk. De totale waarde valt dan in de gemeenschap en de ex-partners krijgen ieder de helft. De vrouw behoudt het recht op het bijzonder weduwe pensioen. Op de helft van de waarde van het ouderdoms- en weduwepensioen wordt dan de waarde van het bijzonder weduwepensioen in mindering gebracht. Tot slot blijft de te verrekenen waarde op grond van Boon/ Van Loon over.

Een voorbeeld

De heer en mevrouw Janssen besluiten te scheiden. De datum van scheiding is 22 mei 2010. De heer Janssen heeft op dat moment een opgebouwd ouderdomspensioen van € 20.000,-. De gekapitaliseerde waarde hiervan is bijvoorbeeld € 48.000,-.

Het weduwepensioen bedraagt hiervan 70%, en is dus € 14.000 De gekapitaliseerde waarde hiervan is bijvoorbeeld € 38.000.

Mevrouw Janssen behoudt het recht op het bijzondere weduwepensioen en heeft daarnaast recht op de volgende waarde:

De helft van € 48.000,- + € 38.000,- = € 86.000,- x 50% = € 43.000,-. Hiervan wordt het bijzonder nabestaandenpensioen van € 38.000,- afgetrokken. De waarde die overblijft is dan € 5.000,-.

Wet verevening pensioenrechten bij echtscheiding

Na de uitspraak Boon Van Loon, was er in de praktijk veel onduidelijkheid over de berekening. Daarom is in 1995 de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (WVPS) ingevoerd.

WVPS Wet verevening Pensioenrechten bij Scheiding

Verevening van ouderdomspensioen in plaats van verrekening pensioenaanspraken zoals bij Boon van loon het geval was.

Deze wet regelt de verdeling van pensioenrechten bij scheiding, en ook bij scheiding van tafel en bed. Door deze wet moet het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd verdeeld worden (verevend). Er is onder andere geregeld dat in geval van scheiding, de ex-partner het recht krijgt op de helft van het ouderdomspensioen dat door de werknemer tijdens het huwelijk is opgebouwd. Bij de verdeling wordt geen rekening gehouden met het huwelijksgoederenregime dat van toepassing is. Er bestaat dus geen recht op voor het huwelijk opgebouwde pensioenrechten. Dit wordt in de praktijk gerealiseerd doordat de partner een rechtstreekse vordering op de verzekeraar krijgt.

Let op!

De echtgenoten kunnen de verevening bij huwelijksvoorwaarden of bij een echtscheidingsregeling uitsluiten. Ze kunnen ook een andere verdeling overeenkomen.

Let op!

Het recht op pensioenverevening heeft alleen betrekking op het opgebouwde ouderdomspensioen (en niet op het nabestaanden pensioen). Het tot de scheiding opgebouwde nabestaandenpensioen komt in geval van overlijden ten goede van de andere echtgenoot en wordt niet verevend.

Boon Van Loon versus WVPS

Het positieve aan het Boon Van Loon arrest is dat er op het moment van scheiding daadwerkelijk gekeken wordt naar de waarde van aanspraken op dat moment. Hierbij gaat het om opgebouwd ouderdomspensioen voor en tijdens het huwelijk. Daarbij krijgen beide ex-partners de helft van de waarde van het ouderdoms- en weduwepensioen. Toch kan deze half-om-half verdeling nog steeds tot onredelijke uitkomsten leiden. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als het huwelijk slechts kort duurt, terwijl de opbouw, voorafgaand aan het huwelijk heel lang is geweest. Dan dient toch die voorhuwelijkse periode meegnomen te worden.

De WVPS kent zoals je weet een systeem van verevening. Ook hierbij wordt het opgebouwde ouderdomspensioen voor de helft verevend. Het verschil zit in het feit dat het hierbij gaat om opbouw tijdens het huwelijk. Een ander verschil is dat de achterblijvend partner het recht blijft houden op het bijzonder weduwe- of weduwenaarpensioen. Maar de totale waarde die dan aan deze ex-partner toekomt is meer dan 50% van de waarde van de pensioenafspraken. En dit is precies de reden dat, in scheidingsituaties waarbij het om grotere vermogens en hogere pensioenaanspraken gaat, nog vaak teruggegrepen wordt naar de systematiek Boon Van Loon.

Een voorbeeld

Wendy neemt deel in een pensioen regeling, waarbij sprake is van opbouwnabestaandenpensioen. Op 45-jarige leeftijd gaat Wendy scheiden en op dat moment zijn de opgebouwde pensioen aanspraken over de volledige huwelijkse periode als volgt:

  • Ouderdomspensioen: € 15.000,-
  • Weduwepensioen: € 10.500,-

Op grond van de WVPS wordt een ouderdomspensioen verevend naar € 7.500,-. Het bijzonder weduwepensioen blijft dan € 10.500,-.

De waarde van de pensioenaanspraken op de datum van inschrijving in het het echtscheidingsregister is als volgt:

Totale waarde ouderdomspensioen: € 62.000,-

Waarde bijzonder weduwepensioen: € 23.000,-

Totale waarde: € 105.000,-

De waarde van het te verevenen ouderdomspensioen is dan de helft van € 82.000,-, oftewel € 41.000,-. Tel daar de waarde van het bijzonder weduwepensioen bij op en je komt uit op een bedrag van € 64.000,- dat de ex-partner krijgt. Dit is ruim 60% van de totale pensioen waarde.

Let op!

Als er sprake zou zijn van een risiconabestaandenpensioen dan is de waarde van het bijzonder weduwe pensioen zeer klein. Het waarde zal dan voor beide ex-partner €41.000,- zijn.

Conversie

Het is mogelijk dat de rechten van de ex-partner worden omgezet in een eigen recht op ouderdomspensioen. Dit noemt men conversie. Conversie heeft tot gevolg dat het recht op het ouderdomspensioen samen met een bijzonder nabestaandenpensioen volgens de Pensioen- en spaarfondsenwet, voorgoed worden omgezet in een eigen ouderdomspensioen van de ex-partner die zelf geen pensioen heeft opgebouwd. Als deze partner overlijdt voordat de pensioenrechten zijn ingegaan gaat de aanspraak niet meer terug naar de partner die het pensioen oorspronkelijk had opgebouwd.

Echtscheidingsconvenant

Gehuwden die scheiden en afspraken maken over de verdeling van pensioen, moeten deze vastleggen in het echtscheidingsconvenant. Hierin kunnen de ex-partners opnemen dat ze een speciale regeling treffen met betrekking tot de verdeling van de pensioenrechten. Het is dan mogelijk om, met een opgenomen artikel in het echtscheidingsconvenant, afstand te doen van elkaars pensioenaansprakenof een verdeling van de pensioenrechten op te nemen. In deze situatie wordt de toepassing van de Wet Verevening Pensioenaanspraken bij Scheiding dan uitgesloten.

Let op!

Door de komst van WVPS is ervoor gekozen dat het ouderdomspensioen bepaald wordt over de huwelijkse periode. Deze lijn is niet doorgetrokken naar het bijzonder partner pensioen, dat zowel over de huwelijkse als de voorhuwelijkse jaren bepaald wordt.

Leerdoelen

Nu ik hoofdstuk 9 heb bestudeerd kan ik:

Uitleggen wat de Wet pensioenverevening inhoudt.

Het proces van ouderdomspensioenuitkering aan de ex-partner, bij het beëindigen van de drie wettelijke verbintenissen uitleggen en de kenmerken hiervan benoemen.

Uitleggen wat het verschil is tussen het nabestaandenpensioen en het bijzonder nabestaanden pensioen.

Uitleggen wat het verschil is tussen een pensioen regeling op opbouw- en op risicobasis.

Het proces van ouderdomspensioenuitkering aan de ex-partner en de kenmerken hiervan uitleggen.

Uittleggen wat het verschil is tussen het nabestaandenpensioen en het bijzonder nabestaanden pensioen.

De werking en kenmerken van het systeem Boon Van Loon uitleggen.

De werking en kenmerken van de wet Verevening Pensioenrechten uitleggen.

Uitleggen op welke wijze ex-echtgenoten af kunnen wijken van een pensioen verdeling en hoe dit proces in zijn werk gaat.

Doorverwijzen

Je bent geen advocaat of jurist, maar op professioneel vlak kom je vast en zeker mensen tegen die in scheiding liggen of dit al zijn. Voor deze mensen heb jij een doorverwijsfunctie. Er zijn verschillende instanties waar mensen die hulp of advies wensen bij scheiding terecht kunnen. Onderstaand volgt een opsomming (uiteraard niet volledig) van telefoon-nummers en websites van organisaties waar je mensen naar door kunt verwijzen voor informatie of hulp.

Juridisch Loket: informatie en advies

Telefoon: 0900 -8020

Website www.hetjl.nl.

Rechtbanken

Nederland is verdeeld in 19 arrondissementen (regio's). Elk arrondissement heeft een hoofdplaats. In die hoofdplaatsen staan de rechtbanken. De adressen en telefoonnummers staan op de website www.rechtspraak.nl.

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO)

Postbus 8901

3009 AX Rott erdam

Telefoon: 010 - 289 4890

www.lbio.nl

Vereniging van Familierechtadvocaten en Scheidingsmediators (VFAS)

Telefoon: 070-362 62 15

www.vfas.nl

Nederlandse Orde van Advocaten

Telefoon: 070 - 335 35 35

www.advocatenorde.nl

Writing Services

Essay Writing
Service

Find out how the very best essay writing service can help you accomplish more and achieve higher marks today.

Assignment Writing Service

From complicated assignments to tricky tasks, our experts can tackle virtually any question thrown at them.

Dissertation Writing Service

A dissertation (also known as a thesis or research project) is probably the most important piece of work for any student! From full dissertations to individual chapters, we’re on hand to support you.

Coursework Writing Service

Our expert qualified writers can help you get your coursework right first time, every time.

Dissertation Proposal Service

The first step to completing a dissertation is to create a proposal that talks about what you wish to do. Our experts can design suitable methodologies - perfect to help you get started with a dissertation.

Report Writing
Service

Reports for any audience. Perfectly structured, professionally written, and tailored to suit your exact requirements.

Essay Skeleton Answer Service

If you’re just looking for some help to get started on an essay, our outline service provides you with a perfect essay plan.

Marking & Proofreading Service

Not sure if your work is hitting the mark? Struggling to get feedback from your lecturer? Our premium marking service was created just for you - get the feedback you deserve now.

Exam Revision
Service

Exams can be one of the most stressful experiences you’ll ever have! Revision is key, and we’re here to help. With custom created revision notes and exam answers, you’ll never feel underprepared again.