Wanneer men bij een probleem
Beroepsethiek voor sociale en pedagogische hulpverlening SPH.
Wanneer men bij een probleem moet kiezen tussen goed en minder goed dan zit men met een dilemma.
Als SPH'er is het belangrijk dat men weet waarom men het beroep uitoefent. Het is belangrijk in het werkveld dat je je betrokken voelt bij de doelgroep. Ieder doet zijn werk vanuit bepaalde belangen. Men moet evenwicht zoeken tussen deze belangen.
Als SPH'er moet je de centrale waarden toe-eigenen die in de beroepscode staan.
Hoofdkenmerken professie
Ze behartigt een waarde waaraan de samenleving veel belang hecht, zoals recht, gezondheid, welzijn en vitale informatie.
Voor het uitoefenen van het beroep is een vertrouwensrelatie nodig.
Commerciële doelen mogen niet de belangrijkste redenen zijn voor de uitoefening van het beroep.
De SPH'er heeft breed bereik zowel qua doelgroep als bij de context.
De SPH'er heeft de taak verantwoordelijkheid, dit is de verantwoordelijkheid voor het verloop van de therapie.
Morele verantwoordelijkheid betekent: in staat zijn te antwoord, rekenschap, te geven. Hulpverleners zijn verantwoordelijk voor het verloop van de therapie.
Persoonlijke verantwoordelijkheid:
In het privéleven spelen waarden en normen een rol die uitgedrukt worden in wensen en verplichtingen.
Publieke verantwoordelijkheid
We verstaan hieronder de verantwoordelijkheid die wij hebben als burger in de samenleving.
Beroepsverantwoordelijkheid:
Deze hangt samen met de functie of beroepsrol die met heeft. Beroepsmatige normen zijn uiting van wat je van beroepsbeoefenaren mag verwachten. Deze normen zijn gefundeerd in de beroepscode.
Normatieve professionaliteit:
Hoe je over zaken denkt komt door de dingen die je meemaakt in het leven. Je ontwikkeld je eigen bestaansethiek. Dit is belangrijk voor de normatieve professionaliteit. Deze professionaliteit bevat een morele norm, het is ethisch niet neutraal. Er is technische kennis (sociale kaart), maar men zet zich in voor iets met achtergrond redenen.
Het is ethisch niet neutraal een keuze op normen en waarden. Neutraal zijn kan niet. Echte professionals zijn zich bewust van hun keuzes en hun normen en waarden. Beroepsethiek is nadenken over die normen en waarden van het beroep en over de normatieve professionaliteit.
Professionaliteit in de hulpverlening gaat niet alleen over het hoe maar ook het waartoe. Welke betekenis hebben zowel de hulpvraag als de hulp voor de cliënt? Welke kwaliteit streeft hij in zijn leven na? Wat is voor hem zinvolle zorg? Waarom wil ik eigenlijk helpen? Wat is mijn morele reden om te helpen?
Wie zich bewust is van het normatieve van zijn professionaliteit biedt ruimte en tijd in de hulpverlening voor zulke vragen.
Een beroepsbeoefenaar behoort zich tussen het systeem van technisch economisch beheersen van de werkelijkheid en het gebied van het alledaagse leefwereld te kunnen bewegen. Bij het laatste zijn ontplooien en verbondenheid zijn hierin belangrijk.
Beide gebieden hebben veel verschillende normen en waarden. In de sfeer van het product moet de hulpverlener bekijken of het werkelijk nog in het belang is van de cliënt.
In de sfeer cab de professionele identiteit zal men zich afvragen of hij kan werken zoals hij nodig vind voor de hulpverlening waarin hij werkzaam is.
Collegiale ondersteuning waar men de ethische vragen bij elkaar kwijt kunnen. Het is een gezamenlijke reflectie.
De basis van beroepsethiek is bereidheid om zich in te zetten voor de kwaliteit van de hulpverlening. De bereidheid om zich in te zetten voor de kwaliteit van de hulpverlening is de basis van de beroepsethiek.
Men heeft recht op optimale hulpverlening. Zorg voor optimaliseren van de hulpverlening. Kwaliteit is het beste voornemen.
Ieder behoort evenveel aandacht te krijgen. Dit is gelijkheid. Je kan niet dezelfde gevoelens hebben voor iedere cliënt, maar persoonlijke voorkeur zal geen rol spelen bij de zorg voor kwaliteit van de hulpverlening.
Er moeten geen andere belangen een rol spelen. Het moet in het belang zijn van de cliënt.
Kwaliteit van de beroepshouding wordt genoemd:
- respectvolle bejegening
- informatiebereidheid
- vertrouwensrelatie
- coöperatie
- verantwoordingsbereidheid
Zorgvuldig te werken gaan:
- Regelmatige reflectie op het eigen werk
- Voordurend zoeken naar evenwicht tussen de verschillende doelgebieden
- Vanuit verschillende gezichtshoeken in situaties kijken en denken.
Eerbied hebben voor de cliënt is belangrijk. Je bent voorzichtig à zorgvuldigheid. Je namelijk dat je snel kwetsend kunt overkomen. Het is een actieve betrokkenheid om zelfbeschikking te bevorderen. Zelfbeschikkeing is:
1. zelf beslissingen nemen
- informatie kunnen opnemen, feiten kunnen begrijpen, wetenw at er bedoeld wordt.
- Het verstandelijk kunnen hanteren van de informatie en inpassen in het geheel van zaken die met de beslissing te maken hebben.
- Het afwegen van de verschillende zaken in relatie met eigen ideeën en opvattingen.
2. goede informatie. Er dient duidelijkheid te zijn over de voorstellen van de hulpverleners en instelling.
3. communicatie. De keuze moet kunnen worden verstaan en begrepen.
4. Er is geen haast.
5. geen druk van buitenaf
6. aanbod van reële keuzemogelijkheden.
Je bent actief gericht op zijn eigen verantwoordelijkheid. Respect is de morele basis van de hulpverlening.
Evenwicht vinden tussen niet in de steek laten en bemoeizorg.
Om het beroep te kunnen uitoefenen moet je een bepaalde houding hebben, de beroepshouding.
Hierin wordt geïntegreerd:
- systematische kennis en vaardigheden
- verbondenheid met de waarden van het beroep
- persoonlijke gekleurde betrokkenheid
Ook al neem je de waarden over deze krijgen wel een bepaalde kleur.
Wil een beroepshouding echt zijn, dan zal het nodig zijn dat je overtuigd bent van de waarde van je beroep.
Morele elementen beroepshouding:
- Interesse en aandacht hebben voor de cliënt
- Verantwoordelijkheid. (zie prof. Verantwoordelijkheid)
- Respect voor de identiteit van de cliënt. Verantwoordelijkheid bij de cliënt zelf laten. De ouders zijn primaire verzorgers en dat is hun verantwoordelijkheid.
- Verantwoordingsbereidheid. Je kan jezelf verantwoorden.
- Vertrouwen. Een vertrouwen dat mensen tot meer in staat zijn dan ze nu realiseren.
Bewust worden van wat mij drijft is werken aan de beroepshouding.
- beroepscode tot zich nemen en regelmatig reflecteren met collega's.
Respect hebben voor de hele persoon.
Zorgvuldig omgaan met andersdenkenden, andere culturen, andere overtuigingen. Cultuur is niet alleen een interpretatiekader, het stuurt ons ook. Het is een dynamisch gebeuren. Nederland is een multicultureel volk. Er moet respect zijn.
Zorgvuldige omgang met mensen met andere culturen:
- bewustwording van het eigen cultureel bepaalde
- enige kennis van de cultuur van de ander
- enige vaardigheid in de communicatie en vooral in de interactie met mensen van andere culturen
Morele spanningen tussen hulpverlener en cliënt botsen. De verschillende opvattingen. Met goede wil is het niet moeilijk om een oplossing te vinden. Er kan tegemoetgekomen worden. Het is belangrijk om eigen morele opvatting te relativeren en hierbij niet menen te weten wat beter voor de anders is. Er zijn vele wegen naar Rome.
Moreel conflict is een type botsing die sterker is dan een spanning. Een redelijke oplossing moet na intens overleg gevonden kunnen worden. Willen inzien welke belangen de andere heeft, creatief naar oplossingen zoeken en bereid zijn te onderhandelen.
Moreel dilemma. Grote mate aan zorgvuldigheid is vereist. Consultatie en overleg met collega's dient vanzelfsprekend te zijn.
Tips:
- besef hoe belangrijk cultuur moraal en godsdienst voor mensen is. Jouw cultuur heeft bij voorbaad ondanks de overheersende cultuur geen hoger gehalte.
- Een cultuur is niet een massief geheel. Er zijn hier binnen grote verschillen. Enige kennis is wenselijk.
- Het ligt niet altijd in het verschil in moraal of cultuur als je het niet eens met elkaar bent. Het kan ook aan de achtergronden liggen.
- Ga uit van algemeen geldige hulpverleningsregels.
- Houdt alles bespreekbaar
- Wees bewust van je eigen morele overtuiging. Wees niet bang om eigen moraal en van instelling ter sprake te brengen.
- Besef dat allochtonen cliënten een plaats moeten verwerven binnen een voor hen vreemde cultuur.
De SPH'er is actief waar:
- het functioneren van mensen in de primaire woon- en leefsituatie centraal staat. De primaire leefsituatie kan zijn: Het gezin. De SPH'er richt zich op activiteiten die verwijzen naar bescherming acceptatie, veiligheid, geborgenheid, ontplooing en ontwikkelingen en begeleiding. Het kan uiteenlopende stettings zijn. Ook ambulant.
Uitgangspunt SPH'er biedt een zo optimaal mogelijke leefsituatie waarbij hij die leefsituatie gebruikt en benut om de verblijfsdoelen van het individuele te realiseren.
In de meer ambulante variant richt de SPH'er zich bij uitstek op het individu in zijn thuissituatie, waarbij vaak ouders worden betrokken.
Ethiek is wat we moeten doen en waarom. Waar ligt de grens bij beutraal blijven? Neutraliteit is niet waardevrij. Ze hebben rcht op hun eigen opvattingen waarden en normen. Hulpverleners houden hun eigen opvattingen en spreken geen goed of afkeuring over het gedrag van de cliënt.
Tips
Generaliseer niet, zie cultuur als eigendom. Zie de verschillen. Eigen uitgangspunten kennen.
Wat in de beroepscode heeft betrekking op mijn artikel?
- Als SPH'er verleen ik hulp zonder onderscheid te maken tussen mensen en accepteer ik de situatie waarin zij zich bevinden.
- Als SPH'er heb ik inzhct in mijn mogelijkheden en onmogelijkheden en kan ik daarmee omgaan.
- Als SPH'er stel ik het recht van zelfbeschikking centraal en heb ik ook voor de rechten van de cliënt.
- Als SPH'er heb ik respect voor normen en waarden veranderen.
- Als SPH'er weet ik waarom ik mijn werk doe en draag ik er zorg voor om mijn motivatie niet kwijt te raken.
Op ethische vlak heeft de meerzijdige partijdigheid hier voornamelijk mee te maken.
Beroepsethiek is de bezinning over de moraal van het professioneel handelen. Beroepscode zijn afspraken op ethisch vlak.
Need an essay? You can buy essay help from us today!



